Interscience-bijeenkomst over identiteit in Delft op 18 april

Op donderdag 18 april, 19-21 uur organiseert De Jonge Akademie een Interscience-bijeenkomst over het thema Identiteit. De bijeenkomst vindt plaats op een historische locatie: de Prinsenhof te Delft.

Sprekers zijn: Lotte Jensen, Adriaan van Dis, Quentin Bourgeois en Virginia Dignum.

De bijeenkomst is gratis, maar je moet je wel van tevoren aanmelden.

Meer informatie : https://www.knaw.nl/nl/actueel/agenda/interscience-de-jonge-akademie-identiteit

Profielwerkstukken masterclass 26 april: ‘Babyonderzoek: ontwikkeling van taal’

Zit je in 5 of 6 VWO? Ben je op zoek naar een interessant onderwerp voor jouw profielwerkstuk? En ben je geïnteresseerd in hoe baby’s en (jonge) kinderen taal leren of misschien in de ontwikkeling van ander communicatief gedrag, zoals wijzen of beurtwisselingen? Of wil je weten hoe je onderzoekt hoe de taalontwikkeling verloopt bij kinderen met een taalontwikkelingsstoornis?

Neem dan deel aan één van de unieke masterclasses: ‘Babyonderzoek: ontwikkeling van taal’, georganiseerd door de onderzoeksgroep First Language Acquisition.

Tijdens deze masterclass wordt aandacht besteed aan het opstellen van een goede en haalbare onderzoeksvraag op het gebied van taalverwerving en aan hoe taalonderzoek bij kinderen in zijn werk gaat. Welke methodes zijn er? Hoe kun je welke aspecten van de taalontwikkeling onderzoeken? Daarnaast kun je al je vragen over je eigen profielwerkstuk stellen in een gesprek met een van onze experts. Zij helpen je verder op weg met de aanpak van je eigen onderzoek.

De eerstvolgende masterclass vindt plaats op donderdag 26 april 2018.

Inschrijving is geopend! Klik hier om je in te schrijven!

Meer informatie? Klik hier!

Nog vragen? Je kunt contact opnemen met Nadine de Rue via n.derue(at)let.ru.nl of Paula Fikkert via p.fikkert(at)let.ru.nl

 

AWIA symposium 2018

  1. Op 4 en 5 oktober 2018 organiseert de Anéla Werkgroep Interactieanalyse (AWIA) haar 14e symposium. Dit keer is het symposium te gast bij de Radboud Universiteit. De buitenlandse gast die centraal staat tijdens de eerste dag van het symposium is Prof. Anssi Peräkylä (University of Helsinki), die heeft gekozen voor het volgende thema : ‘Psychotheraypy, psychiatry and emotions’ (voor een uitgebreide toelichting, klik hier). Hij zal twee lezingen geven passend bij het thema en een datasessie leiden. De tweede dag is gereserveerd voor onderzoekspresentaties.

 

“AWIA symposium 2018” verder lezen

Symposium & boekpresentatie ‘Van Constantijntje tot Tonio’

Op donderdag 26 april 2018 van 15.00-17.00 uur vindt een symposium plaats rondom de verschijning van de bundel Van Constantijntje tot Tonio. Het dode kind in de Nederlandse literatuur (onder redactie van Rick Honings, Olga van Marion en Tim Vergeer). Het symposium wordt gehouden in de Vossiuszaal van de Universiteitsbibliotheek, Witte Singel 27 te Leiden.

Een onderbelicht genre

Al in de vroegmoderne tijd wist Joost van den Vondel zijn publiek diep te raken met het gedicht over zijn overleden zoontje Constantijntje. Ook in de negentiende eeuw uitten vele dichters het verdriet om hun gestorven kinderen in hun werk, zoals Willem Bilderdijk, Hendrik Tollens en François HaverSchmidt. Recentelijk is er een ware hausse aan ‘dodekindliteratuur’. Denk maar eens aan Schaduwkind van P.F. Thomése, Contrapunt van Anna Enquist, Tonio van A.F.Th. van der Heijden én zelfs De kleine blonde dood van Boudewijn Büch. Het zijn voorbeelden van een onderbelicht, maar aangrijpend en intiem genre in de Nederlandse literatuur.
Deze verzameling essays over romans en gedichten waarin (verwerking van) de dood van een kind centraal staat, sluit aan bij de huidige internationale belangstelling in kunst en literatuur voor representations of childhood death. De bundel biedt een overzicht van hoe het dode kind in de loop der tijd is gepresenteerd in de Nederlandse literatuur, vanaf de middeleeuwen tot nu.

“Symposium & boekpresentatie ‘Van Constantijntje tot Tonio’” verder lezen

Maak kennis met…Lilian Nijhuis

Mijn naam is Lilian Nijhuis (1995) en op 1 februari 2018 ben ik begonnen als promovendus bij de afdeling Nederlands. Mocht mijn naam u bekend voorkomen, dan komt dat waarschijnlijk doordat ik al sinds september 2013 op de afdeling rondliep als student. Na mijn bachelor Nederlandse Taal en Cultuur heb ik de researchmaster Literary Studies gedaan, eveneens hier aan de Radboud Universiteit – met kleine uitstapjes naar de Universiteit van Amsterdam en Universiteit Utrecht.

Ik doe onderzoek binnen het project ‘Dealing with Disasters’, dat de afgelopen weken – in de vorm van aankondigingen en voorstelstukjes van Marieke, Fons, Adriaan en Hanneke – al meermaals voorbijgekomen is op dit weblog. Mijn proefschrift zal gaan over het verband tussen (natuur)rampen en lokale en nationale identiteitsvorming in de zeventiende-eeuwse Republiek. Als enige neerlandicus naast drie historici zal ik mij in mijn promotieonderzoek in het bijzonder richten op letterkundige bronnen zoals gedichten en toneelstukken.

“Maak kennis met…Lilian Nijhuis” verder lezen

Lezing door prof. Wannie Carstens: Why don’t we just all speak English?

Prof. Wannie Carstens (Zuid-Afrika) geeft op 19 april een lezing aan de RU:

“Why don’t we just all speak English?” (Waarom praat ons almal nie maar net Engels nie?)

Suid-Afrika is sedert 1994 in ʼn tyd van oorgang – op verskeie vlakke. Enige persoon wat die nuus oor gebeure in SA volg, sal hiervan bewus wees. Dit raak egter ook taal, en nie net politiek en sosio-ekonomiese aangeleenthede nie.

SA het ʼn komplekse taalbeleid, want die land het naamlik elf amptelike tale. Talle mense vra inderdaad die vraag: Hoe kry julle dit reg om mekaar te verstaan? Is die oplossing vir die potensiële taalverwarring nie dan maar eenvoudig dat almal Engels praat nie?

In die lesing sal ek kortliks verduidelik wat die taalopset in die land behels: beleid, beleidsbeginsels, sprekers van tale, probleme wat ervaar word. En dan sal ek argumenteer waarom Engels juis nié die aller oplossing is nie. “Lezing door prof. Wannie Carstens: Why don’t we just all speak English?” verder lezen

Een gastlezing in Leuven, oftewel: Het belang van het Oosten

Door Paul Hulsenboom

“Zoals altijd waren daar mensen die bijzonder bekwaam waren in alle wetenschapsgebieden. Er was daar een groot aantal professoren, bachelors, masters en doctoren, alsook studenten uit verschillende landen.”

Afgelopen week was ik in Leuven, om daar aan de universiteit een gastlezing te geven. Bovenstaand citaat gaat over die universiteit en zou zomaar uit mijn dagboek kunnen komen, als ik een dagboek had, want het is zeer toepasselijk. Toch is het geen recent citaat, eerder het tegenovergestelde: het zijn de woorden van Jakub Sobieski (spreek uit Jakoeb Sobjeskie), een Poolse edelman, die Leuven in 1609 bezocht en zijn bezoek zo’n 35 jaar later beschreef als reisinstructie voor zijn zonen, Marek en Jan (de latere koning van Polen, overigens), die eenzelfde tour door Europa ondernamen als hun vader. Jakubs reisverslag is een van de talrijke bronnen die getuigen van de populariteit van Leuven en andere ‘Nederlandse’ universiteiten, zoals Leiden en Groningen, onder Poolse edellieden in de eerste helft van de 17de eeuw.

Op uitnodiging van Prof. Kris Van Heuckelom, docent bij de opleiding Slavistiek en expert op het gebied van de Poolse taal en cultuur, reisde ook ik nu af naar Leuven (toegegeven, een dergelijke reis heeft in 2018 minder om het lijf dan in 1609, om maar te zwijgen van het feit dat ik niet uit Polen, maar uit Nederland kwam, maar de vergelijking met Sobieski dringt zich hoe dan ook op). In de Justus Lipsiuszaal (vernoemd naar de beroemde 16de-geleerde die onder meer vele Poolse studenten aantrok en bijzonder populair was in Polen) sprak ik een vijftiental studenten Slavistiek toe over mijn promotieonderzoek: om te beginnen een theoretisch en methodologisch gedeelte over wat ik doe, waarom ik dat doe en hoe ik dat doe, en na de pauze een presentatie van mijn voorlopige resultaten. Zo vertelde ik in het eerste gedeelte over het belang van onderzoek naar (nationale) stereotypen, het ontstaan van concepten als West- en Oost-Europa en de uitdagingen van mijn onderzoek, zoals het ontcijferen van 17de-eeuwse handschriften. Om de studenten van dit laatste een idee te geven, liet ik hen een Nederlands reisverslag uit 1635 bestuderen, geschreven naar aanleiding van een diplomatieke missie naar Polen. Hoewel het een behoorlijk lastig fragment betrof, konden de studenten er na een paar minuten al aardig mee uit de voeten: ze lazen bijvoorbeeld dat Joan Huydecoper, de auteur, onder de indruk was van de Poolse stad Toruń en dat hij een “japonse cottinch” had geschonken aan een Litouwse edelman, “om dat hij er sin in had”. Na bijna 400 jaar kwam Huydecopers tekst zodoende weer tot leven en konden de studenten proeven van wat mij betreft een van de spannendste en mooiste aspecten van mijn werk.

Mijn lezing had als hoofdtitel: “Quid enim in Belgio incultum?”, oftwel: “Wat is er immers onbeschaafd in België?” Het is een zinnetje uit een 17de-eeuws Latijns reisverslag van een Pool die de Nederlanden bezocht.

“Een gastlezing in Leuven, oftewel: Het belang van het Oosten” verder lezen

Van schuurpapier tot slagerstouw

Op woensdag 21 februari j.l. gingen de studenten van de tweedejaarscursus Letterkunde 6: Twintigste Eeuw op excursie. Student Djuna Bánki schreef een verslag.

Op woensdag 21 februari gingen we met alle studenten die het vak Letterkunde 6 volgen een dagje naar Den Haag. Op de planning stond een bezoekje aan de Bijzondere Collecties van de Koninklijke Bibliotheek en een rondleiding door het Museum Meermanno.

Na een voorspoedig verlopen treinreis zonder veel logistieke problemen werden we opgewacht door mevrouw De Feijter, die ons begeleidde naar de Koninklijke Bibliotheek. Nadat we onze jassen en tassen in de meest ingewikkelde kluisjes ooit gedeponeerd hadden, werd de groep in twee gesplitst. De ene helft ging mee met meneer Nieuwenhuis, die ons nog wat extra toelichting gaf op de essay-opdracht voor literaire theorie. De andere helft mocht mee met Paul van Capelleveen, de conservator Bijzondere Collecties.

Boek van Tom Lanoye, gebonden in tapijt.

Hij liet ons prachtige bijzondere drukken zien.  Deze varieerden van een boek Tom Lanoye, dat gebonden was in schuurpapier of tapijt met slagerstouw, tot een prachtige uitgave van Naenia van P.C. Boutens met tekeningen van Jan Toorop. Mijn persoonlijke favoriet was het boekje met handgeschreven gedichten van Hugo Claus en bijpassende tekeningen van Karel Appel. Een foto hiervan heb ik nog dezelfde dag op Instagram geplaatst om wat likes te scoren.

Handgeschreven gedichten van Hugo Claus, met bijpassende tekeningen van Karel Appel.

“Van schuurpapier tot slagerstouw” verder lezen

Congres over Maria van Gelre en haar gebedenboek – Call for papers

Het gebedenboek van Maria van Gelre (Berlijn SBB-PK Ms Germ qu 42 / Wenen ÖNB Cod. 1908), geschreven door Helmich die Lewe en in 1415 voltooid, en heel rijk verlucht, is om diverse redenen uitzonderlijk: de omvang van oorsponkelijk meer dan 600 folia, de rijke verluchting, de keuze voor de Nederrijnse volkstaal, en de bijzondere compilatie van gebeden en getijden. De afgelopen jaren heeft het boek centraal gestaan in een project waarin de Staatsbibliothek zu Berlin en de Radboud Universiteit hebben samengewerkt in het onderzoek, en dat geleid heeft tot een tentoonstelling die van 13 oktober 2018 – 6 januari 2019 plaatsvindt Museum Het Valkhof te Nijmegen. Het onderzoek heeft veel aan het licht gebracht over het omvangrijke en complexe gebedenboek, over het leven van Maria, hertogin van Gulik en Gelre, en over de cultuur in de hertogdommen Gelre, Gulik en Berg.

Ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Ik, Maria van Gelre. De hertogin en haar uitzonderlijke gebedenboek’ (13 oktober 2018 – 6 januari 2019 in Museum Het Valkhof, Nijmegen) organiseert de Radboud Universiteit in samenwerking met Museum Het Valkhof en de Staatsbibliotheek in Berlijn op 23 en 24 november 2018 een tweedaags symposium te Nijmegen.

“Congres over Maria van Gelre en haar gebedenboek – Call for papers” verder lezen