De week van… Coen van Rossum

coenCoen van Rossum is vijfdejaarsstudent Nederlands. Sinds kort rugbyt hij op het hoogste niveau van Nederland, en in september haalde hij voor het eerst de voorselectie van Oranje, wat hem een nominatie als Sporter van het Jaar opleverde. Hieronder vind je een verslag van zijn week.

Maandag

De wekker stond om kwart voor acht, maar daar ben ik (alweer) doorheen geslapen. Ochtenden zijn zeg maar nooit mijn ding geweest. Helaas, want er staat vandaag genoeg op het programma. Allereerst, om twee uur vanmiddag, een interview met een promovendus die onderzoek doet naar de gevolgen van priming in borstkankervoorlichting. Reuze-interessant onderwerp. Ik moet me echter ook nog inlezen, en doordat ik me verslapen heb, moet alles echter met haast en op het laatste moment. Al kan men na vijf jaar wel concluderen dat dat qua studie gewoon mijn method of operation is geworden.

Het interview verloopt soepel. De promovendus is een vlotte; ze praat graag over haar onderzoek, en het is duidelijk dat ze er passie voor heeft. Dat maakt het interview leuk en ongedwongen.

Na het interview leg ik de laatste hand aan het artikel dat u nu aan het lezen bent (deadline: maandag in de namiddag…). Helaas moet ik maandag ook nog de fitnesszaal in, en die bevindt zich nou eenmaal op het USC. Dus in plaats van naar huis fietsen kies ik ervoor hier te blijven, in de Refter te eten en kort erna de fitnesszaal in te duiken. Was ik gewoon op tijd opgestaan, dan zou ik gewoon voor het avondeten gesport hebben, had ik lekker thuis kunnen eten en kunnen genieten van een vrije avond.

Eenmaal in de sportschool vervloek ik mezelf nogmaals. Ik vergeet iedere week weer dat maandag tussen zeven en tien spitsuur is in de gym, waardoor je met een training van een uur nu zeker twee uur bezig bent omdat je steeds moet wachten tot de materialen niet meer in gebruik zijn. Vaarwel vrije avond.

Dinsdag

Om twaalf uur ’s middags heb ik een deadline staan voor Verdieping Letterkunde, en aangezien ik uiteraard weer te laat ben opgestaan, wordt ook dit klusje haastwerk. Pas om tien uur, twee uur voor de deadline, kopieer ik de vier artikelen waarover ik een opdracht van vijfhonderd woorden moet schrijven. Door de vragen en de artikelen gericht te lezen, vind ik gelukkig nog voor half twaalf een invalshoek. Om kwart voor twaalf staan er driehonderd woorden op papier, om vijf voor twaalf vierhonderdvijftig. Ik voeg nog gauw de literatuurverwijzingen en bibliografie toe. Uiteindelijke inlevertijd: 11:59 uur. Doe me dat maar eens na.

De rest van de middag gebruik ik om van de wedstrijden van afgelopen weekend te kijken. De wedstrijd van zaterdag en zondag worden gefilmd, zodat je later thuis kunt kijken wat je wel en niet goed hebt gedaan. Ik begin met de wedstrijd van zaterdag, omdat ik daarin slechts een kwartier meegespeeld heb, omdat die van een hoger niveau is dan die van zondag, en omdat ik zelf gescoord heb. Uiteraard is het de bedoeling dat je naar jezelf kijkt en ervan probeert te leren, maar stiekem vind ik het nog veel te interessant om de miniatuur-Coen op het beeldscherm te zien hollen (Voor wie wil weten hoe dat eruitziet, zie http://youtu.be/qY258Y39PN4?t=2m30s. Dit is een samenvatting van de wedstrijd Nederland B – Dutch Exiles. Ik ben de speler die de hoge bal vangt). Ik vind het ook leuker om te kijken wat ik goed deed, waardoor ik mezelf erop betrap dat ik mijn eigen try (de primaire manier van scoren bij rugby) wel vijf of zes keer terugkijk. De wedstrijd van zondag kijk ik ook nog helemaal af, al spoel ik de voor mij niet interessante delen door. Een rugbywedstrijd duurt tachtig minuten, en staat vrij vaak stil. Door een beetje slim door te spoelen kun je een wedstrijd van tachtig minuten zowaar binnen een uur bekeken hebben. Al met al ben ik vandaag anderhalf uur rugby aan het kijken. En dan moet ik vanavond ook nog anderhalf uur trainen…

Woensdag

Woensdag is een hersteldag. Mag ook wel, want we hadden gisteren een zware tackletraining. Niet dat ik klaag, want het zijn de leukste trainingen om te doen en ze komen vanwege de blessuregevoeligheid niet zo vaak langs. Helaas voel je het op woensdagochtend wel erg goed dat je er een gehad hebt.

Vandaag staat in het teken van werk zoeken. Ik zit al enkele maanden zonder bijbaan. Ik heb mijn vorige moeten opzeggen omdat ik opeens op zaterdag moest gaan rugbyen, en omdat ik twee maanden op maandag en woensdag met de voorselectie van het Nederlandse team getraind heb. Omdat ik op dinsdag en donderdag nog bij The Dukes trainde, stond ik vier avonden in de week op het trainingsveld, en had ik ook nog een wedstrijd op zaterdag én zondag. Dat bleek niet zo goed te combineren met mijn baantje, dus zegde ik hem op. De situatie begint nu echter behoorlijk nijpend te worden. Ik kom zo’n beetje rond door heel zuinig te leven en omdat ik genoeg spaargeld heb, maar het is geen ideale situatie en het begint vervelend te worden. Inmiddels ben ik al veertien keer afgewezen voor ander werk.

’s Avonds duik ik weer anderhalf uur de fitness in. Gelukkig is het vandaag een stuk rustiger dan maandag, waardoor ik lekker vroeg klaar ben.

Donderdag

Vandaag is dan eindelijk de eerste collegedag van de week aangebroken, en meteen ook de enige. Ja, ik heb maar één collegedag in de week, maar die is wel tot de nok toe gevuld. Om kwart voor negen eerst Wetenschapsjournalistiek, een college dat door de onderwijsintensivering tot drie uur uitgerekt is (nog bedankt daarvoor, meneer de rector magnificus) en dat ik na twee uur moet verlaten omdat om kwart voor elf Verdieping Letterkunde op het programma staat. Ook dit college duurt weer drie uur, waardoor ik van kwart voor negen tot half twee non-stop in de collegebanken zit (wederom: bedankt, meneer Kortmann). In de middag doe ik het rustig aan. Ik loop even langs Klaar Vernaillen om te kijken of mijn Topsportregeling rond is, en na twee weken kan ze eindelijk zeggen dat dat het geval is. Hierdoor maak ik bijvoorbeeld kans op extra inlevermogelijkheden bij werkstukken.

Om kwart voor vier staat het volgende college op het programma: een steeds wisselend gastcollege, waarvan er deze periode vier worden gegeven. Het enige wat getest wordt, is je vermogen om aanwezig te zijn – geen afsluitende opdracht, geen tentamen, alleen de verplichting om alle vier de colleges bij te wonen om de minor Journalistiek te halen. Dat college zit me enorm dwars, omdat het tot half zes duurt, en ik om half zeven alweer in de trein moet zitten om vanavond op tijd op de training te zijn. Zoals ieder gastcollege loopt ook deze weer uit, en om kwart voor zes zit ik eindelijk op de fiets. Dat betekent dat ik nog vijfenveertig minuten heb om naar huis te fietsen (wat al twintig minuten duurt), mijn tas te pakken, wat te eten te halen in de stad bij een van de vele afhaalwoks en weer naar het station te fietsen. Met heel veel gehaast zit het er allemaal net in, maar een ideale voorbereiding op de training is het niet.

Niet onverwacht sta ik als een vaatdoek op het veld. Ik ben eigenlijk vooral blij als ik om half twaalf eindelijk thuis ben, na bijna veertien uur van huis geweest te zijn. Uitgeput plof ik op bed neer. De groepsapp die we ruim een jaar geleden met een aantal vrienden hebben gemaakt staat roodgloeiend met oproepen om richting stad te komen, maar ik kan me er niet toe zetten. Toch zonde, want sinds ik in september halsoverkop van Obelix naar The Dukes ging, zie ik de vrienden die me hebben leren rugbyen bijna nooit meer.

Vrijdag

Na gisteren slaap ik extra lang uit. Ik eet flink om te herstellen van de trainingen van deze week. Ik heb mijn dieet behoorlijk moeten aanpassen nu ik zoveel train. Een tijd lang at ik namelijk te weinig voor zeven dagen sport in de week, en toen ben ik sterk vermagerd. Sindsdien neem ik dagelijks zes maaltijden in plaats van drie, en probeer ik vooral meer eiwitten en koolhydraten naar binnen te knallen. Het uiteindelijke doel is om 90 kilo te gaan wegen, maar het kan nog een jaar duren voordat ik dat eindelijk gehaald heb.

’s Middags ga  ik anderhalf uur naar de fitness om bepaalde spiergroepen heel licht te trainen. Na deze sessie ga ik op de weegschaal staan, en dan is het tijd voor een klein juichmoment: voor de allereerste keer komt de weegschaal boven de 86 kilo uit. Dat betekent dat ik sinds eind augustus ongeveer één kilo aangekomen ben. Nog steeds vier te weinig, maar er zit in ieder geval progressie in.

Ik kijk alvast vooruit naar morgen. De zaterdagen zijn de reden dat ik vertrokken ben bij Obelix en naar The Dukes ben gegaan, een rugbyclub die zo mannelijk is dat zelfs bij de dames-wc de toiletbril standaard omhoog staat. Deze club uit Den Bosch speelt namelijk in de Ereklasse, het hoogste niveau van Nederland, en ik voel me iedere week weer gezegend dat ik na slechts twee jaar rugby en minder dan dertig competitiewedstrijden voor Obelix al naar deze club mocht verhuizen.

Zaterdag

Er staat vandaag een uitwedstrijd tegen het Leidse DIOK op het programma. Zij staan vierde in de competitie, één plaats boven ons. Een belangrijk duel dus. Ik sta vroeg op om voor mezelf nog een pastamaaltijd te maken voor in de bus. Ik heb een vrij snelle stofwisseling, en maak dus extra veel klaar om ervoor te zorgen dat ik geen hongerklop krijg tijdens de wedstrijd.

Om half twaalf meld ik me bij het sportcomplex van The Dukes, waar me een verrassing staat te wachten. Onze fly-half heeft zich vrijdag verstapt toen hij van de trap afliep en kan niet spelen. Daardoor wordt er wat geschoven met verschillende spelers, en is er voor mij opeens een plekje vrij op outside centre, mijn favoriete positie. Mijn eerste basisplaats sinds ik bij de club zit!

Na een stille busrit, waarin iedereen zich vooral concentreert op de wedstrijd, begint om drie uur de wedstrijd. We spelen matig, ongeconcentreerd, en laten ons een beetje afbluffen door de power van de DIOK-spelers in plaats van de bal zo snel mogelijk naar onze snelle spelers te krijgen, waar onze kracht ligt. Voor mijn doen speel ik nog redelijk, al merk ik dat het niveau soms nog steeds wat hoog is voor me; je kunt goed zien dat ik gewoon wat rugbyervaring mis. Helaas verliezen we deze wedstrijd met 25-13. Het had 25-20 kunnen zijn als ik met een van de laatste acties van de wedstrijd gewoon een fatsoenlijke pass naar mijn volledig vrij staande teamgenoot had gegooid in plaats van een matige, want dan hadden we met 25-20 verloren en in ieder geval nog een wedstrijdpunt gehad. Dat punt kan ons in de loop van de competitie nog behoorlijk opbreken…

(Hier moet ik even een extra uitleg geven. Bij rugby krijg je bij winst vier wedstrijdpunten, bij gelijkspel twee en bij verlies nul. Wanneer je vier try’s maakt in een wedstrijd, krijg je alsnog één wedstrijdpunt, ook wel bonuspunt genoemd. Je kunt ook een bonuspunt verdienen door met minder dan zeven punten verschil te verliezen. Hierdoor kun je een wedstrijd verliezen en alsnog twee bonuspunten krijgen, kun je bij een gelijkspel twee of drie wedstrijdpunten verdienen, en bij winst vier of vijf. Het maakt de competitie meer onvoorspelbaar, en beloont aanvallend spel meer dan bij veel andere sporten het geval is).

Zondag

Vandaag zou ik eigenlijk ook een wedstrijd hebben, maar doordat ik gisteren de volle tachtig minuten gespeeld heb, hoef ik uiteindelijk toch niet te spelen. De captain van het tweede, Richard, vindt het echter belangrijk dat ik er alsnog bij ben, en vindt het zelfs geen probleem me even thuis met de auto op te komen halen.

Onderweg spreken we de wedstrijd van gisteren door. Richard was een van de allerbesten van Nederland, maar richt zich nu op het coachvak, waardoor hij zijn interlandcarrière eerder beëindigd heeft.  Hij weet veel beter de pijnpunten van ons team vast te stellen dan ik. We komen in ieder geval tot dezelfde conclusie: er is nog een hoop werk aan de winkel om een plek bij de eerste zes van Nederland af te dwingen. En dat ik nog een heleboel aan mijn pass moet werken, maar dat wist ik allang…

De wedstrijd van het tweede wordt ruim gewonnen, zoals het tweede bijna iedere wedstrijd wint. Vanaf de zijlijn kan ik zien hoe we met flair, snel spel en veel branie over de tegenstander heen rollen. Eigenlijk spelen we met dit team veel te laag.

Na de wedstrijd gaan we al vroeg naar huis, en om zeven uur ben ik terug in Nijmegen. Net als iedere week ga ik nog even langs TweeKeerBellen, het café dat op zondag speciaal voor Obelix opengaat zodat ze er nog kunnen derdehelften. En daar zie ik, voor het eerst deze week, weer de mannen die in de twee jaar dat ik er speelde goede vrienden zijn geworden. Die ik tamelijk plotseling dit jaar al na twee wedstrijden in de steek liet om naar The Dukes te gaan. Ze hebben vandaag de belangrijkste wedstrijd voor het kampioenschap in de Derde Klasse Zuidoost verloren. Er heerst een sfeer van teleurstelling, die zich met bier (ik drink zelf cola) niet laat wegspoelen. Ik treur met ze mee. Ik speel weliswaar niet meer bij Obelix, maar ben nu wel de grootste supporter. Ik had niets liever gezien dan dat Obelix dit jaar kampioen werd.

Dan zou ik graag willen eindigen met een oproep aan u, lezer. Onlangs ben ik door de NSSR genomineerd als Sporter van het Jaar. Vriendelijke vraag om via de volgende link even uw stem op mij uit te brengen. Kleine moeite, maar wordt enorm gewaardeerd. Bij voorbaat dank! http://www.nssr.nl/sportgala-en-sporter-van-het-jaar-verkiezing/