De dag waarop ik Nederlands kampioen werd

Ik ben Sabine Wolsink (19), tweedejaars Bachelorstudent Nederlandse taal & cultuur. Naast mijn studie doe ik aan judo. Inmiddels heb ik de zwarte band 2e DAN en werd ik in 2016 3e op het Lotto NK Judo (NK senioren). Op 11 februari 2017 ben ik Nederlands kampioen judo bij de junioren (-21 jaar) geworden. Graag neem ik jullie mee naar die ene dag waarop alles klopte!

Het is op een koude februariochtend dat ik om 8.20 uur mijn wekker hoor afgaan en langzaam wakker word. Ik zet mijn wekker uit, kruip nog dieper onder de dekens en slaap weer in. Om 9.00 uur word ik weer wakker en ik besluit op te staan. Met langzame pasjes begin ik deze langverwachte dag. Ik kijk door het raam naar buiten en zie de verse sneeuw de rustige natuur in het Achterhoekse Zelhem bedekken. ‘Wat mooi!,’ denkt mijn rustige hoofd. Nu nog wel.

Even later komt er dan toch het besef: het is zaterdag 11 februari 2017. Al maanden staat deze dag geel gearceerd en met een groot uitroepteken gemarkeerd in mijn agenda. Vandaag moet het gebeuren. En voor dat het gebeurt, werk ik mijn lijstje met taken in mijn hoofd af, zoals gebruikelijk is op zo`n dag. Ik douche, kleed me aan en eet. Ik moet veel eten, want nu kan het nog. Als ik straks in de zaal ben, krijg ik nauwelijks nog een hap door mijn keel. Voor de weging hoef ik niet bang te zijn, want sinds mijn overstap naar een hogere gewichtsklasse zit ik ruim onder het maximumgewicht.

Na het eten rest mij nog een uur: brood smeren om mee te nemen, tas in pakken zoals ik altijd doe – heb ik mijn banden? Mijn ID-kaart zit er toch al in? – terwijl ik ondertussen luister naar de muziek die ik altijd op zo`n dag luister. Bewust ontwijk ik even mijn ouders en mijn tweelingzus Lianne. Bewust wil ik even alleen zijn om me te kunnen focussen en rustig te blijven. In de auto vraag ik mezelf af hoe ik me voel: ‘Hmm, best goed, geloof ik.’ Af en toe herhaal ik in mijn hoofd een aantal acties en worpen. Ik kijk een paar keer naar Lianne en ze spreekt me bemoedigend toe. Het komt wel goed, het komt wel goed.

Even later ben ik in de welbekende Jan Massinkhal in Nijmegen. Al eerder heb ik hier gejudood en de afgelopen weken heb ik geregeld gevisualiseerd hier te zijn. Het voelt bekend en ik voel me ondanks alles rustig. Natuurlijk is er spanning, natuurlijk voel ik de zenuwen, maar ik voel ook kracht en vertrouwen. In vergelijking met de vele toernooien die ik al gejudood heb, is dit een positief teken. En terwijl ik mijn fles water bijvul onder de kraan, betrap ik me erop zachtjes te fluiten.

Nadat ik de warming-up heb gedaan met mijn trainingsmaatje Brid, krijg ik de loting te zien. Op een NK wordt er door middel van een afvalsysteem gewerkt. Dit houdt in dat de deelnemers in twee naar elkaar toegroeiende bomen zijn geplaatst. Bij iedere winstpartij kom je verder in de richting van de finale. Verlies je één partij, dan kom je in de verliezersronde en kan je alleen nog 3e worden (er zijn trouwens twee 3e plaatsen: één van iedere boom). Verlies je nog een partij, dan lig je eruit. Het komt er dus op neer alles te winnen om kampioen te worden.

Sabine 3e bij Lotto NK Judo 2016

In plaats van allerlei voorspellingen in mijn hoofd te maken over wie er van wie gaat winnen en wie ik eventueel later tegen zal komen, houd ik het vandaag bij mijn eerste wedstrijd: een bekende tegenstander waar ik een paar weken geleden (op een strafpunt) van verloor. Eventjes komt er twijfel in me op: ik had toen weliswaar een slechte dag, maar wie zegt dat het nu beter gaat? Gelukkig weet ik me met behulp van Tony, mijn trainer, weer te focussen en erop te vertrouwen dat ík nu de betere ben.

 

Judo

Verwachtend dat er zich onder mijn lezers toch veel leken op judogebied zijn, zal ik kort en bondig proberen uit te leggen wat deze geweldige sport inhoudt. Judo is een Japanse zelfverdedigingssport waarbij het de bedoeling is de tegenstander of op de rug te gooien of op de grond door middel van een houdgreep, armklem of verwurging tot afkloppen te dwingen, waarna je de wedstrijd hebt gewonnen (dit kan bij een houdgreep overigens ook door deze 20 seconden vast te houden). Om de ander te kunnen gooien, zijn er verschillende technieken, combinaties en overnames mogelijk (met natuurlijk Japanse namen, zoals harai-goshi, sasae-tsuri-komi-ashi, en op de grond ude-hishigi-juji-gatame). De tijdslimiet van wedstrijden is vier minuten. Als er geen ippon (vol punt) is gescoord – want dan is de wedstrijd direct afgelopen – wint na vier minuten degene die de meeste halve scores (waza-ari) heeft.

Bij judo gaat het niet om het met lompe kracht omver duwen van de tegenstander, nee, het gaat veel meer om de techniek, de snelheid en wendbaarheid en de balansverstoringen. Het is een constant spel van reageren op elkaars bewegingen en de kracht van de ander in jouw voordeel gebruiken, waardoor je zelf zo min mogelijk kracht hoeft te gebruiken. In de praktijk komt er natuurlijk wel veel kracht bij kijken en is het zeker een voordeel als je sterk bent, maar de basis zit echt in de techniek.

 

Voorbereiding

Wie denkt dat je judo wel eventjes leert en met een beetje trainen wel op zo`n NK om de medailles kan gaan judoën, heeft het mis. Inmiddels zit ik alweer 10,5 jaar op judo. In die 10,5 jaar ben ik van de witte band naar de zwarte band 2e DAN gegaan en heb ik aardig wat toernooien gejudood, waar ik heb gewonnen, maar zeker ook verloren. En hoe moeilijk het soms ook is en hoe vaak je ook valt, je moet toch weer opstaan, wil je verder komen. Het vraagt om enorme focus, toewijding en doorzettingsvermogen om constant maar beter te willen worden. Eén van mijn hoogtepunten tot nu toe, is mijn 3e plaats op het Lotto NK Judo (NK senioren) in oktober 2016. Deze dag gaf mij een heel dubbel gevoel: zowel Lianne, die ook aan judo doet en met wie ik samen veel train en naar toernooien toeleef, als ik hadden een goede dag en kwamen in de buurt van de medailles, totdat één moment de dag een dramatische wending gaf. Lianne brak tijdens de halve finale haar bovenarm. Ik moest verder en haalde brons. Vreugde en verdriet, verwarring alom.

Voor lezers die niet bekend zijn met wedstrijd- of topsport in welke tak van sport dan ook, is het misschien raar wat zo`n wedstrijd met je doet. Misschien heeft men het idee dat het een leuk toernooitje is en dat het niet meer betekent dan dat. Voor mij is dat anders. Natuurlijk hoop je veel plezier aan de dag te beleven, maar zeker bij zo`n NK voelt het vooral als een strijd tussen winnen en verliezen, een strijd waarin alles moet kloppen, waarin je fel en scherp en zowel fysiek als mentaal heel sterk moet zijn, wil je jezelf er doorheen slaan. Er is een enorme spanning die onder controle gehouden moet worden: bij teveel klap ik dicht, bij te weinig ben ik niet geconcentreerd.

De zwaarte zit echter niet alleen op de wedstrijddag zelf, maar ook in de periode die eraan voorafgaat. Om steeds beter te willen worden, moet je hard en veel trainen. Ik train nu zo`n 4 à 5 keer in de week, waarvan 3 keer 2 uur judo. Dit betekent dat ik goed moet plannen om het te kunnen combineren met mijn studie en het Honoursprogramma. Als ik dan eenmaal een ritme heb gevonden waarin alles precies past, is het best goed te doen. Een dag waarop ik judotraining heb, gaat dan als volgt: `s ochtends sta ik vroeg op, ben ik twee uur met de bus en trein onderweg naar de uni, volg ik colleges en maak ik opdrachten tot een uur of vier `s middags, waarna ik weer richting huis ga. Onderweg stop ik in het dorpje Wehl, waar ik van half 6 tot half 8 train bij Budosport Shizentai. Na de training reis ik moe, maar voldaan verder de Achterhoek in, waar ik rond 8 uur thuis in Zelhem aankom en aan mijn warme maaltijd begin.

Sabine en Lianne (rechts)

De week voorafgaand aan het NK was daarentegen wel anders dan normaal. Ik had met mezelf afgesproken deze week alles te doen om zaterdag zo goed mogelijk op de mat te staan. Voor mij betekende dit dat ik aan het begin van de week nog wel hard trainde, maar dat ik vervolgens energie spaarde en veel rust nam. Ik moet mezelf dan ook echt afremmen en de neiging om veel te sporten, om er zeker van te zijn dat ik beter ben dan mijn tegenstanders, onderdrukken. Ook sprak ik plechtig met mezelf af me niet druk te maken over mijn studie en alleen te doen wat echt nodig was. Hierdoor dacht ik in het weekend geen moment aan alles wat nog moet gebeuren. Sterker nog: ik wist niet eens wat ik nog allemaal moest doen. Een hele verandering ten opzichte van normaal, maar het beviel me best!

 

De wedstrijden

Ik vind mezelf terug in de Jan Massinkhal, waar ik na de warming-up naar de mat loop waar straks mijn wedstrijden gaan beginnen. Ik kijk naar boven naar de tribune, met mijn ogen zoekend naar bekende gezichten. Mijn zus zwaait: ik heb ze gevonden. Lianne is nog herstellend van de botbreuk en kan daarom helaas niet meedoen aan het NK -21. Naast dat ik haar de afgelopen maanden miste tijdens de trainingen (misschien moet je zelf een tweelingzus of -broer hebben om te begrijpen hoe het voor me voelt als zij er niet is), konden we ook niet samen naar dit NK toewerken. Ook zit ze vandaag niet naast me, maar op de tribune. Haar steun is er echter niet minder om.

Niet alleen mijn ouders, zus en enkele clubgenootjes zitten op de tribune, maar ook mijn Honoursbegeleider en ons allen welbekende dhr. Van de Schoor is komen kijken! Verheugd door dit bezoek, kan ik niet anders dan nog beter mijn best te doen!

Het is 14.00 uur geweest: de wedstrijden beginnen. Ik moet nog even wachten op mijn eerste wedstrijd en voel de spanning en een mengeling van allerlei emoties opkomen. Zo`n eerste wedstrijd is altijd rot. Als die nu maar voorbij is, dan weet ik hoe ik er vandaag in sta, dan weet ik wat ik vandaag kan…, maar op dit moment kan ik mezelf alleen maar voorhouden dat ik sterker en beter ben. Dat ik dit kan. Op dat moment besef ik ook dat het moment nu eindelijk daar is, dat ik het nu moet doen.

Ik mag klaar gaan staan aan de rand van de mat en pep mezelf op. Tony spreekt me nog toe en klopt me op mijn schouders. Ik geef mezelf een paar klappen in mijn gezicht om scherp te worden en adem nog eens diep in en uit. Dan buig ik, zoals gebruikelijk is in de judosport, en loop de mat op. Dan buig ik nogmaals voor de mat en voor mijn tegenstander. ‘Hajime!’ De wedstrijd is begonnen.

Het wordt een strijd waarin ik mezelf sterker voel zolang ik haar weinig ruimte geef om technieken in te zetten. Langzamerhand ontstaan er mogelijkheden. Ik scoor een waza-ari door een overname en zoek naar mogelijkheden op de grond. De tijd tikt verder. Ik sta nog steeds voor en zal winnen als zij nu niet scoort. Nog 10 seconden. Ze doet een laatste poging met een haak, maar ik reageer, zwaai mijn been omhoog, draai mijn lichaam en gooi. Ippon! De wedstrijd is beslist in mijn voordeel.

Na mijn eerste wedstrijd voel ik me goed en bedenk ik me dat het vandaag wel een heel mooie dag kan worden! Met mijn trainers, Tony en Alex, neem ik nog een paar technische dingetjes door en gaan we voor de volgende wedstrijd. Deze partij is eenvoudiger: ik merk al gauw dat ik sterker ben en neem mijn tegenstander over, waarna ik haar in een houdgreep leg en zo mijn tweede winstpartij binnensleep.

De derde wedstrijd is de halve finale tegen een tegenstander waar ik nog niet eerder tegen gejudood hebt. ‘Kom op, Sabine, we zijn deze dag goed begonnen, dit moeten we doorzetten!,’ pept Tony mij op. Ik probeer mezelf weer fel te maken en me alleen te focussen op het judo in deze partij. (Een welbekende valkuil is nu al te gaan denken aan de finale en mogelijke winst. Met een grote sprong spring ik vandaag over deze kuil heen.) De wedstrijd staat aan het begin in het teken van een goede pakking krijgen en aftasten wat mogelijk is bij deze tegenstander. Even let ik niet goed op en geef mijn tegenstander teveel ruimte, waardoor ze me overneemt. Ik weet echter weg te draaien waardoor ze alleen een waza-ari scoort. Ik ben gewaarschuwd. Na mezelf scherp gemaakt te hebben, ga ik de strijd weer aan. Een halve minuut later ligt ze op haar rug en sta ik in de finale.

Even rust, even opluchting: van een medaille ben ik nu zeker, maar of ik daar tevreden mee ben? Nu ik zover gekomen ben, wil ik het ook afmaken, schiet het door mijn hoofd heen en bemoedigend word ik door mijn trainers toegesproken. In de lange pauze voor de finale is wachten het enige wat rest. Ik besluit wat te eten en even naar boven de tribune op te lopen. Bij mijn ouders, Lianne en meneer Van de Schoor ventileer ik even hoe ik de vorige wedstrijd vond gaan. Ze proberen me weer scherp te krijgen en geven wat tips. Vervolgens ga ik weer naar beneden en wacht. Met Tony en Alex praat ik wat over van alles en nog wat, in mijn hoofd zwevend tussen focussen en ontspannen.

Tijdens het lange wachten weeg ik mijn kansen in de finale af. Ik ken mijn tegenstander al en won de vorige keer van haar, dus dat is positief. Ze is wel sterk, maar dat ben ik natuurlijk ook. Ik visualiseer haar pakking en manier van judoën. En ik vergelijk de finale met mijn vorige NK-finale, drie jaar geleden tijdens het NK -18 jaar. Destijds verloor ik (of ik won zilver, net hoe je het bekijkt). Het verschil tussen toen en nu is echter groot: destijds was mijn doel een medaille halen en was ik ook minder zeker van mijn judo. Vandaag weet ik dat ik met zilver niet tevreden zal zijn. Vandaag weet ik dat ik beter ben.

Sabine in de finale (blauw)

De finale

Het grote moment is daar dat ik klaar mag gaan staan voor de finalepartij. Natuurlijk vol zenuwen, maar ook vol wilskracht en felheid. Tony praat op me in, zegt me dat we het nu gaan doen. Met een verbeten gezicht zeg ik tegen mezelf: ‘Ja, ik ga het doen!’ Ik wiebel heen en weer op mijn voeten, spring nog een keer op en sla mezelf in mijn gezicht. Dan mag ik de mat op.

Wellicht was het voor de toeschouwers spannender dan voor mijzelf op dat moment. Ik weet niet goed meer wat er allemaal gebeurd is en hoe, maar ik deed gewoon wat ik moest doen en wat ik de hele dag al aan het doen was: fel op de pakking, de mogelijkheden aftasten en technieken inzetten. Ik voel haar een aantal keer wankelen, maar het lukt me net niet haar voldoende te sturen en te scoren. Keer op keer blijf ik proberen en dan draait ze en ik haak….waza-ari! Tony schreeuwt dat ik door moet gaan op de grond en ik probeer een opening in haar verdediging te creëren. De scheidsrechter zegt mate (pauze) en we gaan terug naar onze plaatsen. Tony wijst met zijn vingers naar zijn hoofd: ‘koppie erbij’. Nog 30 seconden op het scorebord. Ik pak weer vast en blijf bewegen. Als de tijd nu om is, heb ik gewonnen, maar dat besef ik op dat moment gelukkig niet. In een soort van ‘flow’ blijf ik volledig gefocust op de wedstrijd… en de tijd tikt verder. En dan is het voorbij. Verbaasd kijk ik naar de scheidsrechter en de klok en merk dan pas dat het écht over is, dat ik écht gewonnen heb! Ik gooi me armen in de lucht en draai me al juichend om naar de tribune. Vervolgens buig ik af, geef ik mijn tegenstander een hand en loop enigszins verward, maar zeker heel blij de mat af naar mijn trainer. Ik omhels Tony, die helemaal enthousiast meedeelt dat ik zijn eerste Nederlands kampioen ben. Na de felicitaties van Alex en Brid in ontvangst genomen te hebben, zie ik in mijn ooghoeken Lianne vanaf de tribune naar de ingang van de zaal rennen. Ik ren naar haar toe en val in haar armen. Vol trots praat ze op me in en ik brabbel dat ik het niet kan beseffen, het niet begrijp, alles lijkt zo vanzelfsprekend… en in de vloedgolf van emoties schakelt mijn hoofd direct over naar de praktische gang van zaken: ‘Ik moet mijn witte pak aantrekken voor de prijsuitreiking, ik moet me witte pak aan!’ Ik vlieg naar de andere kant van de zaal en zie mijn ouders en meneer Van de Schoor, die hopelijk niet al te geschokt is na zo`n middag vol judowedstrijden, boven me op de tribune. Ik klim naar boven en neem hun felicitaties nog even verward, maar vol trots in ontvangst.

Even later sta ik met een gouden medaille op de hoogste trede van het podium. Voor de eerste keer Nederlands kampioen! Het is gewoon gegaan zoals het moest gaan. Hier doe ik het dus allemaal voor. Langzaam komt het besef en vol trots loop ik even later de buitenlucht in, waar dikke sneeuwvlokken uit de lucht vallen. Totaal ontspannen denk ik: ‘Wow, wat mooi!’

Om maar gelijk af te zijn van lastige vragen die men op mij afvuurt over het vervolg, zoals een eventuele weg naar een Europees Kampioenschap. Het lijkt me echt fantastisch om dat mee te mogen maken, maar zolang de Judobond bepaalde eisen stelt met betrekking tot te maken kosten (alle kosten voor eigen rekening) en trainingen (op een voor mij onoverbrugbare afstand) blijft de deur naar kwalificatie voor een EK helaas dicht. Met veel pijn in mijn hart hierover laat ik mij echter het plezier dat judo kan geven, niet afpakken. En zo volg ik mijn eigen weg en zie ik wel wat er op mijn pad komt, hopend nog lang te mogen genieten van deze fantastische sport en op dit moment vol trots te kunnen zeggen wat ik ooit nog had gehoopt te kunnen doen: ‘Ik ben Nederlands kampioen!’