Oratie Nicoline van der Sijs op 27 maart a.s.

In haar oratie getiteld ‘De voortzetting van de historische taalkunde met andere middelen‘ gaat Nicoline van der Sijs in op de E-Humanities en de nieuwe toekomst van oude teksten. Digitale onderzoeksmethoden zijn binnen de geesteswetenschappen sterk in opkomst. De verwachtingen zijn hooggespannen, zowel bij onderzoekers als bij subsidiegevers. Terwijl de computer met moderne teksten al redelijk uit de voeten kan, zijn er voor oude teksten nog veel moeilijkheden te overwinnen.

In haar oratie laat Nicoline van der Sijs zien hoe digitale technologie ondanks beperkingen met succes kan worden gebruikt om oude en nieuwe historisch-taalkundige onderzoeksvragen te beantwoorden. Zo geeft ze antwoord op de oude vraag in hoeverre de gezaghebbende Bijbelvertaling uit 1637, de zogenoemde Statenvertaling, in taalgebruik volgend of leidend is geweest. De mythe wil dat de Statenvertaling grote invloed heeft uitgeoefend op de Nederlandse standaardtaal. Uit digitaal onderzoek blijkt echter dat de Statenvertaling bij verschijnen al archaïsch was, in ieder geval voor wat betreft het gebruik van naamvallen.

Haar conclusie is dat historische taalkunde en digitale onderzoeksmethoden een gelukkige combinatie vormen: de nieuwe onderzoeksinstrumenten werpen vaak een verrassend nieuw licht op oude, fundamentele vragen rond taalverandering.

Nicoline van der Sijs (Heerlen, 1955) is hoogleraar Historische taalkunde van het Nederlands in de digitale wereld aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze studeerde Slavische Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Utrecht, waar ze van 1975 tot 1990 als onderzoeker werkzaam was. Tussen 1990 en 2010 publiceerde ze als freelance onderzoeker ruim 25 boeken over historische taalkunde en etymologie. In 2001 promoveerde ze in Leiden. In 2006 ontving ze de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor de Geesteswetenschappen. In 2010 richtte ze etymologiebank.nl op. Sinds 2012 werkt ze als projectleider van Nederlab bij het Meertens Instituut.

 

De oratie is openbaar en vindt plaats in de Aula (Comeniuslaan 2).

Aanvang: om 15.45 precies.

Congres over Negerhollands

creoltaalOp vrijdag 14 maart vindt er in Nijmegen een congres plaats over het Negerhollands. Het Negerhollands is een uitgestorven creooltaal die op de eilanden St. Thomas en St. John tot in de 20e eeuw gesproken werd door het nageslacht van oud-slaven die op Nederlandse plantages werkzaam waren. De lezingen worden verzorgd door Prof. Dr. Peter Stein, Drs. Cefas van Rossem, Prof. Dr. Pieter Muysken en Robbert van Sluijs MA. Zie hier voor verdere informatie.

NRC-Column Nicoline van der Sijs

Making_Comeback

In haar eerste column voor de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad beschrijft Nicoline van der Sijs in vogelvlucht de geschiedenis van het vak historische taalkunde, een vak dat dankzij de digitalisering een ware comeback beleefde. Waarin onderscheidt de historische taalkundige zich nu van de ‘gewone’ taalkunde? Lees het in haar column ‘De comeback van een vak’.

Kritiek op ons numerosity-onderzoek, uitleg en antwoord

appeltaart

Het numerosity-onderzoek van Arina Banga, Esther Hanssen, Rob Schreuder en Anneke Neijt over de vorm en betekenis van de tussenklank en in samenstellingen heeft de belangstelling getrokken van Wim Mattens. Hij schreef er kritische stukken over in Neder-L; zie Taalkundig geroezemoes en Naschrift op ons weblog. Inmiddels heeft Banga tekst en uitleg gegeven in Neder-L en Neijts commentaar op het derde artikel vind je hier. Fragmenten uit de discussie:

Mattens: Toch nog een keer die vermaledijde spelling.

Neijt: De huidige beregeling is niet zo slecht, want die zorgt voor gelijkvormigheid.

Banga: Dat we een superenkelvoud aantreffen, komt niet overeen met Mattens’ theorie.

Mattens: Als dat de uitkomst van wetenschappelijk onderzoek is, dan deugt dat onderzoek niet.

Mattens: En hoe beregelen de Nijmeegse morfologen college- in collegebank, collegedictaat, collegegeld, collegezaal: een substantief zonder tussenklank (vgl. appel) met enkelvoudige of meervoudige betekenis?

Neijt: Die beregelen we niet. Ons onderzoek is geen prescriptief onderzoek. We onderzoeken de functie van de tussenklank voor taalgebruikers: is het een ritmisch element, vooral bedoeld om een prosodisch betere vorm te bereiken, of is het een betekeniselement, een meervoudsaanduider, zoals de oude spellingvoorschriften doen vermoeden?

De Grote Taaldag: een dag vol taalpassie, prijzen en prima eten

Door Merijn Beeksma, derdejaars student

taal

 

 

 

 

 

 

 

Eerder deze week verscheen er een artikel over Titia Benders op dit weblog, omdat zij de AVT-/Anéla-prijs won tijdens de Grote Taaldag. Deze dag, die speciaal gericht is op toegepaste en algemene taalkunde, vond afgelopen zaterdag voor de vierde keer plaats in hartje Utrecht. Er was een niet gering aantal Nijmegenaren aanwezig, onder wie ikzelf, samen met de ‘WerkWoordWerkers’ Mijntje Peters, Anneke Neijt en Johan Zuidema, de onderzoeksgroep waarbij ik stage heb gelopen en onderzoek heb uitgevoerd dat ik op de Taaldag zou presenteren. Ook Mijntje Peters, die NWO-onderzoek uitvoert naar de werkwoordspelling, zou haar voorlopige resultaten presenteren op deze dag.

Zowel de lezingen die werden gehouden als het publiek waren veelzijdig van aard. Er werd voornamelijk taalkundig onderzoek, maar ook wat taalbeheersingsonderzoek gepresenteerd en het publiek bestond zowel uit wetenschappers, studenten, mensen uit de praktijk (zoals basisschooldocenten) als overige geïnteresseerden, die zich konden laten informeren over onderwerpen als alfabetisering, Engels op de basisschool, slagzinnen in advertenties, een scala aan woordsoorten, spelling en ritme in de taal. Ook werd het ‘Taalportaal’ gelanceerd: een online verzameling van alles wat er te weten valt over de syntaxis, morfologie en fonologie van het Nederlands en het Fries. Hoewel het hier work under construction betreft, is de site is al te bekijken en te gebruiken. “De Grote Taaldag: een dag vol taalpassie, prijzen en prima eten” verder lezen

Tienduizenden taalkundige en etnologische kaarten beschikbaar via de Kaartenbank

kaartenbank
De Kaartenbank van het Meertens Instituut komt vandaag online. De website biedt een uitgebreid overzicht van gepubliceerde en ongepubliceerde dialectkaarten en etnologische kaarten van de Lage Landen en bevat een index met 30.000 titels van kaarten waarop taal- of cultuurverschijnselen zijn getekend. Bij ruim de helft van de titels kan men direct doorklikken naar een scan van de kaart.

De Kaartenbank bevat het eerste actuele overzicht van taal- en cultuurkaarten die zijn getekend van het Nederlandse taalgebied. De hoeveelheid kaarten die beschikbaar komt, is ongekend: voor geen enkel land bestaat een algemeen toegankelijke verzameling van deze omvang. De kaarten dateren van eind 19de eeuw tot heden. De Kaartenbank omvat de kaarten uit de omvangrijke taalatlassen die in de 20e eeuw zijn gepubliceerd, naast kaarten die zijn verschenen in taaltijdschriften en in monografieën. Daarnaast zijn
tweeduizend ongepubliceerde kaarten opgenomen die al decennialang in de bibliotheek van het Meertens Instituut liggen. Deze komen nu voor het eerst via de Kaartenbank voor iedereen beschikbaar. Naast dialectkaarten zijn er ook volkskundige kaarten opgenomen, onder andere uit de beroemde volkskundeatlas waarover Voskuil in Het Bureau schreef – alle lezers van dit werk herinneren zich wel de discussies rond de kaart van de nageboorte van het paard; die kaart kan nu, naast andere etnologische kaarten, via de Kaartenbank worden bezichtigd.

De Kaartenbank is bedoeld voor geïnteresseerden en als bibliografische onderzoekstool. Via de Kaartenbank kan men gemakkelijk vinden of een bepaald verschijnsel is gekarteerd, en men kan verschillende kaarten – bijvoorbeeld van hetzelfde verschijnsel uit verschillende perioden of van verschillende gebieden – met elkaar vergelijken.
Ter gelegenheid van de lancering van de Kaartenbank is een boekje verschenen onder de titel De Kaartenbank. Over taal en cultuur. Hierin vertellen medewerkers van het Meertens Instituut het verhaal achter een kaart waarop de verspreiding van een talig of cultureel verschijnsel staat. De Kaartenbank werd mogelijk dankzij een subsidie door het Fonds stimulans voor open access-publicaties van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Voor informatie kunt u zich wenden tot hoogleraar historische taalkunde Nicoline van der Sijs.

Titia Benders wint AVT/Anélaprijs

Via Neder-L:

TitiaBendersFOTO

De AVT/Anélaprijs voor het beste taalkundige proefschrift van het afgelopen jaar is gewonnen door Titia Benders voor haar proefschrift Nature’s distributional learning experiment. Dit proefschrift, dat Benders in 2013 verdedigde aan de Universiteit van Amsterdam, bespreekt in detail de manier waarop kinderen leren om klanken die veel op elkaar lijken – zoals de klinkers in man en maan – van elkaar te onderscheiden.

De jury prijst in het juryrapport ‘de elegantie en onafhankelijkheid’ van Benders’ proefschrift en vermeldt als ‘saillant detail’ dat “de Nederlandse moeders die meewerkten aan Benders’ onderzoek veel glimlachten tegen hun babies, maar hierdoor het a-aa-contrast voor hun babies beduidend moeilijker leerbaar maakten.” Titia Benders is momenteel als postdoctoraal onderzoeker aan onze afdeling verbonden.

De AVT/Anélaprijs wordt sinds 1994 jaarlijks uitgereikt tijdens het Taalgala, een feestelijke bijeenkomst voor alle taalkundigen. De prijs wordt uitgereikt door de twee belangrijkste beroepsverenigingen voor taalkundigen, de Algemene Vereniging voor Taalwetenschap en de Nederlandse Vereniging voor Toegepaste Taalwetenschap Anéla.

De week van… Stefan Frank

Stefan Frank is universitair docent bij Nederlandse taalkunde. Hij is gespecialiseerd in psycholinguïstiek.

stefan

Vrijdag 10 januari

Ik word wakker in Londen –waar ik nog af en toe woon– met het gevoel alsof ik een fruitmesje probeer door te slikken. Dit is geen goed moment om griep te krijgen, want vanmiddag geef ik een lezing aan de universiteit van Birmingham. Gelukkig vind ik in de medicijnkast iets wat me kan helpen de dag door te komen.

Omdat ik nog ruim een uur de tijd heb voordat ik naar het station moet, ga ik naar een buurtcafé om daar verder te werken aan mijn pogingen om een computer iets te leren over de statistische woordpatronen van het Nederlands. Opnieuw zonder veel succes.

In de trein naar Birmingham controleer ik nog een allerlaatste keer of mijn presentatie een min of meer goed lopend verhaal vormt. Het gaat over hoe de hersenen reageren op voorspelbaarheid van woorden tijdens het begrijpen van taal. Helaas zijn niet alle resultaten even overtuigend, maar desondanks lijk ik er goed mee weg te komen: zoals het hoort zijn er wel een paar kritische vragen, maar niets wat me van mijn stuk brengt. De rest van de middag en tijdens de treinreis terug naar Londen brainstorm ik met één van de Birminghamse onderzoekers over een beurs die we samen willen gaan aanvragen. Intussen word ik zieker en zieker. “De week van… Stefan Frank” verder lezen

Naschrift bij ‘Taalkundig geroezemoes rondom Het Groot Dictee van 2013’

kip-eiVoor wie geïnteresseerd is in de taalkundige discussies: raadpleeg Neder-L. Daar wordt tevens de kippenei-kwestie verder besproken door Wim Mattens, in een bijdrage getiteld ‘Het roemloze einde van de tussenklank en van het ritmisch element!‘.

Bijzondere bijkomstigheid is dat Mattens in Nijmegen gestudeerd heeft en er gepromoveerd is. Hij heeft veel over de spelling van de tussenklank in samenstellingen gepubliceerd. Dat is geen toeval. Nijmegen heeft een uitgebreide geschiedenis van onderzoek naar de spelling. Denk aan het postuum verschenen boek van Remmert Kraak, hoogleraar Taalwetenschap in Nijmegen (titel: Homo loquens en homo scribens, 2006). Maarten van den Toorn (hoogleraar Nederlandse Taalkunde in Nijmegen) en Kees Fens (hoogleraar Moderne Letterkunde in Nijmegen) schreven vroeger met veel plezier samen Het Groot Dictee en maakten deel uit van de jury!

Taalkundig geroezemoes rondom Het Groot Dictee van 2013

KootenNeijt

Anneke Neijt

De mooie bijvangst van Het Groot Dictee 2013 is dat dit dictee leidde tot maar liefst vier taalkundige discussies. Het gaat om hardnekkige kwesties, vragen die nog niet bevredigend beantwoord zijn, hoezeer taalkundigen ook hun best doen: (1) “dan of als?”, (2) “spelling is wel/niet taal”, (3) “weg met de standaardspelling”, en (4) “hoe lossen we kippenhok – kippeëi en bessenwijn – bessestruik op?”

Ten eerste de discussie over dan en als: Kees van Kooten laat zien dat dan helpt om dubbelzinnigheden te voorkomen, terwijl Helen de Hoop laat zien dat daarmee niet alle dubbelzinnigheden de wereld uit zijn. Tja – taal blijft dubbelzinnig. Als schrijver moet je je daar bewust van zijn, en je kunt die dubbelzinnigheid zelfs uitbuiten, denk aan wiewauwen in Het Groot Dictee dat naast ‘krioelen’ ook ‘raaskallen’ betekent. “Taalkundig geroezemoes rondom Het Groot Dictee van 2013” verder lezen