Promotie Ad Poirters

Op donderdag 16 februari 2017, om 10.30 uur precies, verdedigt Ad Poirters zijn proefschrift, getiteld:

 

Preserving the Spirit of Windesheim:

An Archaeological Interpretation of the Traces of Rector Arnoldus Beckers (1772-1810) in Books from the Convent of Soeterbeeck

 

in het openbaar in de aula van de Radboud Universiteit (Comeniuslaan 2) te Nijmegen. Na afloop van de verdediging is er een receptie in de aula.

Met vragen kunt u terecht bij Ad Poirters (a.poirtersATlet.ru.nl; vervang AT door @).

Promotie Willemijn van der Linden

Op 6 juli aanstaande om 14.30 promoveert Willemijn van der Linden (moderne letterkunde) op haar proefschrift ‘Over de grenzen van autoriteit: literaire gezagsverhoudingen tussen natuurwetenschappen, religie en geesteswetenschappen in De ontdekking van de hemel (1992) van Harry Mulisch’. Ze promoveert bij Jos Joosten.

De promotie vindt plaats in de Academiezaal van de Aula (Comeniuslaan 2 Nijmegen).

Promotie Margot Jager

Op 24 februari aanstaande om 12.45 promoveert Margot Jager (taalbeheersing) op haar proefschrift ‘Unraveling the role of client-professional communication in adolescent psychosocial care’ (klik hier voor meer informatie over het onderzoek). Ze deed dit onderzoek aan de medische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), onder begeleiding van prof. dr. S.A. Reijneveld en prof.dr. E.J. Knorth.

De promotie vindt plaats in het Academiegebouw van de RUG.

4 december: Promotie Yvette Linders

waarderinggelezen

Noteer in je agenda: op 4 december om 12.30 promoveert Yvette Linders in de aula van de Radboud Universiteit op haar proefschrift Met waardering gelezen. Een nieuw analyse-instrument en een kwantitatieve analyse van evaluaties in Nederlandse literaire dagbladkritiek, 1955-2005. Promotores zijn Peter-Jan Schellens en Jos Joosten.

Beschrijving van Linders’ onderzoek

Er is veel gezegd over wat critici in bepaalde tijden belangrijk vonden bij het beoordelen van een boek: soms zouden ze structuur belangrijker vinden terwijl het op andere momenten belangrijker zou zijn dat de lezer iets leert van een boek. Deze ideeën zijn tot nu toe nog nooit getoetst in een grote verzameling Nederlandse recensies.

Om te bekijken wat critici in verschillende perioden echt belangrijk vonden, is er voor dit onderzoek een analyse-instrument ontwikkeld dat in kaart brengt waar de critici over oordelen. Daarmee zijn 734 recensies die verschenen tussen 1955 en 2005 geanalyseerd. Bepaalde ontwikkelingen in de maatschappij (zoals de ontzuiling) of in de literatuur blijken inderdaad terug te zien in boekrecensies in kranten.

Promotie Lieke Stoffelsma op leesvaardigheid studenten in Ghana

Op woensdag 3 september promoveert Lieke Stoffelsma aan de VU. Zij onderzocht de leesvaardigheid van studenten in de academische lerarenopleidingen van Ghana. Zij toont aan dat studenten van de lerarenopleidingen daar hun eigen leesvaardigheid overschatten en dat hun leesvaardigheid van onvoldoende niveau is om zonder problemen hun studie te kunnen doorlopen. Zij deed dit onderzoek zowel aan de VU als aan de Radboud Universiteit.

“Promotie Lieke Stoffelsma op leesvaardigheid studenten in Ghana” verder lezen

Wat is typisch Nederlands aan Nederlandse mode? (promotie)

Bestaat de Nederlandse mode-identiteit? Of zijn Nederlanders eerder ‘modeonbewust’? Maaike Feitsma promoveerde gisteren aan de Radboud Universiteit op een proefschrift waarin vijf typerende ideeën over Nederlandse mode centraal staan. 

Met haar onderzoeksproject ‘Dutch Fashion from the sixties till now’ dacht Feitsma een geschiedenis te gaan schrijven over de Nederlandse mode van de afgelopen vijftig jaar: wie deed wat, wanneer en hoe. ‘Het werd veel meer dan dat’, vertelt Feitsma. ‘De Nederlandse mode is volop in beweging is en er worden constant nieuwe verhalen geschreven.’ Met haar proefschrift laat ze zien hoe de relatie tussen Nederlanders en hun mode een rol speelt in de constructie van de Nederlandse identiteit – hieronder drie voorbeelden.

Pronkzuchtige Parisiennes
Mode-identiteit wordt mede gevormd door mode- en damesbladen. Daarvan las Feitsma er dan ook honderden. Ze onderzocht meerdere jaargangen tussen 1960 en 2005 van de bladen Margriet, Elegance en Avenue. ‘In de jaren vijftig en zestig plaatsten tijdschriften de extravagante Franse mode vaak tegenover de sobere Nederlanders’, vertelt Feitsma. ‘Daarnaast kwam de vergelijking tussen het lichaam van de elegante Parisiennes en de Nederlandse vrouwen vaak terug. Het verhaal over functionaliteit, soberheid en de afkeer van pronkzucht is het bekendste verhaal over de typisch Nederlandse mode-identiteit.’

Soberheid versus kleur
Naast tijdschriften onderzocht Feitsma ook kranten, deed ze archiefonderzoek in musea en een aantal case studies bij bekende Nederlandse modemerken als Oilily en Cora Kemperman. Ze concludeert dat de Nederlandse mode veel verschillende betekenissen heeft, die soms overlappen en soms tegenspreken. ‘Zo zien we sober kleurgebruik als typisch Nederlands, maar op andere plekken vinden we juist bonte kleuren terug als expressie van de Nederlandse identiteit.’ Als voorbeeld plaatst ze bekende modeclichés als Delfts blauw, klompen en streekdracht tegenover de sobere stijl van de Nederlandse mode uit de jaren negentig.

feitsma_combi

Modemythe in the making
Feitsma signaleert bovendien een nieuwe ‘modemythe in the making’, die Nederlanders presenteert als denimexperts en Amsterdam benoemt tot ‘Denim Capital’. ‘Nederlandse modeverhalen raken dus niet alleen in vergetelheid, er worden ook nieuwe verhalen geschreven.’ Naast de drie bovengenoemde voorbeelden stelt Feitsma nog twee andere ideeën ter discussie, namelijk die van de ‘typisch Nederlandse’ ontwerpmentaliteit van ontwerpers van eigen bodem, en die van de rol van Nederlandse iconen in een herkenbare, Nederlandse esthetiek in ons cultureel erfgoed.

De conclusie van Feitsma’s verkenning is dat ‘de ultieme Nederlandse mode-identiteit’ niet bestaat. ‘Dit onderzoek geeft wel inzicht in het zelfbeeld van Nederlanders in relatie tot mode en demonstreert op basis van welke beeldvorming Nederlanders zichzelf onderscheiden binnen de internationale modearena.’

Maaike Feitsma (Leiderdorp, 1982) studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit Leiden en Fashion, Design & Strategy aan de Hogeschool van de Kunsten Arnhem. In 2008 startte ze met haar promotietraject aan de Radboud Universiteit. Ze is de tweede van vier promovendi binnen het door NWO gesubsidieerde onderzoeksproject ‘Dutch fashion in a globalised World’, dat wordt geleid door Anneke Smelik, hoogleraar Visuele cultuur aan de Radboud Universiteit. Op dit moment werkt Feitsma als docent en onderzoeker bij het Amsterdam Fashion Institute (Hogeschool van Amsterdam) en de Arnhem Fashion Masters (ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten).

Dit proefschrift werd mede gefinancierd door NWO, de Mr. Koetsier foundation, het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Confectie-industrie, Premsela, ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten, Saxion Hogescholen Enschede, de Universiteit van Amsterdam en de Radboud Universiteit.

Links

Promotie Esther Op de Beek over literaire dagbladkritiek in Nederland (1955-2005)

‘Populaire’ literatuur werd ook in 1955 gerecenseerd, van ‘verzuilde’ kritiek was nauwelijks sprake en aspecten als stijl en gelaagdheid blijven door de jaren heen dé criteria waarop romans beoordeeld worden. Esther Op de Beek promoveert morgen, 15 januari, aan de Radboud Universiteit op een onderzoek naar de literaire dagbladkritiek in Nederland 1955-2005.

Abooks wikimedia commonsnders dan in voorgaande studies ging Op de Beek terug naar de recensieteksten zelf. Zij bestudeerde alle recensies van romans in vijf grote kranten (Algemeen dagbladNRCParoolTrouwVolkskrant) in zes peiljaren: 1955, 1965, 1975, 1985, 1995 en 2005. Ze onderzocht welke aspecten beoordeeld werden (zoals stijl, structuur, thema); en welke eigenschappen van die aspecten (zoals originaliteit, complexiteit, diepgang).

Verzuilde kritiek?
Ophef over schrijvers als Gerard Reve (die in 1966 een proces aan zijn broek kreeg wegens godslastering) en Jan Cremer (Ik, Jan Cremer leidde tot Kamervragen) doen anders vermoeden, maar zelfs in 1955 en 1965 schreven recensenten van de katholieke Volkskrant en de protestantse Trouw geen ‘verzuilde kritieken’, constateert Op de Beek. ‘Zij bespraken wel meer boeken van katholieke of protestantse uitgevers, maar ook alles wat verder ter tafel kwam. En dan oordeelden ze niet opvallend moralistisch. Ook voor hen was stijl het belangrijkste criterium.’ Van politiek engagement door critici was al helemaal geen sprake.

Invloed Merlyn
De werkwijze van het literaire tijdschrift Merlyn (1962-1966) zag Op de Beek vooral terug in 1985. ‘Veel recensenten in dat jaar zijn academici die zijn opgeleid met de boodschap van Merlyn. De roman moest ‘werkimmanent’ beoordeeld worden, wat de auteur bedoelt of de lezer voelt doet er niet toe. In 1985 zie je dat samenhang en structuur dominante aspecten zijn in de recensies en dat de aandacht voor de auteur is afgenomen. In de Volkskrant zie je dat al in 1975, maar dat is geen wonder, want de belangrijkste recensent is daar dan Kees Fens, een van de oprichters vanMerlyn.’

Hoe ‘literair’ is de kritiek
Tot slot onderzocht Op de Beek of er in de loop der jaren meer aandacht voor ‘lagere literatuur’ is gekomen en of boeken ook op minder ‘literaire’ criteria beoordeeld worden. Alleen in 1975 en 1985 was er minder aandacht voor populaire genres, ontdekte ze. ‘Het is dus niet iets van de laatste tijd. In Trouw stonden in 1955 al dagelijks korte recensies van thrillers en pockets.’

“Promotie Esther Op de Beek over literaire dagbladkritiek in Nederland (1955-2005)” verder lezen