De week van… Nina Geerdink

nina

Nina Geerdink is universitair docent Oudere Nederlandse Letterkunde.

Maandag 17 februari

Om half zeven moet ik eruit terwijl het hele huis nog slaapt. Opstaan is nooit mijn favoriete onderdeel van de maandag, maar vandaag heb ik het extra zwaar. We keken gisteravond het laatste deel van Unsere Mütter, unsere Väter en dat is me niet in de koude kleren gaan zitten. Heb vannacht een paar van de extreem spannende en nare momenten uit de serie herbeleefd. Geen pretje, maar ik ben toch blij dat ik de serie gezien heb. Het beeld van WOII in deze serie is weliswaar zeer geromantiseerd en hangt van ongeloofwaardige toevalligheden aan elkaar, maar je zit wel drie afleveringen lang op het puntje van je stoel en je wordt aan het denken gezet over de (on)mogelijkheden van het nemen van moreel juiste beslissingen.

In de trein van Utrecht naar Nijmegen lees ik de laatste pagina’s van de Lof der Geldsucht, een satirische tekst van Jeremias de Decker waar nodig eens een editie van gemaakt moet worden. Omdat ik daar voorlopig de tijd niet voor heb, heb ik er om te beginnen maar een bachelorwerkgroep aan gewijd en vandaag hebben we de eerste inhoudelijke bijeenkomst, waarin we de tekst doornemen en de eerste ideeën voor onderzoeksvragen bespreken. Ik blijk niet de enige die in het weekend op de tekst heeft zitten ploeteren, maar het is de moeite waard geweest. Het blijkt een goudmijn te zijn, er zit nog veel meer in dan ik had verwacht. In de Lof der Geldsucht is, naar het voorbeeld van Erasmus’ Lof der zotheid, de Geldsucht aan het woord, en bezig zichzelf te prijzen. De satire bekritiseert de alomtegenwoordigheid van geld en geldzucht in de zeventiende-eeuwse maatschappij en en passant ook de manier waarop huwelijken worden gesloten, hoe met het geloof wordt omgegaan en tal van andere actuele zaken. De tekst staat bol van de verwijzingen naar Bijbel, klassieken en geschiedenis, en De Decker heeft zichzelf ook een rolletje gegeven, als dichter die de geldzucht bekritiseert. Paradox op paradox op paradox, de studenten hebben geen moeite onderzoeksvragen te verzinnen, er moeten alleen nog even knopen doorgehakt worden: er is teveel, en het is allemaal leuk. “De week van… Nina Geerdink” verder lezen

“Kun je hier verder mee?” Het dilemma van het afsluiten van chatgesprekken

lezingwyke

Aanstaande maandag geeft Wyke Stommel een presentatie (16:30) op het Etmaal van de Communicatiewetenschap te Wageningen, getiteld “Have I answered your question?” Problems in chat counseling session closings. De afsluitingen van institutionele chatgesprekken zijn namelijk razend interessant. We weten al lang dat gespreksdeelnemers allerlei routines hanteren om het einde van een gesprek te bereiken: ok’s,  nou’s maar ook uitspraken over de toekomst (dan ga ik morgen meteen bellen) of uitspraken die het advies op een andere manier erkennen (dan weet ik nu genoeg). We weten ook al dat er voor telefoongesprekken een ongeschreven regel bestaat dat de beller moet beginnen met afsluiten, waarschijnlijk om de gebelde zo min mogelijk tot last zijn (beleefdheid). Maar bij chatgesprekken blijkt deze verplichting niet te gelden. Chatcliënten erkennen soms het advies niet en doen daarmee ook niet de eerste stap richting gesprekseinde. Dan zit de chatmedewerker met een dilemma: hoe het gesprek tot een einde te brengen als de cliënt niet instemt met het advies? Vragen als “Kun je hier verder mee?” en “Heb je nog andere vragen?” zijn middelen waarmee medewerkers het dilemma proberen op te lossen, namelijk omdat ze alsnog een erkenning van het advies uitlokken. Dit afsluitingsdilemma kan verklaren waarom online hulpverleningshandboeken schrijven dat chathulpverlening een extra inspanning van medewerkers vraagt. Maar het kan misschien ook wel verklaren waarom chat een aantrekkelijk medium is voor (sommige) hulpvragers: in een chatsessie is het gemakkelijker een advies af te wijzen dan aan de telefoon.

Deze analyse van afsluitingen van chatsessies van de alcohol- en drugslijn maakt deel uit van het Begrijpelijke Taal-project (NWO) “Wederzijds begrip via chat en telefoon” dat Wyke uitvoert in samenwerking met het Trimbos Instituut en prof. dr. Hedwig te Molder (Universiteit Twente en Wageningen) .

Lunchen met literaire heldinnen uit de Europese literatuur

Maria-Stuart

Oedipus, Heer Halewijn, Don Quichot, Werther, Hercule Poirot. Ranglijsten met beroemde personages uit de Europese literatuur worden doorgaans bevolkt door mannen. Daarvan kijken we niet op: dat de dominantie van mannelijke auteurs leidt tot een overvloed aan mannelijke personages ligt ergens voor de hand. Maar wie zijn door de eeuwen heen de ‘heldinnen’? Wat vertellen vrouwelijke personages ons over literatuur, over helden, over de Europese geschiedenis en over de wijze waarop mensen met hun leven en de samenleving omgaan?

Vanaf februari 2014 organiseert de themagroep ‘Europese literatuurgeschiedenis’ een reeks lunchlezingen op maandag over intrigerende vrouwelijke personages uit de Europese literatuur, zo zal onder andere Nina Geerdink van onze afdeling een lezing houden over Maria Stuart (afbeelding) in het werk van Schiller en Vondel.

De lezingen staan open voor medewerkers  én studenten van de universiteit; ook boterhammen zijn welkom; koffie en thee worden voorzien. Iedere lezing duurt 15 minuten met vervolgens een kwartier de mogelijkheid tot discussie.

 

Programma (12u-12u30):

03/02 Antigone – door André Lardinois
10/02 Moeder Courage – door Maarten De Pourcq
17/02 Morgan le Fay – door Sandor Chardonnens
24/02 Claribel Frossack – door Mathijs Sanders
10/03 Esther Waters – door Marguérite Corporaal
17/03 Elisabeth Nietzsche – door Paul van Tongeren
07/04 Heloisa –  door Alicia Montoya
14/04 Maria Stuart – door Nina Geerdink
12/05 Lady Chatterley – door Theo Engelen
19/05 Sara Burgerhart – door Helen de Hoop
26/05 Twee Anna’s –  door Sophie Levie

 

Zie hier voor meer informatie.

 

De week van… Stefan Frank

Stefan Frank is universitair docent bij Nederlandse taalkunde. Hij is gespecialiseerd in psycholinguïstiek.

stefan

Vrijdag 10 januari

Ik word wakker in Londen –waar ik nog af en toe woon– met het gevoel alsof ik een fruitmesje probeer door te slikken. Dit is geen goed moment om griep te krijgen, want vanmiddag geef ik een lezing aan de universiteit van Birmingham. Gelukkig vind ik in de medicijnkast iets wat me kan helpen de dag door te komen.

Omdat ik nog ruim een uur de tijd heb voordat ik naar het station moet, ga ik naar een buurtcafé om daar verder te werken aan mijn pogingen om een computer iets te leren over de statistische woordpatronen van het Nederlands. Opnieuw zonder veel succes.

In de trein naar Birmingham controleer ik nog een allerlaatste keer of mijn presentatie een min of meer goed lopend verhaal vormt. Het gaat over hoe de hersenen reageren op voorspelbaarheid van woorden tijdens het begrijpen van taal. Helaas zijn niet alle resultaten even overtuigend, maar desondanks lijk ik er goed mee weg te komen: zoals het hoort zijn er wel een paar kritische vragen, maar niets wat me van mijn stuk brengt. De rest van de middag en tijdens de treinreis terug naar Londen brainstorm ik met één van de Birminghamse onderzoekers over een beurs die we samen willen gaan aanvragen. Intussen word ik zieker en zieker. “De week van… Stefan Frank” verder lezen

Taalkundig geroezemoes rondom Het Groot Dictee van 2013

KootenNeijt

Anneke Neijt

De mooie bijvangst van Het Groot Dictee 2013 is dat dit dictee leidde tot maar liefst vier taalkundige discussies. Het gaat om hardnekkige kwesties, vragen die nog niet bevredigend beantwoord zijn, hoezeer taalkundigen ook hun best doen: (1) “dan of als?”, (2) “spelling is wel/niet taal”, (3) “weg met de standaardspelling”, en (4) “hoe lossen we kippenhok – kippeëi en bessenwijn – bessestruik op?”

Ten eerste de discussie over dan en als: Kees van Kooten laat zien dat dan helpt om dubbelzinnigheden te voorkomen, terwijl Helen de Hoop laat zien dat daarmee niet alle dubbelzinnigheden de wereld uit zijn. Tja – taal blijft dubbelzinnig. Als schrijver moet je je daar bewust van zijn, en je kunt die dubbelzinnigheid zelfs uitbuiten, denk aan wiewauwen in Het Groot Dictee dat naast ‘krioelen’ ook ‘raaskallen’ betekent. “Taalkundig geroezemoes rondom Het Groot Dictee van 2013” verder lezen

De week van… Jeroen Dera

Jeroen Dera is promovendus en docent Moderne Nederlandse Letterkunde.

foto

Maandag 16 december

Acht uur. Ik zou zo graag willen dat ik met een ander genenpakket geboren was. Mensen die ’s ochtends heel gemakkelijk wakker kunnen worden, schijnen namelijk een speciaal eiwit aan te maken dat het slaapdronken gevoel blokkeert. Van zo’n eiwit heeft mijn lichaam helaas nog nooit gehoord, zeker niet op maandagochtend, dus ik blijf nog maar even liggen. Vriendinlief is al lang en breed naar haar werk – advocatenkantoren in Arnhem vergen immers reistijd, vooral ’s morgens vroeg – en ik besluit me naar haar kant van het bed te verplaatsen. Dan heb ik tenminste alvast mijn kussen verlaten. “De week van… Jeroen Dera” verder lezen

Hoe praten Nederlandse moeders tegen hun baby?

baby-koptelefoon
Van Amerika tot Japan passen ouders zich aan als ze tegen hun baby praten: de stem gaat omhoog en de spraak wordt wat zangeriger. De precieze implementaties van deze aanpassingen verschillen echter van taal tot taal. Titia Benders, post-doc onderzoeker bij eerstetaalverwerving, heeft dit fenomeen nu bij Nederlandse moeders onderzocht en recent gepubliceerd in het tijdschrift “Infant Behavior and Development”.
.
De 18 onderzochte moeders spraken inderdaad wat hoger en zangeriger tegen hun baby dan tegen een volwassene. Een nieuwe bevinding was dat de moeders ook meer glimlachend klonken als ze met hun baby speelden. Zo’n ‘glimlachende’ klank kun je soms ook aan de telefoon horen: als je opneemt hoor je meteen of de persoon aan de andere kant van de lijn glimlacht of niet. Titia onderzoekt nu of ook baby’s een glimlach kunnen horen. Stay tuned!
.
Het artikel van Titia Benders is tot 31 januari 2014 gratis te lezen.

Jurylid Anneke Neijt kondigt Groot Dictee aan

Anneke Neijt is hoogleraar Nederlandse Taalkunde en maakt sinds enige jaren deel uit van de jury van het Groot Dictee der Nederlandse Taal, dat 18 december aanstaande plaatsvindt (21.30, Nederland 1).

neijt dictee

Aankomende ’s woensdagavond treffen ik u tegen bij het Groot Dictee!

Het gaat dit jaar om spelfouten én taalfouten bij het Groot Dictee. De deelnemers schrijven eerst op wat er gedicteerd wordt, en onderstrepen daarna de grammaticale fouten. De schrijver van het dictee is de man aan wie we graaft zich autobio in de Dikke Van Dale te danken hebben. Als geen ander beheerst hij het genre van de net-niet-grammaticale zinnen: Kees van Kooten. Hij heeft iets met het woordje zich dat te pas en te onpas opduikt. Taalfouten leiden vaker tot misverstanden dan spelfouten, is zijn boodschap, en dat dan moet beslist dan blijven. Van Kooten illustreert dat meesterlijk met de krantenkop ‘Taalhervormer Paardekooper schreef liever sjem als jam.’ Wie als door dan vervangt leest wat er bedoeld is:  ‘Taalhervormer Paardekooper schreef liever sjem dan jam.’ Saillant detail is dat er zojuist een wetenschappelijk artikel is verschenen over als en dan met de conclusie dat als taalkundig meer voor de hand ligt, want als is het voegwoord van vergelijking en dan is meestal een bijwoord. Van Kootens illustratieve voorbeeld laat zien dat je ook met de betekenis rekening moet houden.

Vorig jaar was het Adriaan van Dis die de prachtig tekst Zijn waar wij niet zijn schreef. Op de foto bij dit bericht (v.l.n.r. Anneke Neijt, Ludo Permentier en Adriaan van Dis) bespreken de leden van de jury met hem het ik-besef. Over het dictee van dit jaar mag ik niets vertellen, want strikte geheimhouding – na woensdag meer.

Zie verder:
Interview met Kees van Kooten
Het artikel met de gewraakte titel
Titel en samenvatting van het wetenschappelijke artikel over dan en als

Lieke van Deinsen wint Moderne Heliconprijs

worm en donder

 

 

 

 

 

 

Op 12 december werd het vierde deel uit de literatuurgeschiedenisreeks van de Taalunie gepresenteerd. In de sfeervolle Doopsgezinde kerk aan de Amsterdamse Singel verzamelde zich een geanimeerd publiek voor de doop van Worm en Donder. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur: de Republiek, 1700-1800.

Voor de gelegenheid schreven de auteurs, Inger Leemans en Gert-Jan Johannes, naar goed achttiende-eeuws gebruik een genootschappelijke prijsvraag uit, met als prangende vraag: ‘Wat is de waarde van de achttiende-eeuwse literatuur?’ Naar minder goed achttiende-eeuws gebruik kreeg de prijsvraag ook daadwerkelijk respons. Met collega Floris Solleveld (Geschiedenis) sleepte Lieke van Deinsen, promovenda en docent historische letterkunde, de eerste prijs in de wacht door de achttiende-eeuwse laaglandse literatuur uit te leggen voor de facebookgeneratie. De inzending is hier te bewonderen.

De week van… Margit Rem

fotomargitMargit Rem is universitair docent historische taalkunde en maakt als opleidingscoördinator deel uit van het dagelijks bestuur van de afdeling Nederlandse taal en cultuur.

Maandag 2 december

Om 7.00 gaat de wekker. Hoewel ik gisteravond nog wat ben gaan drinken met een vriendin voel ik mij uitgerust. We hebben het niet te laat gemaakt en dat is natuurlijk niet onverstandig aan het begin van een nieuwe week. Snel onder de douche, kinderen wakker maken, kop koffie, afspreken wie hoe laat thuis is, halve kussen en een aai en dan op de fiets naar het Amstelstation. De intercity van 8.00  komt te laat binnen en dat betekent over het algemeen dat we achter een stoptrein of goederentrein nog meer vertraging zullen oplopen. Het valt uiteindelijk mee en om 9.40 loop ik het bestuursgebouw op de Comeniuslaan binnen. Ik zet mijn handtekening onder een BA-diploma en ga daarna naar het Erasmusgebouw. “De week van… Margit Rem” verder lezen