Student Vincent Rutten studeerde in Ottawa

Student Vincent Rutten doet verslag van vier maanden studeren in Ottawa, Canada..

Terwijl het vuurwerk nog nauwelijks afgekoeld op straat lag in ons koude kikkerlandje heb ik een trans-Atlantische vlucht genomen om nog veel koudere regionen te bezoeken! Bijna vier maanden lang heb ik in Canada bij temperaturen onder het vriespunt mogen proeven van het Noord-Amerikaanse studentenleven. Zou ik weer terug willen, ondanks metershoge sneeuw, gure winden en bevroren tenen? Ja!

Ik starend naar iets buiten beeld bij daglicht: Hewitt’s Diary Bar schijnt heel erg lekker ijs te hebben! Ik heb het helaas niet geproefd…

 

Eenmaal aangekomen op de universiteit van Ottawa haalde ik vol verwachting de sleutel op van mijn verblijf. In Canada vertoeven de meeste studenten in residence. De universiteit levert kamers die voor het gehele semester beschikbaar zijn. Voor internationale studenten is het advies dan ook om voor deze optie te kiezen. Toen ik buiten de housing office stond met de sleutel vastgeklampt in mijn hand haalde ik diep adem. Vandaag zou het beginnen, vier maanden in Canada. De sleutel was het officiële begin. Een begin van een nieuw leven, nieuwe ervaringen en een tijd die mijn hele leven zou bijblijven. Met een uitgeprint plattegrondje van de campus van de universiteit ging ik op zoek naar mijn verblijfplaats.

Niet veel later stond ik voor een groep gebouwen die er allemaal hetzelfde uitzagen. Drie verdiepingen hoog, vierkant, lichtbruine stenen en een rood dak. Brooks-residence. Ik zocht het gebouw met mijn nummer, liep het uit vijf treden bestaande trapje voor het gebouw op, opende de deur van de hoofdingang, nam de trap naar de derde verdieping en stopte. Daar stond ik dan. Een donkerbruine deur met nummer 613. Dit zou mijn huis worden voor de komende vier maanden. De plek waar ik ga studeren, nieuwe mensen ontmoet, kook en mijn vrije tijd ga besteden. Mijn Canadese huis. My home. Tijd om de sleutel in het slot te stoppen…

In Canada heb ik een volledig semester gevolgd met het maximale aantal vakken. Drie van de vijf vakken gingen over literatuur. Mijn favoriete vak behandelde de klassieken. De Odyssee, de Aeneas, een aantal tragedies van Sophocles en nog veel meer zijn langsgekomen! De overige twee vakken waren communicatievakken. Op het begin gaf de professor van het vak Introduction to Organizational Communication aan dat ze vaak hoorde dat dit vak persoonlijke relaties van haar studenten heeft bevorderd. Er werd bijvoorbeeld gefocust op hoe je naar anderen luistert. De hele dag horen we dingen, maar hoe vaak luisteren we eigenlijk en nemen we dingen op die anderen zeggen?

Helaas, er komt geen rapalbum uit! Op de achtergrond is trouwens CN Tower te zien, in Toronto.

Het semester in Canada is erg kort, maar vier maanden. De twee periodes in een semester bestaan uit zes weken, met een week vakantie ertussen, genaamd reading week. De laatste periode wordt gevolgd door een maand tentamenperiode. Echter, rondom reading week worden er ook toetsen afgenomen, zogenaamde midterms. Verder zijn er per vak nog een flink aantal opdrachten, zoals essays, samenvattingen en kritische evaluaties. Ook krijg je bij elk vak een cijfer voor aanwezigheid, waarbij gedrag in de klas ook meegerekend wordt. De cijfers voor elk onderdeel worden omgezet in een percentage, en alle percentages worden bij elkaar opgeteld. Deze optelling is het uiteindelijke eindcijfer voor het vak. Het klinkt allemaal erg ingewikkeld, en dat is het ook!

Tijdens reading week ben ik naar het zuiden afgereisd met een Greyhound-bus. Destination: Toronto! Als je New York te duur of te druk vindt, ga dan een stukje hoger op de wereldkaart en ga naar Toronto. Torenhoge glazen gebouwen, gele taxi’s, Trump tower en nog veel meer. Ik heb mij laten vertellen dat de serie Suits, over steenrijke advocaten in New York, in Toronto wordt gefilmd. Nog verder naar het zuiden ligt Niagara Falls. Een must-see, dus ik heb duizenden liters water van een rotswand zien vallen. Indrukwekkend!

Nadat de deur van het slot klikte duwde ik haar open. Tot mijn schrik was het eerste wat ik zag een paar vieze oude schoenen midden in de gang. Sterker nog, ik merkte dat het tapijt in een zeer lange tijd niet gestofzuigd was. De moed zakte in mijn schoenen. Ik stapte over de achtergelaten schoenen heen en liep de woonkamer in. Op dat moment was mijn moed niet in mijn schoenen gezakt, maar verdampt in de lucht. Wat een ongelofelijke puinhoop! Ik kan het niet in woorden beschrijven. Ik moet bekennen dat ik op dat moment er even doorheen zat. Zou dit vier maanden lang mijn huis moeten zijn, in een vreemd land, zonder dat ik iemand ken? Na advies van mensen in Nederland ben ik teruggelopen naar de housing office en heb ik aangegeven hoe ik me voelde. De persoon die mij hielp verklaarde dat de kamers nog niet schoongemaakt waren omdat het nieuwe semester pas over enkele dagen zou beginnen. Ik heb toen gevraagd of er iets anders beschikbaar was dat al wel was schoongemaakt. Dat was er. Een oud huis in de wijk naast de universiteitscampus. Momenteel zou er maar een iemand wonen, een Canadese student genaamd Lucas. Ik heb gevraagd of ik het huis mocht bezichtigen en dat was goed.

Samen met een vrouw van de housing office banjerde ik door de sneeuw op weg naar 102 Henderson Avenue. Op dat moment wist ik het nog niet, maar dat huis zou mijn thuis worden voor de komende vier maanden. En achteraf gezien was de vieze kamer een van de beste dingen die mij kon overkomen. Het heeft me geleerd niet bij de pakken neer te zitten, en het leidde tot een tijd met ongelofelijk fijne huisgenoten, waarmee ik de gekste dingen heb meegemaakt. Wat er allemaal in 102 Henderson is gebeurd, dat is voor een andere keer. In plaats van een simpele ja-nee vraag te stellen zoals: ‘Was Canada leuk?’, vraag maar eens naar 102 Henderson. Ik beloof plechtig dat mijn verhalen je niet zullen vervelen!

102 Henderson Avenue, het groene licht komt van mijn kamer.

Ten slotte, Canada is een westers land met een zeer vergelijkbare cultuur als in Nederland. Samenwonen met Lucas heeft nooit tot enige onenigheid geleid. Verder merkte ik dat mensen er niet zo veel mee bezig zijn of het gras groener is aan de overkant. Waarschijnlijk komt dat doordat het gras bedekt is met een flinke pak sneeuw! Echter, het betekent niet dat Canadezen alleen maar met zichzelf bezig zijn. Integendeel! Wij Nederlanders zijn relatief xenofoob in verhouding. Een Canadees praat met iedereen op een feestje, en als je diegene een tijdje later weer tegenkomt op straat zal er altijd een praatje worden gemaakt. Canadezen zijn dus echt zo vriendelijk als wij denken! Een andere stereotype, namelijk dat Canadezen vaak sorry zeggen, kan ik ook bevestigen. Meerdere malen excuseerde iemand zich waarbij ik dacht: ‘Huh, waarvoor?’. Het enige dat Canadezen echt niet kunnen is autorijden, maar toen ik eindelijk weer in Nederland rond te reed, concludeerde ik dat wij dat ook niet kunnen.