Neerlandistiek in Wrocław: dat smaakt naar meer!

Door Paul Hulsenboom

Een van de meest bloeiende studies Nederlands bevindt zich op plek, waar je dat op het eerste gezicht misschien niet direct zou verwachten. In de Poolse stad Wrocław (spreek uit ‘Vrotswav’; in het Duits Breslau, in het Latijn Wratislavia) maakte ik afgelopen week kennis met een grote afdeling Poolse neerlandici en tal van studenten. Hoewel ik de stad met name bezocht om onderzoek te doen en bibliotheken af te speuren naar voor mij interessant materiaal, en hoewel Wrocław bovendien een erg fraaie stad is, waren het deze neerlandici en studenten die op mij de grootste indruk maakten.

De Universiteit van Wrocław heeft de grootste afdeling Neerlandistiek van Polen, waar je voor de studie van het Nederlands ook terechtkunt in bijvoorbeeld Poznań en Lublin. De studie heeft inmiddels een lange geschiedenis, met wortels in de jaren ’60 van de vorige eeuw, en kent tegenwoordig een forse afdeling experts op het gebied van de Nederlandse, Vlaamse en Zuid-Afrikaanse (vanaf nu voor het gemak samengevat als ‘Nederlandse’) taal, literatuur en cultuur. Dat de afdeling zo groot is, is mede te danken aan de populariteit van de studie: jaarlijks schrijven zich in Wrocław tientallen nieuwe studenten in, die zich vijf jaar lang toeleggen op het doorgronden van de Nederlandse grammatica, spraakkunst, geschiedenis en letterkunde. Tijdens mijn korte verblijf heb ik kennis mogen maken met het enthousiasme en niveau van deze Poolse neerlandici in spe.

Het hoofdgebouw van de Universiteit van Wrocław.

De eerste keer gebeurde dat toen ik een gastcollege gaf aan een groep eerstejaars. Ik had vooraf contact gehad met dr. Jan Urbaniak, een expert op het gebied van 18de-eeuwse Nederlandse tijdschriften, die mij had uitgenodigd een lezing te verzorgen binnen zijn vak over de Nederlandse cultuur. Op mijn vraag hoeveel studenten ik kon verwachten, antwoordde hij dat de hoorcolleges niet verplicht waren, maar dat er altijd wel pakweg dertig studenten in de collegebanken zaten. Dertig eerstejaars die vrijwillig naar een hoorcollege komen – dacht ik – dat is fantastisch! Toen er vervolgens niet dertig, maar veertig studenten voor mijn neus zaten, was ik helemaal onder de indruk. Ik gaf college in het Pools, omdat de studenten pas sinds een half jaar Nederlands leren, maar hun kennis van de taal bleek al heel behoorlijk. In het laatste gedeelte van de anderhalf uur durende lezing besprak ik klassikaal een aantal regels uit een gedicht van Vondel, dat hij in 1635 schreef naar aanleiding van een vredesovereenkomst tussen Polen en Zweden. Niet alleen waren de studenten goed in staat tot het voorlezen van het 17de-eeuwse Nederlands, ook kwamen ze met wat hulp al gauw tot een kloppende vertaling. Een bijzonder enthousiaste studente kwam tijdens de pauze zelfs praten over Polen die in de 17de eeuw emigreerden naar de Republiek, en zei dat ze daar de komende maand archiefonderzoek naar gaat doen.

Het gastcollege voor de eerstejaars studenten.

Vervolgens schoof ik aan bij een tweedejaars college, eveneens van Jan Urbaniak, waarin de Nederlandse grammatica en spraakkunst centraal stonden. Het thema van de dag luidde: het verkeer. Ruim drie uur lang spraken de studenten over allerhande verkeerssituaties, bijvoorbeeld op de weg of op het vliegveld. Daarnaast deden ze grammaticaoefeningen, waarbij ze onder andere werkwoordsvormen moesten aanvullen. Wederom stond ik te kijken van het niveau: binnen anderhalf jaar waren de studenten het Nederlands zo machtig geworden, dat er gedurende het hele college vrijwel geen woord Pools viel. Terwijl bij mijn gastlezing bovendien was gebleken dat sommige studenten een passie hebben voor de Nederlandse cultuur, maakte ik hier kennis met een andere motivatie: goede carrièremogelijkheden. Een van de studenten legde uit dat ze voor de studie gekozen had, omdat grote bedrijven in Polen op zoek zijn naar mensen die de Nederlandse taal beheersen.

De afdeling in Wrocław nodigt geregeld neerlandici uit om gastcolleges te geven. Uit ervaring kan ik nu zeggen: ga naar die mooie stad, maak kennis met onze Poolse collega’s en de gemotiveerde studenten, en je zult niet teleurgesteld zijn. Bovendien huist de universiteitsbibliotheek een schat aan oud-Nederlandse drukken en handschriften, die uitnodigen tot nader onderzoek. Ik keer zeker nog vaker terug!