Verslag Proefstudeerdag 17 april

Derdejaars Willemijn Krabbenborg en Lisa Rommers doen verslag van de Proefstudeerdag die de afdeling organiseerde op 17 april jongstleden.

proefstuderen

De proefstudeerdag van Nederlands op 17 april werd relatief druk bezocht: elf vijfde- en zesdeklassers  (onder wie één jongen, erg illustratief voor de verhouding jongens-meisjes bij NTC) kwamen een kijkje nemen bij onze opleiding. De dag begon met een inleidend praatje, dat werd gevolgd door een inleidend college moderne letterkunde door Jos Joosten, over het gedicht ‘De Afsluitdijk’ van M. Vasalis. De leerlingen deden enthousiast mee en ook het college taalbeheersing van Lettica Hunstinx over persuasieve teksten viel in de smaak. Als begeleiders hebben wij proberen te laten zien hoe leuk en veelzijdig onze opleiding is. We hebben veel verteld over het contact tussen docent en student en over de gang van zaken binnen de hoor- en werkcolleges.  Het aantal contacturen vond men wel veel, maar het informele karakter van onze opleiding sprak de leerlingen zeker aan.

Na de lunch volgde een taalkundecollege gegeven door Lisa herself, waarin ze vertelde over haar taalkundige onderzoek voor haar bachelorwerkstuk. Aansluitend werd een bezoek gebracht aan het Center for Language Studies Lab, waar de proefstudeerders het experiment van Lisa konden zien. Veel leerlingen waren verbaasd over het empirische onderzoek bij taalkunde, omdat zij dit niet hadden verwacht bij de opleiding Nederlands.

Nadat we wat gedronken hadden in het Cultuur Cafe –wat natuurlijk zeker representatief is voor het studentenleven – volgde een praatje door de dames van de SVN. Het contact tussen de dames van de SVN en de begeleiders van de proefstudeerdag was illustratief voor de gezellige sfeer die binnen de vereniging heerst. Als grote afsluiter werden de leerlingen grondig getest op hun letterkundige kennis, waarna ze hopelijk met een positieve kijk op onze opleiding naar huis vertrokken.

Lotte Jensen te gast bij OVT

sneeuwlandschap

Aankomende zondag is Lotte Jensen, universitair hoofddocent Oudere Nederlandse Letterkunde, te gast bij OVT (Radio 1, 10.00 uur). Ze zal daar spreken over de bevrijding van Naarden van de Fransen tweehonderd jaar geleden. Terwijl grote delen van het land al in november 1813 bevrijd waren, bleven sommige steden nog lang in Franse handen. Pas op 7 mei 1814 capituleerde de Franse bevelhebber en op 12 mei verlieten de laatste Franse soldaten de vestingstad.
Over de bevrijding van Naarden in 1814 is ook een publicatie verschenen, met daarin  bijdragen van onder andere Frits van Dulm, Jan Vollers en Lotte Jensen. Meer informatie over de publicatie en de herdenking vindt u hier.

Lees Mei

‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’10302023_10152361779791206_864938994570318620_n

Bijna iedereen kent de eerste regel van het lange gedicht ‘Mei‘ van Herman Gorter. Maar hoe klinkt de rest eigenlijk? Ieder jaar worden alle drie de boeken van de ‘Mei’ voorgelezen tijdens een voorleesestafette op het erf van Stadserf Rood/Noot in Utrecht. Zo’n honderd voorlezers, bekend en minder bekend, brengen daarmee een ode aan de poëzie. Dit jaar is onze hoogleraar historische taalkunde, Nicoline van der Sijs, ook één van de voorlezers.  

 

Een overzicht van alle lezers:

12.30 uur Boek 1, blok 1
Tom Pauka, schrijver/journalist/radiomaker
Akwasi O. Ansah, theatermaker/rapper
Margriet Oostveen, columnist NRC/NRCnext
Arend Jan Heerma van Voss, radiomaker/schrijver
Eveline Vreeburg, schrijver
Esther Jansma, dichter/archeoloog
Mohammed Benzakour, schrijver/dichter
Soula Notos, stand-up comedian/actrice/theatermaker
Nicoline van der Sijs, historisch taalkundige/etymoloog
Bart van de Lisdonk, filmcomponist/sounddesigner
Julia van den Akker, scholier
Arjen de Vreede, DJ Dna/scratcher Urban Dance Squad
Juan Heinsohn Huala, dichter/beeldend kunstenaar
Arzu Aksoy, sieradenontwerper
Frans Vlinderman, dichter
“Lees Mei” verder lezen

Early Modern Europeanism 1648-1815

congres

Date: Friday June 6, 2014
Location: University of Amsterdam, Bungehuis 1.01

The idea of Europe is generally considered to be the typical product of a war-ridden twentieth century. If a European ideal is thought to have existed before the establishment of the European Coal and Steel Community (ECSC) in 1952, its roots are generally sought in the Interbellum.  However, thoughts on Europe were also prevalent in Europe prior to 1914. During this conference we will study the early modern tradition of European thinking between 1648 and 1815. Various questions will be addressed, such as: what forms does early modern Europeanism take? Is the theme of Europe important primarily in times of peace (as during the Peace of Westphalia, Ryswick, Utrecht, and Vienna), or does it continue to be prevalent in public opinion? How do concepts of Europe in literature, political writings, and international law interrelate? How do European visions relate to the emergence of an early modern ‘national’ consciousness? Does the past play a role in early modern Europeanism, and if so, which past? What is the relationship between protestant, catholic, and European thought and does the concept of Europe differ from the earlier concept of the ‘respublica christiana’? And finally: is there a development in the way Europe was perceived in the period between 1648 and 1815?

Programme

13.00-13.15     Lotte Jensen – Introduction “Early Modern Europeanism 1648-1815” verder lezen

Boek op de Bank

OP RUWE PLANKEN EN ARTS & LENTES LANCEREN NIEUW LITERAIR FESTIVAL IN NIJMEGEN

boek op de bankBankhangen kan beter. Op 5 juni is Nijmegen het decor van Boek op de Bank, een nieuw literair festival, georganiseerd door literair tijdschrift Op Ruwe Planken en blogduo Arts en Lentes. Op negen bijzondere locaties in de stad zijn schrijvers en dichters te gast, die literaire programma’s bezorgen. Bezoekers schuiven in rondes van een half uur aan bij drie van hun favoriete auteurs. Onder andere Abdelkader Benali, Yves Petry, Hanneke Hendrix en Philip Huff maken deel uit van de line-up.

Het festival heeft een grootse opzet, maar biedt intieme programma’s: per ronde kan maar een beperkt aantal bezoekers bij een auteur terecht. Geen massale lezingen, maar persoonlijke gesprekken. Er vinden onder andere programma’s plaats in de onderaardse gangen van de Stratemakerstoren, de kleine St. Nicolaaskapel in het Valkhofpark en het knusse eetcafé De Fuzz. Bezoekers kiezen zelf hun route en kunnen na drie rondes bankhangen literair verantwoord aan de bar hangen, op het eindfeest in de Merleyn.

Kaarten voor Boek op de Bank kosten 10 euro. Het festival start om 20.00u, met een afterparty vanaf 23.00u. Voor meer informatie en ticketverkoop: www.boekopdebank.nl.

Nadere informatie:
www.boekopdebank.nl
www.facebook.com/boekopdebank
www.twitter.com/BoekopdeBank

Nieuw nummer van Queeste verschenen

queesteVorige week verscheen een speciaal themanummer van Queeste, tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden. Het themanummer getiteld ‘A Bunch of Books. Book Collections in the Medieval Low Countries’ verscheen naar aanleiding van het gelijknamige congres dat vorig jaar aan de Radboud Universiteit Nijmegen plaatsvond.

Het nummer bevat artikelen van Albert Derolez, Hanno Wijsman, Ryan Perry en Ad Poirters en een inleiding van Suzan Folkerts en Renée Gabriël over het onderzoek naar boekencollecties. Daarnaast bevat het drie recensies van de literatuurgeschiedenis Wereld in woorden van Frits van Oostrom. Raadpleeg hier de inhoudsopgave.

Wie wordt de nieuwe campusdichter?

dichterStudenten van de Radboud Universiteit die affiniteit hebben met poëzie kunnen zich vanaf nu kandidaat stellen als campusdichter.

Wat houdt het campusdichterschap in? Als campusdichter schrijf je een jaar lang (gevraagd en ongevraagd) gedichten waarin je poëtisch commentaar levert op de gebeurtenissen op en rond de campus. De campusdichter houdt verder voordrachten bij verschillende gelegenheden zoals de opening van Stukafest. Aan het einde van het jaar geeft Cultuur op de Campus een dichtbundel uit met het verzameld werk van de campusdichter.

Interesse? Stuur drie van je beste gedichten naar theater@cultuuropdecampus.nl. De aanmelding loopt tot 9 mei. De finale met bekendmaking van de nieuwe campusdichter vindt plaats op 11 juni in het CultuurCafé.

In de finale jury zullen plaatsnemen: Mickey Koster en Linda van der Pol van Nederlandse Taal en Cultuur, en Jolene Meijerink van VOX.

Impressie: tweedejaars uitstapje naar Den Haag – stad van de Letteren

door Laudy van den Heuvel en Ruth Pasternak

Als afsluiter van de tentamenweek mochten de tweedejaars studenten Nederlands op vrijdag 4 april een kijkje nemen in de ‘boekenhemel’: we brachten een bezoek aan de Koninklijke Bibliotheek en het Letterkundig Museum in Den Haag. Fris en fit zaten we rond negenen in Nijmegen in de trein. Alhoewel: een aantal trage lopers miste de aansluiting in Utrecht. Verdere organisatorische rampen bleven gelukkig uit. Eenmaal aangekomen in Den Haag werden we hartelijk zwaaiend verwelkomd door het ontvangstcomité: Anja de Feijter. Zij had er ontzettend veel zin in en wij – met een gezellige treinreis achter de rug – inmiddels ook.

foto 1

De ochtend brachten we in de immense Koninklijke Bibliotheek door. In gezelschap van Anja de Feijter, Esther Op de Beek en Martine Veldhuizen trokken we door de bieb. Tussentijds werden we verrast door de aanwezigheid van een welbekend gezicht: Sophie Reinders in haar kenmerkende bloemenjurk. Conservator Paul van Cappelleveen liet ons enkele topstukken uit de Nederlandse boekencollectie zien, waaronder het werk van Anthonis de Roovere en Van Maerlants ‘Der naturen bloeme’, waarin wel zeer bijzondere vissen stonden: waterbeestjes, geportretteerd zoals de overlevering het verteld had, een zwaardvis met een ridderlijk hoofd en een zwaard in de hand en een zeemeermin met een vissenlijf en vrouwelijk bovenlichaam. Paul toonde ons vervolgens een boek dat bij het openslaan een doos voor meerdere mini-boekjes bleek te zijn. Dit verrassingsboek werd cadeau gegeven aan een zoontje van een Zeeuwse handelaar. In minuscuul schrift stonden er allerlei zedelijke tekstjes in geschreven, opdat het zoontje net zo succesvol zou worden als de vader. We zagen dat middeleeuwse boeken eigenlijk een product zijn van verschillende tijden. Sommige perkamenten wondertjes waren namelijk voorzien van negentiende-eeuwse chique boekbanden. Paul was zeer enthousiast en eenmaal op dreef kon hij niet meer stoppen. De boeken werden voorzichtig neergelegd op een groot kussen, zodat de band niet beschadigde. Er was één uitzondering: de drie liedboekjes van Anna Bijns mochten we eigenhandig doorbladeren!

1010144_10203504397959330_6980473284886363728_nHet tweede onderdeel van de ochtend  werd verzorgd door rondleider Martijn. We doken in de kelders van de bibliotheek, waar ‘voetbalvelden aan boeken’ zijn opgeslagen en waar zo’n vijftien meter aan boekenkasten bijkomen. De inhoud van het depot was verbazingwekkend. Werkelijk alles wat een ISBN-nummer bevat wordt opgeslagen: van Dribbels kaartspel, Barack Obama’s speeches, belastingwijzers uit de jaren negentig, studieboeken over watermanagement, kookboeken, boeken van Jan Terlouw en Pinkeltjes aan toe.

De ogen waren voor nu even verzadigd en de benen werden moe: de pauze was zeker nodig voordat we het Letterkundig Museum zouden bezoeken. Gelukkig begon het museumbezoek al zittend, terwijl twee medewerkers, Daan Cartens en Dick Welsink, ons het reilen en zeilen van het museum vertelden: de bezuinigingen hadden ook hen zeer geraakt (hoe kan het ook anders), maar er was nog reden genoeg om trots te zijn. Het museum in Nederland werd nog altijd beter bezocht dan het letterkundemuseum in Budapest, aldus de mannen, lachend. 10001414_10203504392519194_7766000778472825417_nDe rondleiding door het museum startte in de Nationale Schrijversgalerij: een enorme ruimte, vol met allerlei (zelf)portretten (en anderhalve foto) van op alfabet gerangschikte schrijvers, geïnspireerd op de National Portret Gallery in Londen. Niet alle portretten waren herkenbaar, maar het ietwat vreemde zelfportret van Arnon Grunberg spande de kroon, mits deze man lijkt op wat verfvegen en lukraak geplaatste letters op doek.

Volgens Esther Op de Beek bestaat er overigens een leuke app, waarop nog eens alle schrijvers bij de schilderijen worden genoemd.* Een volgende zaal, Het Pantheon, toonde ons de hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur via beeldschermen met ronde luistertelefoontjes, vitrinekasten met schrijfprocessen, een doolhofje met felgekleurd verlichte glasplaten waarop gedichten te lezen waren en glazen bakken met knopjes waarop je kon drukken, waardoor er platen met materiaal omtrent de schrijver verschenen. De tijd vloog, want haastig stuurde Daan ons naar de tentoonstelling over Het Stenen Bruidsbed van Mulisch: “Het zou jammer zijn als we dat moeten missen!”. De tentoonstelling bestaat met name uit een film, waarin het boek als het ware wordt ‘uitgelegd’. Het was een mooie gelegenheid om de vermoeide benen weer even de lucht in te gooien. Het museumbezoek eindigde met een bezoekje aan de zes immense beschilderde wandpanelen, speciaal gemaakt voor het Letterkundig Museum door Lucebert in 1983. “Onthoudt: deze panelen zijn speciaal gemaakt voor deze ruimte. De ruimte is dus zéér belangrijk voor de betekenis van deze werken. Dat relativeert het begrip autonomie maar weer,” aldus Anja. 1010005_10203504393279213_6774346633698473588_nAnja had het overigens nog over een zeer charmante foto met haar en Lucebert bij de onthulling van de desbetreffende panelen..
Al met al is het Letterkundig Museum zeer zeker een bezoek waard. De tentoonstelling is prachtig opgezet en het vleugje interactiviteit draagt daar zeer zeker aan bij. Deze excursie naar Den Haag was absoluut een prima afsluiting van de tentamenweek!

* de tip van Esther op de Beek, een PortrettenApp van het Letterkundig Museum:
http://www.letterkundigmuseum.nl/Nieuws/Nieuws.aspx?ItemId=136.

Alumnus uitgelicht: In de mallemolen van het werkende leven

foto J. Verlouwdoor Judit Verlouw

Of ik een stukje wilde schrijven voor de blog van Nederlandse taal en cultuur, waarin alumni vertellen wat ze na hun studie zijn gaan doen. Leuk idee, leuke vraag. Maar acht jaar samenvatten in duizend woorden, dat is nog niet zo makkelijk…

Als ik aan een leek moet uitleggen wat ik doe voor de kost, zeg ik meestal iets als ‘Ik werk als redacteur voor educatieve uitgeverijen, dat betekent dat ik meewerk aan het maken van schoolboeken.’ De ervaring leert dat veel mensen bij ‘redacteur’ alleen aan kranten denken en ook niet echt weten wat zo’n functie eigenlijk inhoudt, vandaar mijn keuze voor deze misschien wat infantiele beschrijving.

Redacteuren zijn er in vele soorten en maten. En ze werken dus niet alleen bij en voor kranten, maar ook bij en voor tijdschriften, literaire en educatieve uitgeverijen, tekstbureaus en nog vele andere uiteenlopende bedrijven en organisaties. In en rond een educatieve uitgeverij vind je vooral bureau- en eindredacteuren, die werken met bestaande teksten. De eindredacteur legt op alle slakken zout, de bureauredacteur is de kommaneuker. Ik doe beide afwisselend. Lekker klungelen met tekst en taal, heerlijk.

Voor ik mijn brood verdiende als tekstbewerker, heb ik uitgebreid het studerende leven verkend. Vrij bewust deed ik wat langer over mijn studie dan er op papier voor stond. Mijn redenen daarvoor waren legio, de elementen die de duur verlengden ook.
Toen ik in het voorjaar van 2006 tegen mijn afstuderen aanhikte, wist ik niet zo goed welke kant ik op wilde  –  misschien ook omdat ik relatief weinig wist over wat er op de arbeidsmarkt voor mij te koop was. Ik dacht er weleens aan het onderzoek in te gaan, maar veel mogelijkheden waren daar in mijn afstudeerrichting op dat moment niet voor. Journalistiek kon interessant zijn, maar dan moesten het wel achtergrondartikelen worden en niet nieuwsjagen, en daar had ik eigenlijk niet de handigste studierichtingen en stages voor gevolgd. Misschien volwassenonderwijs, NT2-onderwijs, of iets heel anders waarvan ik het bestaan nog niet kende…
Tot het zover zou zijn, vermaakte ik me nog prima met mijn scriptie, die voornamelijk bestond uit het transcriberen en analyseren van zestiende-eeuwse handgeschreven liefdesliedjes uit een bewaard gebleven album van een bevoorrechte jongedame uit die tijd.

Terwijl mijn scriptie van de persen rolde, tipte een al werkende vriendin (tevens oud-studiegenoot) mij over een vacature bij het redactiebureau waar zij werkte. Voor ik het wist, had ik een jaarcontract als bureauredacteur voor 32 uur per week. Het was een goede, gemoedelijke leerschool waar ik de kneepjes van het vak leerde. Leerschool ja, want ik had dan weliswaar een academische bul, voor het vak redacteur was ik niet opgeleid – niet dat mijn opleiding niet van pas kwam overigens.
Bij het bureau werd vooral in opdracht van educatieve uitgeverijen gewerkt en ik leerde wat belangrijk is bij het redigeren van leerboeken, zoals op uniforme formuleringen letten, samenhang en overeenstemming tussen de diverse leermiddelen controleren, het juiste taalniveau voor kinderen en jongeren gebruiken en daarbij vooral in het oog houden dat er geen denkstappen overgeslagen worden, enzovoort. Maar ook het trivialere werk, zoals de uitlijning van tekstkaders, het gebruik van harde en zachte returns, halve kastlijntjes en het al dan niet plaatsen van spaties voor beletseltekens, kwam aan bod.

Ik had in die tijd nog altijd een zekere hang naar het studentenleven. Er lonkte een half-voltooide tweede master; door de studiejaren heen had ik het een en ander aan cursussen gevolgd die binnen de toenmalige master Taal- en Cultuurstudies pasten. Zonde en te leuk om te laten liggen.
Het laatste en grootste deel, de scriptie, heb ik uiteindelijk afgerond in Parijs, waar ik eerder al een halfjaar doorbracht via het Erasmusprogramma. En, omdat ik zestiende-eeuwse liefdesliedjes nu eenmaal de bom vind, bezocht ik (in samenspraak met mijn voormalig scriptiebegeleider Johan Oosterman) en passant ook nog wat krakende Franse archieven waar verstofte liedteksten erom riepen gelezen en geanalyseerd te worden. Boeiend om mee bezig te zijn, en met de vergaarde kennis over deze alba kon ik later hopelijk een wetenschappelijk artikel fabriceren.
Dit alles werd trouwens vooral mogelijk gemaakt door veel plannen en organiseren, sparen en een bijzonder coulante baas die mijn baan voor mij in de wacht zette.

Weer terug in het Nederlandse, werkende leven begon het na een tijdje te kriebelen en was ik benieuwd hoe het zou zijn om wat dichter bij het vuur, dus niet in opdracht van, maar ín een uitgeverij te werken. Ik kwam terecht bij een educatieve uitgeverij in Den Bosch. Het werk in de uitgeverij ging goed en vond ik leuk. Inhoudelijk bleek het mijn eerdere baan niet veel te ontlopen, maar de verschillen tussen een kleinschalig bureautje met tien collega’s en een Kantoor met driehonderd werknemers profileerden zich duidelijk. Rond die tijd bloeide ook mijn oude liefde, de zestiende-eeuwse liedjes, weer op.  Met wat hulp en ondersteuning van Johan voltooide ik een artikel dat gepubliceerd werd in een vaktijdschrift, een leuke ervaring!

Na een tijdje merkte ik dat het ‘van 9 tot 5’ kantoorleven bij mij begon te knellen. Ook was er binnen de uitgeverij waar ik werkte een reorganisatie op komst, wat betekende dat een deel van de functies op mijn afdeling zou verdwijnen en dat de rest verdeeld zou worden over twee nieuwe functieprofielen die mij beide weinig aanspraken.
Er brak een tijd aan van nadenken. Na veel wikken en wegen, het uitdenken van allerlei (on)mogelijkheden en het verzamelen van informatie, durf en vertrouwen, vestigde ik me per 1 januari 2010 als zelfstandig redacteur. Ik maakte  –  niet verwacht maar wel verhoopt  –  een vliegende start.

Inmiddels ben ik een tijdje verder en vermaak en red ik me nog altijd wonderwel als freelance redacteur en tekstschrijver. Ik doe nog steeds veel op het gebied van educatieve leermiddelen, maar houd me hier en daar ook bezig met culturele en andere projecten – er komen hoe dan ook voldoende, afwisselende en uitdagende  opdrachten op mijn pad. En als de tijd en mijn hoofd het toelaten, wil ik me nog wel eens verdiepen in een zestiende-eeuws liefdesliedje.

Het werkende leven is soms een beetje een mallemolen, heb ik ervaren. De een zit meteen op zijn plek, de ander maakt wat meer omzwervingen. Soms zit de onrust in jezelf, soms ook verstoren factoren van buitenaf de balans. Het belangrijkst is naar mijn idee dat je iets doet waar je hart ligt, waar je plezier in hebt, waarin je jezelf kunt zijn en je eigen tempo kunt volgen. Waar je je wel eventjes mee kunt vermaken, zeg maar. Want het idee is dat je het een jaar of veertig, vijftig volhoudt.