Weer zin in lezen

Door Tommie van Wanrooij, derdejaars Nederlandse Taal en Cultuur

Op vrijdag 16 november vond het symposium ‘Literatuur voor de klas’ plaats, onder andere in het kader van de Master Language-cursus ‘Moderne letterkunde in het onderwijs’, georganiseerd door de Radboud Universiteit en de Universiteit Utrecht. Het was voor het eerst dat een dergelijk symposium georganiseerd werd, en de eerste editie was meteen een succes met meer dan honderd enthousiaste bezoekers.

Tijdens de opening van het symposium stelde Stefanie Ramachers het doel vast voor de komende uren: erachter komen hoe we op basis van wetenschappelijk onderzoek kunnen bijdragen aan de literatuurdidactische praktijk op middelbare scholen.

De eerste spreker, Roel van Steensel, bijzonder hoogleraar leesgedrag aan de Vrije Universiteit Amsterdam en universitair docent onderwijswetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, besprak in zijn fraai getitelde lezing ‘Weerzin tegen lezen of weer zin in lezen’ het belang van een positieve leesmotivatie onder jongeren. Lezen heeft immers een aantoonbaar positief effect op de hersenontwikkeling. Het is dus erg belangrijk om negatieve leeservaringen bij leerlingen te voorkomen. Methodes waarbij jongeren goed begeleid worden bij het kiezen van boeken, bijvoorbeeld door het matchen van boeken en leerlingen, kunnen hier sterk aan bijdragen. De zwakke lezer kan dus met de juiste begeleiding alsnog een sterke lezer worden, die plezier heeft in het lezen.

Jeroen Dera, docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen, ging als tweede spreker in op de literatuurkeuze van leerlingen op havo en het vwo, naar aanleiding van een uitgebreide en breed uitgezette enquête onder scholieren en hun docenten. Uit deze enquête blijkt onder meer dat veel van de werken die het meest gelezen worden, door leerlingen het slechtst worden beoordeeld, met voornamelijk historische werken als Karel ende Elegast en Warenar voorop.

Daarnaast is uit de resultaten af te lezen dat leerlingen weinig uit eigen beweging lezen: gemiddeld één uur per week, en in de vakantie zo’n zeven uur. Op basis van onder andere deze resultaten concludeerde Dera dat er meer geïnvesteerd moet worden in methoden om historische literatuur te bespreken in de klas, alsmede in klassikaal lezen om de leeskilometers van leerlingen te bevorderen. Deze en vele andere conclusies publiceert Dera begin 2019 in een onderzoeksrapport bij Stichting Lezen.

Jasmijn Bloemert, promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen, ging vervolgens in op de rol van het literatuuronderwijs binnen de moderne vreemde talen. Er bestaat immers een grote kloof tussen de praktijk van docenten, en wat de leerling nuttig vindt aan het literatuuronderwijs. Hierdoor raakt de leerling minder betrokken bij het literatuuronderwijs. De docent legt over het algemeen de nadruk op de structuur van het werk zonder al te veel aandacht te besteden aan de talige aspecten. Zo worden in sommige methodes fragmenten van literaire werken naar het Nederlands vertaald, en verwordt literatuurgeschiedenis tot louter tekstverklaring. Leerlingen vinden het juist nuttig als docenten ook de nadruk leggen op een taalgerichte aanpak -– door kennis te maken met nieuwe woorden en zinsconstructies leert de leerling immers omgaan met de doeltaal. Methoden van literatuuronderwijs die Jasmijn Bloemert met docenten ontwikkelde en die zich meer richtten op de taalgerichte aanpak, lieten wat dit betreft inderdaad een positief effect zien. De grote kloof kan dus overbrugd worden.

De ochtend werd afgesloten met een interview met schrijfster Niña Weijers, Writer in Residence aan de Radboud Universiteit, door masterstudent Jordi Lammers. Van haar eigen literatuuronderwijs kon Weijers zich nog weinig herinneren. Wel merkt zij via bezoeken die zij brengt aan middelbare scholen, dat een bevlogen docent een belangrijke rol kan spelen bij het enthousiasmeren van leerlingen voor literatuur. Daarnaast pleitte ze voor een literatuurlijst met daarop minder ‘dode witte mannen’, een opvatting die in de zaal veel weerklank vond.

Aan het einde van deze boeiende ochtend, rees al snel de vraag wanneer er een volgende studiedag georganiseerd zou worden. Op dus naar een tweede editie  met net zoveel interessante en handige inzichten, als het aan de organisatoren en de bezoekers ligt!

Eén gedachte over “Weer zin in lezen”

Reacties zijn gesloten.