De dag dat ik ontdekte dat Couperus een voorliefde had voor vrouwen met grote neuzen

Op 1 november bezochten de eerstejaars in het kader van de cursus ‘Wat is literatuur?’ het Literatuurmuseum in Den Haag. Student Hilde Berndt doet verslag.

Afgelopen donderdag ging ik samen met enkele docenten en 27 andere eerstejaars studenten Nederlandse Taal en Cultuur naar het Literatuurmuseum Den Haag. Ik moet eerlijk zeggen dat mijn wekker me niet heel enthousiast maakte voor de excursie: de tentamens waren toch voorbij? Vakantie! Al gauw bleek het literatuurmuseum een prima plek om je posttentamenweek ergo vakantie te spenderen. Eenmaal binnen vloog ik met wat medestudenten meteen de museumwinkel in om te snuffelen in kinderboeken, pauwenveren en gedichten van Paul van Ostaijen. Als dit alleen al de museumwinkel was, beloofde dat veel goeds. We hadden er zin in.

Onze gastheer Bertram Mourits leidde ons naar een ruimte waar we wat uitleg zouden krijgen. Om daar te komen moesten we eerst door een soort galerij. Behalve het archief en een kinderboekenmuseum bleek het Literatuurmuseum ook nog een accurate replica van de Franse Salon te herbergen: schilderijen tot aan het plafond, met allemaal bekende gezichten. Ik wilde ze zo graag allemaal bekijken, maar eerst werd ons verteld wat het archief allemaal behelst. De hoeveelheid materiaal maakte indruk. Er lag zeven kilometer aan liefdesbrieven, manuscripten, bankafschriften, bonnetjes en kladpapiertjes gearchiveerd. Ik benijdde het voorrecht van de archiefmedewerkers om geheim materiaal toch in te mogen zien. Je zou jezelf elke dag maar mogen bezighouden met literaire gossip, wauw.

Tijdens de uitleg werd ik geregeld afgeleid door een stapel beigekleurige mappen. Al gauw werd duidelijk wat de bedoeling was: we mochten de mappen inzien en moesten een “TedTalk” maken van de informatie die we over schrijvers hadden gevonden. De eerste brief die ik las was geadresseerd aan Charlotte Mutsaers en geschreven door haar bovenbuurman, of ze in vredesnaam wat minder lawaai wilde maken. Deze details had ik niet verwacht. Het voelde alsof ik de telefoon van een totaal onbekende in beslag nam om vervolgens zijn of haar WhatsApp-geschiedenis te bestuderen. Gretig speurden we door alle brieven, als een stel detectives zonder doel. Onze speurtocht in het privéleven van Hella Haasse braken we af voor een rondleiding door een expositie en de eerdergenoemde Salon avant la lettre. De expositie was gemaakt in 2010 en bevatte meesterlijk realistisch gekopieerd materiaal van honderd bekende auteurs. Het was werkelijk één grote literaire snoepjeswinkel. Ik zag de eerste versie van Van den Vos Reynaerde, een totaal chaotisch A4-tje van Simon Vestdijk en een voorstel van Lodewijk van Deyssel tot het censureren van zijn roman Een Liefde ( “zat te geilen als een gek” wordt “haar met verlangen zat te bekijken”). Er hing zelfs een blaadje met notities en doodles van Louis Couperus; voor de details verwijs ik u naar de titel van dit stuk.

De schilderijen in de galerij bleken van schrijvers te zijn, geschilderd door zowel amateurs als hoogstaande kunstenaars. Expressionistische, kubistische, classicistische, realistische en postmodernistische schilderijen wisselden elkaar af. Interessant om te zien hoe verschillend auteurs afgebeeld willen worden. Jules Deelder had nog nooit zo’n gekleurde persoonlijkheid!

Na de rondleiding onderzocht ik met mijn groepje wat brieven van Bernlef aan Simon Vinkenoog, geschreven tijdens een reis naar Illinois en New York van eerstgenoemde in 1961. Het was surreëel om te lezen over een tijd waarin boeken die nu hartstikke gecanoniseerd zijn nog niet bestonden. Zo stond er in een brief: “Wist je trouwens dat ze De donkere kamer van Damocles gaan uitgeven?”  Nu had ik dat boek toevallig in mijn tas zitten, dus dat was erg bijzonder. Toen we klaar waren presenteerden we onze ontdekkingen. Dat bleken er nogal wat: van brieven uit een infiltratie in de Scientology-kerk tot een onthulling van het cynisme van Karel van het Reve.

Met de presentaties kwam er een einde aan een geslaagde excursie. Moe doch verzadigd reisden we terug naar Nijmegen, waar enkelen van ons nog een kroegcollege van Marten van der Meulen te wachten stond. Zelden zoveel literatuur in een dag gepropt gezien, maar het smaakt absoluut naar meer!

(Foto’s gemaakt door Jos Joosten.)