De (intensieve) week van… Wyke Stommel

Vorige week begonnen de nieuwe eerstejaars studenten Nederlandse Taal en Cultuur (NTC). Om ervoor te zorgen dat de studenten snel goed in de studie zitten, organiseerden Stefan Frank, Nina Geerdink en Wyke Stommel een ‘intensieve eerste week’. Hieronder doet docente taalbeheersing Wyke Stommel verslag van deze week.

 

Maandag

Jammer, verslapen. Ik moet over een kwartier het huis verlaten om op tijd in Nijmegen te zijn voor de startbijeenkomst van de intensieve eerste week van de nieuwe studenten NTC. Als een idioot aankleden, Charlotte (6 jaar) toeroepen dat ze de tafel alvast moet dekken, boterhammen smeren, geen koffie, blik op de klok (7:06), ik moet NU gaan. Jas aan, Maya (5 jaar) een zo dikke knuffel geven “dat het voelt alsof je nog even bij mij aan tafel zit”, “doei” het trappenhuis in roepen naar vriend Timo en zoon Benjamin (2 jaar) en weg. Op de fiets naar het station vraag ik me af of we de eerstejaars wel hebben laten weten waar en hoe laat we ze vandaag verwachten. Ik zou het even niet weten en het is te vroeg om Nina Geerdink of Stefan Frank (mijn medeorganisatoren) erover te bellen.

wykeDe startbijeenkomst verloopt prima. De leerstoelhouders, Paula Fikkert, Jos Joosten en Wilbert Spooren, zijn er voor hun openende woorden en alle eerstejaars zijn er (op één na, die blijkbaar toch voor een andere studie heeft gekozen). De eerstejaars zullen zich deze week in groepjes bezighouden met het thema “de brief” door naar een corpus brieven, van literair tot zakelijk, van oud tot hedendaags, onderzoek te doen. Ieder groepje wordt begeleid door een ouderejaarsstudent, die de eerstejaars met raad en daad bijstaat (“Waar is de bibliotheek? Hoe log je daar in? Waar zitten die docenten van Nederlands? En wat is google scholar dan?“). Ook de collega’s van de afdeling Nederlands zijn betrokken bij deze projectweek, met als hoogtepunt dat ze aan het eind van de week komen kijken naar de filmpjes die de eerstejaars hebben gemaakt over hun onderzoek(je).

’s Middags woon ik met de nieuwe eerstejaars, Klaar Vernaillen, Margit Rem en Renske van Enschot de opening van het academisch jaar in de grootste sportzaal van onze universiteit bij. De temperatuur in de zaal is indrukwekkend en loopt gedurende de bijeenkomst op tot ongezonde hoogte. De muziek van Livinia Meyer doet de hitte bijna vergeten. Terwijl ik naar de bewonderenswaardige duopresentatie van een Nijmeegse en een Amerikaanse student over “changing perspective” luister, vraag ik me af of onze eerstejaars ook naar het buitenland zullen gaan tijdens hun studie. Het ligt niet zo voor de hand met een studie Nederlands, maar het kan wel. Ik koester mijn herinneringen aan Napels (drie maanden Nederlands geven aan de universiteit) en Zuid-Afrika (vier maanden scriptieonderzoek). Overigens zijn dat geen herinneringen aan studeren (daarover hebben de Amerikaan en de Nijmegenaar het ook niet),maar we zullen maar zeggen dat het allemaal wel Bildung is. Terwijl David van Reybrouck ons wijst op het vrijwel uitsluitend Nederlandse perspectief in de boeken over de onafhankelijkheidsoorlog van Indonesië , lost zich op mijn telefoon het raadsel op van één van de begeleiders van de eerstejaars. Ze was niet bij de bijeenkomst vanmorgen en we kregen haar niet opgespoord. Wat bleek: ze had onze e-mails met instructies niet gekregen, omdat we telkens haar medewerkersadres (ze was al student-assistent) hadden gebruikt in plaats van haar studentenadres. Gelukkig maar.

SONY DSC

Ik ben op tijd thuis om met de hele bende mee te eten. Mijn moeder heeft vandaag opgepast, inclusief wat boodschappen gedaan, de was opgevouwen, gestreken, kleine kledingreparaties verricht, gekookt en eindeloos veel boekjes gelezen met Ben. ’s Avonds ben ik moe, val zoals bijna altijd in slaap op de bank. Lees de krant (interessant artikel over hoe zwarten in Zuid-Afrika de regenboognatie mislukt verklaren), kijk of er geen “nood”-mailtjes over de eerste week zijn binnengekomen, gooi nog een wasje in de machine en houd het voor gezien.

Dinsdag

Vandaag om half 7 gewekt door Maya, dus alle tijd om op te staan en zonder haast te vertrekken naar Nijmegen, zou je denken. Maar met Maya moet ik discussiëren over haar tuinbroek (die wil ze eigenlijk niet aan, “die is toch voor een tuin bedoeld, niet om mee naar school te gaan”), Charlie zit weer te wippen aan tafel en laat klodders jam op de grond vallen en Ben weigert zijn nieuwe schoenen te passen. Ondertussen zijn Timo en ik een geoliede machine: er moeten tien boterhammen gesmeerd worden, mandarijnen gepeld, bekers gevuld met melk en met limonade, veters gestrikt, haren gekamd, staartjes gemaakt etc. Dan bedenk ik dat ik nog even het lijstje van mijn bureau boven moet halen met referenties die ik wil opzoeken vandaag voor mijn nog prille idee voor een onderzoeksaanvraag. Nina Geerdink, die ook in Utrecht woont, zit vandaag niet bij me in de trein, omdat ze vroeg college moest geven.

’s Ochtends loop ik eerst even binnen bij promovenda Guusje Jol. Zij maakt een collega-onderzoeker van het Radboudumc wegwijs in de software die wij gebruiken om gesprekken uit te schrijven, omdat ik haar misschien zal gaan begeleiden bij het analyseren van consulten van chirurgen met oudere patiënten met darmkanker. Daar speelt de vraag of de patiënt nog wel geopereerd wil worden, maar omdat het levenseinde zo’n delicaat gespreksonderwerp is, wordt het vaak vermeden en wordt er gewoon geopereerd. Verder doe ik vooral veel regeldingen: declaratie van conferentie indienen, lijst bijwerken van mensen die genoemd willen worden op de website van het MOOD (Microanalysis Of Online Data) netwerk [moodnetwork.ruhosting.nl], langsgaan bij een nieuwe postdoc van Antal van den Bosch omdat zij online forumdata heeft die we misschien kunnen gebruiken voor een mastercursus over onderzoeksmethoden, eerste afspraak maken met mijn mentor, presentielijst voor de cursus Taal en Media uitprinten etc. Zo af en toe komt er iemand binnen om een dropje te halen. Die droppot is heel erg slecht voor mijn gezondheid, maar de uitnodigende werking die ervan uitgaat is zo belangrijk dat Renske van Enschot (kamergenote) en ik niet zonder willen.

Om 11:45 zijn de speed dates met de eerstejaars. Ze zijn net begonnen aan hun brievenproject en hebben nu de gelegenheid om vragen te stellen aan docenten van de verschillende subdisciplines binnen de neerlandistiek. Negen docenten staan paraat, die telkens ongeveer 5 minuten met een groepje van gedachten wisselen over hun brief. Sommige studenten hebben in korte tijd al ongelofelijk veel speurwerk verricht, terwijl anderen de docenten met grote vraagtekens in hun ogen aankijken. De suggesties van de docenten dienen er vooral toe de nieuwsgierigheid van de studenten te prikkelen: (over een brief van Hadewych) was het normaal dat vrouwen brieven schreven? Aan wie was die gekaapte brief gericht? Wat valt je op aan het taalgebruik/ de opbouw van die zakelijke brief? Waaraan zie je dan dat Haeseryn geïrriteerd was in die e-mail? Als je het mij vraagt is dit speed daten een prachtige onderwijsvorm.

Hadewijch_gedicht1_HsGent_f49r’s Avonds ga ik voor het eerst sinds de zomer weer zingen (vrouwenkoor). We hebben een nieuwe vervangende dirigent. We zingen Amerikaanse en Engelse muziek uit de eerste helft van de twintigste eeuw, heel mooi. Ik klets nog wat met mijn overbuurvrouw die als medisch bioloog in een lab plakjes van muizenhersenen snijdt om autisme te onderzoeken. Ze is ontevreden over haar werk, vindt het te eenzaam en weinig bevredigend doordat resultaten altijd eeuwig op zich laten wachten. Daar herken ik wel iets van, maar ik vind mijn werk ontzettend leuk, heb mijn bestemming gevonden.

 

Woensdag

’s Ochtends ben ik thuis met Benjamin. Hij vindt het heerlijk om zijn zussen naar school te brengen, de hele school kent hem. Hoewel ik niet het schoolpleintype ben, blijf ik nog even met een papa ouwehoeren over zwemles. De rest van de ochtend staat in het teken van het huishouden, zucht. Na de lunch leg ik Ben in bed. Dan is ook Timo weer thuis, kan hij lekker zuigen en dweilen en ik mag weer aan het werk.

Leuk, het universiteitsblad van de Universiteit Twente wil iets publiceren over het onderzoek naar chathulpverlening waarvoor ik heb samengewerkt met professor Hedwig te Molder (UT en WUR). Ook de RU heeft er al aandacht aan besteed (zie hier), NWO (zie hier) en het Trimbosinstituut (zie hier). Nu weten we het zo ondertussen wel, zou je denken.

Op woensdagmiddag moet ik mijn werk even onderbreken om Maya naar zwemles te brengen. Het is de eerste les en ze durft nog niet onder water… Ondertussen is Timo thuis met de andere twee; hij brengt Charlotte om half 5 naar turnen. Ik neem mijn laptop mee en werk twee uur in de hal van het fysiotherapiezwembad met wifi, af en toe opkijkend naar de receptioniste. Om 5 uur mogen de ouders even kijken naar de spruiten in het water. Maya begint te huilen als ze me ziet.

arts-en-lentes

Door deze ouderlijke verplichting mis ik vandaag het optreden van het komische duo Arts en Lentes over “hoe het eigenlijk heurt” op de universiteit. We, de staf van NTC, vonden het belangrijk de eerstejaars te wijzen op hoe ze docenten van de opleiding fatsoenlijk kunnen, zouden moeten benaderen, want we ontvangen met enige regelmaat aanstootgevende evaluatieformulieren en e-mails. Om het luchtig te houden kwam hebben we het duo gevraagd. Collega Stefan zou proberen het op te nemen, voor zover zijn telefoon dat aankan. Ook mis ik vanavond de presentaties van alumni van de opleiding NTC in Nijmegen die vertellen over hoe het hen vergaan is sinds de studie.

’s Avonds loop ik een rondje hard, kijk ik naar het journaal, werk ik mij e-mail nog even bij, lees krant en VPRO-gids (leuk, nieuwe serie van Jelle! en de film Mia Madre wil ik zien) en luister ik naar stukjes van de bands die optreden op het LeGuessWho?-festival om te kiezen welke avond ik zal gaan (het wordt de zaterdag, geweldige Afrikaanse band).

 

Donderdag

Weer in de trein zonder Nina; ze appte me net dat ze griep heeft. Vandaag zie ik de nieuwe eerstejaars twee keer. Eerst bij het “kleppen dicht”-college van onze teacher-in-residence Anne Veenstra. Hij zet de studenten aan het denken over het gebruik van laptops tijdens colleges en bij het studeren. Leren vindt vooral plaats bij een diepe verwerking van de stof, en de motorische beweging van schrijven met de hand (veel fijnere motoriek dan typen) zorgt voor diepe verwerking. Bovendien zorgt schrijven ervoor dat je meteen samenvat, want het gaat veel minder snel dan typen. Nog een voordeel is dat je niet wordt afgeleid door opduikende berichten en social media, die verleidelijk dichtbij zijn als je je laptop open hebt. Bijvangst is dat het voor de docent aangenamer is om naar de gezichten van studenten dan naar de achterkanten van computers te kijken. Anne is bang dat hij belerend overkomt, dus hij benadrukt een paar keer dat hij echt niet tegen het gebruik van laptops en mobiele telefoons is. Mijn indruk, ik zit achterin, is dat deze groep eerstejaars al overtuigd was of snel overtuigd is door Anne. De proef op de som is het hoorcollege dat ik ze een half uur later geef. En ja hoor: geen laptops!

Er zitten naast de eerstejaars vier Duitsers in de hoorcollegezaal,een 5-VWO-er en nog wat aanschuivers. “Wie heeft de term discourse wel eens gehoord, op school misschien?” “Ja, dat was toch hetzelfde als intercourse?” Bijna! Ik vertel eerst wat over onderzoek dat ik heb gedaan naar nicknames op het online forum over eetstoornissen. Vorig jaar vonden sommige studenten mijn interpretaties van die nicknames ongefundeerd, maar ik heb de indruk dat ik het dit jaar beter heb uitgelegd: namen kunnen eigenschappen van een persoon construeren, zonder dat die persoon dat zo bedoeld had. Vervolgens moeten we groepjes maken, want tijdens de werkcolleges zullen de studenten van alles presenteren. Groepen maken is altijd een klusje, maar het wordt pas echt ingewikkeld als je twee werkgroepen in één hoorcollege hebt zitten. “Iedereen uit werkgroep 1 hier gaan staan en dan zelf groepjes maken”. Ik probeer er koel bij te blijven, maar realiseer me: dit moet volgend jaar anders. Ook voor de andere praktische zaken heb ik te weinig tijd. Misschien volgend jaar een extra uurtje inplannen.

Tussen de bedrijven dtaartoor regel ik allerlei kleinigheden. Ik word verwacht drie masterdiploma’s uit te reiken op het moment dat ik werkcollege aan de eerstejaars moet geven, dus daar moet iets mee. Verder afstemmen met Rob van de Schoor hoe wij als Opleidingscommissie vinden dat het nieuwe programma geëvalueerd moet worden, met CIW-collega José Sanders afstemmen welke literatuur zij voor de cursus Nieuwe Media en Samenleving wil behouden, de links naar de media-aandacht voor het fatsoenscollege van Arts & Lentes doorsturen, het artikeltje voor UT Nieuws redigeren, in Blackboard groepjes en opdrachten aanmaken voor Taal en Media etc. Weinig colleges deze periode, wat betekent dat periode 2, 3 en 4 boordevol met onderwijs zullen zijn. Met een tas vol Duitse leesboekjes stap ik de trein in. Die heb ik van CIW-collega Ulrike Nederspigt gekregen; ben benieuwd of Charlotte zich erdoor laat verleiden. Sinds ze in groep 4 zit, weigert ze zelf boekjes te lezen. Onderweg krijg in binnen vijf minuten een e-mail van Teun van Dijk met een kritische review van een artikel dat ik met Hedwig heb geschreven (daar zijn we al twee jaar mee bezig) en een e-mail van de KNAW met de heuglijke mededeling dat Tom Koole (RUG), Tessa van Charldorp (UU) en ik subsidie krijgen om een voorstel te schrijven voor de ontwikkeling van een grootschalige onderzoeksfaciliteit om videodata te annoteren. Ik lig ’s nachts een tijd wakker, soms gebeurt er zoveel op een werkdag dat ik het niet kan bijhouden.

 

Vrijdag

’s Ochtends haal ik Ben uit bed. Zijn twee-woordzinnen zijn ergens de afgelopen week uitgebreid, hij zegt nu soms zinnen als “mama, mag ik pepekoeke?”. Maar er zit ook nog heel veel “visie kijke”, “schoeme aan” en “mimi keks” (=Benjamin koekje) bij, gelukkig. In de stromende regen vertrekt de stoet onder leiding van papa richting school en ik zit om kwart over 8 met een kop koffie achter mijn bureau. Ik doe Hedwig een voorstel over hoe we op de kritische review kunnen reageren (bottom line: “de reviewer ziet het verkeerd”). Om 10 uur ontmoet ik Tom, Tessa en Micha (de taaltechnoloog die we kunnen inhuren dankzij de subsidie) op Trans 10 in het centrum van Utrecht. Tessa heeft een heerlijk taartje gekocht om de subsidie te vieren. We overleggen over wat onze faciliteit allemaal zou moeten kunnen en hoe we het schrijven van het voorstel zullen aanpakken. Daarvoor zal ik in ieder geval de rol op me nemen om interviews te voeren met potentiële gebruikers van de faciliteit en met mensen die ervaring hebben met het analyseren en annoteren van “embodied interaction” (bewegingen van het lichaam tijdens interactie, zoals blikrichting, hoofd- en handbewegingen, lichaamshouding etc.). Samen met Micha neem ik de trein naar Nijmegen.

Ik moet nog zoveel doen in het half uur voor de stafvergadering dat ik maar even bij Nina binnenloop om te klagen. Ook zij heeft slecht geslapen en is moe – wij begrijpen elkaar! In de stafvergadering wordt nog eens uitgebreid stilgestaan bij het lage aantal nieuwe eerstejaars, maar ook bij de zeer positieve eerste indruk van de huidige groep. Nina en ik verlaten de vergadering een half uur voor het einde om de eerstejaars te helpen bij het opzetten van hun laptops in de foyer van het Gymnasion. Probleem: het geluid is zo slecht dat de filmpjes niet te verstaan zijn.

geluidsboxenDaar hadden we niet aan gedacht. Ik ren naar de afdeling op zoek naar boxjes. Mijntje en Aukje helpen ons uit de brand, maar later blijkt dat zelfs mét boxjes sommige video’s slecht te verstaan zijn. Desalniettemin komt uitstekend uit de verf dat de eerstejaars heel creatief zijn geweest. Ze hebben prachtige filmpjes gemaakt, gebruik makend van vertrouwd televisieformats (Klokhuis, nieuwsitem, verzoeningsprogramma, Man bijt hond) en geweldig geacteerd. Ook de collega’s zijn enthousiast. Ondanks het tijdstip (een druilerige vrijdagmiddag) zijn er veel gekomen en zit de stemming er goed in. De studenten zijn heel positief en ook hun begeleiders vonden deze week een succes. Nina en ik krijgen er een bos bloemen voor – dat had niet gehoeven! Samen met Klaar sluiten we de foyer af. Voor het eerst deze week zitten Nina en ik samen in de trein. We schrijven samen voor het NTC-blog nog een korte reactie op de media-aandacht voor het fatsoenscollege. Ik doe nog een poging om een Engels tekstje te schrijven over de onderzoeksfaciliteit, maar de pijp is zo goed als leeg. Timo heeft ondertussen laten weten dat hij de kinderen kan schieten. Om half 8 stap ik druipend onze speelparadijswoonkamer binnen, Charlie haalt snel een handdoek voor me en Maya wil nog een knuffel voordat ze gaat slapen. Maandag ben ik vrij, dus ik heb nu drie dagen thuis. Ik moet nog eten, opruimen, de bloemen in het water zetten. Vandaag sla ik de krant over en liggen we om 22:00 in bed.

 

Zaterdag

Om 7 uur is Ben wakker en de rest dus ook. Timo mag uitslapen. Na het ontbijt klap ik mijn laptop open: dit blogbericht moet af. Ik zwicht voor het gezeur om de i-pad en daar zitten ze nu al een tijdje achter. Ik moet er een punt achter zetten en het bad vol laten lopen voor Charlie en Ben. Maya moet onder de douche, met haar gezicht in de straal, om te oefenen voor de zwemles. Hoe de zaterdag en zondag van deze week eruit zien, vertel ik desgewenst dinsdag bij een kop koffie op de zesde.