Jeroen Dera over de praktijk van de leeslijst

Vorige week publiceerde onze collega Jeroen Dera bij Stichting Lezen het rapport De praktijk van de leeslijst: Een onderzoek naar de inhoud en waardering van literatuurlijsten voor het schoolvak Nederlands op havo en vwo. Op basis van een grootschalige enquête onder 1616 examenkandidaten havo/vwo levert Dera daarin empirische data aan die de verwoede discussies over het Nederlandse literatuuronderwijs van een stevige kennisbasis kunnen voorzien.

Zijn conclusies haalden het landelijke nieuws, met artikelen in onder meer NRC en De Telegraaf; radio-interviews in onder andere Nieuwsuur en De Taalstaat​; en een nieuwsitem op NOS Stories op Instagram.

Hieronder hebben we de belangrijkste conclusies uit het onderzoek op een rijtje gezet:

Leerlingen zijn positief over hun leeslijst en lezen een groot deel daarvan

De respondenten uit dit onderzoek zijn redelijk positief over de boeken op hun literatuurlijst. Met gemiddeld een 6,7 geven zij de geselecteerde titels een ruime voldoende. Bovendien lezen zij een groot deel van de werken op hun literatuurlijst. De examenkandidaten schatten dat zij gemiddeld 76,6% lazen van de titels op hun lijst. Van de geselecteerde werken werd een ruime meerderheid van 63,2% volledig door leerlingen gelezen.

De meestgelezen boeken zijn niet de meest gewaardeerde boeken

De tien meestgelezen boeken onder examenkandidaten havo en vwo tezamen zijn achtereenvolgens Het gouden ei van Tim Krabbé, De aanslag van Harry Mulisch, Karel ende Elegast(auteur onbekend), Het diner van Herman Koch, Hersenschimmen van J. Bernlef, De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans, Van den Vos Reynaerde van Willem, Max Havelaar van Multatuli, Turks fruit van Jan Wolkers en Sonny Boy van Annejet van der Zijl. Canonieke literaire werken nemen in deze ranglijst een voorname positie in.

Het onderzoek laat evenwel zien dat deze meestgelezen werken niet de meest gewaardeerde werken onder leerlingen zijn. In de ranglijst van 25 meestgelezen boeken op havo en vwo staat niet één titel uit de top 10 van hoogst scorende teksten onder leerlingen, die wordt aangevoerd door De engelenmaker van Stefan Brijs (gemiddeld leerlingoordeel 8,1). Van de laagst scorende tien teksten onder leerlingen staan er daarentegen drie in de top 25 van meestgelezen boeken op het vwo. Steeds betreft het daarbij canonieke teksten die vaak verplicht gelezen worden: Karel ende ElegastWarenar van P.C. Hooft en Kaas van Willem Elsschot. Met name teksten van voor 1880 scoren onder leerlingen relatief laag, met gemiddeld een 6,0. Dat is een significant verschil ten opzichte van het totaalgemiddelde van 6,7.

De gemiddelde leeslijst is weinig divers

De boeken die leerlingen selecteren voor hun literatuurlijst zijn bijzonder heterogeen: de enquête leverde 1642 verschillende werken van 725 unieke auteurs op. Waar er dus veel diversiteit is in de gekozen titels, is er in het literatuuronderwijs juist weinig sprake van culturele diversiteit. Op de gemiddelde leeslijst is de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke auteurs grofweg 3:1, terwijl het percentage auteurs met een niet-westerse achtergrond op het geheel zeer gering is (4,2%). In die zin lijkt het literatuuronderwijs vooral het beeld van een witte, mannelijke auteur te mediëren. Ook de Vlaamse literatuur is in het Nederlandse onderwijs ondervertegenwoordigd, met een aandeel van 7,3% op de totale selecties. Het percentage teksten van buiten het Nederlandse taalgebied is verwaarloosbaar (0,9%). Een ruime meerderheid van de gekozen teksten (59,7%) is geschreven door een auteur die ten tijde van de enquête nog in leven was. De vaker gehoorde claim dat het literatuuronderwijs vooral over dode schrijvers gaat, moet dus worden verworpen.

Er bestaan verschillen in prestatie, leesgedrag en leeswaardering tussen verschillende groepen leerlingen

Uit het onderzoek blijkt dat vwo-leerlingen hoger scoren op hun schoolexamen literatuur dan havoleerlingen. Ook willen zij vaker dan havoleerlingen Nederlandse literatuur blijven lezen na het
afronden van hun middelbare school. Er zijn echter geen verschillen tussen havo- en vwo-leerlingen in de cijfers die zij toekennen aan hun leeslijst en in het percentage van hun literatuurlijst dat zij daadwerkelijk lezen.

Er zijn ook verschillen tussen jongens en meisjes. Meisjes scoren hoger voor hun schoolexamen literatuur dan jongens, willen vaker na hun examen blijven lezen en lezen een significant groter deel van hun literatuurlijst dan jongens. Zulke verschillen zijn er niet voor westerse versus niet-westerse leerlingen. Wel zijn er verschillen te constateren voor leerlingen met uiteenlopende profielen. Leerlingen met een Cultuur & Maatschappij-profiel en leerlingen met een dubbelprofiel Natuur & Gezondheid/Natuur & Techniek willen het vaakst Nederlandse literatuur blijven lezen na hun middelbare school.

Er bestaan verschillen in leeswaardering tussen verschillende groepen boeken

Het onderzoek laat zien dat boeken geschreven door vrouwelijke auteurs iets hoger scoren dan boeken geschreven door mannelijke auteurs. Eenzelfde kleine, maar significante voorsprong hebben niet-westerse auteurs op westerse auteurs. Recente literatuur scoort onder leerlingen significant hoger dan oudere literatuur, ook wanneer de periode 1950-1999 vergeleken wordt met de periode 2000-heden. Verder zijn er duidelijke waarderingsverschillen tussen genres waarneembaar. Leerlingen waarderen jeugdboeken en thrillers significant hoger dan romans, poëzie en toneel. Tegelijkertijd waarderen ze romans significant hoger dan poëzie.