De week van… Titia Benders

titia

 

 

 

 

Titia Benders is postdoctoraal onderzoeker bij taalkunde. Zij is gespecialiseerd in eerste taalverwerving. Hier beschrijft zij de week van zaterdag 15 tot en met vrijdag 21 maart.

ZATERDAG

Als ik om half tien mijn huiskamer inloop, verkeert heel mijn boekenclub nog in diepe rust. Heel mijn boekenclub? Nee. T., moeder van een zoontje van 1, kan zo lang niet meer uitslapen. K. lag onder het raam en slaapt tegenwoordig niet meer als er licht in haar gezicht schijnt. Mi. en S. lagen op matjes zonder kussens (M: kussens zijn voor watjes) en hebben een gebroken nacht achter de rug. J.W. laat weten dat hij inmiddels op Amsterdam Sloterdijk is gestapt en Me. geeft door wanneer ze vanuit Brussel zal inskypen. Het is, kortom, tijd om op te staan, brood en koffie te kopen, en aan de brunch-met-boekbespreking te beginnen.

Deze maand is “A Rembours” (Vertaling van Jan Siebelink: “Tegen de Keer”) van J.-K. Huysmans aan de beurt, mogelijk de bijbel van de decadente literatuur. Powerskimmen kan nodig zijn als de hoofdpersoon, Des Esseintes, de Latijnse en katholieke schrijvers in zijn bibliotheek één voor één doorlicht. Het boek wordt onweerstaanbaar bij de stukken over een met goud beklede schildpad, over planten die eruit zien alsof ze syfilis hebben, en over de man die naar Londen ging maar toch niet. Zelden was mijn boekenclub zo eensgezind enthousiast over de ontdekking van een niet recent en toch voor  iedereen nieuw boek. De vader van J.-K. Huysmans was Nederlander, mocht iemand nóg meer redenen zoeken om dit boek te gaan lezen.

De middag na de boekbespreking is niet zo lang meer, maar het lukt ons om naar het Modekwartier te slenteren, T-shirts bij lokale ontwerpers te kopen, en bij een lokale Hipster-bar politici en elkaar te vergelijken met de vogels uit het grote vogelboek. Als ik ze om half acht weer op de trein naar Amsterdam zet, is het oordeel over Arnhem onverdeeld positief.

ZONDAG

Eigenlijk is vandaag een werkdag, want tussen elf en twee geef ik met Max Planck-collega’s Sophie Brand en Mybeth Lahey college aan de derdejaars van de Weekendschool in Nijmegen. De leerlingen van de Weekendschool gaan elke zondag naar school voor een niet-schoolse les over een beroep. Na de brandweer en het ziekenhuis is het laatste onderdeel van het curriculum de wetenschapper. De kinderen zijn in groepjes toegewezen aan de astronomen, de neurowetenschappers en de taalwetenschappers. Sophie trekt de kinderen de wereld van de Strooptaak in en geeft elke leerling een Heel Belangrijke Taak in de uitvoering van het experiment. De kinderen benoemen de kleuren van de letters vele malen sneller als de letters het woord voor de kleur weergeven (rode letters vormen het woord “rood”, de proefpersoon moet “rood” zeggen) dan als de letters het woord voor een andere kleur weergeven (rode letters vormende woord “groen”, de proefpersoon moet “rood” zeggen). Het effect van de taak is groot en zorgt voor veel hilariteit onder de kinderen, naast verbazing dat het zo moeilijk is om het geschreven woord te negeren. Ondertussen strooien ze lustig met “hypothese” en “congruente en incongruente conditie”. Zelfs de grootste druktemaker in onze groep zei bij de evaluatie dat hij het heeeeel leuk vond. De dag wordt afgesloten in het opblaasbaar planetarium van novum. De ruimtegids van vandaag leidt de kinderen en alle begeleiders van de dag, die er met een beetje proppen toch bijpasten, van Galileo naar de Melkweg en uiteindelijk weer de koepeltent uit die even ons universum was geworden.

MAANDAG

Van 9 tot 11 heb ik  een inloopspreekuur voor de bachelorwerkstukschrijfsters “Moedertaalontwikkeling”, die ik samen met Paula Fikkert begeleid. Onze zes studenten moeten vandaag (“Wanneer eindigt maandag de 17e? ’s nachts pas? Mooi”) hun plan van aanpak inleveren, het stappenplan voor de rest van hun bacheloronderzoek. Kennelijk hebben ze het allemaal goed gepland, want niemand heeft last-minute vragen en de eerste twee plannen komen in de loop van de ochtend al binnen. Dankzij de goede planning van de studenten lukt het me om tijdens het inloopspreekuur woorden te selecteren uit de opnames die stagestudent Floor Arts heeft gemaakt voor een experiment met Paula en Nicole Altvater-Mackensen.

Als de woordjes zijn geselecteerd is het eindelijk tijd voor mijn eigenlijke hoofdtaak: artikelen schrijven. De resultaten van mijn eerste Radboudstudie zijn binnen dankzij stevig doortesten door Leanne Nagels in het Baby Research Center. De resultaten laten zien dat baby’s van zes maanden oud een voorkeur hebben voor spraak met glimlachachtige spectrale eigenschappen. Voorgaande zin is de eerste publicatie van dat resultaat en ik ben erg opgetogen mijn hypothese bevestigd te zien! Zoals de begeleider van mijn MA-scriptie, Suzanne Curtin, ooit zei: “I’m not ready yet to be that wrong”. Aan de hand van opdrachten voor de cursus “On papers and publishing” op het Donders schrijf ik een outline en een argumentatiestructuur voor de belangrijkste punten van het paper.

Het schrijven gaat lekker en om 3 uur schrik ik op van Stefanie Ramachers, met wie ik inderdaad een afspraak had om haar experiment door te nemen. Om vier uur gaat het overleg met Stefanie over in de wekelijkse afspraak met PhD-student Laura Hahn en mede-co-promotor Tineke Snijders. Laura (die Duits is) gaat liedjes in Jabberwocky Nederlands schrijven. We zijn benieuwd! Ik eet mijn meegenomen hartige taart op, leg een laatste hand aan de opdrachten, en sprint klokke acht de warming-up van de dansles binnen. Een uurtje hard werken op een andere manier dan overdag (au, daar springt een spier) en dan naar de warme douche thuis.

DINSDAG

Negen uur schrijfcursus op het Donders (resultaat: de realisatie dat ik bij reviewen meer aan de editor moet denken); elf uur overleg met Leanne over haar bachelorwerkstuk (resultaat: een duidelijk plan van aanpak om een interessante vraag over emotieverwerking bij autisme te beantwoorden); om twaalf uur vooroverleg met Christina over onze vrijdagse presentatie op het Netwerk Eerste Taalverwerving (resultaat: een mooi plan om de hele presentatie rondom één centrale figuur op te zetten), en om één uur overleg met Ilona van der Linden over háár bachelorwerkstuk (resultaat: Ilona kan aan de slag met het allereerste mij bekende onderzoek naar het aantal sprekers dat kinderen op een dag horen). Het was een productieve ochtend, maar wanneer moet ik toch de opdracht voor de studenten uit onze bachelorwerkgroep maken?

Vanaf twee uur is PhD-student Antje Stöhr de klos. Ze bereidt de annotatie voor van haar corpus van plosiefproducties door Duits-Nederlands tweetalige kinderen. Hiervoor gebruikt ze een serie Praa scripts die ik gemaakt heb voor de annotatie van mijn infant-directed speech corpora, maar het één en ander moet toch net anders. Conceptueel is het niet zo ingewikkeld, maar we zijn tot acht uur aan het puzzelen om het script gebruiksklaar te krijgen. Dat wil zeggen, gebruiksklaar tot de volgende ochtend, als Antje nogmaals gaat proberen of ze nu echt precies zo kan annoteren als ze graag wil. Voor vandaag is het mooi geweest. De opdracht voor de bachelorwerkgroep maak ik vanavond wel.

Thuis kook ik alvast mijn avondeten voor de komende twee dagen: Saag Aloo, aardappels met spinazie op Indiase wijze. Het recept komt uit het kookboek Veg! van Hugh Fearnley Whittingstall, dat Paula me cadeau heeft gedaan voor mijn promotie. Normaal gesproken neem ik het niet zo nauw met kookvoorschriften, maar Hugh’s eten is zo goed, dat de aanwijzingen opvolgen garant staat voor succes. En na een hele dag nadenken is kookopdrachten uitvoeren met de Champions League op de radio precies waar ik behoefte aan heb. En de opdracht voor de bachelorwerkgroep, die moet morgen dan maar.

WOENSDAG

Dat het Donders strak georganiseerd is, was al wel tot me doorgedrongen, maar ik word toch overvallen door de introductie die iedereen moet volgen voor hij/zij op het Donders gaat testen. De wetgeving met betrekking tot de behandeling van proefpersonen komt voorbij, de exacte procedures voor dataopslag (één dag op die computer, dan tien dagen op die, en tenslotte naar je eigen opslagruimte), en een elfstedenachtige knipkaart waarop je handtekeningen moet verzamelen van alle relevante informatieverschaffers voor je aan het testen mag beginnen. Het is heel leerzaam om te zien hoe zo’n grote onderzoeksorganisatie de kwaliteit van het onderzoeksproces waarborgt. Ik denk zomaar dat onze eigen studenten binnenkort ook een lesje onderzoeksethiek gaan krijgen.

En nu moeten de bachelorwerkgroep écht weten wat ze voor aanstaande maandag te doen hebben. Terwijl ik de opdracht verder uitwerk, overleg ik met stagestudente Lottie Gort over haar verwachte resultaten. Het blijkt heel verhelderend om alvast een hypothetische resultatengrafiek uit te tekenen. Die suggestie voeg ik dus nog even toe aan de opdracht voor de hele groep en dan weten ze eindelijk wat ik op maandag van ze verwacht.

Om kwart over zes is er een oefenuurtje voor dansles en om kwart over zeven krachttraining. Mijn gesprongen spier protesteert wat bij het rekken, maar houdt zich verder gedeisd. Misschien was er toch niets aan de hand.

DONDERDAG

Paula en ik proberen elkaar eens per week te spreken om lopende zaken door te spreken. En Paula’s overvolle agenda gecombineerd met mijn weekschema mondt regelmatig uit in een afspraak om 8.19 uur op station Arnhem. In de trein en daarna op de fiets bespreken we waar alle leden van de onderzoeksgroep First Language Acquisition mee bezig zijn. Paula houdt zich enorm in, dat kan niet anders, want mijn ex-Amsterdamse stadsfiets komt zonder versnellingen maar moeizaam de Nijmeegse heuvelen op en ik heb sowieso nooit haast op de fiets. De meeste groepsleden zijn ontzettend goed bezig, en we kunnen zelfs vijf minuten een nieuw onderzoek door onze gedachten laten gaan.

Om half tien komt de nieuwe student-assistent van onze groep, Esther Kroese, langs voor overleg met Tineke Snijders en mij. Ze gaat ons onderzoek naar de rol van liedjes in taalontwikkeling verder voorbereiden en uiteindelijk uitvoeren. Wat fijn dat ze ons komt helpen, want we zijn verwikkeld in een strijd met Laura Hahn over wie als eerste een liedjesonderzoek draaiend heeft. De inzet is een zelfgebakken taart en Tineke en ik stonden voor Esthers komst op een schier-onoverbrugbare achterstand.

De rest van de dag word ik geplaagd door de wetenschap dat ik over drie weken naar Australië op weg zal zijn, en de mensen met wie ik in Nederland samenwerk wel goed wil achterlaten. Dus éven naar de stimuli van Imme Lammertink in Cambridge luisteren, éven bij stagestudente Shadi Peirovi meekijken hoe ze een experiment afneemt, éven nog wat praatscriptproblemen bij Antje oplossen, en dan nog even bij stagestudente Lottie Gort, éven het werkplan van een vrijwillige stagiaire uit Duitsland opstellen en dan nog éven met Christina Bergmann de puntjes op de i van onze gezamenlijke presentatie morgen zetten. Terwijl de verdieping langzaam leegloopt (ik hoor Antje nog heen en weer lopen, en op een gegeven moment de gelijkmatige ratel van een Brompton die het vertrek van Paula aankondigt) kom ik toe aan mijn eigenlijke taakje van de dag: mijn eigen presentatie voor morgen maken. Gelukkig had ik vrijwel hetzelfde verhaal al aan de collega’s van het Baby Research Center verteld, en is het een kwestie van een beetje stroomlijnen en het toch wel grove lettertype “Arial” door het elegantere “Calibri” vervangen.

Om half negen nog een oefenuurtje dansen. Nee, die spier is niet blij dat ik ‘m alweer aan het werk zet. Gelukkig kan ik met m’n handen m’n rechterbeen de trap optillen en bereik ik strompelend de woonkamer. Huisgenoot F. houdt vol dat ik naar de fysiotherapeut moet. Ze is ex-danser, dus misschien moet ik maar luisteren.

VRIJDAG

Vandaag is de NET-dag, de jaarlijkse bijeenkomst van het Netwerk Eerste Taalverwerving. De VU heeft de organisatie op zich genomen, en zoals me dat altijd gebeurt op de VU ben ik verdwaald zodra ik voet in het gebouw zet. Dit keer begint het probleem als ik met Christina de 4-clusterlift instap. Met de 4-clusterlift kun je niet stoppen op de veertiende verdieping. Enigszins verward stappen we op de twaalfde uit, waar een medewerkster ons doodgemoedereerd uitlegt dat de veertiende verdieping alleen met de 6-clusterlift bereikbaar is. 9292OV heeft deze omweg natuurlijk niet ingecalculeerd, dus het is maar goed dat we op tijd voor het gebouw stonden.

Het is een ontspannen dag die geopend wordt door Annick de Houwer. Over haar proefschrift heb ik veel gelezen toen ik in mijn eerste jaar taalwetenschap mijn eerste paper schreef. Het voelt toch wel stoer dat ik nu na haar mooie exposé over tweetalige ontwikkeling de bühne mag betreden om te vertellen over baby’s die naar glimlachen luisteren. De laatste lezing van de dag is voor Christina Bergmann, die nogmaals een lans breekt voor het gebruik van modellering in taalontwikkelingsonderzoek. Christina vertelt hoe haar en mijn promotieonderzoek in elkaars verlengde liggen, en de enige keer dat ik mijn mond hoef open te doen is als het geluid onder de filmpjes wegvalt en ik de stimuli imiteer: “sak … saak … sak … saak … sak … saak” . Bij de borrel voel ik Annick nog even aan de tand over “Harmonious Bilingual Development”, een begrip dat we wellicht in het onderzoek van Antje ook kunnen gebruiken.

De VU verlaat ik wonder boven wonder zonder één enkele hapering, maar de reis van Amsterdam Zuid naar Amsterdam Centraal blijkt haast onmogelijk. Het eten staat op tafel als ik bij mijn ouders in Heiloo aankom. Een avond zonder taalkunde dient zich aan. Ook fijn, op z’n tijd.