Grondige update van grammatica-naslagwerk ANS

Wat waren ook alweer voorzetsels?

Wat voor vormen van ontkenning (negatie) zijn er?

Hoe zat het met actieve en passieve zinnen?

De Algemene Nederlandse Spraakkunst, of kortweg ANS, geeft al sinds 1984 antwoord op deze, en nog veel meer vragen over Nederlandse grammatica. Het is een naslagwerk voor scholieren, docenten, studenten, academici en professionals die veel met tekst werken.

In eerste instantie was de ANS een boek (herzien in 1997), maar in 2002 verscheen een online gratis raadpleegbare versie beschikbaar gekomen, de E-ANS (http://ans.ruhosting.nl/e-ans), die inhoudelijk identiek is aan de gedrukte versie van 1997.ANS

Sinds die tijd zijn er uiteraard nieuwe inzichten over de Nederlandse taal bij gekomen. Er is meer bekend over individuele taalverschijnselen, maar ook over de grammaticale samenhang daartussen. Daarnaast is de Nederlandse taal de afgelopen 20 jaar veranderd.

Daarom is op 1 oktober 2015 een grondige update van de E-ANS gestart. Het project is een samenwerking van taalkundigen van twee Nederlandse en twee Vlaamse universiteiten: de Radboud Universiteit te Nijmegen, de Universiteit Leiden, de Universiteit Gent en de Katholieke Universiteit Leuven. Het project wordt in belangrijke mate gefinancierd door de Nederlandse Taalunie.

De nieuwe E-ANS zal een betrouwbare en geactualiseerde grammaticale beschrijving van de hedendaagse taalrealiteit bieden. Veel aandacht zal worden besteed aan bruikbaarheid binnen flexibele digitale omgevingen, inclusief zoek- en navigatiemogelijkheden voor de verschillende categorieën van gebruikers. Het onderwijs is daarbij een belangrijke doelgroep.

Er zal aansluiting worden gezocht bij vergelijkbare projecten voor andere doelgroepen, zoals de Engelstalige wetenschappelijke grammatica van het Nederlands die deel uitmaakt van het Taalportaal. Het project loopt tot 2019, maar de eerste resultaten worden al verwacht in de tweede helft van 2016.

Voor de herziening van de E-ANS zullen binnenkort nieuwe medewerkers geworven worden.

Voor meer informatie:

J. van Hoorde, Nederlandse Taalunie, jvanhoorde@taalunie.org

dr W. Haeseryn, Radboud Universiteit Nijmegen, w.haeseryn@let.ru.nl