Citizen Science – Vertrokken Nederlands

Er wordt gezegd dat Nederlanders en Vlamingen in den vreemde snel hun moedertaal opgeven, maar hoe geëmigreerde Nederlandstaligen met hun taal en hun identiteit omgaan, is tot dusverre niet systematisch onderzocht. Hiervoor is een grootschalig onderzoek nodig. Eerder deze maand hadden o.a. Nicoline van der Sijs en Marc van Oostendorp een workshop georganiseerd waarin gediscussieerd werd over de mogelijkheden en beperkingen van Citizen Science, wetenschapsbeoefening waarbij ook niet-wetenschappers (‘burgers’) een actieve rol spelen – voor onderzoek op het gebied van Neerlandistiek. Tijdens de workshop werd duidelijk dat het zinvol is eerst een pilotonderzoek uit te voeren om te testen of het mogelijk is een dergelijk grootschalig onderzoek met burgerwetenschappers op te zetten en te bezien wat de optimale rolverdeling is tussen burgerwetenschappers en academische wetenschappers.

Als resultaat van de workshop is een website opgericht met als doel contact te leggen tussen geëmigreerde Nederlanders, Vlamingen en Friezen enerzijds en onderzoekers anderzijds om in kaart te brengen hoe de Nederlandse taal en cultuur in het buitenland bewaard blijven of veranderen. Iedereen is uitgenodigd observaties over geëmigreerd Nederlands in te sturen via deze website.

Meer weten over de uitkomsten van de Lorentzworkshop? Nicoline van der Sijs schreef erover voor Neerlandistiek.nl.

 

Neerlandistiek in Wrocław: dat smaakt naar meer!

Door Paul Hulsenboom

Een van de meest bloeiende studies Nederlands bevindt zich op een plek, waar je dat op het eerste gezicht misschien niet direct zou verwachten. In de Poolse stad Wrocław (spreek uit ‘Vrotswav’; in het Duits Breslau, in het Latijn Wratislavia) maakte ik afgelopen week kennis met een grote afdeling Poolse neerlandici en tal van studenten. Hoewel ik de stad met name bezocht om onderzoek te doen en bibliotheken af te speuren naar voor mij interessant materiaal, en hoewel Wrocław bovendien een erg fraaie stad is, waren het deze neerlandici en studenten die op mij de grootste indruk maakten.

De Universiteit van Wrocław heeft de grootste afdeling Neerlandistiek van Polen, waar je voor de studie van het Nederlands ook terechtkunt in bijvoorbeeld Poznań en Lublin. De studie heeft inmiddels een lange geschiedenis, met wortels in de jaren ’60 van de vorige eeuw, en kent tegenwoordig een forse afdeling experts op het gebied van de Nederlandse, Vlaamse en Zuid-Afrikaanse (vanaf nu voor het gemak samengevat als ‘Nederlandse’) taal, literatuur en cultuur. Dat de afdeling zo groot is, is mede te danken aan de populariteit van de studie: jaarlijks schrijven zich in Wrocław tientallen nieuwe studenten in, die zich vijf jaar lang toeleggen op het doorgronden van de Nederlandse grammatica, spraakkunst, geschiedenis en letterkunde. Tijdens mijn korte verblijf heb ik kennis mogen maken met het enthousiasme en niveau van deze Poolse neerlandici in spe.

Het hoofdgebouw van de Universiteit van Wrocław.

“Neerlandistiek in Wrocław: dat smaakt naar meer!” verder lezen

Literair dineren met Gerjon Gijsbers

Genieten van een driegangendiner met bij elke gang een voordracht van schrijver en alumnus van de opleiding Nederlands Gerjon Gijsbers?

Dat kan aanstaande maandag, 9 april om 19.30 in Café In De Blauwe Hand. De deur gaat om 19.00 open. Het diner kost 27,50 euro, exclusief drankjes.

Reserveer via: info@indeblaauwehand.nl. Vermeld naam, aantal personen, telefoonnummer en eventuele dieetwensen.

Voor meer informatie, zie De Nieuwe Oost, Vox-magazine en facebook.

Het diner wordt georganiseerd door Café In De Blauwe Hand en De Nieuwe Oost- Wintertuin.

Interscience-bijeenkomst over identiteit in Delft op 18 april

Op donderdag 18 april, 19-21 uur organiseert De Jonge Akademie een Interscience-bijeenkomst over het thema Identiteit. De bijeenkomst vindt plaats op een historische locatie: de Prinsenhof te Delft.

Sprekers zijn: Lotte Jensen, Adriaan van Dis, Quentin Bourgeois en Virginia Dignum.

De bijeenkomst is gratis, maar je moet je wel van tevoren aanmelden.

Meer informatie : https://www.knaw.nl/nl/actueel/agenda/interscience-de-jonge-akademie-identiteit

Symposium & boekpresentatie ‘Van Constantijntje tot Tonio’

Op donderdag 26 april 2018 van 15.00-17.00 uur vindt een symposium plaats rondom de verschijning van de bundel Van Constantijntje tot Tonio. Het dode kind in de Nederlandse literatuur (onder redactie van Rick Honings, Olga van Marion en Tim Vergeer). Het symposium wordt gehouden in de Vossiuszaal van de Universiteitsbibliotheek, Witte Singel 27 te Leiden.

Een onderbelicht genre

Al in de vroegmoderne tijd wist Joost van den Vondel zijn publiek diep te raken met het gedicht over zijn overleden zoontje Constantijntje. Ook in de negentiende eeuw uitten vele dichters het verdriet om hun gestorven kinderen in hun werk, zoals Willem Bilderdijk, Hendrik Tollens en François HaverSchmidt. Recentelijk is er een ware hausse aan ‘dodekindliteratuur’. Denk maar eens aan Schaduwkind van P.F. Thomése, Contrapunt van Anna Enquist, Tonio van A.F.Th. van der Heijden én zelfs De kleine blonde dood van Boudewijn Büch. Het zijn voorbeelden van een onderbelicht, maar aangrijpend en intiem genre in de Nederlandse literatuur.
Deze verzameling essays over romans en gedichten waarin (verwerking van) de dood van een kind centraal staat, sluit aan bij de huidige internationale belangstelling in kunst en literatuur voor representations of childhood death. De bundel biedt een overzicht van hoe het dode kind in de loop der tijd is gepresenteerd in de Nederlandse literatuur, vanaf de middeleeuwen tot nu.

“Symposium & boekpresentatie ‘Van Constantijntje tot Tonio’” verder lezen

Maak kennis met…Lilian Nijhuis

Mijn naam is Lilian Nijhuis (1995) en op 1 februari 2018 ben ik begonnen als promovendus bij de afdeling Nederlands. Mocht mijn naam u bekend voorkomen, dan komt dat waarschijnlijk doordat ik al sinds september 2013 op de afdeling rondliep als student. Na mijn bachelor Nederlandse Taal en Cultuur heb ik de researchmaster Literary Studies gedaan, eveneens hier aan de Radboud Universiteit – met kleine uitstapjes naar de Universiteit van Amsterdam en Universiteit Utrecht.

Ik doe onderzoek binnen het project ‘Dealing with Disasters’, dat de afgelopen weken – in de vorm van aankondigingen en voorstelstukjes van Marieke, Fons, Adriaan en Hanneke – al meermaals voorbijgekomen is op dit weblog. Mijn proefschrift zal gaan over het verband tussen (natuur)rampen en lokale en nationale identiteitsvorming in de zeventiende-eeuwse Republiek. Als enige neerlandicus naast drie historici zal ik mij in mijn promotieonderzoek in het bijzonder richten op letterkundige bronnen zoals gedichten en toneelstukken.

“Maak kennis met…Lilian Nijhuis” verder lezen

Een gastlezing in Leuven, oftewel: Het belang van het Oosten

Door Paul Hulsenboom

“Zoals altijd waren daar mensen die bijzonder bekwaam waren in alle wetenschapsgebieden. Er was daar een groot aantal professoren, bachelors, masters en doctoren, alsook studenten uit verschillende landen.”

Afgelopen week was ik in Leuven, om daar aan de universiteit een gastlezing te geven. Bovenstaand citaat gaat over die universiteit en zou zomaar uit mijn dagboek kunnen komen, als ik een dagboek had, want het is zeer toepasselijk. Toch is het geen recent citaat, eerder het tegenovergestelde: het zijn de woorden van Jakub Sobieski (spreek uit Jakoeb Sobjeskie), een Poolse edelman, die Leuven in 1609 bezocht en zijn bezoek zo’n 35 jaar later beschreef als reisinstructie voor zijn zonen, Marek en Jan (de latere koning van Polen, overigens), die eenzelfde tour door Europa ondernamen als hun vader. Jakubs reisverslag is een van de talrijke bronnen die getuigen van de populariteit van Leuven en andere ‘Nederlandse’ universiteiten, zoals Leiden en Groningen, onder Poolse edellieden in de eerste helft van de 17de eeuw.

Op uitnodiging van Prof. Kris Van Heuckelom, docent bij de opleiding Slavistiek en expert op het gebied van de Poolse taal en cultuur, reisde ook ik nu af naar Leuven (toegegeven, een dergelijke reis heeft in 2018 minder om het lijf dan in 1609, om maar te zwijgen van het feit dat ik niet uit Polen, maar uit Nederland kwam, maar de vergelijking met Sobieski dringt zich hoe dan ook op). In de Justus Lipsiuszaal (vernoemd naar de beroemde 16de-geleerde die onder meer vele Poolse studenten aantrok en bijzonder populair was in Polen) sprak ik een vijftiental studenten Slavistiek toe over mijn promotieonderzoek: om te beginnen een theoretisch en methodologisch gedeelte over wat ik doe, waarom ik dat doe en hoe ik dat doe, en na de pauze een presentatie van mijn voorlopige resultaten. Zo vertelde ik in het eerste gedeelte over het belang van onderzoek naar (nationale) stereotypen, het ontstaan van concepten als West- en Oost-Europa en de uitdagingen van mijn onderzoek, zoals het ontcijferen van 17de-eeuwse handschriften. Om de studenten van dit laatste een idee te geven, liet ik hen een Nederlands reisverslag uit 1635 bestuderen, geschreven naar aanleiding van een diplomatieke missie naar Polen. Hoewel het een behoorlijk lastig fragment betrof, konden de studenten er na een paar minuten al aardig mee uit de voeten: ze lazen bijvoorbeeld dat Joan Huydecoper, de auteur, onder de indruk was van de Poolse stad Toruń en dat hij een “japonse cottinch” had geschonken aan een Litouwse edelman, “om dat hij er sin in had”. Na bijna 400 jaar kwam Huydecopers tekst zodoende weer tot leven en konden de studenten proeven van wat mij betreft een van de spannendste en mooiste aspecten van mijn werk.

Mijn lezing had als hoofdtitel: “Quid enim in Belgio incultum?”, oftwel: “Wat is er immers onbeschaafd in België?” Het is een zinnetje uit een 17de-eeuws Latijns reisverslag van een Pool die de Nederlanden bezocht.

“Een gastlezing in Leuven, oftewel: Het belang van het Oosten” verder lezen

Van schuurpapier tot slagerstouw

Op woensdag 21 februari j.l. gingen de studenten van de tweedejaarscursus Letterkunde 6: Twintigste Eeuw op excursie. Student Djuna Bánki schreef een verslag.

Op woensdag 21 februari gingen we met alle studenten die het vak Letterkunde 6 volgen een dagje naar Den Haag. Op de planning stond een bezoekje aan de Bijzondere Collecties van de Koninklijke Bibliotheek en een rondleiding door het Museum Meermanno.

Na een voorspoedig verlopen treinreis zonder veel logistieke problemen werden we opgewacht door mevrouw De Feijter, die ons begeleidde naar de Koninklijke Bibliotheek. Nadat we onze jassen en tassen in de meest ingewikkelde kluisjes ooit gedeponeerd hadden, werd de groep in twee gesplitst. De ene helft ging mee met meneer Nieuwenhuis, die ons nog wat extra toelichting gaf op de essay-opdracht voor literaire theorie. De andere helft mocht mee met Paul van Capelleveen, de conservator Bijzondere Collecties.

Boek van Tom Lanoye, gebonden in tapijt.

Hij liet ons prachtige bijzondere drukken zien.  Deze varieerden van een boek Tom Lanoye, dat gebonden was in schuurpapier of tapijt met slagerstouw, tot een prachtige uitgave van Naenia van P.C. Boutens met tekeningen van Jan Toorop. Mijn persoonlijke favoriet was het boekje met handgeschreven gedichten van Hugo Claus en bijpassende tekeningen van Karel Appel. Een foto hiervan heb ik nog dezelfde dag op Instagram geplaatst om wat likes te scoren.

Handgeschreven gedichten van Hugo Claus, met bijpassende tekeningen van Karel Appel.

“Van schuurpapier tot slagerstouw” verder lezen

Congres over Maria van Gelre en haar gebedenboek – Call for papers

Het gebedenboek van Maria van Gelre (Berlijn SBB-PK Ms Germ qu 42 / Wenen ÖNB Cod. 1908), geschreven door Helmich die Lewe en in 1415 voltooid, en heel rijk verlucht, is om diverse redenen uitzonderlijk: de omvang van oorsponkelijk meer dan 600 folia, de rijke verluchting, de keuze voor de Nederrijnse volkstaal, en de bijzondere compilatie van gebeden en getijden. De afgelopen jaren heeft het boek centraal gestaan in een project waarin de Staatsbibliothek zu Berlin en de Radboud Universiteit hebben samengewerkt in het onderzoek, en dat geleid heeft tot een tentoonstelling die van 13 oktober 2018 – 6 januari 2019 plaatsvindt Museum Het Valkhof te Nijmegen. Het onderzoek heeft veel aan het licht gebracht over het omvangrijke en complexe gebedenboek, over het leven van Maria, hertogin van Gulik en Gelre, en over de cultuur in de hertogdommen Gelre, Gulik en Berg.

Ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Ik, Maria van Gelre. De hertogin en haar uitzonderlijke gebedenboek’ (13 oktober 2018 – 6 januari 2019 in Museum Het Valkhof, Nijmegen) organiseert de Radboud Universiteit in samenwerking met Museum Het Valkhof en de Staatsbibliotheek in Berlijn op 23 en 24 november 2018 een tweedaags symposium te Nijmegen.

“Congres over Maria van Gelre en haar gebedenboek – Call for papers” verder lezen

Aafke, Sef en Fresku over hun passie voor taal – miniserie aflevering 2

Fresku, Sef en Aafke Romeijn delen één passie: taal. Hoe wordt onze mening – en de mening van Sef – beïnvloed door het taalgebruik van politici die ons proberen te overtuigen? Fresku kaart aan dat taal in verband staat met of hij zich Antilliaan of Nederlander voelt. Hoe heeft taal invloed op het gevoel van identiteit en het horen bij een groep? Heeft Aafke gelijk dat taalgebruik en taalverandering een afspiegeling zijn van bijvoorbeeld inburgering van immigranten en de ontwikkeling van onze samenleving? Docenten van de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit geven antwoord.

Meer weten? Kijk op de website van de opleiding Nederlands van de Radboud Universiteit Nijmegen: http://www.ru.nl/nederlands. Nog meer weten? Kom dan bij ons Nederlands studeren!

Dit filmpje is aflevering 2 in een miniserie. Aflevering 1 verscheen op 1 maart jl.