De week van… Paula Fikkert

fikkert

Paula Fikkert is hoogleraar Eerste Taalverwerving en Fonologie en directeur van het Centre for Language Studies (CLS). Hieronder doet zij verslag van haar bezigheden in week 39 (23 t/m 29 september 2013).

Week 39 begon als een feestje: na het oprennen van de Mont Ventoux (22 kilometer uitsluitend omhoog met soms behoorlijke stijgingspercentages) voor het goede doel (ALS) op zondag, begon de maandag met uitslapen, mijn loopmaatjes uitzwaaien die per auto terugreden, en een ontbijtje in de zon, en dat wonderwel zonder enige spierpijn. Dus mocht je geïnspireerd door Wagendorps Ventoux de kale berg op willen fietsen, dan is mijn advies om de benenwagen te nemen! De fietsers hadden het een stuk zwaarder dan de lopers, was mijn indruk, vooral op het lange stuk door het bos. Na het ontbijt ben ik in mijn voor een habbekrats gehuurde Skoda via kleine weggetjes, wijngaarden en mooie vergezichten via Bedoin richting Marseille gereden, waar ik in de oude haven heb geluncht. De rest van de dag heb ik met een goed boek op het strand ergens ten oosten van Marseille doorgebracht. Het was zonnig en 28 graden. Een uitzonderlijk begin van de week.
Dinsdagochtend moest ik vroeg op om me als een stuk vee met Ryanair naar Weeze te laten vervoeren: verstand op nul, doen wat er gezegd wordt, en snel een plekje vinden. Tijdens de vlucht lees en becommentarieer ik de laatste versie van een paper voor Cognition: het is een mooi paper met overtuigende argumenten van mijn PhD-student Sho Tsuji, die met haar experimenten evidentie voor universele taalperceptie bij 4- en 6-maanden oude Nederlandse en Japanse baby’s heeft aangetoond. Het is inmiddels ingestuurd en we wachten met spanning het oordeel van de recensenten af.
Om 11.30 zit ik weer gewoon achter mijn bureau in het Erasmusgebouw een aantal brieven ter ondersteuning van onderzoeksprojecten te ondertekenen, mijn mail te checken (voor het eerst sinds tijden ben ik op reis gegaan zonder laptop; een neveneffect van vliegen met Ryanair zonder bagage). Om 13.00 meld ik me bij de 2nd Brain & Cognition Network meeting, die bij gebrek aan ruimte op de campus in Valdin aan de Annastraat georganiseerd was. In de lucht van gebakken spek en eieren luister ik met verbazing wat medici al aan het brein van 26-28 weken oude prenatale baby’s kunnen meten middels EEG. Na de serie lezingen spreek ik met collega’s van Kentalis en de UvA over mogelijke stageprojecten en scriptie-onderwerpen. We raken zo enthousiast dat er spontaan nieuwe onderzoeksideeën worden bedacht en we een vervolgafspraak maken om een en ander verder door te spreken en uit te werken. Gegrepen door die onderzoeksplannen vergeet ik ondertussen de afspraak met het faculteitsbestuur helemaal: gelukkig heeft de decaan het me inmiddels vergeven. Na afloop probeer ik de belangrijkste emails te beantwoorden, spoed me naar huis, schrok mijn eten naar binnen, en ga door naar Pilates: core stability is erg belangrijk voor mensen met een zittend beroep! Na pilates neem ik de planning van de rest van de week door (dat doe ik normaliter op zondagavond), zodat ik niet meer afspraken vergeet.
Woensdagochtend begint met een vergadering van de CLS-labcommissie. Met trots besluiten we dat het lab geopend zal worden op 30 oktober! Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om een heus lab in het Erasmusgebouw te krijgen, maar het is een feit. Informatie kun je vinden op (http://cls.ru.nl/lab/). Wees welkom op de twaalfde verdieping! Studenten kunnen zich al inschrijven als proefpersonen.
Er is veel te bespreken en de vergadering loopt een beetje uit, waardoor ik me moet haasten om op tijd op het MPI te zijn voor een presentatie tijdens de ‘gender in science’–workshop, georganiseerd voor PhD’s en ReMa-studenten. De zaal zit vol. Na een introductie waarin de feiten over ongelijkheid van beoordeling van mannen en vrouwen vooral in de academische wereld (voor mij niet nieuw, maar het blijft onthutsend) worden gepresenteerd, vertelt eerst Hans Hoeken het verloop van zijn carrière tot nu toe, waarna het mijn beurt is. Er volgt een geanimeerde discussie en er zijn veel vragen uit de zaal. Hier is het laatste woord nog niet over gezegd, maar om 12.45 race ik weer terug naar de Erasmustoren, waar ik te laat arriveer voor mijn afspraak met Titia Benders. We kunnen nog net een nieuwe afspraak voor later op de middag maken, want zij gaat de eerste presentatie geven op de profielwerkstukkenmiddag, die mijn onderzoeksgroep inmiddels al een paar maal per jaar geeft. Ik ga daar later ook naar toe, maar eerst tijd voor lunch: ik haal snel wat uit de Refter, eet het achter mijn computer (slechte gewoonte), terwijl ik behalve boterhammen ook weer een hele reeks nieuwe emailberichten wegwerk.
Om 14.00 heb ik een onderzoeksbespreking met Monique Tangelder van Engels, die een prachtig programma heeft geschreven om de Oudengelse Beowulf automatisch te parseren in voeten, waarbij de Germaanse voet (die ik ooit gebruikt heb om taalvariatie in de Middelnederlandse Lutgart te begrijpen) de crux is.  Om 14.45 is het tijd voor het ‘meet the expert’-deel van de profielwerkstukkenmasterclass. De vijftien aanwezige scholieren bespreken hun onderzoeksvragen op het gebied van de eerstetaalverwerving met experts. Vragen als ‘Hoe verloopt de taalverwerving in het brein van kinderen tot volwassenen’ worden bijgesteld naar wat meer onderzoekbare vragen; dat valt nog niet mee. Er is een groot gat te slechten tussen VO en WO! Hopelijk kunnen de scholieren na de middag vooruit. Ze krijgen nog een rondleiding door het babylab, maar ik bespreek ondertussen met Titia en Antje Stöhr de voortgang van Antjes onderzoeksproject over vroege tweetaligheid. Dat ziet er goed uit: Antje kan beginnen met testen. Spannend! Na deze bespreking heb ik dan eindelijk ook mijn afspraak met Titia over haar onderzoeksplannen, de taken van de studentassistenten en stagiaires en haar reis naar Australië.
Om 18.00 check ik nogmaals mail (die blijft in groten getale binnenstromen), beantwoord weer de meest dringende berichten en maak een lijstje van dingen die echt vandaag nog gedaan moeten worden. Om 18.45 race ik naar de trein; een beetje doortrappen en dan kan ik net die van 18.57 nog halen. Ik had tenslotte thuis beloofd om het eten om 19.30 klaar te hebben en ik moet ook nog boodschappen doen. Dat gaat natuurlijk niet lukken, maar het scheelt niet veel: om 19.45 staat het couscousgerecht op tafel. Ik heb gelukkig inmiddels een heel repertoire aan snelle doch voedzame gerechten. Om 20.00 race ik naar de sportmasseur om een paar knopen, die er toch blijken te zitten na de bergbeklimming van zondag, te laten wegmasseren. De hectische dag sluit ik af met het lezen van een artikel voor de schrijfclub van morgenvroeg 9.00.
Op donderdag- en vrijdagochtend van 9-10 heb ik twee schrijfsessies met elk vier PhD studenten. Iedere week stuurt een van de PhD’s een stuk op, waar alle aanwezigen commentaar op geven. Soms is dat op de grote lijn van het betoog; soms zijn het zinsconstructies en punten en komma’s. Vandaag gaat het over de grote lijn. Het is bijzonder productief om zo met schrijfproducten bezig te zijn: de stukken worden er snel veel beter van; iedereen denkt constructief mee.
Na de schrijfsessie schrijf ik verslagen van jaargesprekken en een abstract voor een conferentie. Daarna staan er weer een paar afspraken die ik doe met de pet van onderzoeksdirecteur op: we bespreken een paar lastige gevallen en bespreken daarvoor strategieën voor korte en lange termijn. Daarna denk ik met een aantal collega’s van het CLS na over de inhoud van de LOT-zomerschool, die in de zomer van 2014 in Nijmegen plaatsvindt. We hebben een mooie lijst met mogelijke sprekers. De lijst wordt doorgestuurd naar de LOT-onderwijscommissie. We zijn benieuwd wat ze ervan vinden.
’s Middags bezoek ik de oratie van Simon Fisher, een van de directeuren van het Max Planck Instituut, bekend vanwege het taalgen en de K-familie. Simon zelf heeft daar een veel genuanceerder verhaal over dan de media destijds en legt in zijn oratie uit via welke stappen je van taal naar genen kunt komen, of omgekeerd. Geen gemakkelijk pad, maar wel erg interessant. Ik blijf niet voor de receptie, maar ga naar huis om voor het eten en het geplande theaterbezoek nog een paar kilometers te kunnen rennen. Theatergroep De Plaats verrast elke keer: ook deze keer wandelen we voor goed geacteerde eenakters van de ene naar de andere bijzondere locatie. Woon ik toch al sinds 1999 in Arnhem, ik blijf nieuwe plekken ontdekken. We sluiten de avond af met een biertje in Dudok. Thuisgekomen lees ik het stuk voor de schrijfgroep van vrijdagochtend door.
Vrijdag begint weer met de schrijfgroep. Daarna bespreek ik de planning van een proefschrift met een van de PhD-studenten en geef ik commentaar bij een abstract voor een conferentie voor volgende zomer. Na deze aandacht voor mensen uit mijn eigen onderzoeksgroep wissel ik weer van pet. Er volgen een aantal afspraken over onderzoeksbeleid (het beleidsplan moet vandaag de deur uit zodat het dinsdag besproken kan worden in het faculteitsbestuur), onderzoeksaanvragen, de inbedding van nieuwe medewerkers, en diverse verzoeken aan bureau onderzoek.
’s Middags stuur ik een oproep naar de leden van de ‘Developmental Language Disorders’-groep, die op 28 oktober in Nijmegen bijeenkomt, en controleer ik of er al een zaal voor gereserveerd was. Daarna lees ik het laatste paper van de mastercursus Language Acquisition. Helaas is de tweede versie teleurstellend en is er weinig met het commentaar gedaan. Jammer. Ik besluit de dag in het cultuurcafé om met de decaan en de onderzoeksdirecteur van HLCS lopende zaken door te spreken: normaal doen we dat op maandag, maar volgende week is de decaan verhinderd. ‘s Avonds ga ik met manlief uit eten. Het is een drukke week geweest en we hebben nauwelijks kunnen bijpraten.
Zaterdagochtend begin ik met hardlopen en ga om 11.00 richting Amsterdam voor Drongo, een prachtig festival georganiseerd door Maaike Verrips van de Taalstudio. In de openbare bibliotheek van Amsterdam is een flink aantal onderzoekers van CLS aanwezig met demonstraties en informatie over onderzoek naar meertaligheid. Het is een levendig festival, met veel marktkramen en interessante lezingen. Nadat ik me langs de marktkramen van de begane grond naar de zevende etage heb verplaatst, luister ik naar Abdar Benouli over het belang van verhalen vertellen aan je kinderen, Mark Mieras over meertaligheid in het kinderbrein en naar een wat warrig verhaal van Gerda van Sesamstraat met een boek op haar hoofd over verhalen uit haar jeugd in Suriname. Na de pauze ga ik naar Stemmen van Afrika, met een indrukwekkende voordracht van Mark Dingemanse, meerstemmige volksmuziek, een film over en de lancering van de website Stemmen van Afrika (www.stemmenvanafrika.nl), en een lezing van Pieter Muysken.
Na de businessmeeting volgt nog een workshop over de ‘game makers’: hoe kan het beeld van meertaligheid van last naar lust worden omgezet in het veranderende Europa? Alle beleidsmakers lijken het nut van meertaligheid in te zien, maar tussen droom en werkelijkheid staan praktische bezwaren, vooral van financiële aard. Omdat er in Nederland geen getallen zijn over meertaligheid, is het ook moeilijk te bepalen wat de financiële consequenties zijn van beleid rond meertaligheid. Er is werk aan de winkel en met die boodschap wordt het festival afgesloten.
Zondag is een dag zonder wekker. Lekker ontbijten, kranten lezen, en dan weer even lekker rennen in de bossen om mijn hoofd leeg te maken. ’s Avonds de week voorbereiden en plannen, zodat ik klaar ben voor de volgende werkweek.