Marieke van Egeraat wint Tiele-scriptieprijs 2018

Onze collega Marieke van Egeraat won op vrijdag 12 april de Tiele-scriptieprijs 2018. Ze kreeg de prijs voor haar masterscriptie Weeklies, writings, and whispers: news in Gelderland (1618-1648). Hierin schetst ze een beeld van het Gelderse medialandschap ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog.

Lees hier de lovende woorden die de jury voor Mariekes scriptie over had.

De opleiding Nederlandse Taal en Cultuur feliciteert Marieke graag van harte met deze mooie prestatie!

Momenteel is Marieke werkzaam als promovenda binnen het onderzoeksproject Dealing with Disasters, onder leiding van Lotte Jensen.

Lilian Nijhuis wint scriptieprijs Werkgroep Zeventiende Eeuw

Op 25 augustus werd de scriptieprijs van de Werkgroep Zeventiende Eeuw uitgereikt aan Lilian Nijhuis.

De scriptie ging over de rol van de Metamorfosen van Ovidius in het werk van Joost van den Vondel. Volgens de jury was de scriptie ‘erudiet, diepgaand onderzocht, helder gestructureerd en in prachtig Nederlands geschreven’.

De jury prees ook het feit dat de scriptie tot nieuwe inzichten in het werk van Vondel leidt via deze klassieke invalshoek. Ook bij de lezer treedt daardoor een metamorfose op aan het eind: deze leest het werk van Vondel voortaan met andere ogen.

Lilian studeerde in januari 2018 af bij de Research Master Historical, Literary & Cultural Studies en werkt sinds februari als promovendus aan onze afdeling.

Imme Lammertink publiceert onderzoek masterscriptie

imme_lammertinkHoe weet je wanneer je aan de beurt bent om te praten? Imme Lammertink heeft voor haar masterscriptie onderzoek gedaan naar hoe beurtwisselingen in gesprekken werken en hoe dat geleerd wordt. Binnen dit kader heeft zij onder andere Nederlandstalige en Engelstalige peuters getest in Nijmegen, maar ook in Cambridge. Zij heeft dit onderzoek, getiteld  Dutch and English toddlers’ use of linguistic cues in predicting upcoming turn transitions, weten te publiceren in Frontiers of Psychology. Een indrukwekkende prestatie! “Imme Lammertink publiceert onderzoek masterscriptie” verder lezen

Anéla Juniorendag 6 maart: Lisa Rommers presenteert

Voor alle neerlandici die vorig jaar rond mei voor het experiment van mijn bachelorwerkstuk naar heel veel geluiden van de Engelse fonemen /E/ en /ae/ hebben geluisterd, nogmaals: bedankt! Door dit experiment weet ik nu meer of de prosodische kenmerken van Infant Directed Speech helpen bij het leren van een niefoto_Lisauw foneemcontrast. Na mijn bachelor Nederlands, waarin ik het ontzettend leuk en interessant vond om dit experiment op te zetten en uit te voeren, ben ik begonnen met de researchmaster Cognitive Neuroscience. Daar mag ik nu naar hartenlust twee jaar lang nog meer experimenten uitvoeren (ja ja, schrik niet, ook daar is jullie hulp weer hard bij nodig!). Maar aanstaande vrijdag 6 maart nog even terug naar mijn bachelorwerkstuk, want vrijdag is het de Anéla juniorendag. Dit is een dag waarop junioronderzoekers van verschillende universiteiten naar Nijmegen komen om onderzoek op het gebied van de toegepaste Taalkunde te presenteren. Een dag die ik niet wilde missen, en met geluk: Ik mag vrijdag mijn bachelorwerkstuk in de vorm van een poster presenteren. Een eerste kennismaking met de ‘echte’ onderzoekswereld, waar hopelijk leuke discussies worden aangegaan en nieuwe contacten ontstaan. Ik kijk er erg naar uit!

Door: Lisa Rommers – oud-studente Nederlandse Taal en Cultuur

Lieke Verheijen genomineerd voor Anéla/VIOT scriptieprijs

quoteTijdens de Anéla Juniorendag op 7 maart 2014 presenteert Lieke Verheijen haar masterscriptie, die is genomineerd voor de Anéla-VIOT scriptieprijs. Haar onderzoek gaat over de manier waarop native speakers van het Engels en non-native speakers citeren in wetenschappelijke teksten. Hieronder publiceren wij alvast de abstract van haar onderzoek:

The Language of Quoting in Academic Writing
Because quotation is a fundamental aspect of academic texts, my master thesis examines the language of (direct) quoting in academic writing. To find out whether learners of English as a foreign language (EFL) differ from professional academics who are native speakers of English (NSE) in their use of quotation, I compare two corpora of scholarly writings: one of student essays by upper intermediate and advanced EFL learners and one of published articles by NSE experts. A data set of 1201 quotes was extracted from the writings and examined for a broad range of lexico-grammatical features relevant to the use of quotes, including introductions to quotes, lexical items in introducing quotes, length of quotes, ‘special’ quotes, and punctuation surrounding quotes. The findings confirm my hypothesis that EFL students and NSE experts differ significantly on various points in their language of quoting. Making students aware of these differences could lead to great improvements in their academic writing. The six academic disciplines represented in the NSE corpus also turn out to differ significantly on several features relevant to the use of quotes. This suggests that students should not only learn the general academic quoting conventions, but also those of their own academic discipline.

Voor meer informatie over de Anéla Juniorendag: http://www.anela.nl/activiteiten/juniorendag/

Voor meer informatie over de Anéla/VIOT scriptieprijs: http://www.anela.nl/activiteiten/scriptieprijs/

Matthijs Kolthoff wint CIW-scriptieprijs

matthijs

 

Matthijs Kolthoff, die bij ons zijn bachelordiploma Nederlandse Taal en Cultuur haalde, heeft begin deze maand de CIW-scriptieprijs gewonnen voor zijn scriptie Defensive Reactions on Fear Appeals. Kolthoff schreef de scriptie onder begeleiding van prof.dr. Enny Das ter afsluiting van de mastervariant Communicatie en Beïnvloeding. De jury, die bestond uit leden van de opleiding CIW en van de Rijksuniversiteit Groningen, prees het werk van Kolthoff met name om de geslaagde combinatie van kwantitatief en kwalitatief onderzoek. De inventatieve manier waarop de scriptie kwalitatieve gegevens over weerstand tegen fear appeals in gezondheidscampagnes verwerkte in de opzet van de experimentele studie, was in de ogen van de jury bijzonder geslaagd, evenals de complexe analyses van de date in Kolthoffs onderzoek.

Hieronder kunt u het abstract lezen van de scriptie van Matthijs Kolthoff, die momenteel als Docent Bedrijfscommunicatie verbonden is aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN): “Matthijs Kolthoff wint CIW-scriptieprijs” verder lezen

Scriptie Erin Peters

Op donderdag 3 oktober ontvangt Erin Peters haar masterdiploma Letterkunde. Zij studeerde af op een scriptie over literatuurmethodes die gebruikt worden bij het schoolvak Nederlands. De begeleiding was in handen van Maaike Koffeman en Jeroen Dera. Hieronder kunt u een abstract lezen van Peters’ scriptie.

Van idee tot eindproduct
Een onderzoek naar de visie op het literatuuronderwijs die uit literatuurmethoden voor het schoolvak Nederlands spreekt 

Vondel, Bredero, Cats, Couperus, Emants, Mulisch, Hermans, Reve, Zwagerman of Wieringa? Canoniek of niet-canoniek? Welke auteurs, literaire werken en eeuwen verdienen de meeste aandacht? Wat voor soort opdrachten moeten de leerlingen uit het voortgezet onderwijs maken? Wat moeten zij kennen en kunnen? Auteurs van literatuurmethoden moeten veel keuzes maken voordat ze een lesmethode in elkaar kunnen zetten. Hun keuzes komen onder andere voort uit het soort benadering dat zij aanhangen. Kiezen zij voornamelijk voor een historische, tekstgerichte, contextgerichte of juist leerlinggerichte benadering?

In mijn masterscriptieonderzoek staat de volgende onderzoeksvraag centraal: welke visie(s) op het literatuuronderwijs spreekt (spreken) uit literatuurmethoden voor het schoolvak Nederlands? Om op deze vraag antwoord te geven heb ik drie literatuurmethoden voor het schoolvak Nederlands onderzocht, namelijk Literatuur [NU] van Noordhoff, Laagland, literatuur & lezer van ThiemeMeulenhoff en Literatuur, geschiedenis en theorie van Malmberg. Het theorieboek, en eventueel het aanwezige opdrachtenboek, heb ik integraal bestudeerd, maar de bijbehorende websites zijn buiten beschouwing gelaten. Het onderzoeksmateriaal leverde een uitgebreid corpus op, want ik heb alle auteurs en literaire werken die aan bod komen in de methode genoteerd en gecategoriseerd. Ik heb de volgende categorieën gehandhaafd: is de auteur/het werk gesignaleerd of uitgebreid besproken; in welke periode heeft de auteur gepubliceerd; is de auteur canoniek; is de auteur nog actief en levend; welke nationaliteit heeft de auteur; valt het literaire werk onder het genre poëzie, proza of toneel? Deze categorieën heb ik gebaseerd op kenmerken die Tanja Janssen (1998) aan verschillende soorten benaderingen koppelde. Daarnaast heb ik ook alle oefeningen gecategoriseerd op basis van deze kenmerken.

Uit de resultaten kwam per literatuurmethode een duidelijk profiel naar voren. Het lesboek Literatuur [NU] is opgezet vanuit een sterk leerlinggerichte benadering: er wordt veel aandacht besteed aan de mening en leeservaringen van de leerling. In een gesprek met de uitgeverij kwam dan ook naar voren dat het lesboek voornamelijk bedoeld is om de leerling te enthousiasmeren voor literatuur(geschiedenis). Achter Laagland, literatuur & lezer gaan vooral een leerling- en tekstgerichte benadering schuil. Een scala aan auteurs en literaire werken passeert de revue en de bijbehorende oefeningen zijn gericht op het doorgronden van de literaire werken, maar er is ook aandacht voor de visie van de leerling. Tot slot is gebleken dat Literatuur, geschiedenis en theorie juist vanuit een tekstgerichte benadering is opgezet: 49% van de oefeningen was aan deze benadering te koppelen. De leerlinggerichte benadering is nauwelijks tot uiting gekomen in dit lesboek. Dit sluit aan bij de visie van de auteur, Jo Dautzenberg (1944-2009), die een uitgesproken mening over het literatuuronderwijs had. Zo stelde hij in een interview met Trouw (22-11-2003): “Het laat me tamelijk koud of leerlingen gaan lezen. Ik wil ze culturele eruditie meegeven.” Deze visie is dus duidelijk terug te vinden in zijn literatuurmethode. Er is amper aandacht voor de (mening van de) leerling: slechts één van de 1099 oefeningen deed een beroep op de leeservaring van de leerling.

De literatuurmethoden verschillen dus in hun focus. Dit betekent overigens niet dat de andere benaderingen niet tot uiting komen in de methoden, integendeel. Kenmerken van alle vier de benaderingen zijn erin terug te vinden, maar de onderlinge verhoudingen verschillen aanzienlijk.

Tot nog toe is er (te) weinig onderzoek gedaan naar literatuurmethoden voor het schoolvak Nederlands. Deze lacune heb ik enigszins proberen te dichten door de visie van methodeontwikkelaars op het literatuuronderwijs bloot te leggen. Aan de hand van mijn onderzoeksresultaten zouden de secties een gefundeerde keuze kunnen maken: welke literatuurmethode past het beste bij hun eigen visie op het literatuuronderwijs? De methodeontwikkelaars moeten veel vragen beantwoorden bij het opzetten van een methode, zoals al bleek uit mijn inleiding. Hun visie op het literatuuronderwijs beïnvloedt uiteindelijk het eindproduct: welke (canonieke) auteurs en literaire werken passeren de revue en wat voor soort opdrachten bieden zij hun gebruikers (docenten en leerlingen) aan?