Tienduizenden taalkundige en etnologische kaarten beschikbaar via de Kaartenbank

kaartenbank
De Kaartenbank van het Meertens Instituut komt vandaag online. De website biedt een uitgebreid overzicht van gepubliceerde en ongepubliceerde dialectkaarten en etnologische kaarten van de Lage Landen en bevat een index met 30.000 titels van kaarten waarop taal- of cultuurverschijnselen zijn getekend. Bij ruim de helft van de titels kan men direct doorklikken naar een scan van de kaart.

De Kaartenbank bevat het eerste actuele overzicht van taal- en cultuurkaarten die zijn getekend van het Nederlandse taalgebied. De hoeveelheid kaarten die beschikbaar komt, is ongekend: voor geen enkel land bestaat een algemeen toegankelijke verzameling van deze omvang. De kaarten dateren van eind 19de eeuw tot heden. De Kaartenbank omvat de kaarten uit de omvangrijke taalatlassen die in de 20e eeuw zijn gepubliceerd, naast kaarten die zijn verschenen in taaltijdschriften en in monografieën. Daarnaast zijn
tweeduizend ongepubliceerde kaarten opgenomen die al decennialang in de bibliotheek van het Meertens Instituut liggen. Deze komen nu voor het eerst via de Kaartenbank voor iedereen beschikbaar. Naast dialectkaarten zijn er ook volkskundige kaarten opgenomen, onder andere uit de beroemde volkskundeatlas waarover Voskuil in Het Bureau schreef – alle lezers van dit werk herinneren zich wel de discussies rond de kaart van de nageboorte van het paard; die kaart kan nu, naast andere etnologische kaarten, via de Kaartenbank worden bezichtigd.

De Kaartenbank is bedoeld voor geïnteresseerden en als bibliografische onderzoekstool. Via de Kaartenbank kan men gemakkelijk vinden of een bepaald verschijnsel is gekarteerd, en men kan verschillende kaarten – bijvoorbeeld van hetzelfde verschijnsel uit verschillende perioden of van verschillende gebieden – met elkaar vergelijken.
Ter gelegenheid van de lancering van de Kaartenbank is een boekje verschenen onder de titel De Kaartenbank. Over taal en cultuur. Hierin vertellen medewerkers van het Meertens Instituut het verhaal achter een kaart waarop de verspreiding van een talig of cultureel verschijnsel staat. De Kaartenbank werd mogelijk dankzij een subsidie door het Fonds stimulans voor open access-publicaties van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Voor informatie kunt u zich wenden tot hoogleraar historische taalkunde Nicoline van der Sijs.

Titia Benders wint AVT/Anélaprijs

Via Neder-L:

TitiaBendersFOTO

De AVT/Anélaprijs voor het beste taalkundige proefschrift van het afgelopen jaar is gewonnen door Titia Benders voor haar proefschrift Nature’s distributional learning experiment. Dit proefschrift, dat Benders in 2013 verdedigde aan de Universiteit van Amsterdam, bespreekt in detail de manier waarop kinderen leren om klanken die veel op elkaar lijken – zoals de klinkers in man en maan – van elkaar te onderscheiden.

De jury prijst in het juryrapport ‘de elegantie en onafhankelijkheid’ van Benders’ proefschrift en vermeldt als ‘saillant detail’ dat “de Nederlandse moeders die meewerkten aan Benders’ onderzoek veel glimlachten tegen hun babies, maar hierdoor het a-aa-contrast voor hun babies beduidend moeilijker leerbaar maakten.” Titia Benders is momenteel als postdoctoraal onderzoeker aan onze afdeling verbonden.

De AVT/Anélaprijs wordt sinds 1994 jaarlijks uitgereikt tijdens het Taalgala, een feestelijke bijeenkomst voor alle taalkundigen. De prijs wordt uitgereikt door de twee belangrijkste beroepsverenigingen voor taalkundigen, de Algemene Vereniging voor Taalwetenschap en de Nederlandse Vereniging voor Toegepaste Taalwetenschap Anéla.

“Kun je hier verder mee?” Het dilemma van het afsluiten van chatgesprekken

lezingwyke

Aanstaande maandag geeft Wyke Stommel een presentatie (16:30) op het Etmaal van de Communicatiewetenschap te Wageningen, getiteld “Have I answered your question?” Problems in chat counseling session closings. De afsluitingen van institutionele chatgesprekken zijn namelijk razend interessant. We weten al lang dat gespreksdeelnemers allerlei routines hanteren om het einde van een gesprek te bereiken: ok’s,  nou’s maar ook uitspraken over de toekomst (dan ga ik morgen meteen bellen) of uitspraken die het advies op een andere manier erkennen (dan weet ik nu genoeg). We weten ook al dat er voor telefoongesprekken een ongeschreven regel bestaat dat de beller moet beginnen met afsluiten, waarschijnlijk om de gebelde zo min mogelijk tot last zijn (beleefdheid). Maar bij chatgesprekken blijkt deze verplichting niet te gelden. Chatcliënten erkennen soms het advies niet en doen daarmee ook niet de eerste stap richting gesprekseinde. Dan zit de chatmedewerker met een dilemma: hoe het gesprek tot een einde te brengen als de cliënt niet instemt met het advies? Vragen als “Kun je hier verder mee?” en “Heb je nog andere vragen?” zijn middelen waarmee medewerkers het dilemma proberen op te lossen, namelijk omdat ze alsnog een erkenning van het advies uitlokken. Dit afsluitingsdilemma kan verklaren waarom online hulpverleningshandboeken schrijven dat chathulpverlening een extra inspanning van medewerkers vraagt. Maar het kan misschien ook wel verklaren waarom chat een aantrekkelijk medium is voor (sommige) hulpvragers: in een chatsessie is het gemakkelijker een advies af te wijzen dan aan de telefoon.

Deze analyse van afsluitingen van chatsessies van de alcohol- en drugslijn maakt deel uit van het Begrijpelijke Taal-project (NWO) “Wederzijds begrip via chat en telefoon” dat Wyke uitvoert in samenwerking met het Trimbos Instituut en prof. dr. Hedwig te Molder (Universiteit Twente en Wageningen) .

CFP: The Roots of Nationalism

roots

Vanaf 1 september 2011 wordt aan onze afdeling hard gewerkt aan het NWO-Vidi-project Proud to be Dutch. De projectgroep staat onder leiding van Lotte Jensen en bestaat verder uit Bart Verheijen, Alan Moss en Lieke van Deinsen. Samen buigen zij zich over de vraag of en hoe in de vroegmoderne tijd wortels van een Nederlandse identiteit te vinden zijn. Meer over het project kun je hier lezen.

Op 22 en 23 januari 2015 organiseert dit team een Engelstalig, internationaal congres onder de titel The Roots of Nationalism: National Identity Formation in Early Modern Europe, 1600-1815, waar de in het project aangesneden vraagstukken in een breder Europees perspectief geplaatst zullen worden. De Call for Papers voor dit congres sluit op 1 april aanstaande en is hier te vinden.

Promotie Esther Op de Beek over literaire dagbladkritiek in Nederland (1955-2005)

‘Populaire’ literatuur werd ook in 1955 gerecenseerd, van ‘verzuilde’ kritiek was nauwelijks sprake en aspecten als stijl en gelaagdheid blijven door de jaren heen dé criteria waarop romans beoordeeld worden. Esther Op de Beek promoveert morgen, 15 januari, aan de Radboud Universiteit op een onderzoek naar de literaire dagbladkritiek in Nederland 1955-2005.

Abooks wikimedia commonsnders dan in voorgaande studies ging Op de Beek terug naar de recensieteksten zelf. Zij bestudeerde alle recensies van romans in vijf grote kranten (Algemeen dagbladNRCParoolTrouwVolkskrant) in zes peiljaren: 1955, 1965, 1975, 1985, 1995 en 2005. Ze onderzocht welke aspecten beoordeeld werden (zoals stijl, structuur, thema); en welke eigenschappen van die aspecten (zoals originaliteit, complexiteit, diepgang).

Verzuilde kritiek?
Ophef over schrijvers als Gerard Reve (die in 1966 een proces aan zijn broek kreeg wegens godslastering) en Jan Cremer (Ik, Jan Cremer leidde tot Kamervragen) doen anders vermoeden, maar zelfs in 1955 en 1965 schreven recensenten van de katholieke Volkskrant en de protestantse Trouw geen ‘verzuilde kritieken’, constateert Op de Beek. ‘Zij bespraken wel meer boeken van katholieke of protestantse uitgevers, maar ook alles wat verder ter tafel kwam. En dan oordeelden ze niet opvallend moralistisch. Ook voor hen was stijl het belangrijkste criterium.’ Van politiek engagement door critici was al helemaal geen sprake.

Invloed Merlyn
De werkwijze van het literaire tijdschrift Merlyn (1962-1966) zag Op de Beek vooral terug in 1985. ‘Veel recensenten in dat jaar zijn academici die zijn opgeleid met de boodschap van Merlyn. De roman moest ‘werkimmanent’ beoordeeld worden, wat de auteur bedoelt of de lezer voelt doet er niet toe. In 1985 zie je dat samenhang en structuur dominante aspecten zijn in de recensies en dat de aandacht voor de auteur is afgenomen. In de Volkskrant zie je dat al in 1975, maar dat is geen wonder, want de belangrijkste recensent is daar dan Kees Fens, een van de oprichters vanMerlyn.’

Hoe ‘literair’ is de kritiek
Tot slot onderzocht Op de Beek of er in de loop der jaren meer aandacht voor ‘lagere literatuur’ is gekomen en of boeken ook op minder ‘literaire’ criteria beoordeeld worden. Alleen in 1975 en 1985 was er minder aandacht voor populaire genres, ontdekte ze. ‘Het is dus niet iets van de laatste tijd. In Trouw stonden in 1955 al dagelijks korte recensies van thrillers en pockets.’

“Promotie Esther Op de Beek over literaire dagbladkritiek in Nederland (1955-2005)” verder lezen

Taalkundig geroezemoes rondom Het Groot Dictee van 2013

KootenNeijt

Anneke Neijt

De mooie bijvangst van Het Groot Dictee 2013 is dat dit dictee leidde tot maar liefst vier taalkundige discussies. Het gaat om hardnekkige kwesties, vragen die nog niet bevredigend beantwoord zijn, hoezeer taalkundigen ook hun best doen: (1) “dan of als?”, (2) “spelling is wel/niet taal”, (3) “weg met de standaardspelling”, en (4) “hoe lossen we kippenhok – kippeëi en bessenwijn – bessestruik op?”

Ten eerste de discussie over dan en als: Kees van Kooten laat zien dat dan helpt om dubbelzinnigheden te voorkomen, terwijl Helen de Hoop laat zien dat daarmee niet alle dubbelzinnigheden de wereld uit zijn. Tja – taal blijft dubbelzinnig. Als schrijver moet je je daar bewust van zijn, en je kunt die dubbelzinnigheid zelfs uitbuiten, denk aan wiewauwen in Het Groot Dictee dat naast ‘krioelen’ ook ‘raaskallen’ betekent. “Taalkundig geroezemoes rondom Het Groot Dictee van 2013” verder lezen

Hoe praten Nederlandse moeders tegen hun baby?

baby-koptelefoon
Van Amerika tot Japan passen ouders zich aan als ze tegen hun baby praten: de stem gaat omhoog en de spraak wordt wat zangeriger. De precieze implementaties van deze aanpassingen verschillen echter van taal tot taal. Titia Benders, post-doc onderzoeker bij eerstetaalverwerving, heeft dit fenomeen nu bij Nederlandse moeders onderzocht en recent gepubliceerd in het tijdschrift “Infant Behavior and Development”.
.
De 18 onderzochte moeders spraken inderdaad wat hoger en zangeriger tegen hun baby dan tegen een volwassene. Een nieuwe bevinding was dat de moeders ook meer glimlachend klonken als ze met hun baby speelden. Zo’n ‘glimlachende’ klank kun je soms ook aan de telefoon horen: als je opneemt hoor je meteen of de persoon aan de andere kant van de lijn glimlacht of niet. Titia onderzoekt nu of ook baby’s een glimlach kunnen horen. Stay tuned!
.
Het artikel van Titia Benders is tot 31 januari 2014 gratis te lezen.

Presentatie Wyke Stommel

wyke

Op 8 januari 2014 organiseert de Vrije Universiteit Amsterdam een mini-symposium ter gelegenheid van de promotie van Keun Sliedrecht. Thema van het symposium is formulations (‘samenvattingen’) in interactie. Wyke Stommel presenteert haar onderzoek naar adviesgesprekken in medische context. Ze bespreekt zowel chat- als telefoongesprekken.

 

Locatie:                           Vrije Universiteit Amsterdam, Hoofdgebouw, De Boelelaan 1105 Aanmelden:                   vóór 3 januari 2014 via k.sliedrecht@erasmusmc.nl

Programma

12:45                              Doors open (coffee & tea will be available)
13:00-13:05                  Opening and introduction
13:05-14:00                  Keynote presentation by Galina Bolden (Rutgers University):

A trip down memory lane: Observations on formulating memories and the organization of co-remembering in conversation (co-authored with Jenny Mandelbaum)

14:00-14:15                 Coffee & tea break
14:15-14:45                  Presentation Fleur van der Houwen (VU Amsterdam):

Formulations and the discursive transformation of litigants’ stories on ‘Judge Judy’

14:45-15:15                  Presentation Wyke Stommel (Radboud University Nijmegen):

Formulations in chat and phone counseling

15:15-15:45                  Presentation by Keun Young Sliedrecht (VU Amsterdam)

Formulations in police, journalistic and job interviews

15:45-16:15                  Coffee & tea break
16:15-17:30                  Data session Galina Bolden
17:30                              Thank you and drinks @ The Basket

De verdediging van het proefschrift – Formulations in institutionele interactie: de praktijk van ‘samenvatten’ in het politieverhoor, sollicitatiegesprek en journalistiek interview – vindt plaats op 10 januari 2014 om 13.45.

Het maatschappelijk appel van de dichter?

toezingen‘Toezingen of aanvuren? Het maatschappelijk appel van de dichter 1300-1800’ is het thema van de GOLIATH workshop die donderdag a.s. plaatsvindt aan onze universiteit. Tijdens de workshop spreken onder andere Nina Geerdink en Johan Oosterman over de maatschappelijke functie van de literaire auteur in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd.

Het debat over de vraag of de stem van literaire auteurs in de samenleving een andere zwaarte en betekenis heeft (of zou moeten hebben) dan die van journalisten, politici en opiniemakers is geenszins een nieuw debat. Dichters werden al vanaf de late middeleeuwen geconfronteerd met een groeiende concurrentie van andere professionele ‘sprekers’ in de publieke ruimte. De literatuur vormde in toenemende mate een eigen domein, maar tegelijkertijd werden auteurs zich door dit proces van ‘autonomisering’ bewust van de specifieke kwaliteiten die hun stem ook buiten dat domein meer gewicht konden geven. De gevoelde kloof tussen de dichter en zijn publiek ging bij middeleeuwse en vroegmoderne dichters vreemd genoeg samen met een groeiend geloof in de maatschappelijke kracht van het gedicht als een discursieve toenadering van de dichter tot zijn publiek. Tijdens de GOLIATH-workshop wordt die schijnbare tegenstelling bestudeert aan de hand van de idee van het dichterlijke ‘toezingen’ van een publiek.

Voor meer informatie en het programma zie hier.

‘In kritieke toestand’

 

brems

‘In kritieke toestand’: SCARAB-lezing door Elke Brems

Op 6 december aanstaande houdt dr. Elke Brems (KULeuven/HUBrussel) de jaarlijkse SCARAB-lezing. Deze vindt, evenals vorig jaar, plaats in de Gouden Zaal van het Nijmeegse Villa Lux (Oranjesingel 42). De lezing begint om 20.00 uur en achteraf vindt er traditiegetrouw een borrel plaats.

De lezing is getiteld ‘In kritieke toestand. Over het vertalen van literatuur’. Critici zijn niet de enige beroepslezers die een literaire tekst grondig lezen en kritisch evalueren. Ook literaire vertalers doen dat: zij leveren woord voor woord commentaar bij de brontekst. Goede critici en goede vertalers zijn allebei nauwgezette lezers. Anneke Brassinga noemt vertalen zelfs ‘verdacht sensueel’, omdat je zo dicht bij (de tekst van) een ander komt. Toch is vertalen meer dan ‘een uiterst intieme vorm van lezen’, zoals de literatuurwetenschapper Spivak het uitdrukt. Vertalers maken immers continu keuzes, die gebaseerd zijn op een hele reeks individuele en collectieve normen. In deze lezing wil Brems aan de hand van voorbeelden betogen hoe je vertalen kunt zien als een normatief proces, dat geenszins hoeft onder te doen voor de literaire kritiek.

Toegang tot de lezing is gratis. Aanmelden kan via Jeroen Dera: j.dera[at]let.ru.nl.