Promotie Tjerk de Reus op 9 oktober

Door Tjerk de Reus

Het is een bijzondere ervaring om in een tussentijd te leven: na afronding van de dissertatie, in afwachting van de openbare verdediging in de Aula van de Radboud Universiteit Nijmegen, op dinsdag 9 oktober om 16.30 uur. Een periode van bijna zeven jaar werken aan het proefschrift komt tot een feestelijke afronding, waarbij de dialoog die de hooggeleerde opponenten met mij zullen voeren, een groot gewicht heeft. Als promovendus aan de vooravond van de verdediging voel je dat gewicht terdege!

Mijn proefschrift heeft als titel Ad den Besten. Deelbiografie 1923-1955. Oorlogstijd | de Vijftigers. Die titel maakt helder wat de lezer aantreft in mijn studie: de hoofdpersoon is Ad den Besten (1923-2015), dichter, essayist, poëticaal denker. Hij was intensief betrokken bij de Beweging van Vijftig. Mijn onderzoek vormt een verheldering en een doordenking van deze betrokkenheid, inhoudelijk en poëticaal. Als vertrekpunt heb ik een biografische invalshoek gekozen. Daar ligt de overtuiging aan ten grondslag dat een poëtica uitdrukking is van een concrete persoon: van een mens wiens pad gekruist wordt door denkers en dichters, een mens ook met levenservaringen die vormend zijn geweest en die het denken in het algemeen hebben bepaald en kleur gegeven, en zeker ook het denken over poëzie. De ondertitel van mijn boek duidt daarop: ‘oorlogstijd | de Vijftigers’.

Drs. Tjerk de Reus.

De oorlogsjaren vormden een beladen tijd voor Den Besten, waarin hij blijk gaf van fascinatie voor het onderliggende profiel van het nationaalsocialisme. Hij had grote belangstelling voor mythisch-mystieke Duitse natuurpoëzie, waarin het ideaal van ‘bloed en bodem’ gepropageerd werd. Hierin werd hij gestimuleerd door zijn vader, NSB-burgemeester van Apeldoorn. Deze fase uit het leven van Den Besten is onbekend, maar kon dankzij een grote verzameling brieven uit de oorlogsjaren in beeld gebracht worden. Deze ‘oorlogstijd’ uit de ondertitel staat in rechtstreeks verband met ‘de Vijftigers’. Maar daar zat wel een zelfkritische verwerking tussen: zijn groeiende inzicht in zijn pro-Duitse en deutschfreundliche gezindheid leidde tot een innerlijke omkeer en verwerkte hij in een visie op poëzie, die hij vanaf 1950 uitdraagt in artikelen en briefwisselingen. Het culminatiepunt daarvan is zijn boek Stroomgebied (1954). In de samenhang van persoonlijke ervaringen, met name die in de oorlog, en zijn latere poëtica, ligt de eenheid van mijn onderzoek.

Den Besten is in latere jaren uitgegroeid tot een bekende persoonlijkheid in de protestantse wereld. Hij heeft naam gemaakt als dichter van kerkelijke liederen, die ook vandaag nog in vele kerken gezongen worden. Deze blijvende bekendheid van Den Besten zorgt er nu voor dat mijn studie op belangstelling kan rekenen in de media. De afgelopen weken heb ik een reeks van zeven interviews gegeven aan diverse kranten, van Trouw tot Friesch Dagblad. Dat is natuurlijk dankbaar werk! De inspanningen van de afgelopen jaren worden nu bekroond met het beste wat je kan overkomen: aandacht en belangstelling van een breder publiek.

Het boek dat er nu is en dat dinsdag door mij verdedigd zal worden, ligt mij na aan het hart. Menige promovendus zal mij dat nazeggen. Niet alleen omdat ik nu eenmaal gefascineerd ben geraakt door de persoon en het werk van Den Besten, maar ook omdat ik bij hem een verbinding van theologie en literatuur heb aangetroffen, die ik altijd zeer belangwekkend heb gevonden. Met Den Besten deel ik de overtuiging dat literatuur een levensbeschouwelijk fenomeen is, en dat een theologisch perspectief op de literatuur iets zinvols oplevert. Mijn promotor, Anja de Feijter, is mij daarin voorgegaan met een diepgravende studie – haar dissertatie uit 1994 – over Lucebert, Hölderlin en de joodse kabbala. Ik ben dus zeker niet de eerste die overtuigd is geraakt van het belang van toegespitste levensbeschouwelijke perspectieven op de literatuur. Maar ik geloof wel te mogen zeggen dat in de protestantschristelijke, poëticale denkwereld van Den Besten een unieke en eigensoortige verwerking van en visievorming op de wereld van literatuur en poëzie ter sprake komt.