Leering ende vermaeck in een Iberische hoofdstad

Door Nadine de Rue

Portugal. Het enige West-Europese land dat ik op mijn wereldkraskaart nog niet open had kunnen krassen. Dit was mij een doorn in het oog. En daar ontving ik plots een e-mail met de vraag wie er als begeleider met onze studenten mee wilde gaan op studiereis naar Lissabon! Paul Hulsenboom was vorig jaar ook al mee geweest op studiereis en hij wist mij te overtuigen dit jaar samen met hem mee te gaan. Daar was uiteraard niet veel voor nodig. En dus vlogen Paul en ik op zaterdagavond 28 april naar Lissabon.

Wij werden daar hartelijk ontvangen door Marieke en Remi, die voor het in elkaar zetten van een speurtocht al eerder naar Lissabon waren afgereisd dan de rest van de studenten. Hun draaiboek voor de komende dagen was tot in detail uitgewerkt en liet voor ons geen twijfel mogelijk: bij deze SVN-ers waren de studenten in goede handen.

Zoals nu eenmaal onvermijdelijk is wanneer je op reis bent, lopen dingen anders dan verwacht – ongeacht hoezeer je je van tevoren hebt voorbereid. Zo begon de eerste activiteit al spannend met een zoektocht naar een bushalte die vandaag wél in gebruik was en raakten we in het zicht van de haven – vlak voor het Museu Nacional de Arte Antiga – allen geheel doorweekt door een verrassende hoosbui. Er was voor onze groep een uitstekende en educatieve rondleiding georganiseerd die speciaal voor ons ging over de relatie tussen de Hollandse/Vlaamse schilderkunst enerzijds en de Portugese schilderkunst anderzijds, te beginnen in de 15e eeuw. Met trots kon ik vaststellen dat onze studenten Nederlandse Taal en Cultuur goed hun weg weten te vinden in de schilderkunst.

Rondleiding Museu Nacional de Arte Antiga

Op de trappen van het museum konden we onze natte jassen weer aantrekken en starten met de speurtocht. In kleine groepjes doorkruisten we de stad langs triomfbogen en de oudste boekwinkel van het land. Straten die naar auteurs vernoemd zijn, straatartiesten die ballet dansen en ruïnes die herinneren aan de grote aardbeving in 1755. Of het reglement het toestaat is niet van tevoren toegelicht, dus biedt mijn analoge bron (een heuse reisgids) zo nu en dan de oplossing voor het beantwoorden van de speurtochtvragen.

De straatjes zijn smal en de stad is geaccidenteerd, dus onze beenspieren worden getraind. We sporten wat af deze hele week! ’s Middags bekijken we de kathedraal en we wagen een poging het kasteel te bezoeken. De rij wachtenden voor ons loopt verder dan het blote oog kan zien door verschillende straten, ondanks de naderende sluitingstijd, dus kiezen de studenten – en wij – bij nader inzien liever voor een ijsje. Onze leerzame dag zet zich voort in het Museu Nacional de História Natural e da Ciência, dat gelukkig lang genoeg open is. Na natuurstenen en kristallen hebben we een vergeefse zoektocht naar walvissen en dinosauriërs en ook de zaal die de ‘kurkzaal’ genoemd wordt, is niet wat we ervan hadden verwacht, maar de wassen modellen van akelige seksueel overdraagbare ziektes zorgen voor veel ophef, de natuurkundeproefjes worden enthousiast uitgeprobeerd en oercontinent Pangea blijkt op haar fans te kunnen rekenen. Diorama’s, fossielen en dierenskeletjes worden nauw bestudeerd, met als een van de hoogtepunten een prachtig schildpadskeletje.

schildpadskeletje

Mijn benen doen pijn en zoals het ons docenten betaamt hebben Paul en ik behoefte aan rust, maar onze luiheid in het zoeken van de weg maakt dat we toch graag bij een groepje studenten aansluiten dat lijkt te weten waar ze heen gaan – op zoek naar een voedzame avondmaaltijd. Niets blijkt echter minder waar en een bus brengt ons God weet waarheen en we stappen op goed geluk uit. Met z’n achten strijken we neer in een Iranees restaurant. Het eten smaakt ons goed en het zitten laat mijn beentjes weer op krachten komen. Dat komt mooi uit, want vanavond is de kroegentocht! En dan wordt er natuurlijk gedanst!

De eerste kroeg is eigenlijk te klein voor onze grote groep en de dame achter de bar kan onze bestellingen niet bijbenen. De organisatie stuurt een paar verkenners eropuit om een goede volgende locatie te vinden. Een succesvolle missie. De tweede is daarmee meteen de laatste kroeg van de avond. Gezellige muziek, mensen met aparte dance moves en outfits, een flitsende dansvloer en vlot barpersoneel bieden alles wat we nodig hebben. Paul is onder de indruk van mijn kennis van de teksten van de hedendaagse liedjes – al heb ik zelf geen idee waar ik die kennis heb opgedaan. Met al die educatieve dagen voor de boeg maken wij het niet al te laat. De afstanden in Lissabon zijn niet groot, dus met een taxi zijn we zo terug bij ons hotel.

De studenten hebben ware discipline – al is niet iedereen helemaal op tijd in de ochtend. Ondanks onvermijdelijke gevolgen van de prachtavond die zij gisteren langer dan wij hebben voortgezet, is men klaar om vandaag ook de speurtocht voort te zetten (die gisteren niet helemaal afgemaakt is) – en dat niet alleen. Ook de wetenschappelijke opdracht staat op het programma!

De speurtocht voert ons langs een prachtig klooster met fontein en een monument voor Portugese ontdekkingsreizigers dat trouwens talloze keren figureert in de beelden van het Eurovision Songfestival die in Nederland op televisie te zien zijn geweest. We eindigen onze eigen ontdekkingstocht bij de Torre de Belém (zie groepsfoto). “Leering ende vermaeck in een Iberische hoofdstad” verder lezen

Tegen de schenen

Na het succesvolle boek Op de hielen uit 2013, is er nu het vervolg Tegen de schenen – geredigeerd door Jos Muijres en Marieke Winkler, uitgebracht door Uitgeverij Vantilt. Het boek bestaat net als het vorige boek uit opstellen over recente Nederlandse en Vlaamse literatuur, maar dit keer worden specifiek boeken besproken die zich kenmerken door een zekere tegendraadsheid en die breken met gangbare conventies en heersende opinies. Behalve door Jos Muijres en Marieke Winkler zijn veel van de opstellen ook geschreven door andere mensen die aan onze afdeling Nederlandse Taal en Cultuur verbonden zijn, zoals o.a. Jeroen Dera, Linda Ackermans en Rob van de Schoor.

 

Maak kennis met… Leon Shor

I am a Ph.D. candidate currently enrolled in the Hebrew Language Department at Tel Aviv University, Israel. My research focuses on referential choice in spontaneous spoken Israeli Hebrew. More specifically, I am focusing on human referents, and attempting to identify the various motivations underlying the interlocutors’ choice of coding these referents. In my research, I make use of various discourse-functional approaches to the study of spoken language, as well as of conversation analysis (CA) and interactional linguistics (IL).

I graduated from Tel Aviv University in 2007, majoring in Accounting and Economics. Having worked at an accounting firm for three years I came to understand that I no longer saw my future in this profession, and decided to pursue my dream of studying linguistics. I subsequently enrolled in the master’s degree program in the Hebrew Language Department at Tel Aviv University, and it was there that I found my true passion and career objective. After obtaining my master’s degree (which dealt with expression of negation in spoken Hebrew) it became evident that I wished to continue my research in the field of spoken language; therefore, I decided to pursue a doctoral degree in which I currently investigate the process of referential choice in spoken Israeli Hebrew.

The research I am conducting here, in the Centre for Language Studies, constitutes part of my PhD research. It is a corpus-based exploration of “Maak kennis met… Leon Shor” verder lezen

Citizen Science – Vertrokken Nederlands

Er wordt gezegd dat Nederlanders en Vlamingen in den vreemde snel hun moedertaal opgeven, maar hoe geëmigreerde Nederlandstaligen met hun taal en hun identiteit omgaan, is tot dusverre niet systematisch onderzocht. Hiervoor is een grootschalig onderzoek nodig. Eerder deze maand hadden o.a. Nicoline van der Sijs en Marc van Oostendorp een workshop georganiseerd waarin gediscussieerd werd over de mogelijkheden en beperkingen van Citizen Science, wetenschapsbeoefening waarbij ook niet-wetenschappers (‘burgers’) een actieve rol spelen – voor onderzoek op het gebied van Neerlandistiek. Tijdens de workshop werd duidelijk dat het zinvol is eerst een pilotonderzoek uit te voeren om te testen of het mogelijk is een dergelijk grootschalig onderzoek met burgerwetenschappers op te zetten en te bezien wat de optimale rolverdeling is tussen burgerwetenschappers en academische wetenschappers.

Als resultaat van de workshop is een website opgericht met als doel contact te leggen tussen geëmigreerde Nederlanders, Vlamingen en Friezen enerzijds en onderzoekers anderzijds om in kaart te brengen hoe de Nederlandse taal en cultuur in het buitenland bewaard blijven of veranderen. Iedereen is uitgenodigd observaties over geëmigreerd Nederlands in te sturen via deze website.

Meer weten over de uitkomsten van de Lorentzworkshop? Nicoline van der Sijs schreef erover voor Neerlandistiek.nl.

 

Neerlandistiek in Wrocław: dat smaakt naar meer!

Door Paul Hulsenboom

Een van de meest bloeiende studies Nederlands bevindt zich op een plek, waar je dat op het eerste gezicht misschien niet direct zou verwachten. In de Poolse stad Wrocław (spreek uit ‘Vrotswav’; in het Duits Breslau, in het Latijn Wratislavia) maakte ik afgelopen week kennis met een grote afdeling Poolse neerlandici en tal van studenten. Hoewel ik de stad met name bezocht om onderzoek te doen en bibliotheken af te speuren naar voor mij interessant materiaal, en hoewel Wrocław bovendien een erg fraaie stad is, waren het deze neerlandici en studenten die op mij de grootste indruk maakten.

De Universiteit van Wrocław heeft de grootste afdeling Neerlandistiek van Polen, waar je voor de studie van het Nederlands ook terechtkunt in bijvoorbeeld Poznań en Lublin. De studie heeft inmiddels een lange geschiedenis, met wortels in de jaren ’60 van de vorige eeuw, en kent tegenwoordig een forse afdeling experts op het gebied van de Nederlandse, Vlaamse en Zuid-Afrikaanse (vanaf nu voor het gemak samengevat als ‘Nederlandse’) taal, literatuur en cultuur. Dat de afdeling zo groot is, is mede te danken aan de populariteit van de studie: jaarlijks schrijven zich in Wrocław tientallen nieuwe studenten in, die zich vijf jaar lang toeleggen op het doorgronden van de Nederlandse grammatica, spraakkunst, geschiedenis en letterkunde. Tijdens mijn korte verblijf heb ik kennis mogen maken met het enthousiasme en niveau van deze Poolse neerlandici in spe.

Het hoofdgebouw van de Universiteit van Wrocław.

“Neerlandistiek in Wrocław: dat smaakt naar meer!” verder lezen

Interscience-bijeenkomst over identiteit in Delft op 18 april

Op donderdag 18 april, 19-21 uur organiseert De Jonge Akademie een Interscience-bijeenkomst over het thema Identiteit. De bijeenkomst vindt plaats op een historische locatie: de Prinsenhof te Delft.

Sprekers zijn: Lotte Jensen, Adriaan van Dis, Quentin Bourgeois en Virginia Dignum.

De bijeenkomst is gratis, maar je moet je wel van tevoren aanmelden.

Meer informatie : https://www.knaw.nl/nl/actueel/agenda/interscience-de-jonge-akademie-identiteit

Symposium & boekpresentatie ‘Van Constantijntje tot Tonio’

Op donderdag 26 april 2018 van 15.00-17.00 uur vindt een symposium plaats rondom de verschijning van de bundel Van Constantijntje tot Tonio. Het dode kind in de Nederlandse literatuur (onder redactie van Rick Honings, Olga van Marion en Tim Vergeer). Het symposium wordt gehouden in de Vossiuszaal van de Universiteitsbibliotheek, Witte Singel 27 te Leiden.

Een onderbelicht genre

Al in de vroegmoderne tijd wist Joost van den Vondel zijn publiek diep te raken met het gedicht over zijn overleden zoontje Constantijntje. Ook in de negentiende eeuw uitten vele dichters het verdriet om hun gestorven kinderen in hun werk, zoals Willem Bilderdijk, Hendrik Tollens en François HaverSchmidt. Recentelijk is er een ware hausse aan ‘dodekindliteratuur’. Denk maar eens aan Schaduwkind van P.F. Thomése, Contrapunt van Anna Enquist, Tonio van A.F.Th. van der Heijden én zelfs De kleine blonde dood van Boudewijn Büch. Het zijn voorbeelden van een onderbelicht, maar aangrijpend en intiem genre in de Nederlandse literatuur.
Deze verzameling essays over romans en gedichten waarin (verwerking van) de dood van een kind centraal staat, sluit aan bij de huidige internationale belangstelling in kunst en literatuur voor representations of childhood death. De bundel biedt een overzicht van hoe het dode kind in de loop der tijd is gepresenteerd in de Nederlandse literatuur, vanaf de middeleeuwen tot nu.

“Symposium & boekpresentatie ‘Van Constantijntje tot Tonio’” verder lezen

Een gastlezing in Leuven, oftewel: Het belang van het Oosten

Door Paul Hulsenboom

“Zoals altijd waren daar mensen die bijzonder bekwaam waren in alle wetenschapsgebieden. Er was daar een groot aantal professoren, bachelors, masters en doctoren, alsook studenten uit verschillende landen.”

Afgelopen week was ik in Leuven, om daar aan de universiteit een gastlezing te geven. Bovenstaand citaat gaat over die universiteit en zou zomaar uit mijn dagboek kunnen komen, als ik een dagboek had, want het is zeer toepasselijk. Toch is het geen recent citaat, eerder het tegenovergestelde: het zijn de woorden van Jakub Sobieski (spreek uit Jakoeb Sobjeskie), een Poolse edelman, die Leuven in 1609 bezocht en zijn bezoek zo’n 35 jaar later beschreef als reisinstructie voor zijn zonen, Marek en Jan (de latere koning van Polen, overigens), die eenzelfde tour door Europa ondernamen als hun vader. Jakubs reisverslag is een van de talrijke bronnen die getuigen van de populariteit van Leuven en andere ‘Nederlandse’ universiteiten, zoals Leiden en Groningen, onder Poolse edellieden in de eerste helft van de 17de eeuw.

Op uitnodiging van Prof. Kris Van Heuckelom, docent bij de opleiding Slavistiek en expert op het gebied van de Poolse taal en cultuur, reisde ook ik nu af naar Leuven (toegegeven, een dergelijke reis heeft in 2018 minder om het lijf dan in 1609, om maar te zwijgen van het feit dat ik niet uit Polen, maar uit Nederland kwam, maar de vergelijking met Sobieski dringt zich hoe dan ook op). In de Justus Lipsiuszaal (vernoemd naar de beroemde 16de-geleerde die onder meer vele Poolse studenten aantrok en bijzonder populair was in Polen) sprak ik een vijftiental studenten Slavistiek toe over mijn promotieonderzoek: om te beginnen een theoretisch en methodologisch gedeelte over wat ik doe, waarom ik dat doe en hoe ik dat doe, en na de pauze een presentatie van mijn voorlopige resultaten. Zo vertelde ik in het eerste gedeelte over het belang van onderzoek naar (nationale) stereotypen, het ontstaan van concepten als West- en Oost-Europa en de uitdagingen van mijn onderzoek, zoals het ontcijferen van 17de-eeuwse handschriften. Om de studenten van dit laatste een idee te geven, liet ik hen een Nederlands reisverslag uit 1635 bestuderen, geschreven naar aanleiding van een diplomatieke missie naar Polen. Hoewel het een behoorlijk lastig fragment betrof, konden de studenten er na een paar minuten al aardig mee uit de voeten: ze lazen bijvoorbeeld dat Joan Huydecoper, de auteur, onder de indruk was van de Poolse stad Toruń en dat hij een “japonse cottinch” had geschonken aan een Litouwse edelman, “om dat hij er sin in had”. Na bijna 400 jaar kwam Huydecopers tekst zodoende weer tot leven en konden de studenten proeven van wat mij betreft een van de spannendste en mooiste aspecten van mijn werk.

Mijn lezing had als hoofdtitel: “Quid enim in Belgio incultum?”, oftwel: “Wat is er immers onbeschaafd in België?” Het is een zinnetje uit een 17de-eeuws Latijns reisverslag van een Pool die de Nederlanden bezocht.

“Een gastlezing in Leuven, oftewel: Het belang van het Oosten” verder lezen

Congres over Maria van Gelre en haar gebedenboek – Call for papers

Het gebedenboek van Maria van Gelre (Berlijn SBB-PK Ms Germ qu 42 / Wenen ÖNB Cod. 1908), geschreven door Helmich die Lewe en in 1415 voltooid, en heel rijk verlucht, is om diverse redenen uitzonderlijk: de omvang van oorsponkelijk meer dan 600 folia, de rijke verluchting, de keuze voor de Nederrijnse volkstaal, en de bijzondere compilatie van gebeden en getijden. De afgelopen jaren heeft het boek centraal gestaan in een project waarin de Staatsbibliothek zu Berlin en de Radboud Universiteit hebben samengewerkt in het onderzoek, en dat geleid heeft tot een tentoonstelling die van 13 oktober 2018 – 6 januari 2019 plaatsvindt Museum Het Valkhof te Nijmegen. Het onderzoek heeft veel aan het licht gebracht over het omvangrijke en complexe gebedenboek, over het leven van Maria, hertogin van Gulik en Gelre, en over de cultuur in de hertogdommen Gelre, Gulik en Berg.

Ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Ik, Maria van Gelre. De hertogin en haar uitzonderlijke gebedenboek’ (13 oktober 2018 – 6 januari 2019 in Museum Het Valkhof, Nijmegen) organiseert de Radboud Universiteit in samenwerking met Museum Het Valkhof en de Staatsbibliotheek in Berlijn op 23 en 24 november 2018 een tweedaags symposium te Nijmegen.

“Congres over Maria van Gelre en haar gebedenboek – Call for papers” verder lezen