Eenheid vertaald

Hoe historische letterkunde de politieke actualiteit in perspectief kan plaatsen.

In zijn brief aan de lidstaten van de Europese Unie plaatste EU-president Donald Tusk de Verenigde Staten van Trump deze week op één lijn met andere grote bedreigingen, zoals IS, Rusland en China. Refererend aan het polariserende beleid van de nieuwe president, herinnerde de Pool de Amerikanen aan hun eigen motto: United we stand, divided we fall.

In tijden van onrust klinkt op enig moment steevast een stem die oproept tot eenheid in plaats van verdeeldheid, eendracht in plaats van tweespalt. De Republiek der Verenigde Nederlanden ging nog een stapje verder en nam zelfs een Latijnse versie hiervan (Concordia res parvae crescunt, vaak losjes vertaald met ‘Eendracht maakt macht’) aan als wapenspreuk. In de roerige 17e eeuw verschenen dan ook tal van gedichten en pamfletten waarin eenheid en vrede de hoofdrol speelden (Lotte Jensens recente boek Vieren van Vrede biedt een heel scala aan voorbeelden). Eén van die gedichten heb ik onlangs besproken in een artikel dat is verschenen in De Zeventiende Eeuw. Het betreft een compositie van de relatief onbekende dichter Simon Ingels (1618-?), die in 1658 onder de initialen S.I. een bundel poëzie publiceerde. Het gedicht in kwestie, getiteld Amphion aan de Tebanen; Movit Amphion lapides canendo (‘Amphion bewoog de stenen door te zingen’, een citaat uit Horatius’ Od. III, II.2), gaat over de mythische Griekse zanger Amphion, die een lied richt tot zijn landgenoten, de inwoners van de stad Thebe. Zijn boodschap is simpel (v. 17-20):

Ten tijde van bevochte Vreê,
Of oorelog te Lande of Zee,
Vertrouw, noch eens vertrouw malkander.
En houw uw machten by den ander.

Uiteindelijk wordt ook de ondertitel van het gedicht duidelijk, wanneer blijkt dat Amphions hemelse muziek zelfs de natuur kan beïnvloeden en in staat is een enorme hoeveelheid stenen vanuit de bergen te laten aansnellen, om vervolgens de muren van de stad te vormen: eerst verdeeld, nu een ondoordringbare eenheid en een symbool voor de eendracht onder de Thebanen zelf.

Voordat deze harmonieuze toestand echter bereikt kan worden, moet er volgens Amphion nog wel het nodige gebeuren: er mogen geen ‘nieuwigheden’ in de staat worden toegelaten en de ‘Dieven’, ‘Schelmen’ en ‘Knechts die Meesters willen zijn’ moeten het land uit. Eerst moet er dus schoon schip worden gemaakt, pas dan kan er eenheid ontstaan. Wie Ingels hier precies op het oog had, blijkt niet direct uit de tekst. Er is wel geopperd dat het zou kunnen gaan om de stadhouders, maar het gedicht laat zich evengoed lezen als een pleidooi tegen libertijnen, of tegen buitenlanders.

Als dat laatste het geval is, vormt Ingels’ compositie echter een paradox. Ingels zelf heeft het weliswaar niet aangegeven, maar wie zich in de kwestie verdiept, komt erachter dat het gedicht niet helemaal origineel is: sterker nog, het is een vertaling van een Latijns werk van de Poolse Jezuïet Maciej Kazimierz Sarbiewski (of, in het Latijn, Mathias Casimirus Sarbievius, 1595-1640), die gedurende de 17e eeuw enorm populair was in grote delen van Europa (hij kreeg zelfs de bijnaam Horatius Christianus, de Christelijke Horatius, en Horatius Sarmaticus, de Poolse Horatius). Weer een Pool die oproept tot eenheid dus. Maar terwijl Sarbiewski’s ode de titel Ad Equites Polonos et Lithuanos; Amphion, seu civitas bene ordinata droeg (‘Aan de Poolse en Litouwse Ridders; Amphion, of de goed geordende staat’) en dus een duidelijk Pools-Litouwse eenheid wilde benadrukken, maakte Ingels daar zijn eigen, Nederlandse versie van. Aangezien het Poolse karakter van Sarbiewski’s origineel in de rest van het gedicht afwezig was, kon Ingels het gemakkelijk aan de Nederlandse werkelijkheid aanpassen: Sarbiewski’s antieke ‘Tempels’  (Templa) werden een ‘Kerk’, de in Griekenland gelegen Dirce bron en Cithaeron berg werden versimpeld tot ‘Zee en Landen’ en – de belangrijkste verandering – tempels die voorheen nog steunden ‘op honderd zuilen’ (centenis …  columnis) werden bij Ingels een onmiskenbare verwijzing naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (v. 21-22):

Veel vaster staat een Huys van steen,
Op zeven Pylers, als op een.

Zodoende maakte Ingels, van een ode die opriep tot Pools-Litouwse eendracht, een gedicht met een soortgelijke boodschap, die dit keer echter bedoeld was voor de nog jonge Republiek.

United we stand, divided we fall, schreef Donald Tusk deze week. In plaats daarvan had hij echter ook inspiratie kunnen putten uit het gedicht van zijn landgenoot Sarbiewski, of uit de vertaling daarvan van de Nederlander Simon Ingels: met een paar kleine wijzigingen zou Amphions oproep tot eenheid uitstekend aansluiten bij de actualiteit. Afhankelijk van de manier waarop Tusk het Amerikaanse motto bedoelde (betrekking hebbend op de VS zelf, de relatie tussen de VS en de EU, of ook tussen de VS en de rest van de wereld), zou bijvoorbeeld alleen het aantal zuilen of pilaren hoeven te worden aangepast.

Paul Hulsenboom