De week van… Stefan Frank

Stefan Frank is universitair docent bij Nederlandse taalkunde. Hij is gespecialiseerd in psycholinguïstiek.

stefan

Vrijdag 10 januari

Ik word wakker in Londen –waar ik nog af en toe woon– met het gevoel alsof ik een fruitmesje probeer door te slikken. Dit is geen goed moment om griep te krijgen, want vanmiddag geef ik een lezing aan de universiteit van Birmingham. Gelukkig vind ik in de medicijnkast iets wat me kan helpen de dag door te komen.

Omdat ik nog ruim een uur de tijd heb voordat ik naar het station moet, ga ik naar een buurtcafé om daar verder te werken aan mijn pogingen om een computer iets te leren over de statistische woordpatronen van het Nederlands. Opnieuw zonder veel succes.

In de trein naar Birmingham controleer ik nog een allerlaatste keer of mijn presentatie een min of meer goed lopend verhaal vormt. Het gaat over hoe de hersenen reageren op voorspelbaarheid van woorden tijdens het begrijpen van taal. Helaas zijn niet alle resultaten even overtuigend, maar desondanks lijk ik er goed mee weg te komen: zoals het hoort zijn er wel een paar kritische vragen, maar niets wat me van mijn stuk brengt. De rest van de middag en tijdens de treinreis terug naar Londen brainstorm ik met één van de Birminghamse onderzoekers over een beurs die we samen willen gaan aanvragen. Intussen word ik zieker en zieker.

Zaterdag 11 en zondag 12 januari

De griep heeft gelukkig niet doorgezet, maar ik voel me nog wel slapjes, dus doe het dit weekend rustig aan. Ik verzin een paar vragen voor het tentamen Inleiding Psycholinguïstiek en ga zondagavond naar de bioscoop. Nu ik deze “Week van…” schrijf heb ik nog steeds niet besloten of ik de film slechts zal omschrijven als ‘indrukwekkend gedetailleerde verfilming van een klassieke Engelse roman uit de jaren 30’; of gewoon zal toegeven dat het ging om The Hobbit 3D op IMAX-formaat.

Maandag 13 januari

Na een kort Skype-overleg met een CLS-collega over de opzet van een experiment, fiets ik naar de afdeling Psychologie van University College London, min of meer in het centrum van de stad. Daar werkte ik voordat ik naar Nijmegen kwam en heb ik nog altijd een bureau en computer om te gebruiken wanneer dat uitkomt.

Na nog een paar mislukte pogingen om een computer Nederlands te leren, leg ik de laatste hand aan het tentamen Inleiding Psycholinguïstiek. Vervolgens is er een overleg met het hoofd van de groep en twee MSc-studenten die misschien bij ons een project willen komen doen.

Dinsdag 14 januari

Het lukt eindelijk om een computer iets over het Nederlands te leren! De bedoeling is nu om dit computermodel wat zinnigs te laten zeggen over hersenactiviteit tijdens het luisteren naar verhalen. Daarom stuur ik de resultaten naar het Donders Centre for Cognitive Neuroimaging, waar iemand dit verder gaat uitzoeken.

’s Avonds ga ik met een vriendin klimmen in de hal. Het gaat niet zo goed deze keer; misschien ben ik nog steeds een beetje ziek.

Woensdag 15 januari

Bij nader inzien is het tentamen Psycholinguïstiek te lang en te moeilijk, dus haal ik de lastigste deelvragen eruit. Verder bewerk ik de presentatie die ik in Birmingham hield voor een ander publiek, want morgen spreek ik over hetzelfde werk voor een onderzoeksgroep in Saarbrücken. Het is nogal een gedoe om daar te komen: eerst met de metro naar Heathrow om een vlucht naar Luxemburg te pakken, dan met een bus naar het station waar ik een uur moet wachten op een bus die pas laat op de avond in Saarbrücken aankomt. Door dit avontuur mis ik helaas de promotie van collega Esther op de Beek, maar mijn bezoek was al lang geleden geregeld en ik kon er niet meer onderuit (sorry Esther, en gefeliciteerd!)

Donderdag 16 januari

Deze drukke dag begint goed, met een overweldigend ontbijtbuffet (twee soorten pannenkoeken!) maar daarna moet er vooral heel erg veel gepraat worden. Er is een agenda voor me opgesteld waarin ik elk uur naar een ander kantoor word gebracht waarvan de bewoner met me over zijn/haar/mijn onderzoek wil kletsen. Dat gaat zo door tot –en weer verder na– de lunch.

Mijn lezing staat op het programma voor het eind van de middag. Het publiek bestaat uit ongeveer twintig mensen en precies één hond. De meeste mensen lijken geïnteresseerd en sommigen stellen veel te goede vragen, maar de hond is er met zijn hoofd niet helemaal bij. En dan, eindelijk, gaan we aan de wijn, uit eten, en aan nog meer wijn. Hartstikke gezellig allemaal, maar ik ben helemaal uitgeput en morgen volgt er nog zo’n dag.

Vrijdag 17 januari

Het diner van gisteravond was prima, maar lang niet zo goed als het hotelontbijt. Mijn eerste gesprek deze ochtend is met een postdoc die dat buffet ook wel eens wilde meemaken; daarom hebben we besloten om er een ontbijtbespreking van te maken, inclusief pannenkoeken natuurlijk. Vervolgens is het weer kantoortje-in kantoortje-uit totdat ik werkelijk iedereen van de afdeling uitgebreid heb gesproken. Heel interessant en leuk ook, daar niet van, maar intussen kan ik echt geen informatie meer opnemen, laat staan iets intelligents zeggen. Het is tijd om te gaan: zes-en-een-half uur in de trein, via Frankfurt naar Amsterdam, waar ik pas kort voor middernacht aankom.