Alumnus uitgelicht: In de mallemolen van het werkende leven

foto J. Verlouwdoor Judit Verlouw

Of ik een stukje wilde schrijven voor de blog van Nederlandse taal en cultuur, waarin alumni vertellen wat ze na hun studie zijn gaan doen. Leuk idee, leuke vraag. Maar acht jaar samenvatten in duizend woorden, dat is nog niet zo makkelijk…

Als ik aan een leek moet uitleggen wat ik doe voor de kost, zeg ik meestal iets als ‘Ik werk als redacteur voor educatieve uitgeverijen, dat betekent dat ik meewerk aan het maken van schoolboeken.’ De ervaring leert dat veel mensen bij ‘redacteur’ alleen aan kranten denken en ook niet echt weten wat zo’n functie eigenlijk inhoudt, vandaar mijn keuze voor deze misschien wat infantiele beschrijving.

Redacteuren zijn er in vele soorten en maten. En ze werken dus niet alleen bij en voor kranten, maar ook bij en voor tijdschriften, literaire en educatieve uitgeverijen, tekstbureaus en nog vele andere uiteenlopende bedrijven en organisaties. In en rond een educatieve uitgeverij vind je vooral bureau- en eindredacteuren, die werken met bestaande teksten. De eindredacteur legt op alle slakken zout, de bureauredacteur is de kommaneuker. Ik doe beide afwisselend. Lekker klungelen met tekst en taal, heerlijk.

Voor ik mijn brood verdiende als tekstbewerker, heb ik uitgebreid het studerende leven verkend. Vrij bewust deed ik wat langer over mijn studie dan er op papier voor stond. Mijn redenen daarvoor waren legio, de elementen die de duur verlengden ook.
Toen ik in het voorjaar van 2006 tegen mijn afstuderen aanhikte, wist ik niet zo goed welke kant ik op wilde  –  misschien ook omdat ik relatief weinig wist over wat er op de arbeidsmarkt voor mij te koop was. Ik dacht er weleens aan het onderzoek in te gaan, maar veel mogelijkheden waren daar in mijn afstudeerrichting op dat moment niet voor. Journalistiek kon interessant zijn, maar dan moesten het wel achtergrondartikelen worden en niet nieuwsjagen, en daar had ik eigenlijk niet de handigste studierichtingen en stages voor gevolgd. Misschien volwassenonderwijs, NT2-onderwijs, of iets heel anders waarvan ik het bestaan nog niet kende…
Tot het zover zou zijn, vermaakte ik me nog prima met mijn scriptie, die voornamelijk bestond uit het transcriberen en analyseren van zestiende-eeuwse handgeschreven liefdesliedjes uit een bewaard gebleven album van een bevoorrechte jongedame uit die tijd.

Terwijl mijn scriptie van de persen rolde, tipte een al werkende vriendin (tevens oud-studiegenoot) mij over een vacature bij het redactiebureau waar zij werkte. Voor ik het wist, had ik een jaarcontract als bureauredacteur voor 32 uur per week. Het was een goede, gemoedelijke leerschool waar ik de kneepjes van het vak leerde. Leerschool ja, want ik had dan weliswaar een academische bul, voor het vak redacteur was ik niet opgeleid – niet dat mijn opleiding niet van pas kwam overigens.
Bij het bureau werd vooral in opdracht van educatieve uitgeverijen gewerkt en ik leerde wat belangrijk is bij het redigeren van leerboeken, zoals op uniforme formuleringen letten, samenhang en overeenstemming tussen de diverse leermiddelen controleren, het juiste taalniveau voor kinderen en jongeren gebruiken en daarbij vooral in het oog houden dat er geen denkstappen overgeslagen worden, enzovoort. Maar ook het trivialere werk, zoals de uitlijning van tekstkaders, het gebruik van harde en zachte returns, halve kastlijntjes en het al dan niet plaatsen van spaties voor beletseltekens, kwam aan bod.

Ik had in die tijd nog altijd een zekere hang naar het studentenleven. Er lonkte een half-voltooide tweede master; door de studiejaren heen had ik het een en ander aan cursussen gevolgd die binnen de toenmalige master Taal- en Cultuurstudies pasten. Zonde en te leuk om te laten liggen.
Het laatste en grootste deel, de scriptie, heb ik uiteindelijk afgerond in Parijs, waar ik eerder al een halfjaar doorbracht via het Erasmusprogramma. En, omdat ik zestiende-eeuwse liefdesliedjes nu eenmaal de bom vind, bezocht ik (in samenspraak met mijn voormalig scriptiebegeleider Johan Oosterman) en passant ook nog wat krakende Franse archieven waar verstofte liedteksten erom riepen gelezen en geanalyseerd te worden. Boeiend om mee bezig te zijn, en met de vergaarde kennis over deze alba kon ik later hopelijk een wetenschappelijk artikel fabriceren.
Dit alles werd trouwens vooral mogelijk gemaakt door veel plannen en organiseren, sparen en een bijzonder coulante baas die mijn baan voor mij in de wacht zette.

Weer terug in het Nederlandse, werkende leven begon het na een tijdje te kriebelen en was ik benieuwd hoe het zou zijn om wat dichter bij het vuur, dus niet in opdracht van, maar ín een uitgeverij te werken. Ik kwam terecht bij een educatieve uitgeverij in Den Bosch. Het werk in de uitgeverij ging goed en vond ik leuk. Inhoudelijk bleek het mijn eerdere baan niet veel te ontlopen, maar de verschillen tussen een kleinschalig bureautje met tien collega’s en een Kantoor met driehonderd werknemers profileerden zich duidelijk. Rond die tijd bloeide ook mijn oude liefde, de zestiende-eeuwse liedjes, weer op.  Met wat hulp en ondersteuning van Johan voltooide ik een artikel dat gepubliceerd werd in een vaktijdschrift, een leuke ervaring!

Na een tijdje merkte ik dat het ‘van 9 tot 5’ kantoorleven bij mij begon te knellen. Ook was er binnen de uitgeverij waar ik werkte een reorganisatie op komst, wat betekende dat een deel van de functies op mijn afdeling zou verdwijnen en dat de rest verdeeld zou worden over twee nieuwe functieprofielen die mij beide weinig aanspraken.
Er brak een tijd aan van nadenken. Na veel wikken en wegen, het uitdenken van allerlei (on)mogelijkheden en het verzamelen van informatie, durf en vertrouwen, vestigde ik me per 1 januari 2010 als zelfstandig redacteur. Ik maakte  –  niet verwacht maar wel verhoopt  –  een vliegende start.

Inmiddels ben ik een tijdje verder en vermaak en red ik me nog altijd wonderwel als freelance redacteur en tekstschrijver. Ik doe nog steeds veel op het gebied van educatieve leermiddelen, maar houd me hier en daar ook bezig met culturele en andere projecten – er komen hoe dan ook voldoende, afwisselende en uitdagende  opdrachten op mijn pad. En als de tijd en mijn hoofd het toelaten, wil ik me nog wel eens verdiepen in een zestiende-eeuws liefdesliedje.

Het werkende leven is soms een beetje een mallemolen, heb ik ervaren. De een zit meteen op zijn plek, de ander maakt wat meer omzwervingen. Soms zit de onrust in jezelf, soms ook verstoren factoren van buitenaf de balans. Het belangrijkst is naar mijn idee dat je iets doet waar je hart ligt, waar je plezier in hebt, waarin je jezelf kunt zijn en je eigen tempo kunt volgen. Waar je je wel eventjes mee kunt vermaken, zeg maar. Want het idee is dat je het een jaar of veertig, vijftig volhoudt.

Alumnus uitgelicht: De geflipte ervaringen van Arnoud Kuijpers

In deze nieuwe rubriek doen alumni van onze opleiding verslag vanuit het werkveld. Deze keer: Arnoud Kuijpers, eerstegraads docent Nederlands en blogger voor Uitgeverij Tumult.

arnoud k

Na mijn afstuderen ben ik direct doorgestroomd naar de lerarenopleiding aan de universiteit. Inmiddels sta ik officieel anderhalf jaar als eerstegraads docent Nederlands voor de klas. Het is een cliché, maar elke dag is echt anders. Ik probeer onze mooie (maar ingewikkelde) Nederlandse taal op een interessante manier over te brengen op pubers die daar niet echt op zitten te wachten. Toch lukt het me vrij aardig.

Ik ben geïnteresseerd in iedere leerling en ik probeer op een vernieuwende manier les te geven. Want, zoals wellicht bekend is, loopt het onderwijsland enorm achter bij de (technologische) ontwikkelingen in de maatschappij. Typerend is natuurlijk dat ik twee jaar geleden op het ILS, het instituut voor docenten in opleiding, op geen enkele manier in aanraking ben gekomen met ‘vernieuwing’ in het onderwijs. “Alumnus uitgelicht: De geflipte ervaringen van Arnoud Kuijpers” verder lezen