In de prijzen! – Johan Oosterman

Op 10 december heeft Johan Oosterman HLCS valorisation grant ontvangen voor zijn project over het gebedenboek van Maria van Gelre.  Eerder dit jaar is het van start gegaan met een crowdfundingactie die ruim € 30.000 heeft opgebracht en die er voor gezorgd heeft dat er in ruime kring bekendheid is gekomen voor dit tot voor kort bij het brede publiek vrijwel onbekende 600-jaar oude gebedenboek dat een van de belangrijkste Nederlandse kunstschatten is uit de late middeleeuwen (zie www.mariavangelre.nl).

“In de prijzen! – Johan Oosterman” verder lezen

Docentendag Nederlands: Nu Neerlandistiek! 19 januari

Wat is een docentendag?

Op een docentendag ontmoet u andere docenten uit uw vakgebied: nieuwe gezichten én oude bekenden. U deelt ervaringen, hoort de actuele ontwikkelingen en raakt geïnspireerd door diverse lezingen, workshops en/of trainingen van verschillende sprekers. Ook krijgt u handgrepen aangereikt over hoe en wat u aan kennis opdoet op deze dag u in uw dagelijkse lespraktijk kunt verwerken.

 

Docentendag Nederlands

Tijdens deze docentendag nemen we u mee langs highlights uit de Neerlandistiek: wat is nieuw, wat is er veranderd, waar zitten de ontwikkelingen? Van recenseren, via de ANS naar de kracht van het beeld, over taalverwerving, leeslijsten en chatgesprekken. Kortom, een breed scala aan onderwerpen voor iedereen die geïnteresseerd is in de Neerlandistiek!

Na afronding van deze dag ontvangt u een certificaat. (Validatie Registerleraar in aanvraag)

Programma
“Docentendag Nederlands: Nu Neerlandistiek! 19 januari” verder lezen

Grondige update van grammatica-naslagwerk ANS

Wat waren ook alweer voorzetsels?

Wat voor vormen van ontkenning (negatie) zijn er?

Hoe zat het met actieve en passieve zinnen?

De Algemene Nederlandse Spraakkunst, of kortweg ANS, geeft al sinds 1984 antwoord op deze, en nog veel meer vragen over Nederlandse grammatica. Het is een naslagwerk voor scholieren, docenten, studenten, academici en professionals die veel met tekst werken.

In eerste instantie was de ANS een boek (herzien in 1997), maar in 2002 verscheen een online gratis raadpleegbare versie beschikbaar gekomen, de E-ANS (http://ans.ruhosting.nl/e-ans), die inhoudelijk identiek is aan de gedrukte versie van 1997.ANS

Sinds die tijd zijn er uiteraard nieuwe inzichten over de Nederlandse taal bij gekomen. Er is meer bekend over individuele taalverschijnselen, maar ook over de grammaticale samenhang daartussen. Daarnaast is de Nederlandse taal de afgelopen 20 jaar veranderd.

Daarom is op 1 oktober 2015 een grondige update van de E-ANS gestart. “Grondige update van grammatica-naslagwerk ANS” verder lezen

Diverse bijdragen in VakTaal

IVN LogoDe nieuwste aflevering van VakTaal, het tijdschrift van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek, is gewijd aan  taal en social media. Het onderwerp wordt van allerlei kanten benaderd, ook in Nijmeegse bijdragen. Zo betoogt Lieke Verheijen dat opkomst van digi-taal niet zonder meer van invloed hoeft te zijn op het standaard-Nederlands en Sophie Reinders bespreekt de overeenkomsten en verschillen tussen Facebook en Twitter, het poëziealbum, en het zestiende-eeuwse album amicorum. Studente Vera Thiessen  komt tot de conclusie dat – ondanks alle digitalisering – de huidige generatie studenten Nederlands niet zo anders is dan andere generaties…

Gebedenboek Maria van Gelre: voordelen van crowdfunding

door Johan Oosterman

Op 23 februari was het gebedenboek van Maria van Gelre zeshonderd jaar oud: startsein voor crowdfunding om een mooi project mogelijk te maken. Binnen zes weken was het streefbedrag van €25.000 binnen. Honderden mensen hebben gedoneerd, grote en kleine bedragen, en op deze manier laten blijken waarde te hechten aan cultuur en geschiedenis. Een heerlijk gevoel, zowel omdat het doel bereikt is, maar ook omdat het tijd biedt voor enige reflectie, bijvoorbeeld over de vraag waarom je voor crowdfunding zou kiezen.

Afgelopen zomer, terug in Nijmegen na een sabbatical,  was ik vol gedachten over dat bijzondere gebedenboek van Maria van Gelre dat over een half jaar zeshonderd jaar oud zou zijn en waar ik iets mee wilde. Het zou weer toegankelijk moeten worden voor onderzoek. Daarvoor zou restauratie nodig zijn. En na afloop zou er dan een tentoonstelling moeten komen die het handschrift in alle glorie zou tonen. De schets in mijn oratie uit 2007 van een veelomvattend onderzoek naar literatuur en cultuur in het Nederrijngebied, stond me helder voor ogen en moest nu maar eens tot nadere uitwerking leiden. Vol energie ging ik in gesprek met mogelijke betrokkenen en al snel werden de contouren van wat ik wilde duidelijk. Mireille Vaal, beleidsmedewerker externe relaties van de Faculteit der Letteren, was daarbij vanaf het eerste begin steun en toeverlaat. Al eerder hadden we gepraat over mogelijkheden van crowdfunding en het onder de aandacht brengen van mooi onderzoek voor een breed publiek. Maria’s gebedenboek was de perfecte casus.

Colofon Maria van gelreOver de opzet van het project valt veel te zeggen. In de eerste plaats dat ik het geluk aan mijn kant had: begin juli vernam ik dat Joanka van der Laan, alumna van de University of St. Andrews, een Gerard Brom Stipendium had gekregen om in Nijmegen vier maanden onderzoek te doen naar het gebedenboek. Een mooiere samenloop was niet denkbaar: zonder dat we elkaar van te voren kenden, bleken we dezelfde droom te delen. In de maanden die volgden was Joanka een perfecte sparring partner als het om de inhoud van het project ging. Door de betrokkenheid van kunsthistorici als Miranda Bloem, Rob Dückers en Kathryn Rudy én van James Marrow (‘the book is famous but unknown’) voelde ik me bovendien veilig op een terrein dat niet mijn eigen discipline is.

“Gebedenboek Maria van Gelre: voordelen van crowdfunding” verder lezen

Workshop over chatgesprekken bij Trimbos instituut

Wyke Stommel, docent bij Nederlandse taal en cultuur, presenteerde woensdag 15 april de resultaten van twee jaar onderzoek naar de chat- en telefoongesprekken van het Trimbos-instituut. Hieronder doet zij verslag van haar workshop.

Knikkende hoofden en bevestigende blikken waren het antwoord op een presentatie die ik gisteren gaf aan medewerkers van tien Nederlandse organisaties voor verslavingszorg over mijn onderzoek.

wyke

De afgelopen twee jaar heb ik chatsessies van de landelijke chatservice Alcohol en Drugs geanalyseerd om erachter te komen hoe het bereiken  van wederzijds begrip via dit nieuwe medium verschilt van de communicatie aan de telefoon. Hiervoor had ik een subsidie gekregen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Heel bijzonder van dit type onderzoek is dat je echte gesprekken verzamelt en daarin patronen ontdekt waarvan de sprekers zelf zich vaak niet bewust zijn.

In het geval van mijn onderzoek was nog bijzonderder dat de organisatie waarvan de gesprekken afkomstig waren, het Trimbos-instituut, zelf belang aan het onderzoek hechtte en graag wilde weten wat ik had ontdekt over hun chat- en telefoongesprekken.Trimbos

Woensdag 15 april was de dag waarop de medewerkers wiens gesprekken, weliswaar geanonimiseerd, ik inmiddels zo goed ken, van mij hoorden waarom chatten lastiger voor hen is dan bellen. In chatgesprekken wordt bijvoorbeeld een zogenaamde pre-screening gebruikt die voor begripsproblemen zorgt in de opening. Verder tasten medewerkers in chatsessies op een andere manier dan aan de telefoon af of de cliënt misschien niet alleen informatie wil, maar ook wil praten over het probleem. Ze gebruiken hiervoor samenvattingen van het probleem, die door de cliënt soms niet als de gewenste gespreksrichting behandeld worden. Bovendien blijkt het lastiger om het gesprek af te ronden, omdat chattende cliënten niet altijd meteen of overtuigend het advies erkennen. Vragen als “kun je hiermee verder?” werken dan vaak wel, maar niet altijd.

De onderzoekssamenwerking is zo goed bevallen dat ik samen met het Trimbos-instituut een nieuwe subsidie aangevraagd en gekregen heb om uit te kunnen pluizen hoe metacommunicatie gebruikt wordt in chatgesprekken.

Goede ideeën veranderen de wereld

Vorige week vond ter ere van de 60ste verjaardag van hoogleraar Nicoline van der Sijs het symposium Luid zingend op een ijsschots de zomer tegemoetplaats. Sophie Reinders, promovenda Nederlandse letterkunde, sprak daar over haar onderzoek, het belang van het vak Nederlands en de waarde van de geesteswetenschappen in het algemeen. Deze voordracht – getiteld ‘Goede ideeën veranderen de wereld (of over hoe te leren van je fouten)’ – verscheen afgelopen week op het nieuwsblog voor neerlandici Neder-L en is nu ook op onze eigen blog te lezen!

ijsbeertje2

door Sophie Reinders
‘Toen ik gevraagd werd om op dit congres iets over mijn onderzoek en de toekomst van de geesteswetenschappen te vertellen, zei ik meteen ‘ja, leuk!’. Dit verzoek kwam net voor de protesten aan de universiteiten écht losbarstten, voor de Maagdenhuisbezetting 2.0, Rhetink UvA en voordat honderden mensen met honderden meningen zich mengden in honderden debatten in alle media over ‘de Nieuwe Universiteit’, de toekomst van kleine universitaire studies, de discussies over rendement, managementlagen en hoe het voortaan allemaal wel en allemaal niet moest. Ik verdronk een beetje in die zee van discussies en meningen. Hoe moest ik daar nu nog iets aan toevoegen, iets zinnigs over zeggen? Feit was wel dat ik gedwongen werd opnieuw na te denken over de waarde van mijn vak. Niet voor mezelf, maar voor de samenleving en voor de toekomst. Ik besloot daarom het vandaag enerzijds dicht bij mijn eigen onderzoek te houden, maar vooral ook over de waarde van de geesteswetenschappen als geheel te spreken.
Ik ben historisch letterkundige. Ik heb gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en werk nu aan de Radboud Universiteit in Nijmegen aan een proefschrift over vrouwenalba amicorum, vriendschapsboekjes van adellijke meisjes uit de late zestiende en vroege zeventiende eeuw.
Vanaf het begin van mijn promotietraject heb ik mijn best gedaan dit onderzoek niet alleen binnen de academie te presenteren, maar ook daarbuiten, voor een groter publiek. Ik heb artikelen geschreven in onder andere VakTaalDe Boekenwereld en een tijdschrift voor familiegeschiedenis en ik heb interviews gegeven aan lokale en nationale media. Ik sprak en schreef over het vrouwenalbum in het algemeen, over een nieuwe vondst, over de waarde van dit onderzoek en plannen voor de toekomst. Dit soort artikelen en interviews zorgde steeds voor positieve “collatoral damage”: interviews in andere media, uitnodigingen voor lokale tv en nationale radio. De invalshoek is eigenlijk altijd dat ik “Het Facebook van vierhonderd jaar geleden” bestudeer. Mensen herkennen zich dankzij deze metafoor in het onderzoek en voelen een historische sensatie als ze terugdenken aan hun eigen poëziealbum. Ik doe dit alles niet om straks de valorisatiepoot van bijvoorbeeld een Veni-aanvraag op orde te hebben of omdat ik graag in de belangstelling sta. Ik doe dit omdat ik enthousiast ben over het materiaal dat ik bestudeer en ik het zonde vind als het straks op die paar mensen die mijn proefschrift zullen lezen na, voor de rest van de wereld verborgen blijft.
Ik heb er veel van geleerd en probeer het geleerde ook uit te dragen. Inmiddels heb ik een aantal colleges gegeven aan studenten over hoe je als geesteswetenschapper omgaat met media en hoe je het valoriseren van je onderzoek aan kunt pakken. Zo moet je geen dingen doen die niet bij je passen en je boodschap weliswaar aanpassen aan een breder publiek, maar niet dusdanig versimpelen dat je je onderzoek er eigenlijk niet meer in herkent, het geen recht meer doet. Je blijft tenslotte wetenschapper. Ik geloof dat dit valoriseren van individuele onderzoeken belangrijk is, dat het nut heeft, ook voor de inhoud van je eigen werk. Je krijgt namelijk vaak verrassende vragen en wordt bovendien gedwongen je onderzoek helder en kernachtig te presenteren en rechtvaardigen. Maar minstens zo belangrijk in de storm waar de geesteswetenschappen nu in verkeren is – denk ik – de valorisatie van de geesteswetenschappen in het algemeen en daar moeten we met zijn allen, boven-disciplinair, voor gaan staan en onze studenten ook van doordringen. 
Het mooiste pleidooi voor de waarde van de geesteswetenschappen, of althans het pleidooi dat echt indruk op mij maakte, kwam opvallend genoeg uit de bètahoek.

“Goede ideeën veranderen de wereld” verder lezen

Prijs voor profielwerkstuk & Letterenstudies op de radio

RembrandtDeze week is de Junior Fellowship 2015 door het Rijksmuseum uitgereikt aan Amsterdamse leerling Eden Brüninghaus. Zij beschreef in haar profielwerkstuk ‘Rebels of the Renaissance’ haar onderzoek naar vrouwelijke kunstenaars tijdens de Renaissance.

De prijs is in het leven geroepen om het beste profielwerkstuk op het terrein van de kunst, cultuur en geschiedenis te belonen. Voorwaarde is wel dat er een duidelijke link met het Rijksmuseum bestaat. Lotte Jensen, hoofddocent van onze afdeling, zat in de jury, die tussen tien genomineerden mocht kiezen. Het niveau van de inzendingen was buitengewoon hoog en overtrof soms zelfs het niveau van een bachelorwerkstuk. “Prijs voor profielwerkstuk & Letterenstudies op de radio” verder lezen