Jos Joosten over de Fens-biografie van Wiel Kusters

Mijn-versnipperd-bestaan-Het-leven-van-Kees-Fens-1929-2008Onderstaande tekst werd door Jos Joosten uitgesproken tijdens de boekpresentatie van Mijn versnipperd bestaan in Boekhandel Roelants (LUX), Nijmegen 1 juli 2014.

 

Van de plaats en tijd dat ik Kees Fens voor het laatst gezien heb, zal hijzelf het symbolische wel hebben kunnen inzien. Dat was op zondagochtend 23 maart 2008 in en bij de Cenakelkerk op de Heilig Landstichting. Eerste Paasdag. Met mijn kinderen wandelde ik het kerkplein op voor de Paasmis, toen ik uit een auto ineens iemand hoorde roepen, met licht-Amsterdamse tongval: ‘Hé, Heilige!’ Het was Fens die, met zijn tweede echtgenote achter het stuur, net als ik op weg naar de kerk was.
Ik zat tijdens de mis in de zijkapel, maar na afloop liep ik, met mijn twee dochters van toen zes en acht jaar, meteen naar de kerk om Fens te begroeten. Deze laatste ontmoeting was om minstens vier redenen tekenend voor Kees, en ik draag die als een dierbare herinnering bij me.
Allereerst dus die merkwaardige, uitbundige begroeting op het kerkplein. Dat was Kees. Maar dezelfde Kees was het die, na afloop van de Mis, uitgebreid uiteenzette hoezeer hij koor, muziek en liturgie totaal waardeloos vond. In die omstandige uitleg liet hij zich allerminst temperen door mijn voorzichtige inbreng en tegenwerping dat de muziekkeuze in kwestie, alsook koor en uitvoering van een en ander, plaatsvond onder de bezielende leiding van mijn bloedeigen echtgenote. Zulke persoonlijke futiliteiten remden Fens op een dergelijk moment niet per se. Zoals mij ook altijd is bijgebleven hoe hij, op de eerste dag dat ik na het overlijden en de begrafenis van mijn vader weer op de afdeling kwam, zijn welgemeende felicitaties slechts met kunst- en vliegwerk halverwege de reeds begonnen zin een meer condolaire draai wist te geven. (Een interessant gegeven overigens voor de biograaf in het licht van Fens’ verhouding tot vaderfiguren.)
Het volgende punt was dat ik Fens voor het eerst met kinderen zag. Wij kregen steevast na de geboorte van onze vier kinderen steeds heel snel een telefoontje (en één keer een kaartje, meen ik) en hij was bij elke ontmoeting altijd zeer geïnteresseerd hoe vrouw en kinderen het maakten. Deze keer zag hij mijn oudste dochtertjes voor het eerst in het echt, en mij verbaasde de compleet vanzelfsprekende klik die hij met die twee jonge kinderen had. Hij praatte met hen zonder infantiel te zijn, op een volstrekt vanzelfsprekende manier en er was echt contact. Ik kan niet precies uitleggen hoe – maar die korte scène liet me op de valreep kennismaken met nog weer een andere Kees Fens, die ik nog niet kende.
Een laatste punt waarom deze paasmorgen me zo bijbleef, is dat Fens nadrukkelijk leesadvies meegaf: als ik Pasen – of zondagen in het algemeen – überhaupt wilde begrijpen, dan moest ik straks thuis meteen beginnen in het hoofdstuk ‘Zondag in Hippo’ uit Augustinus, de zielzorger van F. van der Meer. Toevallig had ik dat boek kort tevoren voor de tweede keer gelezen en ik meende daaromtrent bij Kees een soort van tevreden berusting waar te nemen.
Het opschrijven van deze herinnering aan één ontmoeting met Fens deed mij realiseren wat voor complex karwei het schrijven van een biografie is – of beter gezegd: de biografie van iemand die je persoonlijk gekend en meegemaakt heb. In bovenstaande herinnering komt een aantal zaken naar voren dat ik typerend vind voor Fens. Of beter: voor de manier waarop ik Kees heb gekend. En zelfs nu al vind ik dat ik er verre mee tekortschiet, als het aankomt op het begin van een compleet beeld. Hoe persoonlijk dergelijke interpretaties kunnen uitvallen, merkte ik in de aanloop naar deze presentatie, toen ik op mijn Facebook-pagina Fens typeerde als ‘bescheiden’, en hoe er direct diverse reacties kwamen van mensen die hem beter of minder goed gekend hadden, die allemaal hun eigen opvatting over de karaktertrek ‘bescheidenheid’ ten beste gaven, die zij veelal niet op Fens van toepassing achtten.
  “Jos Joosten over de Fens-biografie van Wiel Kusters” verder lezen

Wyke Stommel presenteert in York over online medische hulp

wyke

Als je geïnteresseerd bent in microanalyses van online communicatie (Twitter, fora, Facebook, blogs, chat, mail, etc.), kom 14 en 15 juli a.s. naar York voor het symposium MOOD-Y. Het programma bestaat uit korte presentaties in parallelsessies, 30-minuten plenaire lezingen en datasessies. Susan Herring, dé hoogleraar op het gebied van computergemedieerde communicatie, geeft een lezing via een live videoverbinding. Zie voor een overzicht van het programma en de sprekers:  http://www.ds.uzh.ch/_docs/1322/MOOD-Y_Conference_Schedule_2.pdf .

Wyke Stommel zal een lezing geven over de relatie tussen het medium en de sociale interactie en het vergelijken van interacties via verschillende media kan helpen om die relatie te onderzoeken. Sociale interactie die eerder mondeling gedaan werd, vindt tegenwoordig vaak plaats op, of via nieuwe media. We overleggen met collega’s via e-mail, we vragen om informatie of advies via een chatservice, we klagen over organisaties of de politiek via Twitter, we krijgen psychologische steun op lotgenotenfora of via een online cursus en we nodigen vrienden uit voor een feestje via WhatsApp. Maar zien die sociale handelingen via nieuwe(re) media er precies hetzelfde als via de traditionelere media (mondeling)? Anders gezegd, wat is en wat zijn de verschillen tussen media vanuit het perspectief van sociale interactie? In de lezing geeft Wyke een voorbeeld van hoe een vergelijking van interacties via verschillende media gedaan kan worden, namelijk de vergelijking van een chatservice met een telefonische hulplijn.

zie ook: http://www.york.ac.uk/news-and-events/events/public-lectures/summer-2014/moody-symposium/

Lotte Jensen spreekt over krachtige taal tegen Napoleon

spotprent_napoleon[1]

Op dinsdag 1 juli spreekt Lotte Jensen op een conferentie over de Honderd Dagen van Napoleon op Warwick University in Engeland. De Honderd Dagen van Napoleon verwijst naar de periode waarin Napoleon terugkeerde van Elba en opnieuw de macht greep in Parijs tot aan zijn definitieve ondergang in Waterloo op 18 juni 1815 en zijn aftreden als keizer enkele dagen later.

Het is een bijzondere conferentie: elke deelnemer moet een object meebrengen en daar iets over vertellen. Vervolgens wordt er een tentoonstelling met deze objecten gemaakt. Lotte’s object zijn twee pamfletten, geschreven door twee Nederlandse vrouwelijke auteurs: Petronella Moens en Maria Petronella Elter-Woesthoven. De dichteressen spreken krachtige taal: Napoleon moet met harde hand worden teruggedrongen. Hun boodschap: ook vrouwen kunnen ‘tiranverdelgsters’ zijn!

Posterpresentatie LOT Summerschool

lot_kader

Dag: 23 juni 2014
Tijd: 16.30-18.00
Locatie: Centrale hal Erasmusgebouw, onder de trappen naar het Gymnasiongebouw

 

Dit jaar organiseert de Landelijke Onderzoeksschool Taalwetenschap (LOT) samen met het Nijmeegse Centre for Language Studies (CLS). In dat kader presenteert een elftal promovendi en research master studenten hun onderzoek met een poster, onder het genot van een borrel.

Meer informatie en een link naar de abstracts is te vinden via de volgende link: http://www.ru.nl/cls/news-events/events/@938149/poster-session-lot-0/

 

Onderzoek Lieke Verheijen in de Trouw

 

Er wordt van alles gezegd over de invloed van social media op te taalvaardigheid. Maar is die invloed er wel echt? En over welke invloed hebben we het dan precies? Over deze vragen gaat het promotieonderzoek van Lieke Verheijen.

Het onderwerp leeft duidelijk bij een breder publiek: Lieke is geïnterviewd met als resultaat een uitgebreid artikel in Trouw van 21 mei.

Artikel_Trouw_21-05-2014[1]

Presentatie nieuwsberichten over kindermishandeling

 

acdclogo2text

 

Buitenpromovenda Afrooz Rafiee bespreekt haar onderzoeksopzet bij de Amsterdam Critical Discourse Community (ACDC). In haar onderzoek vergelijkt zij hoe kindermishandeling in de Verenigde Staten in het nieuws komt, met de manier waarop dat in Iran gebeurt. Ze kijkt daarbij zowel naar productie van nieuwberichten, de opbouw van de nieuwsberichten zelf en de receptie.

 tijd en plaats: maandag 26 mei, 15.30-17.00, Vrije Universiteit, 14A20.

meer informatie: http://www.acdcweb.tk/

Studenten spreken op Berlijns congres

Bjorn Schrijen en Linda van der Pol zijn bachelorstudenten Nederlands; Lidewij Nissen is bachelorstudent geschiedenis. Zij nemen alle drie deel aan het Honoursprogramma.

Berlijn groepsfoto

Medio maart ging de telefoon. Of we mee wilden naar Berlijn, waar Johan Oosterman met sabbatical is en waar hij een congres georganiseerd had over ‘Current research in German and Dutch literature’. Omdat we ons daar alledrie mee bezighouden in het Honoursprogramma  – Lidewij met alba amicorum, Linda met Sybille van Griethuysen en Bjorn met een bundel literaire vredesteksten van de Vrede van Münster – mochten ook wij op dat congres spreken. De keuze om mee te gaan was dan ook een gemakkelijke, en twee maanden later stonden we inderdaad in de Freie Universität Berlin, voor een zaal wetenschappers uit Berlijn, Amsterdam, Utrecht en Nijmegen.

Omdat men internationale gasten verwachtte, was ons gevraagd ons paper in het Duits of in het Engels te schrijven. Spannend natuurlijk, maar het ging uiteindelijk heel goed, en waarschijnlijk is het een goede oefening geweest. Wel bleek uiteindelijk dat toch iedereen in de zaal Nederlands sprak, maar dat maakte de discussie na onze papers alleen maar gemakkelijker.

De dag na het congres nam Johan Oosterman ons nog mee op een fietstocht door Berlijn (fietsen over de landingsbaan van voormalige Flughafen Tempelhof is een aanrader) en ’s avonds bezochten we de opera Lucia di Lammermoor. Van één van de hoofdrolspelers, de Nederlander Bastiaan Everink, kregen we achteraf zelfs een rondleiding achter de schermen van de Deusche Oper.

Zo werd dit bezoek aan Berlijn een verblijf van ‘leringhe ende vermaeck’, al werd ons op het hart gedrukt dat lang niet elk congres zo leuk was. Jammer…

Werkbezoek college van bestuur aan letterenfaculteit

 

e humanities

Dat de Faculteit der Letteren onderzoekers van allerlei pluimage herbergt, was al bekend. En nu weet het college van bestuur (CvB) het ook: op 7 mei kwamen Gerard Meijer, Bas Kortman en Wilma de Koning namelijk op werkbezoek om zich ervan op de hoogte te laten stellen welk onderzoek er zoal plaatsvindt in het Erasmusgebouw. Daarbij waren ook twee promovendi van onze afdeling aanwezig: Guusje Jol (taalbeheersing) en Jeroen Dera (moderne letterkunde).

Tijdens een korte introductie vertelde André Lardinois, onderzoeksdirecteur van HLCS, de ins en outs over bestuurlijke kwesties als geldstromen, valorisatie en personeelsopbouw. Daarna passeerden in een straf tempo (Neelie Kroes kreeg die middag de Vrede van Nijmegen Penning) de volgende onderwerpen: ‘politieke aspecten van interne kolonisatie’ (Liesbeth van de Grift), de relatie tussen literatuurkritiek en nieuwe media (Jeroen Dera), politieverhoren met kind-getuigen (Guusje Jol), de manieren waarop verschillende talen weergeven wie/wat de handelende instantie in een zin is  (Sander Lestrade) en de weergave van geur in taal (Asifa Majid).

De presentaties maakten duidelijk hoe kleurrijk en veelzijdig het onderzoek binnen Letteren is. De scherpe vragen van het College van Bestuur – bijvoorbeeld over de maatschappelijke reikwijdte van ons onderzoek – boden daarnaast stof voor de nodige (zelf)reflectie. Zo gingen niet alleen de bestuursleden, maar ook de onderzoekers met nieuwe inzichten naar huis.

Lotte Jensen te gast bij OVT

sneeuwlandschap

Aankomende zondag is Lotte Jensen, universitair hoofddocent Oudere Nederlandse Letterkunde, te gast bij OVT (Radio 1, 10.00 uur). Ze zal daar spreken over de bevrijding van Naarden van de Fransen tweehonderd jaar geleden. Terwijl grote delen van het land al in november 1813 bevrijd waren, bleven sommige steden nog lang in Franse handen. Pas op 7 mei 1814 capituleerde de Franse bevelhebber en op 12 mei verlieten de laatste Franse soldaten de vestingstad.
Over de bevrijding van Naarden in 1814 is ook een publicatie verschenen, met daarin  bijdragen van onder andere Frits van Dulm, Jan Vollers en Lotte Jensen. Meer informatie over de publicatie en de herdenking vindt u hier.