Congres Achter de Verhalen 5: Terug naar de tekst?

welkom-terugAchter de Verhalen, het algemene congres voor de moderne Nederlandse literatuurstudie, is aan zijn vijfde editie toe. Na twee afleveringen in België (Leuven en Gent) en twee in Nederland (Nijmegen en Utrecht) is Brussel aan de beurt. Vanaf woensdag 26 tot en met vrijdag 28 maart komen modern letterkundigen samen in het Paleis der Academiën van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB).

De centrale vraag van het congres is welke plaats de tekst in de modern-letterkundige neerlandistiek inneemt: in welke vormen worden literatire teksten vandaag bestudeerd? Moeten zij hun plaats heroveren in de literatuurstudie of zijn zij nooit weggeweest? En hoe worden zij in het recente onderzoek gecombineerd met andere onderzoeksobjecten?

Enerzijds komen verkenningen van nieuwe onderzoeksgebieden en methodologische reflecties aan bod en anderzijds worden concrete tekstanalyses gepresenteerd. Op de eerste dag worden vragen behandeld rond de manier waarop we stijl, ruimte, personages en objecten kunnen bestuderen. De tweede dag richt zich op vragen rond interpretatiestrategieën: op welke basis interpreteren we teksten? Hoe activeert de tekst het bewustzijn van de lezer? Wat is de potentiële bijdrage van een geactualiseerde thematologie en motievenstudie? Op de derde en laatste dag wordt gekeken naar de manier waarop de verschillende fasen van een tekst bestudeerd kunnen worden.

Elke congresdag begint en eindigt met een keynote lezing. De sprekers zijn Gillis Dorleijn (Rijksuniversiteit Groningen), Ralf Grüttemeier (Carl von Ossietzky Universität Oldenburg), Frans-Willem Korsten (Universiteit Leiden / Erasmus Universiteit Rotterdam), Pieter Verstraeten (KU Leuven), Sven Vitse (Universiteit Utrecht) en Nachoem M. Wijnberg (Universiteit van Amsterdam).

Vanuit onze afdeling zullen Jeroen Dera en Marieke Winkler spreken over hun promotieonderzoek. Op de derde dag organiseert hoogleraar moderne letterkunde Jos Joosten een rondetafelgesprek over het thema ‘Terug naar de tekst’. Aan tafel schuiven aan: Jeroen Dera, Dirk De Geest, Judit Gera, Kris Humbeeck, Maaike Meijer, Saskia Pieterse en Carl De Strycker.

 

Zie de website voor het gehele programma en extra informatie.

Lotte Jensen in ‘Oude bekenden’

lotte jensen

In de serie ‘Oude bekenden’ (npo/doc) delen vijf historici hun fascinatie voor heerszuchtige mannen en sterke vrouwen. Deze mannen en vrouwen spelen niet alleen een grote rol in de geschiedenis, maar ook in hun eigen leven. Lotte Jensen werd, naar aanleiding van haar boek Verzet tegen Napoleon (Nijmegen: Vantilt, 2013), geïnterviewd over Lodewijk Napoleon. Het interview is hier te bekijken.

Na het interview met Lotte Jensen kunt u op Holland Doc 24 nader kennis maken met de eerste koning van Holland in de documentaire Lodewijk Napoleon (Karina Meeuwse, NTR 2008). Deze wordt uitgezonden op zondag 30 maart om 12.45 uur.

MOOD: aandacht voor kwalitatieve analyse van online data

online dataIn januari 2013 vond de eerste internationale MOOD-bijeenkomst plaats aan onze universiteit. MOOD is het acroniem van Microanalysis Of Online Data. Onderzoekers die afkwamen op de workshop houden zich bezig met het analyseren van (sociale) interactie en andere discursieve praktijken via nieuw media zoals fora, Facebook, Twitter, video-conferencing/Skype, Wikipedia, chat en e-mail. Sinds de workshop in Nijmegen is het MOOD-netwerk in ontwikkeling: er is inmiddels een methodologisch artikel ingediend bij het tijdschrift Discourse, Context & Media, er is een Europese subsidie aangevraagd voor het verstevigen en verder uitbouwen van het netwerk en er wordt een nieuwe bijeenkomst georganiseerd op 14 en 15 juli in York. Onderzoekers, maar ook studenten met scripties op dit gebied, zijn van harte uitgenodigd om een abstract in te dienen!

Raadpleeg hier de Call for Papers.

Guusje Jol wint posterprijs op Anéla/VIOT juniorendag

politieverhoorOp vrijdag 7 maart vond de Anéla/VIOT juniorendag plaats. Tijdens dit jaarlijks terugkerend evenement kunnen studenten, net-afgestudeerden en promovendi hun scriptie- of promotieonderzoek op het gebied van toegepaste taalkunde (taalgebruik, taalverwerving, taalonderwijs, taalbeheersing of communicatie) presenteren in de vorm van een lezing of een posterpresentatie.

De twee keynote presentaties gingen dit jaar over tweetalig onderwijs (door Rick de Graaff) en over inleiding en afsluiting in toespraken (door Jaap de Jong). Andere presentaties gingen bijvoorbeeld over de analyse van taalgebruik in twitter, gesprekken met kinderen over lezen, de functie van declaratieve vragen in interactie, constructie van identiteit bij Griekse immigranten, etc.

Ook de Radboud Universiteit was goed vertegenwoordigd met presentaties door Zeynep Azar & Asli Ozyurek (CLS), Anniek Boeijinga, Claire Goriot, Guusje Jol, Huib Kouwenhoven en Lieke Verheijen. Guusje Jol (Nederlandse Taal & Cultuur) won de posterprijs met haar poster over politieverhoren met kind-getuigen.

 

Lieke Verheijen genomineerd voor Anéla/VIOT scriptieprijs

quoteTijdens de Anéla Juniorendag op 7 maart 2014 presenteert Lieke Verheijen haar masterscriptie, die is genomineerd voor de Anéla-VIOT scriptieprijs. Haar onderzoek gaat over de manier waarop native speakers van het Engels en non-native speakers citeren in wetenschappelijke teksten. Hieronder publiceren wij alvast de abstract van haar onderzoek:

The Language of Quoting in Academic Writing
Because quotation is a fundamental aspect of academic texts, my master thesis examines the language of (direct) quoting in academic writing. To find out whether learners of English as a foreign language (EFL) differ from professional academics who are native speakers of English (NSE) in their use of quotation, I compare two corpora of scholarly writings: one of student essays by upper intermediate and advanced EFL learners and one of published articles by NSE experts. A data set of 1201 quotes was extracted from the writings and examined for a broad range of lexico-grammatical features relevant to the use of quotes, including introductions to quotes, lexical items in introducing quotes, length of quotes, ‘special’ quotes, and punctuation surrounding quotes. The findings confirm my hypothesis that EFL students and NSE experts differ significantly on various points in their language of quoting. Making students aware of these differences could lead to great improvements in their academic writing. The six academic disciplines represented in the NSE corpus also turn out to differ significantly on several features relevant to the use of quotes. This suggests that students should not only learn the general academic quoting conventions, but also those of their own academic discipline.

Voor meer informatie over de Anéla Juniorendag: http://www.anela.nl/activiteiten/juniorendag/

Voor meer informatie over de Anéla/VIOT scriptieprijs: http://www.anela.nl/activiteiten/scriptieprijs/

Kritiek op ons numerosity-onderzoek, uitleg en antwoord

appeltaart

Het numerosity-onderzoek van Arina Banga, Esther Hanssen, Rob Schreuder en Anneke Neijt over de vorm en betekenis van de tussenklank en in samenstellingen heeft de belangstelling getrokken van Wim Mattens. Hij schreef er kritische stukken over in Neder-L; zie Taalkundig geroezemoes en Naschrift op ons weblog. Inmiddels heeft Banga tekst en uitleg gegeven in Neder-L en Neijts commentaar op het derde artikel vind je hier. Fragmenten uit de discussie:

Mattens: Toch nog een keer die vermaledijde spelling.

Neijt: De huidige beregeling is niet zo slecht, want die zorgt voor gelijkvormigheid.

Banga: Dat we een superenkelvoud aantreffen, komt niet overeen met Mattens’ theorie.

Mattens: Als dat de uitkomst van wetenschappelijk onderzoek is, dan deugt dat onderzoek niet.

Mattens: En hoe beregelen de Nijmeegse morfologen college- in collegebank, collegedictaat, collegegeld, collegezaal: een substantief zonder tussenklank (vgl. appel) met enkelvoudige of meervoudige betekenis?

Neijt: Die beregelen we niet. Ons onderzoek is geen prescriptief onderzoek. We onderzoeken de functie van de tussenklank voor taalgebruikers: is het een ritmisch element, vooral bedoeld om een prosodisch betere vorm te bereiken, of is het een betekeniselement, een meervoudsaanduider, zoals de oude spellingvoorschriften doen vermoeden?

De Grote Taaldag: een dag vol taalpassie, prijzen en prima eten

Door Merijn Beeksma, derdejaars student

taal

 

 

 

 

 

 

 

Eerder deze week verscheen er een artikel over Titia Benders op dit weblog, omdat zij de AVT-/Anéla-prijs won tijdens de Grote Taaldag. Deze dag, die speciaal gericht is op toegepaste en algemene taalkunde, vond afgelopen zaterdag voor de vierde keer plaats in hartje Utrecht. Er was een niet gering aantal Nijmegenaren aanwezig, onder wie ikzelf, samen met de ‘WerkWoordWerkers’ Mijntje Peters, Anneke Neijt en Johan Zuidema, de onderzoeksgroep waarbij ik stage heb gelopen en onderzoek heb uitgevoerd dat ik op de Taaldag zou presenteren. Ook Mijntje Peters, die NWO-onderzoek uitvoert naar de werkwoordspelling, zou haar voorlopige resultaten presenteren op deze dag.

Zowel de lezingen die werden gehouden als het publiek waren veelzijdig van aard. Er werd voornamelijk taalkundig onderzoek, maar ook wat taalbeheersingsonderzoek gepresenteerd en het publiek bestond zowel uit wetenschappers, studenten, mensen uit de praktijk (zoals basisschooldocenten) als overige geïnteresseerden, die zich konden laten informeren over onderwerpen als alfabetisering, Engels op de basisschool, slagzinnen in advertenties, een scala aan woordsoorten, spelling en ritme in de taal. Ook werd het ‘Taalportaal’ gelanceerd: een online verzameling van alles wat er te weten valt over de syntaxis, morfologie en fonologie van het Nederlands en het Fries. Hoewel het hier work under construction betreft, is de site is al te bekijken en te gebruiken. “De Grote Taaldag: een dag vol taalpassie, prijzen en prima eten” verder lezen

Tienduizenden taalkundige en etnologische kaarten beschikbaar via de Kaartenbank

kaartenbank
De Kaartenbank van het Meertens Instituut komt vandaag online. De website biedt een uitgebreid overzicht van gepubliceerde en ongepubliceerde dialectkaarten en etnologische kaarten van de Lage Landen en bevat een index met 30.000 titels van kaarten waarop taal- of cultuurverschijnselen zijn getekend. Bij ruim de helft van de titels kan men direct doorklikken naar een scan van de kaart.

De Kaartenbank bevat het eerste actuele overzicht van taal- en cultuurkaarten die zijn getekend van het Nederlandse taalgebied. De hoeveelheid kaarten die beschikbaar komt, is ongekend: voor geen enkel land bestaat een algemeen toegankelijke verzameling van deze omvang. De kaarten dateren van eind 19de eeuw tot heden. De Kaartenbank omvat de kaarten uit de omvangrijke taalatlassen die in de 20e eeuw zijn gepubliceerd, naast kaarten die zijn verschenen in taaltijdschriften en in monografieën. Daarnaast zijn
tweeduizend ongepubliceerde kaarten opgenomen die al decennialang in de bibliotheek van het Meertens Instituut liggen. Deze komen nu voor het eerst via de Kaartenbank voor iedereen beschikbaar. Naast dialectkaarten zijn er ook volkskundige kaarten opgenomen, onder andere uit de beroemde volkskundeatlas waarover Voskuil in Het Bureau schreef – alle lezers van dit werk herinneren zich wel de discussies rond de kaart van de nageboorte van het paard; die kaart kan nu, naast andere etnologische kaarten, via de Kaartenbank worden bezichtigd.

De Kaartenbank is bedoeld voor geïnteresseerden en als bibliografische onderzoekstool. Via de Kaartenbank kan men gemakkelijk vinden of een bepaald verschijnsel is gekarteerd, en men kan verschillende kaarten – bijvoorbeeld van hetzelfde verschijnsel uit verschillende perioden of van verschillende gebieden – met elkaar vergelijken.
Ter gelegenheid van de lancering van de Kaartenbank is een boekje verschenen onder de titel De Kaartenbank. Over taal en cultuur. Hierin vertellen medewerkers van het Meertens Instituut het verhaal achter een kaart waarop de verspreiding van een talig of cultureel verschijnsel staat. De Kaartenbank werd mogelijk dankzij een subsidie door het Fonds stimulans voor open access-publicaties van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Voor informatie kunt u zich wenden tot hoogleraar historische taalkunde Nicoline van der Sijs.

Titia Benders wint AVT/Anélaprijs

Via Neder-L:

TitiaBendersFOTO

De AVT/Anélaprijs voor het beste taalkundige proefschrift van het afgelopen jaar is gewonnen door Titia Benders voor haar proefschrift Nature’s distributional learning experiment. Dit proefschrift, dat Benders in 2013 verdedigde aan de Universiteit van Amsterdam, bespreekt in detail de manier waarop kinderen leren om klanken die veel op elkaar lijken – zoals de klinkers in man en maan – van elkaar te onderscheiden.

De jury prijst in het juryrapport ‘de elegantie en onafhankelijkheid’ van Benders’ proefschrift en vermeldt als ‘saillant detail’ dat “de Nederlandse moeders die meewerkten aan Benders’ onderzoek veel glimlachten tegen hun babies, maar hierdoor het a-aa-contrast voor hun babies beduidend moeilijker leerbaar maakten.” Titia Benders is momenteel als postdoctoraal onderzoeker aan onze afdeling verbonden.

De AVT/Anélaprijs wordt sinds 1994 jaarlijks uitgereikt tijdens het Taalgala, een feestelijke bijeenkomst voor alle taalkundigen. De prijs wordt uitgereikt door de twee belangrijkste beroepsverenigingen voor taalkundigen, de Algemene Vereniging voor Taalwetenschap en de Nederlandse Vereniging voor Toegepaste Taalwetenschap Anéla.

“Kun je hier verder mee?” Het dilemma van het afsluiten van chatgesprekken

lezingwyke

Aanstaande maandag geeft Wyke Stommel een presentatie (16:30) op het Etmaal van de Communicatiewetenschap te Wageningen, getiteld “Have I answered your question?” Problems in chat counseling session closings. De afsluitingen van institutionele chatgesprekken zijn namelijk razend interessant. We weten al lang dat gespreksdeelnemers allerlei routines hanteren om het einde van een gesprek te bereiken: ok’s,  nou’s maar ook uitspraken over de toekomst (dan ga ik morgen meteen bellen) of uitspraken die het advies op een andere manier erkennen (dan weet ik nu genoeg). We weten ook al dat er voor telefoongesprekken een ongeschreven regel bestaat dat de beller moet beginnen met afsluiten, waarschijnlijk om de gebelde zo min mogelijk tot last zijn (beleefdheid). Maar bij chatgesprekken blijkt deze verplichting niet te gelden. Chatcliënten erkennen soms het advies niet en doen daarmee ook niet de eerste stap richting gesprekseinde. Dan zit de chatmedewerker met een dilemma: hoe het gesprek tot een einde te brengen als de cliënt niet instemt met het advies? Vragen als “Kun je hier verder mee?” en “Heb je nog andere vragen?” zijn middelen waarmee medewerkers het dilemma proberen op te lossen, namelijk omdat ze alsnog een erkenning van het advies uitlokken. Dit afsluitingsdilemma kan verklaren waarom online hulpverleningshandboeken schrijven dat chathulpverlening een extra inspanning van medewerkers vraagt. Maar het kan misschien ook wel verklaren waarom chat een aantrekkelijk medium is voor (sommige) hulpvragers: in een chatsessie is het gemakkelijker een advies af te wijzen dan aan de telefoon.

Deze analyse van afsluitingen van chatsessies van de alcohol- en drugslijn maakt deel uit van het Begrijpelijke Taal-project (NWO) “Wederzijds begrip via chat en telefoon” dat Wyke uitvoert in samenwerking met het Trimbos Instituut en prof. dr. Hedwig te Molder (Universiteit Twente en Wageningen) .