Opiniestuk Lotte Jensen in de Volkskrant: ‘Schuif de Nederlandse taal niet zomaar terzijde’

Vandaag staat in de Volkskrant een opiniestuk van Lotte Jensen, waarin ze betoogt dat als we meer geschoolde neerlandici willen, eerst bestuurders hun houding jegens onze taal moeten wijzigen. Zaterdagavond is Marc van Oostendorp over hetzelfde onderwerp te zien bij EenVandaag.

Uit het artikel van Lotte Jensen:

We hebben allemaal kunnen zien hoe het Nederlands in rap tempo aan status ingeboet heeft in het academische onderwijs: 74 procent van de masteropleidingen is al in het Engels en het aantal Engelstalige bacheloropleidingen groeit ook snel. Steeds vaker snoepen de Engelstalige tracks studenten weg bij de Nederlandstalige varianten, omdat toekomstige studenten het idee hebben dat een Engelstalige opleiding meer status heeft. Dat heeft ook negatieve gevolgen voor het imago van het vak Nederlands op school: scholieren krijgen de boodschap mee dat ze beter kunnen investeren in hun Engelse taalvaardigheid, wanneer ze een vervolgopleiding willen doen.

Lees hier het hele opiniestuk.

Presentatie biografie Jan Walravens (door Jos Joosten)

Op donderdag 6 september a.s. wordt in boekhandel Roelants te Nijmegen De verdeelde mens: Jan Walravens (1920-1965), schrijver, ijkpunt, avantgardist gepresenteerd: de langverwachte biografie van de Vlaamse avantgardist Jan Walravens, geschreven door hoogleraar Nederlandse letterkunde Jos Joosten.

Walravens was een centrale figuur in het naoorlogse Vlaamse cultuurleven.  Hugo Claus dacht ‘bij elk boek, bij elke dichtbundel of toneelstuk, eerst en vooral aan wat Jan ervan zou denken’. Louis-Paul Boon had, als hij schreef, vaak in zijn hoofd: ‘Dit zal Jan mooi vinden! Dit zal hij graag lezen.’

Tussen 1944 en 1965 was Brusselaar Jan Walravens (1920-1965) het absolute ijkpunt in de Vlaamse avant-garde. Hij introduceerde het existentialisme en was de eerste die in het Nederlandse taalgebied sprak over experimentele poëzie. Met zijn tijdschrift Tijd en Mens bracht hij Vlaamse en Nederlandse Vijftigers en Cobra-schilders bijeen. In de laatste jaren van zijn korte leven was hij een van de culturele-televisiepioniers en verzorgde hij, onder andere, het televisiedebuut van W.F.Hermans. Bovendien schreef hij twee ophefmakende romans en een aantal ontroerende novellen.

De verdeelde mens is gebaseerd op talloze niet eerder gepubliceerde documenten, zoals Walravens’ dagboeken, de brieven aan zijn verloofde en zijn correspondentie met Hugo Claus. Het geeft inkijkjes in het (nog verrassend cultureel actieve) Berlijn anno 1943, de Brusselse kunstwereld na de oorlog, en de doorbraak van de avantgarde in literatuur, schilderkunst en theater in de jaren vijftig.

Bij de presentatie zal een onbekend beeldfragment getoond worden van Hugo Claus’ voordracht van zijn in-memoriamgedicht voor Jan Walravens. Dr. Jan de Roder zal het boek met een speech ten doop houden. De muzikale omlijsting wordt verzorgd door het Ibert Trio.

Plaats: Boekhandel Roelants (Van Broekhuysenstraat 34, Nijmegen)
Tijd: donderdag 6 september, 18:00 uur

Niet grammaticaal, maar toch correct?

Naast optische en auditieve illusies heb je ook grammaticale illusies. Een zin lijkt dan correct, terwijl hij dat niet is. Of je vatbaar bent voor zo’n illusie hangt af van de taal waarin de zin wordt aangeboden, zo blijkt uit onderzoek van Stefan Frank en studente Patty Ernst (lees het wetenschappelijke artikel hier). Een interview over dit onderzoek verscheen 1 juni jl. in een artikel hier op Nemo Kennislink.

Ivo Nieuwenhuis over ‘Zondag met Lubach’

Vorige week sprak Arjen Lubach op Radboud Open Air. Kort daarvoor verscheen van de hand van onze docent Ivo Nieuwenhuis een artikel over Lubachs mateloos populaire televisieprogramma Zondag met Lubach.

In dit artikel, geschreven voor een speciaal nummer van het wetenschappelijke tijdschrift VIEW, plaatst Nieuwenhuis ZML in de traditie van zowel de Nederlandse als de Amerikaanse satire-tv.

Het artikel is via de onderstaande link te vinden:

Ivo Nieuwenhuis, ‘Televisual Satire in the Age of Glocalization: The Case of Zondag met Lubach’, VIEW: Journal of European Television History and Culture 7:13 (2018).

Lotte Jensen over internationalisering en verengelsing

Het debat over de verengelsing van het universitair onderwijs blijft de gemoederen bezighouden. Afgelopen vrijdag verscheen in NRC Handelsblad een nieuwe bijdrage aan dit debat van de hand van Lotte Jensen.

Jensen pleit ervoor om de eenzijdige focus op de voordelen van het Engels in het hoger onderwijs te vervangen door een visie waarin meertaligheid centraal staat. Ook betreurt ze het zware accent op economische argumenten in de Internationaliseringsagenda die de VSNU (Vereniging van Samenwerkende Universiteiten) en de VH (Vereniging van Hogescholen) onlangs lanceerden.

Wie voor meer internationalisering pleit, zou ook een pleidooi voor meertaligheid moeten houden. De eenzijdige nadruk op het belang van het Engels als voertaal in het hoger onderwijs leidt tot een verschraald idee van internationalisering.

Lees hier het hele artikel.

Symposium over water op 7 juni

Op donderdag  7 juni a.s. organiseert Lotte Jensen met haar onderzoeksteam een symposium rondom het thema ‘Water’. Het symposium vindt plaats van 14.00 tot 17.00 uur in zaal SPA 01.14 op de Radboud Universiteit.

Programma

14.00-14.10 Lotte Jensen (RU): Welkom en inleiding
14.10-14.40 Maaike van Berkel (RU): Bron des levens: watervoorziening in middeleeuws Basra en Bagdad
14.40-15.10 Maarten Kleinhans (UU): Levend laagland: hoe natuurlijke processen en menselijk handelen de delta vormden en verdrinken
15.10-15.30 Koffie en thee
15.30-16.00 Hanneke van Asperen (RU): Naar het voorbeeld van de heilige Elisabeth. Een nieuwe blik op het altaarstuk met de Sint-Elisabethsvloed in het Rijksmuseum
16.00-16.30 Jenny Reynaerts (Rijksmuseum): Hollands water. Verbeelding en werkelijkheid
16.30-17.00 László Munteán (RU): The Underwater Sublime: Visualizing Modern Shipwrecks

Borrel na afloop in het Cultuurcafé op de Campus.

De toegang is gratis. Wel graag even aanmelden voor 1 juni bij Lotte Jensen (l.jensen@let.ru.nl).

Leering ende vermaeck in een Iberische hoofdstad

Door Nadine de Rue

Portugal. Het enige West-Europese land dat ik op mijn wereldkraskaart nog niet open had kunnen krassen. Dit was mij een doorn in het oog. En daar ontving ik plots een e-mail met de vraag wie er als begeleider met onze studenten mee wilde gaan op studiereis naar Lissabon! Paul Hulsenboom was vorig jaar ook al mee geweest op studiereis en hij wist mij te overtuigen dit jaar samen met hem mee te gaan. Daar was uiteraard niet veel voor nodig. En dus vlogen Paul en ik op zaterdagavond 28 april naar Lissabon.

Wij werden daar hartelijk ontvangen door Marieke en Remi, die voor het in elkaar zetten van een speurtocht al eerder naar Lissabon waren afgereisd dan de rest van de studenten. Hun draaiboek voor de komende dagen was tot in detail uitgewerkt en liet voor ons geen twijfel mogelijk: bij deze SVN-ers waren de studenten in goede handen.

Zoals nu eenmaal onvermijdelijk is wanneer je op reis bent, lopen dingen anders dan verwacht – ongeacht hoezeer je je van tevoren hebt voorbereid. Zo begon de eerste activiteit al spannend met een zoektocht naar een bushalte die vandaag wél in gebruik was en raakten we in het zicht van de haven – vlak voor het Museu Nacional de Arte Antiga – allen geheel doorweekt door een verrassende hoosbui. Er was voor onze groep een uitstekende en educatieve rondleiding georganiseerd die speciaal voor ons ging over de relatie tussen de Hollandse/Vlaamse schilderkunst enerzijds en de Portugese schilderkunst anderzijds, te beginnen in de 15e eeuw. Met trots kon ik vaststellen dat onze studenten Nederlandse Taal en Cultuur goed hun weg weten te vinden in de schilderkunst.

Rondleiding Museu Nacional de Arte Antiga

Op de trappen van het museum konden we onze natte jassen weer aantrekken en starten met de speurtocht. In kleine groepjes doorkruisten we de stad langs triomfbogen en de oudste boekwinkel van het land. Straten die naar auteurs vernoemd zijn, straatartiesten die ballet dansen en ruïnes die herinneren aan de grote aardbeving in 1755. Of het reglement het toestaat is niet van tevoren toegelicht, dus biedt mijn analoge bron (een heuse reisgids) zo nu en dan de oplossing voor het beantwoorden van de speurtochtvragen.

De straatjes zijn smal en de stad is geaccidenteerd, dus onze beenspieren worden getraind. We sporten wat af deze hele week! ’s Middags bekijken we de kathedraal en we wagen een poging het kasteel te bezoeken. De rij wachtenden voor ons loopt verder dan het blote oog kan zien door verschillende straten, ondanks de naderende sluitingstijd, dus kiezen de studenten – en wij – bij nader inzien liever voor een ijsje. Onze leerzame dag zet zich voort in het Museu Nacional de História Natural e da Ciência, dat gelukkig lang genoeg open is. Na natuurstenen en kristallen hebben we een vergeefse zoektocht naar walvissen en dinosauriërs en ook de zaal die de ‘kurkzaal’ genoemd wordt, is niet wat we ervan hadden verwacht, maar de wassen modellen van akelige seksueel overdraagbare ziektes zorgen voor veel ophef, de natuurkundeproefjes worden enthousiast uitgeprobeerd en oercontinent Pangea blijkt op haar fans te kunnen rekenen. Diorama’s, fossielen en dierenskeletjes worden nauw bestudeerd, met als een van de hoogtepunten een prachtig schildpadskeletje.

schildpadskeletje

Mijn benen doen pijn en zoals het ons docenten betaamt hebben Paul en ik behoefte aan rust, maar onze luiheid in het zoeken van de weg maakt dat we toch graag bij een groepje studenten aansluiten dat lijkt te weten waar ze heen gaan – op zoek naar een voedzame avondmaaltijd. Niets blijkt echter minder waar en een bus brengt ons God weet waarheen en we stappen op goed geluk uit. Met z’n achten strijken we neer in een Iranees restaurant. Het eten smaakt ons goed en het zitten laat mijn beentjes weer op krachten komen. Dat komt mooi uit, want vanavond is de kroegentocht! En dan wordt er natuurlijk gedanst!

De eerste kroeg is eigenlijk te klein voor onze grote groep en de dame achter de bar kan onze bestellingen niet bijbenen. De organisatie stuurt een paar verkenners eropuit om een goede volgende locatie te vinden. Een succesvolle missie. De tweede is daarmee meteen de laatste kroeg van de avond. Gezellige muziek, mensen met aparte dance moves en outfits, een flitsende dansvloer en vlot barpersoneel bieden alles wat we nodig hebben. Paul is onder de indruk van mijn kennis van de teksten van de hedendaagse liedjes – al heb ik zelf geen idee waar ik die kennis heb opgedaan. Met al die educatieve dagen voor de boeg maken wij het niet al te laat. De afstanden in Lissabon zijn niet groot, dus met een taxi zijn we zo terug bij ons hotel.

De studenten hebben ware discipline – al is niet iedereen helemaal op tijd in de ochtend. Ondanks onvermijdelijke gevolgen van de prachtavond die zij gisteren langer dan wij hebben voortgezet, is men klaar om vandaag ook de speurtocht voort te zetten (die gisteren niet helemaal afgemaakt is) – en dat niet alleen. Ook de wetenschappelijke opdracht staat op het programma!

De speurtocht voert ons langs een prachtig klooster met fontein en een monument voor Portugese ontdekkingsreizigers dat trouwens talloze keren figureert in de beelden van het Eurovision Songfestival die in Nederland op televisie te zien zijn geweest. We eindigen onze eigen ontdekkingstocht bij de Torre de Belém (zie groepsfoto). “Leering ende vermaeck in een Iberische hoofdstad” verder lezen

Tegen de schenen

Na het succesvolle boek Op de hielen uit 2013, is er nu het vervolg Tegen de schenen – geredigeerd door Jos Muijres en Marieke Winkler, uitgebracht door Uitgeverij Vantilt. Het boek bestaat net als het vorige boek uit opstellen over recente Nederlandse en Vlaamse literatuur, maar dit keer worden specifiek boeken besproken die zich kenmerken door een zekere tegendraadsheid en die breken met gangbare conventies en heersende opinies. Behalve door Jos Muijres en Marieke Winkler zijn veel van de opstellen ook geschreven door andere mensen die aan onze afdeling Nederlandse Taal en Cultuur verbonden zijn, zoals o.a. Jeroen Dera, Linda Ackermans en Rob van de Schoor.