Boekpresentatie en prijsvraag ‘Worm en donder’

JantjeWeerwolfje

Op 12 december 2013 verschijnt het langverwachte deel in de reeks Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur getiteld Worm en Donder. In dit lijvige werk bespreken Inger Leemans en Gert-Jan Johannes de Nederlandse literatuur uit de periode 1700 tot 1800.

Voor deze gelegenheid hebben de auteurs – naar goed achttiende-eeuws gebruik – een prijsvraag uitgeroepen:

 “Wat is de waarde van de achttiende-eeuwse Nederlandstalige literatuur? Welke literaire teksten mogen niet vergeten worden en waarom niet? Wat is uw favoriete achttiende-eeuwse toneelstuk, gedicht, hofdicht, epos, embleem? Welke relevantie hebben deze teksten voor het hedendaagse publiek? Hoe kunnen we de achttiende-eeuwse literatuur vertolken en aantrekkelijk maken voor een breed publiek?

De jury van de Moderne Heliconprijs nodigt bijdragen uit in alle vormen en maten: zing een achttiende-eeuws lied en stuur de opname in. Maak een een Youtube-filmpje met een opvoering van een dramatisch toneelmoment. Teken een satirische cartoon, geïnspireerd op de Windhandelpamfletten van 1720. Maak een mash-up van Julia van Rhijnvis Feith (vgl. Sense and Sensibility and Sea Monsters). Maak een nanopublicatie van een ellenlang epos of een poëticaal vertoog. Schrijf een essay over de waarde van 18de-eeuwse Nederlandse literatuur, of over een werk of auteur naar uw keuze. Stuur een betoog in over de manier waarop de 18de eeuw in het onderwijs ingebracht kan worden, of hoe 18de-eeuwse literatuur een meer zichtbare plaats in onze erfgoedinstellingen kan krijgen. Richt een twitteraccount in onder de naam van Sara Burgerhart (nee … dit bestaat al). Ontwerp een game voor het hofdicht.”

De deadline is 15 november 2013. Inzendingen kunnen worden opgestuurd naar info@wormendonder.nl. Voor meer informatie, zie hier.

De ‘Erepenningen’ van de prijsvraag bestaan uit een exemplaar van Worm en Donder. De winnende bijdragen zullen worden gepresenteerd op de boekpresentatie in Amsterdam, op 12 december 2013, en zullen een plek krijgen op de website.

Elfde editie poëziefestival Onbederf’lijk Vers staat voor de deur

oversOp woensdag 16 oktober is het zover: dan vindt de elfde editie plaats van Onbederf’lijk Vers, het grootste gratis toegankelijke poëziefestival van Nederland. Ook dit najaar zorgt dit festival voor vruchtbare grond waarin poëzietalent kan ontkiemen, waarop bekende dichters kunnen bloeien en waar luisteraars een voortreffelijke poëtische traktatie voorgeschoteld krijgen.

De groep optredende dichters zal ook deze editie weer bestaan uit een combinatie van reeds gevestigde namen en (nog) onbekende talenten, en ook dit jaar zullen zij van zich laten horen op verschillende sfeervolle locaties in de binnenstad van Nijmegen. Ditmaal zullen onder anderen Ellen Deckwitz, Kira Wuck en Dichter des Vaderlands Anne Vegter plaatsnemen achter de microfoon. Ook is Ingmar Heytze voor het eerst aanwezig. De onbekendere talenten kunnen door middel van een optreden op het festival hun literaire carrière een belangrijke boost geven.

De optredens worden verdeeld over meerdere rondes, startend om 20.00u, 21.00u en 22.0u Tijdens deze rondes zal op elke locatie worden voorgedragen door een bekende dichter en twee talenten. Tussen de rondes zijn pauzes ingelast, die voor bezoekers de gelegenheid bieden naar een volgende locatie te gaan.

Om 22.30u staan de deuren in Café Trianon open voor het Onbederf’lijk Feest (gratis entree). Mis dit niet, want Lucky Fonz III en DJ Maarten W zorgen voor de muzikale afsluiting van de avond.

*Woensdag 16 oktober 2013*

*Acht locaties in de binnenstad van Nijmegen*

*Aanvang om 20:00*

*Gratis toegang*

*Bekende dichters:* Ester Naomi Perquin, Ellen Deckwitz, Kira Wuck, Ingmar Heytze, Dennis Gaens, Henk van der Waal, Anne Vegter, Quirien van Haelen, Frank van Pamelen, Michél de Jong.

Lotte Jensen over kinderboeken, het Leidens beleg en een veranderende moraal

foto 8Elk jaar organiseren de Drie October Vereeniging en de Universiteit Leiden een historische lezing, om het beleg en ontzet van Leiden te herdenken. Dit jaar werd de lezing gegeven door Lotte Jensen, die sprak over het beleg en ontzet in kinderboeken en stripverhalen. Van de lezing is een uitgebreide, fraai geïllustreerde publicatie verschenen, getiteld De les van Leeuwtje. Kinderboeken over het beleg en ontzet van Leiden (Leiden: Primavera Pers, 2013).

In dit boek laat Jensen zien hoe de moraal in de loop van twee eeuwen veranderde onder invloed van historische en politieke omstandigheden. Zo is de jeugdheld in de oudere kinderboeken, Leeuwtje, helemaal verdwenen uit de eigentijdse kinderboeken. Leeuwtje is de bijnaam van een dapper jongetje dat op 5 juli 1574 ziet hoe een Spaanse soldaat zijn vader probeert neer te steken. Hij wordt echter gevangen genomen door de Spanjaarden, waarna hij wordt opgehangen, gemarteld en gedood.

Na 1969 komt hij in geen enkel kinderboek meer voor. Dan wordt Cornelis Joppensz., die de hutspot zou hebben uitgevonden, de grote held. Dat verhaal berust weliswaar op een mythe, maar het sloot kennelijk beter aan bij de belevingswereld van de moderne jeugd dan het gruwelijke verhaal van Leeuwtje.

In het boek is ook veel aandacht voor Postduiven voor den Prins (1941) van A.D. Hildebrand. In dit boek klinkt de context van de Tweede Wereldoorlog sterk door: de Oranjeliefde, vaderlandsliefde en verzetsmentaliteit spatten van de pagina’s af. Van een heel ander kaliber is de recente Suske en Wiske over Leidens beleg en ontzet uit 2011. Vermaak staat voorop. Een glansrol wordt vervuld door supergeus Jerommeke die zijn longen vult, blaast en zo een storm doet opsteken.

Plaatje kaftDe les van Leeuwtje volgt zo de veranderende moraal door de eeuwen heen. Iedere kinderboekenschrijver vertelt zijn eigen verhaal over Leidens beleg en ontzet. Maar uiteindelijk is er ook een overkoepelende moraal, die we bij alle kinderboekenschrijvers kunnen terugvinden: het kwade wordt gestraft en goed gedrag loont.

 

 

Bestellen of meer info: Primavera Pers

 

een kleine mooie ritselende revolutie / a small lovely rustling revolution

lucebert vertalingSpeciaal middagprogramma rond de vertaling van Luceberts werk tijdens Onbederf’lijk Vers 2013Met medewerking van: Rozalie Hirs, Jaap van der Bent, Alex Rutten en Anja de Feijter.

In de loop van de zomer is het eerste deel verschenen van de vertaling in het Engels van de poëzie van Lucebert door Diane Butterman. Het Nederlands Letterenfonds bracht het contact tussen de vertaalster Diane Butterman en de Amerikaanse uitgever Green Integer tot stand. Deel I bevat de zogeheten ‘explosie’ van het dichterschap van Lucebert: de eerste drie bundels poëzie die in weinig meer dan een jaar tijd zijn verschenen in de kalenderjaren 1951 en 1952, plus de vroege ongebundelde gedichten. De tweetalige uitgave is geannoteerd en voorzien van een literair-historische inleiding.

Rozalie Hirs is dichter en componist en liet in samenwerking met beeldend kunstenaars een aantal van haar bundels ook als digitale poëzie verschijnen.

Jaap van der Bent was tot 1 september jongstleden universitair docent Amerikaanse letterkunde aan de Radboud Universiteit. Hij houdt zich vooral bezig met de twintigste-eeuwse Amerikaanse literatuur; het werk van de Beat Generation is zijn specialisme.

Alex Rutten studeerde Nederlands en Literatuurwetenschap in Nijmegen en Berlijn. Hij werkt als promovendus aan een biografische studie naar de vooroorlogse loopbaan van dr. P.H. Ritter Jr., belangrijk criticus en cultuurbemiddelaar tijdens het interbellum.

Anja de Feijter is hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit en schreef de ‘Inleiding’ bij deel I van de Lucebert-vertaling door Diane Butterman.

Datum: woensdag 16 oktober

Locatie: Bibliotheek Mariënburg (Nijmegen)

Tijd: 15.00-17.00

Toegang: gratis

Afbeelding: Lucebert, The Collected Poems Volume I. Translated from the Dutch by Diane Butterman. With an Introduction by Anja de Feijter. København & Los Angeles: Green Integer, 2013.

Stage: ‘Straight from class, into soul and jazz’

lotte van rosmalenLotte van Rosmalen behaalde vorig jaar haar BA Nederlands Taal & Cultuur, en volgt nu een voorbereidende minor in Media, Journalistiek en Nieuwsgebruik bij Communicatiewetenschappen. Momenteel werkt ze bij de documentaire afdeling van het Amsterdamse productiebureau IDTV, als stagiaire beeldresearch en productie. Zij liep stage bij Radio 6. Hieronder lees je over haar ervaringen.

***

Verbaasde ogen kijken me aan:
“Studeer je Néééderlands?”
Ik grijns zelfverzekerd met een radio 6-microfoon in mijn handen, dik gemontuurd brilletje en een reusachtige koptelefoon op: mijn sullige verschijning als stagiaire van de afgelopen maanden.
“Hoe kom je dan bij de radio terecht?”
Niet eens een slechte vraag en hij wordt me voortdurend gesteld.
Eigenlijk ligt het antwoord voor de hand: muziek. Als ik me bedenk hoe ik echt op het idee kwam, is het antwoord zelfs nog voorspelbaarder. Men neme het MMS van de Letterenfaculteit, een studente die het studeren beu is, en Google. Wat wil ik? Een stage. Wat vind ik leuk? Jazz. Bovenaan de zoekpagina verscheen op het juiste moment de juiste vacature ‘stage Redactie CoLive bij Radio 6 Soul & Jazz NTR’.
Binnen enkele maanden was ik bezig met het produceren van een eigen radioserie, onder de naam ‘Dit Is Jazz’. Ik zeg zelf geen woord op de radio en het programma heeft een zendtijd van ongeveer een kwartier per week. Maar het is toch een productie met mijn naam eronder.
Gewapend met antieke opnameapparatuur van tien kilo, confronteerde ik grootmeesters in de jazz met waarschijnlijk de meest irritante vraag die je kunt stellen. Bij Yuri Honing langs op de Albert Cuyp, met Rob van der Wouw naar zijn studio en bij Bert Vuijsje en zijn vrouw op de thee. De allereerste opname deed ik met de zwartgallige Rotterdammer Jules Deelder. Mijn enige schild was de microfoon die ervoor heeft gezorgd dat de woorden niet alleen mij bereikten maar heel jazzkritisch en –minnend Nederland.
“Dit is jazz” is niet eens een vraag, het is een eigen invulling. De sprekers die aan het woord komen vertellen over hun eerste ervaring met jazz, over de ontwikkeling in de afgelopen honderd jaar of over ongekende invloeden van en op het genre. Ook het woord ‘jazz’ en de veranderingen in zijn betekenis worden onder de loep genomen. De verhalen lopen enorm uiteen zodat er een bijzondere verzameling uitspraken ontstaat.
Bekend en onbekend, muzikant en journalist, jong en oud, iedereen levert een eigen, originele bijdrage. Ze bewonderen mijn moed om alleen op pad te gaan en vragen naar mijn achtergrond. Natuurlijk komen bij het project ook veel afwijzingen kijken. Met de wijsheid van ‘niet geschoten is altijd mis’ vroeg ik zelfs Carice van Houten, Sacha de Boer en Candy Dulfer om mee te doen. Tevergeefs natuurlijk. Bovendien keek Jules Deelder dwars door mijn onschuldige masker en riep direct dat het allemaal de grootste onzin is:
“Jazz is niet te vangen in woorden maar ’t heb wel iets met neuke te maken.”
Inmiddels kan ik een boek volschrijven met mijn ervaringen tijdens de opnames. Zo mocht ik lunchen in een landhuis met Ruben Hein en zijn crew, luisterde ik naar de oneindige wijsheid van Edwin Rutten (Ome Willem) en vroeg Wouter Hamel mij om kledingadvies voor zijn photoshoot. Met Hans Dulfer bier drinken en de hele avond discussiëren, lachen met Benjamin Herman en na verwoede pogingen eindelijk de directeur van North Sea Jazz opnemen. Een prima stage.
 
 
LINKS:
Voor de actuele opnames die het komende jaar iedere zondag zullen worden uitgezonden:
http://www.radio6.nl/colive/ditisjazz
Dit zijn de uitzendingen tijdens mijn stage in een overzicht:
http://www.lottevanrosmalen.nl/wall/audioditisjazz/
Dit is een klein stukje over de serie, dat ik schreef voor ik begon met de opnames:
http://www.lottevanrosmalen.nl/column/ditisjazz/
Dit zijn de muziekkeuzes van de deelnemers in de serie in een overzicht:
http://www.lottevanrosmalen.nl/wall/audio/so-whats-jazz/

 

Stage: Stichting CPNB zoekt stagiaires!

De in Amsterdam gevestigde Stichting CPNB (Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) organiseert talrijke campagnes ter promotie van het Nederlandse boek, zoals de Boekenweek en de Kinderboekenweek. De CPNB heeft als doelstelling het bevorderen van het lezen van boeken en boekenbezit. Per direct is er ruimte voor:

  • Stage marktonderzoek
  • Stage webredactie
  • Stage persvoorlichting

Vooral eerstgenoemde plek zou interessant kunnen zijn voor studenten NTC uit Nijmegen!

Zie de website voor meer informatie.

 

De week (weken) van… Vera van der Spoel

Vera van der Spoel is derdejaars Nederlandse taal en cultuur en voorzitter van de SVN (Studievereniging Voor Neerlandici). Hieronder houdt zij een dagboekje bij over haar kersverse bestuurstaken.

vera

Donderdag 12 september

“Leuke schoenen,” zegt Leonie spottend. Ik kijk naar beneden: all-stars, bordeauxrood. Het voordeel van de sneakers: ze kunnen altijd. Nee maar echt, altijd. Uit de reactie van de voorzitter van de SVN merk ik dat all-stars niet altijd kunnen. Sneakers passen een bestuurslid niet.

Goed om te weten, denk ik en ik neem plaats achter de tafel in het Erasmusgebouw. Vandaag is de dag die we wisten dat zou komen: de dag van de Algemene Ledenvergadering. Vandaag zal het 31e bestuur der SVN ontslagen worden om plaats te maken voor het 32e bestuur. De leden moeten stemmen. Voor of tegen onze begroting. Voor of tegen onze jaarplanning. Voor of tegen ons. De opkomst valt niet tegen. Vooral het aantal eerstejaars Nederlands is behoorlijk hoog!

Sonja, Vera en ik zijn gespannen. Flitsen van gaten in de begroting, een saaie jaarplanning en een belabberde presentatie gaan aan ons voorbij. De vergadering begint. Eerst is het de beurt aan het 31e bestuur. Leonie en Willemijn presenteren het jaarverslag en het financieel jaarverslag. So far, so good: de leden zitten met hun hoofd al bij de naborrel en erg kritische opmerkingen blijven uit.

Dan zijn wij aan de beurt. Een hakkelig begin wordt opgevangen door een grapje hier en een grapje daar. Ik ken alle aanwezigen bij naam en begin me langzamerhand af te vragen waarover ik me zo druk maakte. Iedereen is tevreden, want we zullen meer geld te besteden hebben. Ik denk opeens aan politici die moeten verkopen dat er zes miljard bezuinigd moet worden. Ik ben blij dat ik niet in hun schoenen sta. In een vloek en een zucht is het tijd voor stemming (unaniem voor), ontslag (“met de volgende hamerslag ontsla ik…”) en aanstelling (“met de volgende hamerslag stel ik aan…”).

Wij, Sonja Kingma, Vera Nieuwkoop en Vera van der Spoel, zijn officieel het 32e bestuur der SVN.

“De week (weken) van… Vera van der Spoel” verder lezen

De studenten die onlangs de proefpersonen die toen de experimenten uitvoerden testten hadden veel succes in het minorvak

door Stefan Frank

Begrijp je de titel van dit stukje? Strikt genomen is hij grammaticaal correct, maar de dubbele inbedding maakt hem lastig te volgen. Veel mensen vinden zulke zinnen zelfs onacceptabel. Stel nu dat we de zin ongrammaticaal maken door het middelste werkwoord weg te laten:

De studenten die onlangs de proefpersonen die toen de experimenten uitvoerden hadden veel succes in het minorvak.

Klinkt het zo beter? In het Engelse worden dit soort ongrammaticale zinnen vaker als acceptabel beoordeeld dan de grammaticale versies. Dit staat bekend als een grammaticaliteitsillusie. Onlangs heeft een groep Psycholinguïsten aan de Universiteit van Potsdam aangetoond dat deze illusie ook te zien is in de snelheid waarmee wordt gelezen: Proefpersonen met Engels als moedertaal bleken langer te doen over de grammaticale dan de ongrammaticale versies van dubbel ingebedde zinnen. Wanneer echter Duitstaligen werden getest op Duitse vertalingen van de zinnen, gebeurde er iets onverwachts: De grammaticaliteitsillusie ging niet langer op. Integendeel, Duitsers lazen de grammaticale zinnen sneller dan de ongrammaticale versies. Dit zou aan de structuur van de taal kunnen liggen. Omdat in het Duits werkwoorden vaak aan het eind van een zin staan, zijn Duitstaligen (meer dan Engelstaligen) gewend te wachten op een werkwoord. Misschien dat het daardoor eerder opvalt als een werkwoord ontbreekt.

Als Duitsers zo goed zijn in ingewikkelde zinnen, dan willen wij dat natuurlijk ook. In het afgelopen semester hebben de acht studenten van het minorvak Psycholinguïstisch Onderzoek Nederlandse versies van de dubbel ingebedde zinnen gemaakt en die voorgelegd aan Nederlandstalige studenten. Het resultaat was precies zoals in het Duits: De grammaticale zinnen worden sneller gelezen dan de ongrammaticale, dus er was geen grammaticaliteitsillusie.

Net als Duitstaligen, maar in tegenstelling tot Engelstaligen, kunnen wij dus prima omgaan met laatkomende werkwoorden. Zouden we dit talent dan ook toepassen als Engels lezen? Dit hebben we onderzocht door studenten Engels (met Nederlands als moedertaal) te testen in het Engels. Het resultaat: de grammaticaliteitsillusie was terug, net als bij moedertaalsprekers van het Engels.

Intussen was gebleken dat die Psycholinguïsten uit Potsdam hetzelfde onderzoek al hadden uitgevoerd op Duitsers, met dezelfde uitkomst. Blijkbaar kunnen Nederlanders en Duitsers hun bijzondere taalvaardigheden niet gebruiken om complexe Engelse zinnen beter te begrijpen. Dat is misschien jammer voor ons, maar als ontdekking bleek het interessant genoeg om het dit jaar te mogen presenteren op de belangrijkste Europese conferentie voor Psycholinguïstiek (Architectures and Mechanisms for Language Processing) in Marseille.

De week van… Jos Joosten

Jos Joosten is hoogleraar Nederlandse Letterkunde bij de afdeling Nederlandse taal en cultuur.

jos

maandag 9 september

Na een aantal jaren voorzitterschap én deeltijd-onderzoeksverlof ga ik dit semester weer vol aan de bak in het onderwijs. Dat betekent vooral een week vol collegevoorbereidingen: PowerPoints afstoffen, teksten updaten, materiaal dat je al helemaal onder de knie hebt toch nog eens opnieuw bestuderen… Vooral dat laatste is eigenlijk merkwaardig. Ik had het er ooit met collega JO over: als iemand mij nu vraagt om ter plekke twee keer drie kwartier een hoorcollege te geven over het onderwerp van mijn proefschrift, dan doe ik dat uit mijn hoofd en waarschijnlijk helemaal nog niet slecht ook. Als iemand me vraagt om datzelfde onderwerp volgende week te behandelen in een hoorcollege, dan ga ik me toch weer uren zitten voorbereiden, dingen opzoeken, even kijken of het precies klopt wat ik zeg…
“De week van… Jos Joosten” verder lezen

Scriptie Erin Peters

Op donderdag 3 oktober ontvangt Erin Peters haar masterdiploma Letterkunde. Zij studeerde af op een scriptie over literatuurmethodes die gebruikt worden bij het schoolvak Nederlands. De begeleiding was in handen van Maaike Koffeman en Jeroen Dera. Hieronder kunt u een abstract lezen van Peters’ scriptie.

Van idee tot eindproduct
Een onderzoek naar de visie op het literatuuronderwijs die uit literatuurmethoden voor het schoolvak Nederlands spreekt 

Vondel, Bredero, Cats, Couperus, Emants, Mulisch, Hermans, Reve, Zwagerman of Wieringa? Canoniek of niet-canoniek? Welke auteurs, literaire werken en eeuwen verdienen de meeste aandacht? Wat voor soort opdrachten moeten de leerlingen uit het voortgezet onderwijs maken? Wat moeten zij kennen en kunnen? Auteurs van literatuurmethoden moeten veel keuzes maken voordat ze een lesmethode in elkaar kunnen zetten. Hun keuzes komen onder andere voort uit het soort benadering dat zij aanhangen. Kiezen zij voornamelijk voor een historische, tekstgerichte, contextgerichte of juist leerlinggerichte benadering?

In mijn masterscriptieonderzoek staat de volgende onderzoeksvraag centraal: welke visie(s) op het literatuuronderwijs spreekt (spreken) uit literatuurmethoden voor het schoolvak Nederlands? Om op deze vraag antwoord te geven heb ik drie literatuurmethoden voor het schoolvak Nederlands onderzocht, namelijk Literatuur [NU] van Noordhoff, Laagland, literatuur & lezer van ThiemeMeulenhoff en Literatuur, geschiedenis en theorie van Malmberg. Het theorieboek, en eventueel het aanwezige opdrachtenboek, heb ik integraal bestudeerd, maar de bijbehorende websites zijn buiten beschouwing gelaten. Het onderzoeksmateriaal leverde een uitgebreid corpus op, want ik heb alle auteurs en literaire werken die aan bod komen in de methode genoteerd en gecategoriseerd. Ik heb de volgende categorieën gehandhaafd: is de auteur/het werk gesignaleerd of uitgebreid besproken; in welke periode heeft de auteur gepubliceerd; is de auteur canoniek; is de auteur nog actief en levend; welke nationaliteit heeft de auteur; valt het literaire werk onder het genre poëzie, proza of toneel? Deze categorieën heb ik gebaseerd op kenmerken die Tanja Janssen (1998) aan verschillende soorten benaderingen koppelde. Daarnaast heb ik ook alle oefeningen gecategoriseerd op basis van deze kenmerken.

Uit de resultaten kwam per literatuurmethode een duidelijk profiel naar voren. Het lesboek Literatuur [NU] is opgezet vanuit een sterk leerlinggerichte benadering: er wordt veel aandacht besteed aan de mening en leeservaringen van de leerling. In een gesprek met de uitgeverij kwam dan ook naar voren dat het lesboek voornamelijk bedoeld is om de leerling te enthousiasmeren voor literatuur(geschiedenis). Achter Laagland, literatuur & lezer gaan vooral een leerling- en tekstgerichte benadering schuil. Een scala aan auteurs en literaire werken passeert de revue en de bijbehorende oefeningen zijn gericht op het doorgronden van de literaire werken, maar er is ook aandacht voor de visie van de leerling. Tot slot is gebleken dat Literatuur, geschiedenis en theorie juist vanuit een tekstgerichte benadering is opgezet: 49% van de oefeningen was aan deze benadering te koppelen. De leerlinggerichte benadering is nauwelijks tot uiting gekomen in dit lesboek. Dit sluit aan bij de visie van de auteur, Jo Dautzenberg (1944-2009), die een uitgesproken mening over het literatuuronderwijs had. Zo stelde hij in een interview met Trouw (22-11-2003): “Het laat me tamelijk koud of leerlingen gaan lezen. Ik wil ze culturele eruditie meegeven.” Deze visie is dus duidelijk terug te vinden in zijn literatuurmethode. Er is amper aandacht voor de (mening van de) leerling: slechts één van de 1099 oefeningen deed een beroep op de leeservaring van de leerling.

De literatuurmethoden verschillen dus in hun focus. Dit betekent overigens niet dat de andere benaderingen niet tot uiting komen in de methoden, integendeel. Kenmerken van alle vier de benaderingen zijn erin terug te vinden, maar de onderlinge verhoudingen verschillen aanzienlijk.

Tot nog toe is er (te) weinig onderzoek gedaan naar literatuurmethoden voor het schoolvak Nederlands. Deze lacune heb ik enigszins proberen te dichten door de visie van methodeontwikkelaars op het literatuuronderwijs bloot te leggen. Aan de hand van mijn onderzoeksresultaten zouden de secties een gefundeerde keuze kunnen maken: welke literatuurmethode past het beste bij hun eigen visie op het literatuuronderwijs? De methodeontwikkelaars moeten veel vragen beantwoorden bij het opzetten van een methode, zoals al bleek uit mijn inleiding. Hun visie op het literatuuronderwijs beïnvloedt uiteindelijk het eindproduct: welke (canonieke) auteurs en literaire werken passeren de revue en wat voor soort opdrachten bieden zij hun gebruikers (docenten en leerlingen) aan?