Schokkende boeken!

Voorplat.Schokkende.Boeken.2Schokkende boeken zijn van alle tijden. Of ze nu pornografisch, bizar, racistisch, staatsgevaarlijk of godslasterlijk werden genoemd – in de loop der eeuwen hebben heel wat boeken voor beroering gezorgd in het literaire, politieke en maatschappelijke leven.

Reinaert en zijn homoseksuele neigingen zorgden al voor ophef in de middeleeuwen. Dat gold eveneens voor staatsgevaarlijk drama uit de zeventiende eeuw en godslasterlijke gedichten uit de achttiende eeuw. Ook in de negentiende en twintigste eeuw verschenen tal van politiek incorrecte, xenofobe, pornografische en in andere opzichten extreme werken.

De bundeling Schokkende boeken!, onder redactie van Rick Honings, Lotte Jensen en Olga van Marion, biedt een overzicht van werken uit de Nederlandse literatuur die in hun tijd als schokkend werden ervaren, en dat nog altijd zijn. Volgens drie thema’s worden deze besproken: het lichaam, de geest en de vorm. Zo ontstaat een eerste overzicht door de tijd heen, vanaf de middeleeuwen tot nu. Verschillende (oud-)medewerkers van onze afdeling hebben een bijdrage geleverd: Nina Geerdink, Lotte Jensen, Jos Joosten, Judith Kessler en Johan Oosterman.

Op donderdag 28 augustus vindt de presentatie van Schokkende boeken! plaats. Tijdens de boekpresentatie worden in Theater Imperium (Oude Vest 33e, Leiden) door Stichting Kwast scènes uit twee schokkende boeken opgevoerd, namelijk uit Aran en Titus (1641) van Jan Vos en De vrouw die de honden te eten gaf (2014) van Kristien Hemmerechts. Deze scènes worden ingeleid door Nina Geerdink en Stine Jensen. Ilja Leonard Pfeiffer zal bovendien voordragen uit Het Grote Baggerboek, een van de schokkendste werken uit de Nederlandse literatuur. Jos Joosten schreef een bijdrage over dit werk in Schokkende boeken! 

Het evenement duurt van 14 tot 17 uur. Iedereen is welkom, maar opgave vooraf is vereist, bij Olga van Marion: O.van.Marion@hum.leidenuniv.nl. Het boek verschijnt bij Verloren. Zie hier voor meer info of bestellen.

 

Jos Joosten over de Fens-biografie van Wiel Kusters

Mijn-versnipperd-bestaan-Het-leven-van-Kees-Fens-1929-2008Onderstaande tekst werd door Jos Joosten uitgesproken tijdens de boekpresentatie van Mijn versnipperd bestaan in Boekhandel Roelants (LUX), Nijmegen 1 juli 2014.

 

Van de plaats en tijd dat ik Kees Fens voor het laatst gezien heb, zal hijzelf het symbolische wel hebben kunnen inzien. Dat was op zondagochtend 23 maart 2008 in en bij de Cenakelkerk op de Heilig Landstichting. Eerste Paasdag. Met mijn kinderen wandelde ik het kerkplein op voor de Paasmis, toen ik uit een auto ineens iemand hoorde roepen, met licht-Amsterdamse tongval: ‘Hé, Heilige!’ Het was Fens die, met zijn tweede echtgenote achter het stuur, net als ik op weg naar de kerk was.
Ik zat tijdens de mis in de zijkapel, maar na afloop liep ik, met mijn twee dochters van toen zes en acht jaar, meteen naar de kerk om Fens te begroeten. Deze laatste ontmoeting was om minstens vier redenen tekenend voor Kees, en ik draag die als een dierbare herinnering bij me.
Allereerst dus die merkwaardige, uitbundige begroeting op het kerkplein. Dat was Kees. Maar dezelfde Kees was het die, na afloop van de Mis, uitgebreid uiteenzette hoezeer hij koor, muziek en liturgie totaal waardeloos vond. In die omstandige uitleg liet hij zich allerminst temperen door mijn voorzichtige inbreng en tegenwerping dat de muziekkeuze in kwestie, alsook koor en uitvoering van een en ander, plaatsvond onder de bezielende leiding van mijn bloedeigen echtgenote. Zulke persoonlijke futiliteiten remden Fens op een dergelijk moment niet per se. Zoals mij ook altijd is bijgebleven hoe hij, op de eerste dag dat ik na het overlijden en de begrafenis van mijn vader weer op de afdeling kwam, zijn welgemeende felicitaties slechts met kunst- en vliegwerk halverwege de reeds begonnen zin een meer condolaire draai wist te geven. (Een interessant gegeven overigens voor de biograaf in het licht van Fens’ verhouding tot vaderfiguren.)
Het volgende punt was dat ik Fens voor het eerst met kinderen zag. Wij kregen steevast na de geboorte van onze vier kinderen steeds heel snel een telefoontje (en één keer een kaartje, meen ik) en hij was bij elke ontmoeting altijd zeer geïnteresseerd hoe vrouw en kinderen het maakten. Deze keer zag hij mijn oudste dochtertjes voor het eerst in het echt, en mij verbaasde de compleet vanzelfsprekende klik die hij met die twee jonge kinderen had. Hij praatte met hen zonder infantiel te zijn, op een volstrekt vanzelfsprekende manier en er was echt contact. Ik kan niet precies uitleggen hoe – maar die korte scène liet me op de valreep kennismaken met nog weer een andere Kees Fens, die ik nog niet kende.
Een laatste punt waarom deze paasmorgen me zo bijbleef, is dat Fens nadrukkelijk leesadvies meegaf: als ik Pasen – of zondagen in het algemeen – überhaupt wilde begrijpen, dan moest ik straks thuis meteen beginnen in het hoofdstuk ‘Zondag in Hippo’ uit Augustinus, de zielzorger van F. van der Meer. Toevallig had ik dat boek kort tevoren voor de tweede keer gelezen en ik meende daaromtrent bij Kees een soort van tevreden berusting waar te nemen.
Het opschrijven van deze herinnering aan één ontmoeting met Fens deed mij realiseren wat voor complex karwei het schrijven van een biografie is – of beter gezegd: de biografie van iemand die je persoonlijk gekend en meegemaakt heb. In bovenstaande herinnering komt een aantal zaken naar voren dat ik typerend vind voor Fens. Of beter: voor de manier waarop ik Kees heb gekend. En zelfs nu al vind ik dat ik er verre mee tekortschiet, als het aankomt op het begin van een compleet beeld. Hoe persoonlijk dergelijke interpretaties kunnen uitvallen, merkte ik in de aanloop naar deze presentatie, toen ik op mijn Facebook-pagina Fens typeerde als ‘bescheiden’, en hoe er direct diverse reacties kwamen van mensen die hem beter of minder goed gekend hadden, die allemaal hun eigen opvatting over de karaktertrek ‘bescheidenheid’ ten beste gaven, die zij veelal niet op Fens van toepassing achtten.
  “Jos Joosten over de Fens-biografie van Wiel Kusters” verder lezen

Lotte Jensen spreekt over krachtige taal tegen Napoleon

spotprent_napoleon[1]

Op dinsdag 1 juli spreekt Lotte Jensen op een conferentie over de Honderd Dagen van Napoleon op Warwick University in Engeland. De Honderd Dagen van Napoleon verwijst naar de periode waarin Napoleon terugkeerde van Elba en opnieuw de macht greep in Parijs tot aan zijn definitieve ondergang in Waterloo op 18 juni 1815 en zijn aftreden als keizer enkele dagen later.

Het is een bijzondere conferentie: elke deelnemer moet een object meebrengen en daar iets over vertellen. Vervolgens wordt er een tentoonstelling met deze objecten gemaakt. Lotte’s object zijn twee pamfletten, geschreven door twee Nederlandse vrouwelijke auteurs: Petronella Moens en Maria Petronella Elter-Woesthoven. De dichteressen spreken krachtige taal: Napoleon moet met harde hand worden teruggedrongen. Hun boodschap: ook vrouwen kunnen ‘tiranverdelgsters’ zijn!

Boekpresentatie Mijn versnipperd bestaan. Het leven van Kees Fens 1929-2008

doek005bibl01_01_tpg

Op dinsdag 1 juli vindt de boekpresentatie plaats van Mijn versnipperd bestaan. Het leven van Kees Fens 1929-2008. De biografie werd geschreven door dichter en letterkundige Wiel Kusters.

Kees Fens was de belangrijkste en productiefste literaire criticus van na de oorlog. Hij schreef talloze kritieken voor De Linie, dagblad De Tijd, en de Volkskrant. In 1962 richtte hij samen met J.J. Oversteegen en H.U. Jessurun d’Oliveira het invloedrijke tijdschrift Merlyn op. Fens werd in 1982 benoemd tot hoogleraar Nederlandse Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit.

Jos Joosten noemde Fens ooit ‘de laatste performatieve criticus’: het type criticus wiens machtswoord nog ‘daadwerkelijk de literaire status quo kon veranderen’ (zie Jos Joosten ‘Kritiek op een keerpunt’, opgenomen in Misbaar (2008)). Met Mijn versnipperd bestaan schreef Wiel Kusters een portret van de man die na zijn dood een leegte achterliet in de literaire wereld die niet meer gevuld werd.

Tijdens de presentatie gaan Wiel Kusters en Jos Joosten in gesprek over Kees Fens.

Tijd: 17.30

Locatie: Boekhandel Roelants [in Lux]

Toegang gratis!

Aanmelden via: https://www.roelants.nl/agenda.html

Bezoek Simon Richter

simon richter

Op vrijdag 4 juli bezoekt Prof.dr. Simon Richter (Germanic Languages and Literatures, PENN University Philadelphia) onze faculteit. Hij zal een lezing geven over de figuur en betekenis van Willem van Oranje in Duitse teksten geschreven rondom de Tweede Wereldoorlog.

Tijd: 11.30-12.30 uur, lokaal E 3.26.

Iedereen is van harte uitgenodigd deze bijeenkomst bij te wonen. Voor vragen en informatie over deze lezing kun je terecht bij Lotte Jensen (l.jensen @ let.ru.nl).

Wout Waanders en Lotte Lentes in finale Write Now!

lotte wout

Goed nieuws op literair vlak: twee van onze studenten staan in de finale van Write Now!, de schrijfwedstrijd voor jongeren tussen de 15 en 25 jaar. Het gaat om Wout Waanders en Lotte Lentes, die momenteel beiden studeren in de Master Letterkunde. De winnende tekst wordt gekozen door een vakjury, maar er is ook een publieksprijs. De genomineerde verhalen kunnen hier gelezen worden – en ook stemmen kan via deze link!

Things to Remember

memory

Op 5 en 6 juni aanstaande wordt op onze eigen Radboud Universiteit de conferentie ‘Things to Remember: Materializing Memories in Art and Popular Culture’ georganiseerd.

De sectie Vroegmoderne Letterkunde is goed vertegenwoordigd: zowel Lotte Jensen als Lieke van Deinsen zullen op deze dagen spreken over hun onderzoek. Informatie over het congres en het programma vind je hier.

Studenten spreken op Berlijns congres

Bjorn Schrijen en Linda van der Pol zijn bachelorstudenten Nederlands; Lidewij Nissen is bachelorstudent geschiedenis. Zij nemen alle drie deel aan het Honoursprogramma.

Berlijn groepsfoto

Medio maart ging de telefoon. Of we mee wilden naar Berlijn, waar Johan Oosterman met sabbatical is en waar hij een congres georganiseerd had over ‘Current research in German and Dutch literature’. Omdat we ons daar alledrie mee bezighouden in het Honoursprogramma  – Lidewij met alba amicorum, Linda met Sybille van Griethuysen en Bjorn met een bundel literaire vredesteksten van de Vrede van Münster – mochten ook wij op dat congres spreken. De keuze om mee te gaan was dan ook een gemakkelijke, en twee maanden later stonden we inderdaad in de Freie Universität Berlin, voor een zaal wetenschappers uit Berlijn, Amsterdam, Utrecht en Nijmegen.

Omdat men internationale gasten verwachtte, was ons gevraagd ons paper in het Duits of in het Engels te schrijven. Spannend natuurlijk, maar het ging uiteindelijk heel goed, en waarschijnlijk is het een goede oefening geweest. Wel bleek uiteindelijk dat toch iedereen in de zaal Nederlands sprak, maar dat maakte de discussie na onze papers alleen maar gemakkelijker.

De dag na het congres nam Johan Oosterman ons nog mee op een fietstocht door Berlijn (fietsen over de landingsbaan van voormalige Flughafen Tempelhof is een aanrader) en ’s avonds bezochten we de opera Lucia di Lammermoor. Van één van de hoofdrolspelers, de Nederlander Bastiaan Everink, kregen we achteraf zelfs een rondleiding achter de schermen van de Deusche Oper.

Zo werd dit bezoek aan Berlijn een verblijf van ‘leringhe ende vermaeck’, al werd ons op het hart gedrukt dat lang niet elk congres zo leuk was. Jammer…

De Strijd om de Broek

strijd om de broek

In de middeleeuwen was de vraag: “Wie is er in huis de baas?” een zeer geliefd thema op het toneel, waarbij lichamelijk geweld dikwijls niet geschuwd werd . . .

Halverwege de zestiende eeuw werden tijdens bijzondere gelegenheden tafelspelen opgevoerd voor een tafelend gezelschap. Die tafelspelen lieten het publiek de zogenaamde omgekeerde wereld zien. Men kreeg geen genoeg van bedrogen echtgenoten en huwelijksgeweld tussen man en vrouw: “De Strijd om de Broek”.

In het kader van het Nijmeegse Gebroeders van Limburg Festival 2012 werd het tafelspel “Van de droncken man ende sijn wijf” meerdere keren uitgevoerd. De Theatermakers van de Stichting Kunstkeetfestival kregen de smaak zo te pakken van het spelen en toegankelijk maken van deze middeleeuwse teksten, dat zij besloten hiermee verder te gaan.

Op 18 mei 2014 beleeft Kasteel Doornenburg de première van drie korte kluchten die handelen over “De Strijd om de Broek”: Van de droncken man ende sijn wijf, Lippijn en De Buskenblazer. Deze kluchten duren elk ongeveer 15 minuten en worden omlijst met muziek en zang door de muzikanten van Slag ende Stoot.

Na de voorstelling volgt de presentatie van het boek De strijd om de broek. Hierin worden zes middeleeuwse teksten van tafelspelen weergegeven met daarnaast de vertalingen door studenten van de Radboud Universiteit Nijmegen: Laudy van den Heuvel, Tessa Kleijn, Ruth Pasternak, Bjorn Schrijen en Emma Turkenburg. Kopieën van de oorspronkelijke handschriften en enkele prenten maken dit boekje tot een boeiend naslagwerk.

Aanvang van het concert: 15.30 uur, kasteel open: 15.00 uur.

VOORSTELLING VAN 15.30 u UITVERKOCHT! 

EXTRA VOORSTELLING OM 19.30 UUR, kasteel open om 19.00 uur.

Entree € 15,–. Vrienden van den Doornenburg (op vertoon van vriendenkaart) € 12,50. Hierbij inbegrepen koffie/thee bij ontvangst. Dit bedrag dient van te voren te worden overgemaakt op rekeningnr. 30.56.33.686 t.n.v. Stichting tot Behoud van den Doornenburg o.v.v. “De strijd om de Broek” en uw email-adres / tel.nr.
Betaald is gereserveerd!

Reserveren bij Ans Buurman (0481_422847), Jan van Swaay (026_3255682) of bij de beheerders van het kasteel (06_22850331).

Lotte Jensen te gast bij OVT

sneeuwlandschap

Aankomende zondag is Lotte Jensen, universitair hoofddocent Oudere Nederlandse Letterkunde, te gast bij OVT (Radio 1, 10.00 uur). Ze zal daar spreken over de bevrijding van Naarden van de Fransen tweehonderd jaar geleden. Terwijl grote delen van het land al in november 1813 bevrijd waren, bleven sommige steden nog lang in Franse handen. Pas op 7 mei 1814 capituleerde de Franse bevelhebber en op 12 mei verlieten de laatste Franse soldaten de vestingstad.
Over de bevrijding van Naarden in 1814 is ook een publicatie verschenen, met daarin  bijdragen van onder andere Frits van Dulm, Jan Vollers en Lotte Jensen. Meer informatie over de publicatie en de herdenking vindt u hier.