Impressie: tweedejaars uitstapje naar Den Haag – stad van de Letteren

door Laudy van den Heuvel en Ruth Pasternak

Als afsluiter van de tentamenweek mochten de tweedejaars studenten Nederlands op vrijdag 4 april een kijkje nemen in de ‘boekenhemel’: we brachten een bezoek aan de Koninklijke Bibliotheek en het Letterkundig Museum in Den Haag. Fris en fit zaten we rond negenen in Nijmegen in de trein. Alhoewel: een aantal trage lopers miste de aansluiting in Utrecht. Verdere organisatorische rampen bleven gelukkig uit. Eenmaal aangekomen in Den Haag werden we hartelijk zwaaiend verwelkomd door het ontvangstcomité: Anja de Feijter. Zij had er ontzettend veel zin in en wij – met een gezellige treinreis achter de rug – inmiddels ook.

foto 1

De ochtend brachten we in de immense Koninklijke Bibliotheek door. In gezelschap van Anja de Feijter, Esther Op de Beek en Martine Veldhuizen trokken we door de bieb. Tussentijds werden we verrast door de aanwezigheid van een welbekend gezicht: Sophie Reinders in haar kenmerkende bloemenjurk. Conservator Paul van Cappelleveen liet ons enkele topstukken uit de Nederlandse boekencollectie zien, waaronder het werk van Anthonis de Roovere en Van Maerlants ‘Der naturen bloeme’, waarin wel zeer bijzondere vissen stonden: waterbeestjes, geportretteerd zoals de overlevering het verteld had, een zwaardvis met een ridderlijk hoofd en een zwaard in de hand en een zeemeermin met een vissenlijf en vrouwelijk bovenlichaam. Paul toonde ons vervolgens een boek dat bij het openslaan een doos voor meerdere mini-boekjes bleek te zijn. Dit verrassingsboek werd cadeau gegeven aan een zoontje van een Zeeuwse handelaar. In minuscuul schrift stonden er allerlei zedelijke tekstjes in geschreven, opdat het zoontje net zo succesvol zou worden als de vader. We zagen dat middeleeuwse boeken eigenlijk een product zijn van verschillende tijden. Sommige perkamenten wondertjes waren namelijk voorzien van negentiende-eeuwse chique boekbanden. Paul was zeer enthousiast en eenmaal op dreef kon hij niet meer stoppen. De boeken werden voorzichtig neergelegd op een groot kussen, zodat de band niet beschadigde. Er was één uitzondering: de drie liedboekjes van Anna Bijns mochten we eigenhandig doorbladeren!

1010144_10203504397959330_6980473284886363728_nHet tweede onderdeel van de ochtend  werd verzorgd door rondleider Martijn. We doken in de kelders van de bibliotheek, waar ‘voetbalvelden aan boeken’ zijn opgeslagen en waar zo’n vijftien meter aan boekenkasten bijkomen. De inhoud van het depot was verbazingwekkend. Werkelijk alles wat een ISBN-nummer bevat wordt opgeslagen: van Dribbels kaartspel, Barack Obama’s speeches, belastingwijzers uit de jaren negentig, studieboeken over watermanagement, kookboeken, boeken van Jan Terlouw en Pinkeltjes aan toe.

De ogen waren voor nu even verzadigd en de benen werden moe: de pauze was zeker nodig voordat we het Letterkundig Museum zouden bezoeken. Gelukkig begon het museumbezoek al zittend, terwijl twee medewerkers, Daan Cartens en Dick Welsink, ons het reilen en zeilen van het museum vertelden: de bezuinigingen hadden ook hen zeer geraakt (hoe kan het ook anders), maar er was nog reden genoeg om trots te zijn. Het museum in Nederland werd nog altijd beter bezocht dan het letterkundemuseum in Budapest, aldus de mannen, lachend. 10001414_10203504392519194_7766000778472825417_nDe rondleiding door het museum startte in de Nationale Schrijversgalerij: een enorme ruimte, vol met allerlei (zelf)portretten (en anderhalve foto) van op alfabet gerangschikte schrijvers, geïnspireerd op de National Portret Gallery in Londen. Niet alle portretten waren herkenbaar, maar het ietwat vreemde zelfportret van Arnon Grunberg spande de kroon, mits deze man lijkt op wat verfvegen en lukraak geplaatste letters op doek.

Volgens Esther Op de Beek bestaat er overigens een leuke app, waarop nog eens alle schrijvers bij de schilderijen worden genoemd.* Een volgende zaal, Het Pantheon, toonde ons de hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur via beeldschermen met ronde luistertelefoontjes, vitrinekasten met schrijfprocessen, een doolhofje met felgekleurd verlichte glasplaten waarop gedichten te lezen waren en glazen bakken met knopjes waarop je kon drukken, waardoor er platen met materiaal omtrent de schrijver verschenen. De tijd vloog, want haastig stuurde Daan ons naar de tentoonstelling over Het Stenen Bruidsbed van Mulisch: “Het zou jammer zijn als we dat moeten missen!”. De tentoonstelling bestaat met name uit een film, waarin het boek als het ware wordt ‘uitgelegd’. Het was een mooie gelegenheid om de vermoeide benen weer even de lucht in te gooien. Het museumbezoek eindigde met een bezoekje aan de zes immense beschilderde wandpanelen, speciaal gemaakt voor het Letterkundig Museum door Lucebert in 1983. “Onthoudt: deze panelen zijn speciaal gemaakt voor deze ruimte. De ruimte is dus zéér belangrijk voor de betekenis van deze werken. Dat relativeert het begrip autonomie maar weer,” aldus Anja. 1010005_10203504393279213_6774346633698473588_nAnja had het overigens nog over een zeer charmante foto met haar en Lucebert bij de onthulling van de desbetreffende panelen..
Al met al is het Letterkundig Museum zeer zeker een bezoek waard. De tentoonstelling is prachtig opgezet en het vleugje interactiviteit draagt daar zeer zeker aan bij. Deze excursie naar Den Haag was absoluut een prima afsluiting van de tentamenweek!

* de tip van Esther op de Beek, een PortrettenApp van het Letterkundig Museum:
http://www.letterkundigmuseum.nl/Nieuws/Nieuws.aspx?ItemId=136.