Excursie Brugge en Amsterdam: metropolen van het boek

De mastercursus Brugge en Amsterdam: metropolen van het boek gaat over het middeleeuwse en vroegmoderne boekbedrijf en hoe mensen daar vroeger mee omgingen. Om dichter tot het boekbedrijf van vroeger te komen, bezochten zeven studenten en twee docenten de Vlaamse stad Brugge. Tijdens deze tweedaagse excursie doken zij in oude boeken en handschriften in het Brugse archief en de bibliotheek, maakten ze een stadswandeling en bezochten ze enkele musea. Twee weken later deed de mastergroep ook Amsterdam aan. De studenten schreven over hun persoonlijke hoogtepunten tijdens deze excursies.

2

 

De historische sensatie die mij kippenvel bezorgt

(Willemijn Krabbenborg)

Tijdens onze excursie naar Brugge hebben we veel oude schatten van de stad gezien. Dit waren voornamelijk boeken (we studeren niet voor niets letterkunde), maar ook gebouwen, schilderijen, beelden, enzovoort. Ik vind het heerlijk om al die oude schatten te bekijken. Als ik een boek uit de vijftiende eeuw in mijn handen heb, durf ik het bijna niet aan te raken omdat dit in mijn ogen heel waardevol is. Als ik dan toch de pagina’s om ga slaan en de inkt, het handschrift en de illustraties bestudeer, heb ik het idee dat je een kijkje krijgt in een andere wereld. In de wereld van hoe het geweest moet zijn toen het boek geschreven is. Wie is de auteur? Waar komt hij vandaan? Hoe zag zijn leven eruit?; dat zijn vragen die dan in mij op komen. Vaak zijn er ook nog aantekeningen gemaakt in het boek, door een lezer. Zodra ik zo’n boek in mijn handen heb, heb ik het idee dat ik een voorwerp vast heb dat meer herinneringen heeft dan ik, al veel langer op de aarde is dan ik. Waar is zo’n boek wel niet allemaal geweest, wat heeft het allemaal wel niet meegemaakt? Dit geeft mij het gevoel dat dit het dichtste is dat ik bij de geschiedenis kan komen, de beste manier om een kijkje te krijgen in het leven van vroegere tijden.

En dit voelt heel bijzonder. Het interesseert mij altijd om te zien hoe we op het punt waar we nu zijn, zijn gekomen. Brugge was een van de grootste handelssteden in de wereld in de vijftiende eeuw. Hoe moet het zijn om in zo’n bloeiende stad te hebben geleefd?

Het beste antwoord dat op die vraag werd gegeven tijdens de excursie, was het ‘toetje’ dat we in het Sint-Janshospitaal ontvingen. Bij de inleiding liet de conservator Ruud Priem weten dat hij iets speciaals voor ons in petto had; een deel van het museum dat niet toegankelijk was voor de bezoekers. Het zou gaan om een zolder die onveranderd was gebleven sinds de vijftiende eeuw. Als je dit hoort als student ben je benieuwd, maar eigenlijk lijkt dit heel onwerkelijk. Gaandeweg onze tour door het Sint-Janshospitaal realiseerde ik me wat een schatten zich in dit museum bevinden. Het hospitaal is al actief sinds de 12e eeuw, en is pas volledig een museum geworden in de jaren ’70 van de twintigste eeuw. Er is dus een hoop gebeurd op deze plek, en dat realiseer je je meer en meer als je er doorheen loopt.

IMG_4771

Toen was het moment daar: Ruud Priem bracht ons naar ons toetje. Hij haalde een deur van het slot en er kwam een oude trap tevoorschijn. Ik kon merken dat ik er de kriebels van kreeg, en toch een beetje zenuwachtig werd. Hier gaan we dan. We liepen allemaal snel de trap op, omdat deze nogal kraakte en we de angst om er doorheen te zakken niet helemaal van ons af konden zetten. Bovenaan de trap bevond zich dan de zolder. De houten barakjes (of ja, eigenlijk hokjes) waren nog intact, net als de houten vloer en de indeling van de rest van de ruimtes. Er bevond zich zelfs nog een vijftiende-eeuws toilet. En als je daar dan rondloopt, en je bedenkt dat mensen die in de vijftiende eeuw daar rondliepen ongeveer hetzelfde hebben gezien, en daar hebben geleefd, dat is onbetaalbaar. Ik weet nog dat ik dacht: dit is precies de waarom ik (oude) letterkunde ben gaan studeren. Dit is waar je het allemaal voor doet. Kippenvel over mijn hele lijf.

In onze eigen middeleeuwse wereld
(Laura Koenders)

Als Neerlandici zich in Brugge bevinden, dan kan het ook haast niet anders dat zij ook een bezoekje brengen aan de Openbare Bibliotheek, die zich in het stadscentrum bevindt. Wij kwamen hier om een aantal middeleeuwse werken te zien uit haar collectie. Deze bibliotheek staat namelijk bekend om de belangrijke collecties afkomstig uit de middeleeuwse kloosters van Ter Doest en Ten Duinen. Nadat we wat werken te zien kregen mochten we zelf aan de slag met deze boeken. Na een volle dag al in Brugge te zijn geweest en met name veel te hebben geluisterd was het wel even een verademing om zelf in de boeken te mogen duiken. Het was de bedoeling om zoveel mogelijk op te schrijven wat je zag en hieruit bepaalde conclusies te trekken. Aan het handschrift kan je bijvoorbeeld achterhalen wanneer het is geschreven, aan de kleuren en de marges van de pagina kan je iets zeggen over de maatschappelijke status van de toenmalige bezitter en soms kan je zelfs achterhalen wie de bezitter was, als de naam voorin of achterin staat geschreven.

De groep werd al snel opgedeeld toen we te horen kregen dat er gekozen mocht worden tussen gebedenboekjes en kronieken. Ik koos voor een gebedenboekje, aangezien ik de vorige dag al had gezien hoe mooi deze konden zijn.

1 2Na snel nog wat water achterover geslagen te hebben (o wee als er binnen een meter van deze boekjes vloeibare dranken te zien waren) en wat heen en weer gegooi met kussens (niet om op te slapen, maar als bescherming voor de boeken) kon ik mijn gebedenboekje openen. Dat je in zo’n oud boekje, waarschijnlijk uit de 15e eeuw, mag bladeren is erg bijzonder. Je bent er eigenlijk haast te bang voor, omdat je jezelf afvraagt hoe het materiaal zich überhaupt zolang heeft goedgehouden. Bij de eerste oogopslag in het boekje wist ik het meteen: ik had een mooie te pakken. Het bevatte prachtige afbeeldingen met ontzettend felle kleuren, mooie versieringen en het middeleeuwse handschrift, waar ik altijd een zwak voor heb, was ook deze keer weer niet te overtreffen.

Na een tijd geheel verzonken te zijn geweest in de wereld van dit gebedenboekje, keek ik op om te kijken hoe het mijn medestudenten afging; de een was heftig aan het schrijven, de ander een tekst aan het ontcijferen en weer een ander was in gesprek met de docent over haar gekozen werk. Het zelf doorspitten van een middeleeuws werk gaf ons verduidelijking over bepaalde zaken, riepen over andere weer vragen op, maar gaven ons vooral een goed inzicht over hoe er onderzoek kan worden gedaan naar zulke teksten. Pas als je deze werken in de hand hebt merk je hoe middeleeuwse werken hun eigen tijd nog ademen. We bevonden ons allemaal even in ons eigen middeleeuwse wereldje.

Hospitaalmuseum Brugge – de ziekenzaal
(Jessica Zeeman)

In het centrum van Brugge, aan de Mariastraat, ontwaar je als rondslenterende toerist een enorm complex waarop allerlei verschillende bordjes met museumnamen zijn bevestigd om je over te halen een museum binnen te gaan. Hoewel het Gruuthusemuseumbordje het hart van een Neerlandicus sneller zal doen kloppen, is het toch de moeite waard om eerst en vooral het Hospitaalmuseum te bekijken. De buitenkant van het Oud Sint-Janshospitaal (het complex) mag dan bijzonder zijn, de binnenkant van het Sint-Janshospitaal (het Hospitaal) doet er zeker niet voor onder. Maar waarom moet je hier nu precies geweest zijn?

Het bijzondere aan het Hospitaalmuseum is dat de ruimte niet alleen gebruikt wordt om kunst tentoon te stellen, maar dat het ook zichzelf tentoonstelt. Dat laatste geldt ook voor de indrukwekkende zolder boven de ziekenzaal, maar de kunst die daar te vinden is (een fotoserie), boeit een stuk minder dan de kunst in de ziekenzaal. Ondanks dat de ziekenzaal met zijn indrukwekkende houten pilaren, prachtige houtwerk in het dak en muurresten van het oude complex voor een groot deel middeleeuws en dus oorspronkelijk is, zijn er ook tekenen van recenter leven te vinden. Een enorme groepsfoto van nonnen die in het complex hebben geleefd, geeft je het idee dat zij nog niet geheel verdwenen zijn.

Ook een deel van de kunst draagt bij aan het gevoel dat het werkzame leven in het hospitaal ieder moment weer hervat kan worden. De gereedschappen waar operaties mee werden uitgevoerd liggen nog in de zaal en ook van de houten draaghokjes waar patiënten in werden vervoerd, is nog een exemplaar achtergebleven. De bedden die in lange rijen in de zaal hebben gestaan zijn verwijderd, maar een exemplaar is omgebouwd tot kast, zodat het publiek er nog iets van kan zien naast een afbeelding ervan die in de zaal hangt. In de ziekenzaal is dus een grote hoeveelheid toegepaste kunst te vinden, maar ook meer kostbare kunstschatten zijn te bewonderen. De Ursulaschrijn die de beroemde Hans Memling maakte is een echte toeristische trekpleister, maar ook het kleine houten kistje waar aanvankelijk de beenderen van de heilige Ursula inzaten is heel bijzonder. Verder hangt er een keur aan schilderijen, waarvan een deel van Memling is.

IMG_5004

Het bijzondere aan de kunst die in het hospitaalmuseum hangt, is naast de schoonheid ervan dat het meeste het gebouw nooit verlaten heeft. De inrichting van het museum is daarmee heel bijzonder, maar het wordt nóg mooier, want er zijn plannen om de zaal nog meer in zijn oorspronkelijke inrichting te tonen. Zo is er het idee om een of meerdere bedden te reconstrueren zodat de bezoeker een nog beter beeld krijgt van hoe de zaal eruit heeft gezien. Ook worden sommige kunstwerken in de toekomst verplaatst om ze nog beter te doen uitkomen en zullen groene schotten die dienen als ondersteunend materiaal worden vervangen door doorzichtiger elementen, zodat de ruimtelijkheid van de zaal minder nadrukkelijk doorbroken wordt.

Het Hospitaalmuseum wil geen mortuarium, maar een podium zijn. Geen dood materiaal verzamelen, maar een levendige sfeer ademen Wie een museum met werken in situ wil zien, moet zeker de ziekenzaal van het Sint-Janshospitaal bezoeken. Daarna kun je misschien alsnog naar het Gruuthusemuseum gaan.

Bedevaartstocht naar de Jeruzalemkapel
(Frits van den Heijkant)

3Wie wel eens in Brugge is geweest, zal zich hoe dan ook de Grote Markt herinneren. Bedevaartstochten zijn wel eens op lelijkere plekken begonnen. Nadat we uit de fantasie waren gehaald en hoorden dat de oude gebouwen maar in schijn middeleeuws waren en we het standbeeld hadden gelinkt met Conscience (de eerstejaars snappen dit volgend jaar), werd ons ook aangewezen waar vroeger water stroomde. Hoe kan het ook anders in Brugge? Ja, daar bij die leuke bierwinkel.

Om onze bedevaartstocht naar de Jeruzalemkapel een nog stichtelijker tintje te geven, zetten we onze stappen richting de Sint-Jacobskerk, die helaas gesloten was. Wel werd ons verteld dat hier een gedicht van Anthonis de Roovere op een koperen grafplaat te vinden was. Door deze grafplaat is het allereerst makkelijk om zijn werk te lezen aangezien je geen archief in hoeft, wat overigens geen straf is. Daarnaast laat een gedicht op een grafplaat duidelijk het sociale netwerk van De Roovere zien.

We vervolgden de tocht met interessante bezienswaardigheden. De bruggen moet je even wegdenken, maar dan zie je toch duidelijk de vaarroute die de handelslieden aflegden. De buurt waar in die tijd de vrouwen van plezier hun werk verrichtten, werd ook nog aangedaan om vervolgens in de verte onze bestemming te zien: de Jeruzalemkapel.

IMG_5005IMG_5006

Voor we deze kapel betraden, was er even tijd om de benen te laten rusten in een toch wel erg pittoreske binnenplaats waar we de vaarroute opnieuw goed konden bestuderen. Het verbaasde niemand dat de handel een grote gok bleef, aangezien de boten niet al te groot en geavanceerd bleken en de vaargeulen zich hier eigenlijk niet voor leenden. Hoewel de benen iets anders wilden, betraden we vervolgens de Jeruzalemkerk. Onze, in ieder geval mijn, benen bleken geen goede raadgevers want wat is het de moeite waard om naar binnen te gaan. Deze privaatkerk doet vermoeden dat de familie Ardornes een vorstelijk bestaan had (wat dus niet zo is). De kerk werd door de rijke familie bekostigd, en ingericht met verwijzingen naar Pieter en Jacob Ardornes die een pelgrimstocht naar Jeruzalem aflegden. De vorm van de kapel is dan ook niet toevallig: het is gebaseerd op de Kerk van het Heilig Graf in Jeruzalem. Ook de glas-in-loodramen herinneren aan deze pelgrimstocht. Maar wat vooral opvalt is het buitenproportioneel imposante graf van Anselm Adornes, een graf dat normaal alleen voor vorsten was weggelegd. Anselm had een Italiaans verleden, waardoor het ook niet toevallig is dat er nog twee kleurrijke Italiaanse kunstwerken hangen. Dat er nog maar een beperkte groep verbonden is met deze kerk wordt duidelijk als je naar de ruimte achter het altaar kijkt. Slechts enkele stoelen staan hier nog opgesteld, omgeven door twee bijzondere relikwieën: een spijker waaraan Jezus was opgehangen en een veronica (het doek waarmee Jezus’ hoofd zou zijn afgewist en waarop de afbeelding van zijn gezicht te zien is). Hoogstwaarschijnlijk zijn we met de studiereis langs de Jeruzalemkerk gelopen, maar is het de meeste studenten ontgaan vanwege het enthousiasme om naar het museum van Guido Gezelle te gaan. Mooi excuus om nog eens terug te gaan naar het mooie Brugge.

Brugse bedrijvigheid op de beurs
(Ruth Pasternak) 

Een beurs roept al snel de associatie op van een flitsend zakenleven, dalende koersen, kelderende cijfers en het financiële hart van New York City. Het beeld van naar computers turende zakenlieden en Amerikaanse flitsende berichtgevingen doemt op: niet bepaald een plek die we met de middeleeuwen associ. Waar komt echter een moderne beurs zoals we die nu kennen vandaan?

5 6De oorsprong van deze internationale beurs ligt in de late middeleeuwen. Het bruisende financiële hart van de late middeleeuwen lag in Brugge, dat in de dertiende eeuw het moderne zakenhart van Europa was. Buitenlandse kooplieden verbleven in een complex van herbergen Ter Beurse en Ter ouder Beurse, waar het een drukte van jewelste was. Van begin af aan speelde de stad een cruciale rol in het ontstaan van de aandelenhandel. De stad lag op het kruispunt van twee grote handelsimperia: het Middellandse Zeegebied met de Italianen en het gebied rond de Baltische Zee met de Duitse Hanze. Handelaren traden op als tussenpersoon of bemiddelaar tussen de verschillende vreemde kooplieden. Die makelaarsfunctie werd vaak opgenomen door de herbergiers. Zij gaven de vreemde kooplieden niet alleen onderdak, maar vertegenwoordigden hen ook. Gezien hun centrale rol voor de handel, was de herbergier één van de meest gerespecteerde beroepen van de stad.

4Waar moderne zakenlieden carrière maken door bij zoveel mogelijk bedrijven te werken, een flitsend LinkedIn-profiel te hebben en in hoge torens telefoneren en Twitteren, lag in de middeleeuwen de macht bij een klein aantal adellijke en aristocratische families. Vijf generaties lang regelden de Brugse makelaars ‘ter Buerse’ de wisselkoersen met de handel op Engeland en Italië. In het ‘Ter Buerse’ gebouw kwamen de makelaars vanaf 1276 op geregelde tijdstippen samen. Ook al waren er geen computerschermen en verschietende cijfers, toch hadden zij op hun manier al veel in huis om de wisselkoersen bij te houden.

Het ging de Van der Beurses voor de wind: ze hadden geld zat om een vaste nar in dienst te nemen en ze deden naar hartenlust mee aan adellijk tijdverdrijf. Haast voor de deur van het beursgebouw vonden steekspelen plaats, georganiseerd door het ridderlijk gezelschap van De Witte Beer. Tijdens zo’n steekspel van de Witte Beer ging het er vrolijk op los. Dit gezelschap schreef esbattementen (korte toneelstukken) die werden opgevoerd, ze droegen lofdichten voor en deden verslag van dit alles in kronieken.  Het gezelschap situeert zich in de sfeer en traditie van de hoofse minne, waarbij de dames een belangrijke rol speelden.

Tot slot is het niet oninteressant om te weten waar het woord ‘beurs’ vandaan komt. Dit komt van het oorspronkelijk Latijnse woord bursa, dat ‘geldbuidel’ betekent. De beurs van Brugge werd een begrip, en de internationale kooplieden namen hun geldbuidel mee terug naar hun land. Nee, het ‘Ter Buerse’-gebouw was beslist geen saaie plek – een echte ‘pace to be’ voor de middeleeuwse handelaar. Italiaanse, Franse, Duitse, Russische, Tsjechische, Zweedse, Deense en Noorse kooplieden bezochten Brugge. Gevuld met een borsa, birža of Börse keerden ze weer huiswaarts.

Aanraken toegestaan
(Jorien de Boer)

Brugge kent al sinds de middeleeuwen een bijzonder systeem van ziekenverzorging: in de stad waren vier hospitalen aanwezig die zich elk richtten op hun eigen publiek. In de Onze-Lieve-Vrouwe ter Potterie verzorgden de zusters Augustinessen vooral bejaarden, tegenwoordig huist er een museum in de dertiende-eeuwse gebouwen. Echter, het klooster is nog altijd in gebruik en iedere dag wordt er de mis opgedragen in de rijkversierde barokke hospitaalkerk naast de voormalige ziekenzaal, nu de museumzaal.

IMG_5007

In de museumzaal worden verschillende schilderijen en religieuze voorwerpen getoond aan het publiek maar speciaal voor ons opende de conservator van het museum een vitrine met zeer oude boeken: aanraken toegestaan. Bijzondere boeken die al jaren gesloten aan het publiek worden getoond laten nu hun inhoud zien en bij alle boeken valt op dat ze zeer rijk zijn versierd. De mooiste boeken zijn de getijden- en gebedenboeken die in het bezit kwamen van het hospitaal doordat ze als persoonlijk bezit van de zusters meegenomen werden. De vrouwen die in dit hospitaal woonden en werkten, waren vaak van rijke afkomst, dat verklaart waarom deze boeken zo kostbaar zijn versierd. In het museum leren we hoe we een gebeden- of getijdenboek kunnen herkennen als Brugs: een goede eerste indicatie is de liturgische kalender voorin de bundel waarin de naamdagen van belangrijke heiligen zijn opgenomen. In het rood zijn de belangrijkste namen opgeschreven en ook de belangrijke Brugse heiligen staan daarbij. Daarnaast kan men ook aan de verluchting de herkomst van een bundel duiden: typisch Brugs is de goudgele ondergrond van de miniaturen.

Behalve de gebeden- en getijdenboeken ligt er in een gesloten vitrine nog een bijzonder document: een liedboekje van de zusters, gedateerd uit de 19e eeuw. Beide docenten trekken dit gegeven echter gelijk in twijfel omdat op basis van het handschrift waarschijnlijk een oudere datum is vast te stellen. Zoals gebruikelijk bij liedboeken staat er geen notenschrift in maar helaas ontbreekt bij de pagina waarop het liedboek opengeslagen ligt ook de wijsaanduiding. Het eenvoudig uitgegeven boekje intrigeert en het roept om nader onderzoek; een goede reden om nog eens naar Brugge te gaan.

Verwelkomd door Justitita en Prudentia
(Josje Nijenhuis)

Na onze excursie in Brugge was het tijd voor een dag in Amsterdam. Net als in Brugge hadden we het weer mee en in het enigszins zonnige Amsterdam begon de excursie bij de Hermitage. Nadat de hele groep compleet was en de tickets gekocht waren, begon onze reis door de Gouden Eeuw, en wel die van de schuttersgilden. Onder het genot van wat Gouden-Eeuwse achtergrondgeluiden bekeken we verschillende immense schilderijen met portretten van schuttersgilden in verschillende zalen, met het hoogtepunt een grote zaal waar we met een soort lichtshow informatie kregen over een aantal verschillende doeken, en waar ook een groepsportret hing met een geschilderd vel papier waarop een niet meer leesbaar gedicht van Jan Vos. We eindigden de tentoonstelling met het bekijken van kleinere schilderijen die ons een inkijkje gaven in de belangrijkste steden van de Gouden Eeuw.

Onze Gouden Eeuw-dag vervolgde zich met een wandeling naar het Paleis op de Dam waarbij we langs het huis van de auteur Bredero en langs de eerste calvinistische kerk van Amsterdam liepen. Op de Dam aangekomen, werden we verwelkomd door vrouwe Justitita en Prudentia op de voorgevel om vervolgens de binnenkant te bekijken onder leiding van onze gids Nina. We beken verschillende zalen die allemaal rijkelijk versierd waren door symboliek die naar de functie van de zalen, die vroeger als stadhuiszalen fungeerden, verwezen. Ook kregen we gelegenheidsgedichten van Vondel en van Huygens te horen die bij de verschillende portretten en de openingsgelegenheid van het stadhuis geschreven waren.

IMG_4888IMG_5741Na de rondleiding in het Paleis was het tijd voor de lunch en een kop koffie of thee voordat we onze dag zouden eindigen met een bezoek aan de Bijzondere Collecties van de UvA. We werden daar verwelkomd door Paul Dijstelberge, collectiespecialist vroegmoderne cultuurgeschiedenis. Voordat hij zelf over zijn onderzoek naar drukkers uit Amsterdam vertelde, werden we allemaal uitgenodigd om iets over onze eigen onderzoeksplannen voor deze periode te vertellen. Van handschrift tot de vroegmoderne roman en het gelegenheidsgedicht, onze onderwerpen werden door Paul voorzien van enthousiaste feedback. Na onze plannen toegelicht te hebben, vertelde hij over zijn onderzoek naar het localiseren van drukken aan de hand van sierinitialen en over de boekdrukkunst in het algemeen in de Republiek. Vervolgens mochten we een kijkje nemen in verschillende oude boeken uit de collectie. Reisverhalen, embleembundels en encyclopedieën kwamen allemaal voorbij.

Na het bezoek aan de Bijzondere Collecties liepen we door het oude Amsterdam van de zeventiende eeuw weer naar het station, om weer richting Nijmegen te vertrekken. Zowel Brugge als Amsterdam heeft ons inspiratie gegeven voor onze eigen onderzoeksplannen en was, niet minder belangrijk, erg gezellig.