Twee alumni genomineerd voor grote finale Write Now!

write nowWrite Now! presenteert zich als de grootste jaarlijkse schrijfwedstrijd in het Nederlands taalgebied. Iedereen die tussen de 15 en 25 is mag een bijdrage inzenden. Prozatekst of gedicht, filmscenario of toneeltekst, column of songtekst: alle genres zijn welkom.

Deze maand vonden de voorrondes plaats van Write Now! 2015. Maar liefst twee alumni van onze opleiding nomineerden zich voor de grote finale op 21 juni in Rotterdam. Jelko Arts kwam als winnaar uit de bus in de Limburgse voorronde te Venlo en Maarten Buser won de voorronde in Nijmegen.

Lees hier het winnende verhaal van Jelko Arts en hier de winnende prozagedichten van Maarten Buser.

Alumnus van Nederlandse taal en cultuur is de beste leraar Nederlands van 2015

Afgelopen zaterdag maakte Jet Bussemakers bekend dat RU-alumnus Arnoud Kuijpers zich de beste leraar Nederlands van 2015 mag noemen. Hij liet daarmee de twee andere genomineerden – Belgen Jan de Jong en Bert Zurings – achter zich.

Arnoud KuijpersDe verkiezing was een onderdeel van het KRO-NCRV-radioprogramma De Taalstaat. In totaal waren 12 docenten voorgedragen. De vakjury, bestaande uit hoogleraren Peter-Arno Coppen en Frans Daems en uit docente Trudy Coenen, nomineerde uiteindelijk de drie docenten voor de verkiezing. Kuijpers viel vooral op door de youtube filmpjes die hij maakt over zijn vak. Deze filmpjes worden niet alleen door zijn eigen leerlingen van het Candea College bekeken, maar ook door leerlingen van andere scholen.

De afdeling Nederlandse taal en cultuur feliciteert Kuijpers van harte!

zie ook:

http://nederlands.ruhosting.nl/nijmeegse-alumnus-genomineerd-voor-verkiezing-beste-leraar-nederlands-van-2015/

http://www.gelderlander.nl/regio/liemers/duiven/docent-candea-college-is-beste-leraar-nederlands-van-2015-1.4926125

Nijmeegse alumnus genomineerd voor verkiezing ‘Beste leraar Nederlands van 2015’

arnoud-k[1]Als enige Nederlander is Nijmeegse alumnus Arnoud Kuijpers genomineerd voor de titel ‘Beste leraar Nederlands van 2015’. Hij valt vooral op vanwege zijn lessen op youtube, die het vooral goed doen in aanloop naar de eindexamens. De NPO maakte er een item over: http://nos.nl/op3/artikel/2034672-je-eindexamen-leren-doe-je-op-youtube.html.  Zie ook het blogbericht van 24 februari 2014: http://nederlands.ruhosting.nl/alumnus-uitgelicht-de-geflipte-ervaringen-van-arnoud-kuijpers/.

Stemmen is mogelijk tot vrijdag 15 mei om 18.00 uur: https://onzetaal.nl/poll/stem-voor-beste-leraar-nederlands-van-2015.

Op zaterdag 16 mei reikt minister Jet Bussemaker de prijs uit tijdens een bijzondere uitzending van De Taalstaat (NPO radio 1, 11.00-13.00).

Imme Lammertink publiceert onderzoek masterscriptie

imme_lammertinkHoe weet je wanneer je aan de beurt bent om te praten? Imme Lammertink heeft voor haar masterscriptie onderzoek gedaan naar hoe beurtwisselingen in gesprekken werken en hoe dat geleerd wordt. Binnen dit kader heeft zij onder andere Nederlandstalige en Engelstalige peuters getest in Nijmegen, maar ook in Cambridge. Zij heeft dit onderzoek, getiteld  Dutch and English toddlers’ use of linguistic cues in predicting upcoming turn transitions, weten te publiceren in Frontiers of Psychology. Een indrukwekkende prestatie! “Imme Lammertink publiceert onderzoek masterscriptie” verder lezen

Drie keer een alumnus

Op het moment volgen derdejaars bachelorstudenten Nederlands het vak Geesteswetenschappen & Samenleving. Tijdens deze cursus denken ze na over het belang van geesteswetenschappen. Ook oriënteren ze zich op de arbeidsmarkt. En wie weet beter hoe een Neerlandicus in de markt ligt dan een alumnus? Hieronder verslaat studente Kim Saris de ontmoeting tussen studenten en alumni van vorige week.

Ruimte 6.18, het vaste vergaderhok van de redactie van de onmisbare Uitvreter, wordt eens per jaar gebruikt voor een minstens zo belangrijke  alumni-avond. Op 14 april was het tijd voor een informele kennismaking met alumni van Nederlandse taal en cultuur. In een drietal rondes presenteerden de oud-studenten zichzelf en vertelden hoe het leven verder ging na het afronden van de leukste studie van de RU. Nou ben ik de studie niet voor niets gaan doen, maar bij tijd en wijle heb ik een hard hoofd in mijn carrièreperspectieven. Verrassend genoeg hoorden de studenten veel positief gestemde verhalen: de een had er een handje van goed te kunnen netwerken en bij de ander was het simpelweg een ‘kwestie van geluk’ en zodoende bleek dus dat er met de studie Nederlands meer banen te vangen zijn dan gedacht.

De eerste ronde die ik bijwoonde, was bij Evi Savelkouls, die niet kon wachten om met een brede glimlach te vertellen over haar passies. “Drie keer een alumnus” verder lezen

Klanksymboliek in Philadelphia: Paula Fikkert en Imme Lammertink presenteren onderzoek

Conferentie: Society for Research in Child Development (SRCD)

Ik vraag jullie bij dezen een keuze te maken. Op de afbeelding hieronder zie je twee figuren. Een van deze twee figuren is een boeba, het andere figuur is een kiki. Bedenk nu voor jezelf: wat is de boeba en wat is de kiki?

Wanneer ik deze vraag aan het begin van een presentatie stel, is bijna iedereen het met elkaar eens. Het linker (ronde) figuur is de boeba en het rechter (puntige) figuur is de kiki. Als luisteraar koppelen we hier de vorm van het figuur (rond of puntig) en de klanken van boeba (rond) en kiki (puntig) aan elkaar om tot te betekenis van het woord te komen. Dit is bijzonder, want bij de meeste woorden in het Nederlands is de relatie tussen de klank van het woord en de betekenis van het woord geheel arbitrair (waarom heet een stoel een stoel?). Dit laatste is niet in alle talen het geval; sommige talen (bijvoorbeeld het Japans) hebben een speciale woordklasse waarin de betekenis van woorden gekoppeld is aan de klanken van deze woorden. Dit verschijnsel waarbij betekenis en klank gekoppeld zijn, heet klanksymboliek.

Deze week zal ik, samen met Paula Fikkert en Sho Tsuji, een bezoek brengen aan een grote 3-daagse conferentie georganiseerd door de Society for Research in Child Development (SRCD) in Philadelphia (USA). Tijdens deze conferentie presenteren wij de resultaten van ons onderzoek naar de ontwikkeling van gevoeligheid voor klanksymboliek in Nederlandse kinderen. “Klanksymboliek in Philadelphia: Paula Fikkert en Imme Lammertink presenteren onderzoek” verder lezen

Anéla Juniorendag 6 maart: Lisa Rommers presenteert

Voor alle neerlandici die vorig jaar rond mei voor het experiment van mijn bachelorwerkstuk naar heel veel geluiden van de Engelse fonemen /E/ en /ae/ hebben geluisterd, nogmaals: bedankt! Door dit experiment weet ik nu meer of de prosodische kenmerken van Infant Directed Speech helpen bij het leren van een niefoto_Lisauw foneemcontrast. Na mijn bachelor Nederlands, waarin ik het ontzettend leuk en interessant vond om dit experiment op te zetten en uit te voeren, ben ik begonnen met de researchmaster Cognitive Neuroscience. Daar mag ik nu naar hartenlust twee jaar lang nog meer experimenten uitvoeren (ja ja, schrik niet, ook daar is jullie hulp weer hard bij nodig!). Maar aanstaande vrijdag 6 maart nog even terug naar mijn bachelorwerkstuk, want vrijdag is het de Anéla juniorendag. Dit is een dag waarop junioronderzoekers van verschillende universiteiten naar Nijmegen komen om onderzoek op het gebied van de toegepaste Taalkunde te presenteren. Een dag die ik niet wilde missen, en met geluk: Ik mag vrijdag mijn bachelorwerkstuk in de vorm van een poster presenteren. Een eerste kennismaking met de ‘echte’ onderzoekswereld, waar hopelijk leuke discussies worden aangegaan en nieuwe contacten ontstaan. Ik kijk er erg naar uit!

Door: Lisa Rommers – oud-studente Nederlandse Taal en Cultuur

Alumnus uitgelicht: van syntaxis naar uitgeverij

door Tineke Droog

tinekedroog

‘Iets met taal’, wilde ik doen. Wat precies, dat wist ik niet zo goed. Hoe kun je dat ook weten eigenlijk, op je zeventiende? Talen lagen me goed, bètavakken wat minder (een understatement). Met zes talen en geschiedenis op mijn lijst deed ik eindexamen. Volgens mij mag dat niet eens meer. Het zou Spaans of Nederlands worden, het werd Nederlands. Ik heb er geen spijt van gehad. De studie was zo breed dat ik de tijd had om erachter te komen wat ik leuk vond. Dat was niet de literatuur: ik las en lees graag, maar kon me niet vinden in het wetenschappelijk benaderen van boeken. Zochten we er niet veel meer achter dan de schrijver erin had willen leggen? Wat was er meetbaar, objectief, concreet aan verhalen? Nu denk ik er genuanceerder over, want als je zo redeneert kun je haast iedere wetenschap buiten de bètavakken reduceren tot hobby. Dat zou arrogant en onterecht zijn.

In de taalkunde vond ik vakken die me erg lagen: syntaxis, fonologie, kindertaalverwerving, Vroegnieuwnederlands: “Leiden ontzet, vierden de Geuzen feest”.  Geen idee hoe deze constructie ook alweer heet, maar interessant toch? ‘Leiden ontzet zijnde’, ‘Leiden ontzet hebbende’, hoe zit dat?

Bij syntaxis kon Maarten Klein meesterlijk vertellen over de regelmatigheden en bijzondere onregelmatigheden in het Nederlandse taalsysteem. Maar evenzo smakelijk over zijn ervaringen met taalkundige Paardekooper (hij logeerde ooit eens bij hem op zolder, in streepjespyjama!). Af en toe popt er weer iets op dat ik ergens tijdens mijn studie heb opgepikt. Op het moment dat je middenin je colleges zit, sta je er niet zo bij stil, maar in die paar jaar krijg je zoveel informatie die je nooit meer op die manier aangeboden zult krijgen. Een unieke periode, vind ik achteraf.

Uiteindelijk ben ik afgestudeerd bij Anneke Neijt en Ineke van de Craats, op een vakgebied dat half bij Nederlands en half bij taalwetenschappen thuishoorde. Het ging over de invloed van het klinkersysteem uit de moedertaal van vrouwen uit het Tarifit-gebergte op de uitspraak van Nederlandse klanken. Nu ik het teruglees, begrijp ik niet waar ik de formantwaarden, spreidingsdiagrammen en frequenties vandaan haalde. Ik geloof niet dat ik het zou kunnen reproduceren. Maar ik ben er heel trots op!

Afgelopen jaar was ik weer een keer terug op de universiteit, bij het babylab. Nu was mijn eigen dochter even onderzoeksobject, al brabbelend kijkend naar de plaatjes op het scherm en de piepjes. Na afloop mochten we een boekje uitzoeken en was ik bijna net zo trots als bij mijn scriptie, ha!

Aan mijn studie heb ik veel vrienden overgehouden. Of vriendinnen eigenlijk, we hadden een onzettend vrouwenjaar. En via via hoor ik over wat iedereen is gaan doen. Een ding wordt wel duidelijk: met Nederlands kun je alle kanten op. En dat is niet altijd makkelijk: want welke kant? Misschien helpt dit stukje een beetje. Er zijn nog steeds veel meer studenten letterkunde dan taalkunde. Mijn advies zou zijn: ga eens bij syntaxis kijken. Klinkt vreselijk, is echt heel leuk. Maar doe vooral wat je interessant vindt en bijt je daarin vast. Er zal vast geen baan precies aansluiten, maar dat hoeft volgens mij ook niet. Het is niet voor niets een wetenschappelijke studie en geen beroepsopleiding, toch?

Zelf heb ik nu een functie die niet eens een Nederlandse naam heeft: content manager. Al mag je het ook redacteur noemen, of editor. Ik werk bij Malmberg, een educatieve uitgeverij in Den Bosch en bedacht vorige week nog wat een leuke baan ik eigenlijk heb. Ik maak lesboeken voor kinderen en mag me eigenlijk overal mee bemoeien. Met het didactisch concept, met het ontwerp en vooral: met de inhoud van de lessen. De afgelopen vier jaar heb ik taalmethode Taal Actief mee ontwikkeld, en daarin kon ik mijn taalkundige achtergrond heel goed kwijt. Nu ben ik als uitgever in opleiding bezig het concept voor een lesmethode Engels voor het basisonderwijs te ontwikkelen. Ik vind het geweldig. En wie weet wat er nog in het verschiet ligt. (Wat een mooie uitdrukking trouwens, je zult de Nederlands taal maar als studieonderwerp hebben!)

Alumna Vera de Ruiter: ‘het leidinggeven in deze sector zal ik niet snel meer opgeven’!

foto Vera SneijdersOp de vraag: ‘Wat wil je later met je studie Nederlands doen?’ antwoordde ik steevast: ‘Dat weet ik nog niet precies, maar ik wil in ieder geval niet het onderwijs in.’ Want het onderwijs, dat leek me zwaar. En spannend ook: leiding geven aan volle klassen en verantwoordelijk zijn voor het leerproces van leerlingen in een dynamische omgeving. Ik specialiseerde mij binnen mijn studie in de Moderne Letterkunde, met als bijrichting Taalbeheersing. Na het behalen van mijn master kon ik het studerende leven nog niet vaarwel zeggen en ik wilde ook wel naar het buitenland. Ik besloot om de Master na Master in de Literatuurwetenschappen te volgen, in België. Deze master wordt aangeboden door vier universiteiten (Leuven, Antwerpen, Gent en Brussel) en is in 1 jaar (voltijd) of 2 jaar (deeltijd) te doorlopen. Ik koos voor de voltijdse route, maar door een verkeersongeluk liep ik enige vertraging op. Ook verhuisde ik in het eerste studiejaar van België terug naar Nederland. Voor het tweede jaar hoefde ik nog maar een paar studieonderdelen af te ronden, niet genoeg om een studiejaar volledig mee te vullen. Hoewel ik een beurs voor een Radboudjaar ethiek inmiddels toegekend had gekregen, liet ik me overhalen door vriendinnen om met hen samen de eerstegraadslerarenopleiding Nederlands te volgen. De belangrijkste reden: ‘Dan heb je in ieder geval kans op een baan’. Dus daar zat ik dan: toch bij de lerarenopleiding, toch voor de klas. Het werd een pittig jaar. Niet alleen moest ik leren lesgeven, wat niet altijd van een leien dakje gaat, ik moest ook mijn master in België afronden. Maar na een jaar hard werken kon ik maar liefst twee getuigschriften tegelijkertijd in ontvangst nemen. De belangrijkste reden om voor de lerarenopleiding te kiezen werd gelijk bevestigd: ik kon een deeltijdbaan krijgen bij mijn stageschool en ik mocht ook nog eens mijn voorkeur uitspreken voor de klassen waaraan ik les wilde geven. “Alumna Vera de Ruiter: ‘het leidinggeven in deze sector zal ik niet snel meer opgeven’!” verder lezen

Jorien Hollaer over de Loopbaanoriëntatieavond

Jorien Hollaer is derdejaars Nederlands.

loopbaan

Op 22 april werd in het kader van het vak Geesteswetenschappen in de Samenleving een loopbaanoriëntatieavond georganiseerd. Op deze avond vertelden alumni over wat zij zijn gaan doen na hun studie Nederlands, wat prima aansluit bij dit vak dat derdejaars voorbereidt op een toekomst na hun studie.

De avond was opgedeeld in drie rondes, zodat iedereen naar keuze nader kennis kon maken met drie alumni. In totaal waren er acht alumni die allemaal op verschillende plaatsen terecht zijn gekomen. Zo was er een skypegesprek met een docente NT2 in Moskou. Ook waren er alumni dichter bij huis: bijvoorbeeld een docent bedrijfscommunicatie aan de HAN, een medewerker PR bij uitgeverij Vantilt en een medewerker aan een project van de universiteit. De alumni zijn op veel verschillende plaatsen beland; zo waren er ook een redacteur van radioprogramma De Ochtend (radio 1) en een Digital Strategy Advisor bij een bedrijf.

Ze hadden allemaal hun eigen verhaal en goede tips. Zo is een baan vinden niet altijd makkelijk, maar je moet creatief zijn en de moed niet zomaar opgeven. Je weet immers nooit hoe je een baan aangeboden krijgt: iemand kreeg zelfs een baan via haar studieadviseur. Je eerste baan hoeft niet meteen de leukste te zijn, maar geduld hebben en verderkijken is belangrijk.

De avond liet zien dat je na een studie Nederlands nog veel meer kunt dan docent worden. ‘Netwerken’ was en is het toverwoord van de avond en onze toekomst. Het kwam al meerdere keren naar voren tijdens het vak: maak je Linked-In op orde en begin op tijd met netwerken. De alumni waren het daar duidelijk mee eens, ‘want je weet maar nooit waar je via-via terecht kan komen’.