De week van…. Stef Bernhards

Stef Bernhards is Bachelorstudent Nederlandse Taal en Cultuur. Hij loopt een onderzoeksstage bij het Centre for Language Studies (CLS) en werkt als examentrainer bij Lyceo en als taaltutor bij de RU.

 

Maandag 6 november

Klaar voor de start …. af! Met een laptoptas, waar door de vele boeken, schriften en boterhammen behoorlijk wat spanning op is komen te staan, op naar de universiteit.  Ik voel me een beetje zoals mijn tas wanneer ik in de agenda kijk, nu al wanhopig zoekend naar momentjes waar ik wat ontspanning kan inplannen. Niet alleen beginnen deze week de colleges weer, ook mijn werkgever en stagebegeleider beginnen me subtiel aan de jas te trekken. De sjoemelweken zijn voorbij. Er moet wat op papier komen. Eerst vandaag even een rustig ochtendcollege literatuurgeschiedenis bijwonen. Tenslotte is het best verstandig om als vierdejaars student ook je resterende tweedejaars vakken maar eens te gaan afronden. Na een vurig betoog van de heer Muijres over onze zuiderburen en hun sprekend verleden, leek het me tijd om een plekje in de bibliotheek op te zoeken. Dat plekje bleek net zo denkbeeldig te zijn als mijn interesse voor middeleeuwse literatuur, dus het werd uiteindelijk een bankje voor de Refter.

Na een korte en toch wat frisse lunch was het tijd voor statistiek, wat ik nu als extra vak volg ter voorbereiding op de researchmaster. Blijkbaar hebben meer mensen een soortgelijke ambitie, want het lokaal was letterlijk tot aan de deur gevuld met studenten Nederlands en Taalwetenschap. Na een goeie tweeënhalf uur begon ik zeer te verlangen naar een warme chocomel en wellicht een beter concentratievermogen, ook bij het vooruitzicht dat dit waarschijnlijk dagelijkse kost zal zijn als ik eenmaal in het onderzoeksgebied werk. Zonder gekheid, taal- en onderzoeksvakken hebben absoluut mijn voorkeur, maar niemand voert graag statistische analyses uit als er een goede roman of serie op je ligt te wachten. Als afsluiter laat ik na het eten wat pasfoto’s maken voor mijn nieuwe ID-kaart. Hoe krijgen die fotografen het toch voor elkaar dat je er altijd met een hoofd op staat waar zelfs je oma geen ruimte voor in de vensterbank wil maken, vraag ik me af net voor ik in slaap dommel.

 

Dinsdag 7 november

Maandagen zijn altijd wel zwaar, maar dinsdagen blijken er ook aardig wat van te kunnen. Na een vrije val uit mijn comfortabele bedje rol ik richting de wasbak. Enig enthousiasme is al wel aanwezig. Vandaag wacht er een leuke taak op me voor mijn werk als examentrainer. Ik ga in het exotische Boxtel sollicitatiegesprekken voeren. Echter, zit ik nu eens aan de andere kant van de tafel. Natuurlijk besef ik hoe zenuwachtig die MBO’ers waarschijnlijk zullen zijn, maar misschien kan ik ze als leeftijdsgenoot wat op hun gemak stellen tijdens het gesprek. Vanuit een hoekje kijkt hun docent Nederlands toe hoe ik vragen op ze afvuur. Een vragenlijstje opdreunen voor een redelijk uurloon klinkt wellicht eenvoudig, maar na dertig keer ‘u hoort van ons’ te hebben gezegd was ik behoorlijk opgebrand.

Eenmaal terug in Nijmegen krijg ik te horen dat er genoeg data verzameld is voor mijn onderzoek bij het CLS (Centre for Language Studies). Mijn stageverslag kan nu dus afgerond worden. Top! Ik vergeet bijna dat het allemaal nog vertaald moet worden in het Engels. De positieve kant van het verhaal is dat het dan hoogstwaarschijnlijk gepubliceerd gaat worden in een taalkundig tijdschrift, dus let’s do this. Later die middag komt een vriendin langs om even gezellig samen te koken. Uiteindelijk is er inderdaad gekookt, maar niet door mij noch door haar. Een voordeel van in het centrum van Nijmegen wonen is namelijk dat er altijd wel een fijn restaurantje in de buurt zit dat nog uitgeprobeerd kan worden. Tevreden val ik in slaap, met in mijn achterhoofd toch nog een vage echo die iets lijkt te roepen als: ‘sportschool … je moet naar de sportschool!’. Ik besluit dezelfde tactiek toe te passen als wanneer Jan Smit, Gordon of Patty Brard op tv voorbijkomt: ogen dicht en doen alsof je het niet gehoord hebt.

 

Woensdag 8 november

Vandaag begint met een onverwachte verrassing: een van mijn leerlingen kan niet op tijd op school komen, waardoor ik een halfuur langer in bed kan blijven. Sinds september werk ik als taaltutor voor de Radboud Universiteit. Hierbij geef ik individuele begeleiding aan leerlingen die een taalachterstand hebben opgelopen (bijvoorbeeld door een buitenlandse achtergrond of dyslexie). De andere leerlingen komen netjes op tijd langs in mijn lokaaltje op het Kempiscollege in Arnhem. Er volgt toch nog een stukje intensief bewegen wanneer ik later de bus probeer te halen om terug naar Nijmegen te reizen. Het mocht niet baten. Maar toch fijn dat mijn spieren nu alsnog branden. Eenmaal terug in mijn kamer besluit ik even stevig de bezem erdoor te halen. Blijkbaar dachten mijn huisgenoten precies hetzelfde, want de stofzuiger was weer eens nergens te bekennen. Zes mensen, één badkamer, één keuken, één wc. Dan is een aanwezige stofzuiger zeker geen overbodige luxe. Het nieuwe schoonmaakrooster werkt in ieder geval, want stiekem wil eigenlijk niemand in een programma van Rob Geus belanden met zijn studentenhuis.

Plotseling overvallen door een moment van rust, besluit ik het stof weer eens van mijn keyboard te blazen. Blijkbaar is dat niet het enige wat stoffig is geworden; mijn techniek heeft ook betere tijden gekend. Als ik eenmaal afgestudeerd ben en een vaste baan heb, dan lijkt het me leuk om echt klassiek piano te leren spelen. Tot nu toe bevalt modern overigens prima. Compleet verzonken in een nummer van Alicia Keys realiseer ik me dat er nog iets gedaan moest worden. Inderdaad, ik moet naar de gemeente voor mijn nieuwe ID-kaart. Gelukkig is het maar een sprint van tweehonderd meter vanaf mijn huis. Geregeld. De avond begint en ik vind het toch echt tijd nu om richting de sportschool te gaan. Of dat ook gelukt is laat ik maar even in het midden. Buiten de deur eten is trouwens ook wel erg verleidelijk als je een drukke week hebt. Geen commentaar verder.

 

Donderdag 9 november

Deze ochtend gaat alles weer heerlijk stroef. Het werkcollege statistiek bleek uiteindelijk niet veel meer te zijn dan een wedstrijdje ”wie kan er hardst op zijn toetsenbord tikken” onder toezicht van een zwijgende docent. Aangezien ik enige stilte nodig heb om te kunnen leren en het college een vrije in- en uitloop had, hield ik het al snel weer voor gezien. Even wat eten halen. Ontbijten blijft dan wel een uitdaging voor me, maar mijn maag protesteert zo luid dat ik wel moet luisteren.

Het volgende agendapunt is het Inscience Filmfestival. Hier krijgen jonge wetenschappers de kans om hun filmkunsten te tonen aan het Nederlandse publiek. Ook zijn er interactieve programma’s en ‘do it yourself labs’, waar je zelf wetenschappelijke proefjes kunt uitvoeren.

Ik spreek voor de deur af met een vriendin en merk direct een chaotische sfeer wanneer we naar binnen lopen. Blijkbaar loopt de VR-experience, waar wij een kaartje voor hadden bemachtigd, niet helemaal volgens de planning. Na een halfuurtje wachten zitten we op een niet al te stabiel krukje in driehonderdzestig graden te kijken naar hoe Alzheimer en emoties in het brein werken. Ontzettend interessant, ware het niet dat onze experience na amper tien minuten werd afgekapt omdat de volgende groep alweer klaarstond. Na een korte wijnpauze volgde er een film over … nou eigenlijk alles. Het ontstaan van het universum en al het leven op aarde, plus een gedetailleerd toekomstbeeld in nog geen twee uur. Wederom fascinerend, maar wellicht wat te ambitieus voor een natuurkundeleek zoals ik. We praten er nog even goed over na tijdens een dinertje bij Café de Hemel. Koken is deze week blijkbaar ook te ambitieus.

Vrijdag 10 november

Op deze laatste doordeweekse dag volgt een herhaling van de woensdagochtend. Op naar Arnhem om weer als taaltutor aan de slag te gaan met mijn overige leerlingen. Het opstarten gaat trouwens prima vandaag. Iedereen let goed op en maakt aantekeningen. Busje in en terug naar Nijmegen. In de middag lees ik nog even wat voor literatuurgeschiedenis. Dan is het vijf uur en loop ik richting de stad om wat te gaan drinken met een vriendin, net voor we samen naar een verjaardag gaan. Terwijl ik wacht schiet ik nog gauw een paar winkels in om inspiratie op te doen voor mijn Sinterklaaslootje. Veel verder dan een theedoos en een knoflookpers kom ik niet. Blijkbaar heb ik inmiddels die leeftijd bereikt waarop je gaat vragen om praktische cadeaus in plaats van dingen waar je hartje sneller van gaat kloppen. Eenmaal op het terras nemen we de moedige beslissing om buiten te gaan zitten met een wijntje. Het was nog even de vraag of we als ijspegels zouden arriveren op de verjaardag, maar een elektrisch verwarmd bankje bleek de redder in nood. Iemand van de bediening vroeg of we nog iets wilden eten, maar gaf wel direct aan dat er geen chef aanwezig was. Blijkbaar is het feit dat het vrijdagavond is en de stad binnen een paar uur uitpuilt van de mensen niet voldoende reden om een chef te laten komen. Een bittergarnituurtje dan maar. Op de verjaardag wordt de schade ruimschoots ingehaald. Ik verbaas me er nog even over hoe snel tapas en sushi onderdeel zijn geworden van de Nederlandse eetcultuur. Na het eten volgen er nog wat drankjes en ligt er een plan klaar om de stad in te gaan. Ik besluit het risico op het terugzien van mijn avondeten door nog meer drankjes niet te nemen en fijn onder de wol te kruipen.

 

Zaterdag 11 november

11 november is de dag, dat mijn …. statistiekopdracht branden mag. Het besef dat dit pas de eerste weekopdracht is komt hard aan; het wordt dus alleen maar erger. Extra vakken volgen klinkt leuk als je nog lekker ergens vakantie aan het vieren bent, maar nu slaat de paniek toe. Ik ben vandaag vroeg opgestaan. Niet omdat dit per se een lang gekoesterde wens van mij was, maar omdat er blijkbaar een verbouwing gepland stond in een nabij gelegen huis. Het drilboor- en hamergeluid kwam hard aan op mijn slaapdronken hoofd met bijhorend humeur. Gelukkig is het zaterdag. Ik ga de rust opzoeken in het pittoreske Doesburg. Onderweg naar het ouderlijk huis haal ik nog even een broodje en wat fruit. Eenmaal thuis adem ik eerst de oorverdovende stilte heel diep in. Gelijk maar even een opdrachtje maken nu ik nog alleen ben.

Het leuke aan zaterdagen is wel dat je het gevoel hebt dat het weekend nog erg lang duurt, hoewel dit eigenlijk nog maar de vraag is. De uren die doordeweeks nooit voorbij lijken te gaan hebben vandaag ineens haast. 11 uur, 2 uur, 5 uur. Weg is je dag. Het helpt natuurlijk ook niet als je twee uur reizen moet meerekenen. Afijn. Ik ben inmiddels eigenlijk wel benieuwd of het me gaat lukken om een complete week buiten de deur te eten. Geheel onverwachts ga ik met mijn zus Kim eten bij de Chinees, dus deze avond kan in ieder geval ook meegerekend worden. Eenmaal weer thuis leggen we bij de deur wat snoepgoed klaar voor de kinderen die Sint Maarten lopen, maar het blijft de hele avond ijzig stil. Meer snoep voor ons in ieder geval. Nog een Nederlandse feestdag die naar de Filistijnen gaat. Misschien is nu dan het moment aangebroken waarop we Sint Maarten volledig kunnen vervangen door Halloween. Het is dan wel geen Nederlands feest, maar in mijn ogen wel minstens tien keer leuker.

 

Zondag 12 november                 

Zondag rustdag. Het einde van de week nadert weer en daarmee dus ook de maandag. Wat is het toch altijd met die dag. Feitelijk gezien verschilt de maandag niks van de andere dagen, alleen is het weekend dan nog zo ver weg. Toch gebeurt er altijd wel iets op maandag waardoor ik denk: ‘jahoor, daar gaan we’. Ik dwaal weer helemaal af terwijl ik eigenlijk aan mijn stageverslag zou moeten werken. Maar het woord ‘leren’ zit niet voor niks in ‘filoso….leren’. Leuk geprobeerd weer dit. Uiteindelijk wordt het toch maar even Netflixen. Ik sta weer op scherp. Het afmaken van mijn lootje voor Sinterklaas is een goed begin. Het besteden van anderhalf uur aan het instellen van mijn nieuwe iPhone een wat minder vervolg. Zo’n nieuwe telefoon voelt toch altijd weer een beetje als een nieuw begin. Althans, totdat je je agenda overgezet hebt. Vanavond staan er zelfgemaakte frietjes op het menu. Kan ik mezelf toch nog een klein schouderklopje geven, aangezien ik niet de hele week buiten de deur heb gegeten.