Zomers studeren in het zuiden – Lauren in Murcia

Spanje, het land van de sangria, de castagnetten, de zon, de zee, het stierenvechten, de tapas, de flamenco-dans, en ach, wat niet allemaal nog meer… Maar voor mij is Spanje net ietsje meer dan dat geworden in de afgelopen drie maanden. Spanje is namelijk ook het land om te studeren, het land van chagrijnig kijkende, maar uiterst vriendelijke en behulpzame mensen, het land waar werkelijk ieder feestje gevierd wordt, het land van vreemde werktijden. Het is een land op slechts tweeduizend kilometer van Nederland, maar ver buiten je comfort zone.

Fiestas de Primavera – fontein

Hoewel Spanje gewoon in Europa ligt, het binnen de Europese Unie zit, het door slechts twee landen wordt gescheiden van Nederland en het absoluut geen onderontwikkeld land is, verschilt het toch aanzienlijk van Nederland – het koude kikkerlandje dat ik al mijn hele leven gewend ben.

Als Nederlander ben je snel geneigd om aan te nemen dat Engels dé wereldtaal van het moment is endat – zeker in Europa – men de basis van het Engels wel beheerst om rond te komen in onze globaliserende samenleving. Niet dus. Hier in Spanje spreekt bijna niemand Engels. Ik woon in een appartementencomplex op de campus, grotendeels gevuld door internationale studenten die een tijdelijke woning nodig hebben. Ik werd geïnstrueerd om op mijn eerste dag bij aankomst de opziener te bellen, die mij mijn sleutel zou komen brengen. Helaas verstond de beste man geen woord van mijn verhaal. Zelfs een simpele ‘Hello, I would like to have my key’ had net zo goed Chinees kunnen zijn voor hem. Ook na een rondvraag bleek dat geen van de mensen in mijn omgeving het Engels goed genoeg beheerste om te begrijpen dat ik wat hulp nodig had. Afijn, uiteindelijk is het allemaal goed afgelopen, maar dit voorval is geen uitzondering op de regel. In winkels, bij de dokter, op het terras, ik kom weinig mensen tegen die met mij een zinnig gesprek kunnen voeren in het Engels. Maar goed, eigenlijk mag ik niet klagen. Ik ben hier immers naartoe gekomen om Spaans te leren spreken en op deze manier word ik er wel toe gedwongen te oefenen.

Lauren bij de universiteit  UCAM (Universidad Católica San Antonio de Murcia)

Om mij te kunnen focussen op mijn Spaanse lessen, heb ik besloten het mezelf makkelijk te maken op de universiteit door Engelstalige vakken te nemen bij de studie Lenguas Modernas (Moderne Talen). Ik heb twee eerstejaarsvakken, één tweedejaars- en één derdejaarsvak, die voornamelijk gaan over internationale en interculturele communicatie. Twee vakken zijn toegespitst op de Engelse cultuur. Het vreemde is voor mij dat – vooral bij de eerstejaarsvakken – nog veel aandacht wordt besteed aan het leren van het Engels. Tussen de theorie over cultuurcritici en cultuurdimensies door doen we opdrachten waarbij we de betekenis van het Engelse gezegde moeten vinden of een woord aan de juiste definitie moeten linken. Voor mij zijn dit oefeningen die we op de middelbare school in de onderbouw deden. Hier is dat universitaire stof.

Lauren bij voetbalwedstrijd van de universiteit UCAM (Universidad Católica San Antonio de Murcia)

Het niveau hier is sowieso anders dan wat ik gewend ben in Nederland – ik zal niet zeggen lager. Het is niet een eigenschap van deze universiteit specifiek, want ik vermoed dat het te maken heeft met een algemene werkhouding die heerst in deze omgeving – of misschien wel in Spanje. Ze geven over het algemeen geen huiswerk of opdrachten op mijn universiteit. Wel zijn er examens en eindopdrachten. Het einddossier van een vak bestaat uit vijf opdrachten van elk vijfhonderd woorden, die je mag schrijven wanneer je dat wilt, zolang ze maar voor de deadline worden ingeleverd. Een ander vak heeft als eindopdracht een field trip naar een Engelse woongemeenschap, waar we interviews moeten gaan afnemen. Wekelijkse opdrachten, essays of leesstof is er niet. Mijn meest recentelijke huiswerk was het kijken van één van de films van de Twilight-saga, zodat we daarover konden discussiëren.

Ze doen hier in Spanje liever wat rustiger aan, denk ik. Het zou met de temperatuur te maken kunnen hebben, aangezien het kwik hier nu al stijgt tot dertig graden. Ik denk dat niemand in juni met ruim veertig graden op een kantoor wil zitten. De siësta wordt hier veel nageleefd. De meeste kantoren en winkels sluiten tussen twee en vier uur. Op vrijdag gaan ze vaak in de namiddag niet meer open. Mijn rooster op de universiteit eindigt nooit later dan half drie.

Wat doe je dan met de rest van je dag? Wat ga je daarna doen? Naar buiten! Een terras, een bankje, een park, een grasveld, een speeltuin, een basketbalveld, het maakt niet uit, maar je gaat naar buiten.  De stad is dan ook grotendeels gebouwd op buitenactiviteiten met veel pleinen, parken en banken. Op het terras bestel je hier zeer goedkoop een grote bak koffie of iets frissers als het warm genoeg is. Waar Gaby klaagt over de hoge prijzen in Stockholm, betaal ik hier €1,30 voor een cappuccino en €1,50 voor een glas rode wijn. Sangria wordt hier vooral gezien als de ‘toeristische’ drank. Lokalen bestellen op het terras tinto de verano, een drank vrijwel identiek aan sangria, maar de helft goedkoper en twee keer zo lekker. Deze drank wordt gemaakt door goedkope rode wijn en siroop te mengen met bruisend water, Sprite, 7-Up, Fanta Lemon of een combinatie van bovenstaande en er vervolgens wat ijs en citroenschijfjes aan toe te voegen. Overigens moet er wel aan toegevoegd worden dat deze drank vooral als een zomerdrank wordt beschouwd. Men drinkt bij ‘slechter’ weer veelal bier. Hoewel het kwik begin april al herhaaldelijk is gestegen tot boven de dertig, vindt men het hier nog absoluut geen zomer. Sterker nog, met vijfentwintig graden lopen ze hier nog in een winterjas.

En over kleding gesproken, dat brengt me meteen bij een ander punt. Doordeweeks loopt de bevolking hier rond in schooluniformen en werktenues, maar in het weekend is het hier zeer gebruikelijk om je beste kleren uit de kast te trekken. Vooral de kinderen worden hier in de prachtigste outfits gehesen. Terwijl je in Nederland rustig op zondag in je joggingbroek naar de winkel sjokt voor een pak melk, paradeer je hier compleet uitgedost over de boulevard.

Bando de la Huerta

Klederdracht heeft sowieso een bijzondere status in Murcia. Zodra Pasen achter de rug is, beginnen hier de fiestas de primavera. Dat is een week vol festiviteiten die in het teken staan van het boerenleven en de ambacht. Pleinen worden omgedoopt tot tuinen en versierd met bloemen en echte groentes en fruit. Complete perken worden vol gelegd met tomaten en kroppen ijsbergsla. Hoogtepunt van dit feest is de dinsdag na Pasen, dan wordt de Bando de la Huerta gevierd. Tijdens deze dag gaat de gehele bevolking van de stad Murcia de straat op, gekleed in traditionele boerenkielen. En wanneer ik de gehele bevolking zeg, bedoel ik ook echt de gehele bevolking. Werkelijk iedereen, van je oude oma in een rolstoel tot je pasgeboren baby, draagt de kleding. Heren gaan in een witte, wijde driekwartbroek, witte blouse en gilet, met een gekleurde band om het middel. Dames dragen een felgekleurde plooienrok, blouse en omslagboek. Beide outfit gaan gepaard met hoge witte gebreide kousen en espadrilles. Bovendien worden de outfits gecomplementeerd met rode en witte bloemen. Tijdens een gigantische parade door het centrum van de stad worden tableaux vivants door de straten getrokken die de ambacht tonen. Ook worden er traditionele volksdansen gedanst, compleet met liveband en castagnetten. Je kunt je niet voorstellen dat er in Nederland zo’n gigantisch evenement zou worden georganiseerd waarbij alle mensen op klompen door de straten zouden dansen met tulpen in het haar.

Bando de la Huerta – meisjes in klederdracht

De afsluiting van de festiviteiten is op de zaterdag en heet Entierro de la Sardine oftewel ‘de begrafenis van het sardientje’. Op deze dag trekken carnavaleske figuren door de straten heen om te eindigen bij een gigantische sardien van papier-maché. Om één uur ’s nachts wordt deze in de fik gestoken (ironisch genoeg wordt hij dus gecremeerd en niet begraven), waarna de gemeente voor een paar ton aan vuurwerk de lucht in knalt.

Entierro de la Sardine

Sowieso zijn ze hier dol op feesten. Saint Patrick’s Day? Ja, vieren we. Halloween? Ja, vieren we. Carnaval? Ja, vieren we. Lente-carnaval? Ja, vieren we ook. Pasen? Ja, we maken er gelijk een hele week van, joh! International Women’s Day? We hebben die zondag toch vrij! Je kunt het zo gek niet verzinnen of hier in Murcia kunnen ze er een feestje van maken. Aankomende week vieren we met onze studie het feest van de beschermheilige van Moderne Talen!

Inmiddels ben ik over de helft van mijn verblijf hier in Murcia en elke dag voel ik me een beetje minder ‘op bezoek’ en meer een inwoner van deze stad. Iedere keer als ik een praatje maak met een vreemde, als ik een nieuwe plek ontdek in de stad, als ik me weer verbaas over het feit dat ik hier daadwerkelijk woon, voel ik me meer thuis. Aan alle mensen die me komen opzoeken vanuit Nederland laat ik met trots míjn stad zien en wanneer ik volledig gewend ben hier, moet ik naar huis. Dan moet ik helaas weer afscheid nemen van alle leuke en mooie mensen die ik hier ontmoet heb. Dan moet ik gigantisch afkicken van het mooie weer en het rustige tempo. Dan gaat het leventje in Nederland weer verder.

Door: Lauren Simons