Brons op het NK Judo

Ik ben Sabine Wolsink (20), derdejaars bachelorstudent Nederlandse taal & cultuur. Naast mijn studie doe ik aan judo. Na afgelopen februari Nederlands kampioen bij de junioren te zijn geworden, behaalde ik zondag 1 oktober voor het tweede jaar op rij de 3e plaats op het NK Judo (het NK senioren)! Graag vertel ik hoe ik deze dag en de weg ernaartoe beleefd heb.

De voorbereiding voor dit toernooi begon al lang voordat ik weer in de collegebanken werd verwacht. Bij mijn club, Budosport Shizentai in Wehl, was ik begin augustus na een aantal weken geen judotrainingen weer op de mat te vinden, waar het branden van mijn voeten en mijn kapotte knokkels door het vastpakken van het judopak van mijn trainingsmaatje me direct deed confronteren met de eeltafname op de desbetreffende lichaamsdelen door een periode van rust. Na hier overeen te zijn gekomen, werkte ik in eerste instantie toe naar het kwalificatietoernooi voor het NK op 9 september. De beste acht zouden geplaatst worden. Op vrijdagmiddag hoorde ik echter dat ik de volgende dag de mat niet op hoefde: er had zich iemand afgemeld, waardoor er maar acht deelnemers waren en ik dus direct geplaatst was. Voor sommigen wellicht een vreugd, voor mij vooral jammer. Natuurlijk ben je blij dat je geplaatst bent, maar het is ook fijn om voor zo`n NK nog even een wedstrijd te draaien om te kijken waar je staat. Ook had ik hierdoor geen invloed op de loting: word je namelijk 1e op het kwalificatietoernooi, zoals ik vorig jaar werd, dan heb je ook een gunstigere loting op het NK. Maar goed, geen kwalificatietoernooi, dus op naar het volgende: het NK Judo over drie weken.

In die weken had ik het behoorlijk druk. Niet alleen met de trainingen, maar ook met mijn studie. Gelukkig val ik sinds dit jaar onder de topsportregeling, waardoor er bij de opleiding meer rekening met mijn sport gehouden kan worden – waarvoor mijn dank. Desondanks is het zo aan het begin van het studiejaar altijd even zoeken naar de juiste balans en de focus, terwijl allerlei twijfels telkens de kop op staken en het vertrouwen soms ver te zoeken was. Kortom: enigszins chaotisch is de voorbereiding wel verlopen.

In de vroege morgen…

Toen het NK naderde, begon ik me steeds meer daarop te concentreren, en op de avond van tevoren had ik het gevoel er klaar voor te zijn. Ik was al van de loting op de hoogte, en het had me toch wat vertrouwen gegeven niet zonder mogelijkheden te zitten. Het doel was een medaille, de kleur maakte me niet uit, en daar ging ik voor.

Zondag 1 oktober breekt aan nog voor de eerste zonnestralen de Achterhoekse natuur verlichten. Mijn ogen openen zich nog voor de eerste muzieknoten van mijn wekker mijn slaapkamer vullen. Het is 5.45 uur en ik ben klaarwakker. Om 6.30 uur vertrekken we richting Almere. Aldaar zijn er de gebruikelijke bezigheden van een wedstrijddag: wegen, eten (althans, een poging doen tot) en de zaal inlopen om alvast aan de omgeving te wennen. Het is koud en halfdonker in de nagenoeg verlaten zaal. Eventjes bedenk ik me wat er hier, op deze mat, vorig jaar is gebeurd. Mijn zus brak in een wedstrijd haar arm. Sindsdien ben ik niet meer in de zaal geweest. Gelukkig weet ik het van me af te zetten en me te oriënteren op vandaag. Ik sta waar ik straks moet staan, ik loop waar ik straks zal lopen, en ik raak met mijn handen de mat aan. Dan loop ik de zaal uit.

 

Het Nederlandse Kampioenschap

Om een beetje een idee te geven van hoe zo`n NK Judo er uitziet, zal ik kort proberen een beeld te schetsen. Het NK Judo is altijd een groot gebeuren: in de zaal zijn maar twee matten, die door spotlights verlicht worden. Er is vaak best veel publiek aanwezig, dat over het algemeen vrij stil is en applaudisseert na afloop van een wedstrijd (wat ik altijd een mooi gebaar van respect vind voor zowel de winnaar als de verliezer, in de veronderstelling dat er niet alleen geapplaudisseerd wordt voor de winnaar, maar ook voor het judopartij die beiden hebben laten zien. Judo kan je immers niet alleen. En in zo`n judopartij kan zoveel schoonheid zitten: vol aanvallen, blokkeringen en overnames, vol actie en verfijnde technieken … enfin, dat moet men zien én ervaren om in te zien hoe mooi het wel niet kan zijn!). Een andere bijzonderheid aan het NK is dat, net als bij grote internationale toernooien, de judoka`s op een bepaalde plek in de catacombe of in een hoek van de zaal klaar moeten gaan staan, en vanaf daar richting de mat lopen. Ook wordt iedere judoka omgeroepen. In het finaleblok gaat dit gepaard met muziek en een nog meer verduisterde zaal, terwijl de spotlights de mat nog feller verlichten. Tijdens mijn eerste NK voor senioren, vier jaar geleden, werd ik nog verblind door het licht, maar nu stoor ik me er niet meer aan. Het is de ervaring die nu in mijn voordeel kan werken.

Sabine (rechts)

En zo kom ik bij mijn eerste wedstrijd. Het is een jongere judoka tegen wie ik het mag opnemen. Ik ben weliswaar gespannen, en zal die spanning tot het einde van mijn laatste partij nog voelen, maar ik weet wat me te doen staat. En dat doe ik: ik win mijn eerste wedstrijd met een houdgreep en mag me opmaken voor de kwartfinale. Dit wordt geen makkelijke partij, want ik tref de kampioen van vorig jaar, een oudere judoka die al op grote internationale toernooien, zoals Word Cups en Grand Prix, prijzen pakt. Ik houd een tijd stand, maar ben uiteindelijk niet dominant en sterk genoeg, waardoor ik met een houdgreep verlies. Ik ben niet heel teleurgesteld, want ook dit kan gebeuren tijdens zo`n NK, zeker omdat ik nog junior ben. Het is een kwestie van doorgaan naar het volgende, want een vervolg is er gelukkig. In de herkansing moet ik eerst, door een ietwat ongelukkige loting, tegen dezelfde judoka als in mijn eerste partij. Ik had al gewonnen, maar dat biedt natuurlijk geen garantie. Ik weet gelukkig scherp te blijven en scoor na een paar minuten een waza-ari (half punt) met een sutemi, een opofferingstechniek, waarbij je eerst jezelf gooit en in die gooi je tegenstander over je heen werpt. Al lang was me deze techniek in de wedstrijden niet gelukt, dus het maakt me tevreden dat ik op dit NK zo`n techniek kan inzetten. Even later weet ik mijn tegenstandster in een houdgreep te krijgen en win zo op ippon (vol punt). Ik mag om brons strijden!

 

De strijd om het brons

Er volgt een zenuwslopende wachttijd voordat mijn wedstrijd begint. Ik ken mijn tegenstandster al: het afgelopen jaar ben ik drie keer eerder tegen haar uitgekomen, en alle drie de keren ging ik als winnaar van de mat. Zij was ook mijn tegenstandster in de finale van het NK junioren. De statistieken zijn weliswaar in mijn voordeel, maar bij een spel als judo heb je daar niet altijd wat aan. Verliezen en winnen ligt zo dicht bij elkaar…

Net voor de wedstrijd probeer ik mezelf weer fel te krijgen, maar ik voel dat ik op een hellend vlak sta. Eventjes onzeker of bang zijn en ik glij weg. Eventjes niet geconcentreerd zijn en het is voorbij. Eventjes en die medaille is er één die ik nooit zal krijgen. Ik dwing mijn gedachten terug naar de zaal: ik ga winnen, ik ga winnen, ik dat dit doen, ik ga dit doen, nu of nooit, kom op, kom op… Een paar kloppen van mijn coach, Tony van den Berg, op mijn schouders, een paar slagen van mezelf in mijn gezicht. Ik richt mijn blik in de verte en mag de mat op.

Sabine (links)

Tijdens de wedstrijd kan ik moeilijk tot aanvallen komen, maar mijn tegenstandster ook. Ik probeer actief te zijn, te zoeken naar mogelijkheden, net iets meer dan zij doet. Ik voel dat ik domineer en voel dat wanneer dit nog even zo doorgaat, ik kan gaan scoren. Zover komt het echter niet. De scheidsrechter onderbreekt de wedstrijd. Op het scorebord staat één strafpunt voor mij en twee strafpunten voor haar voor passiviteit. Bij een derde straf is het hansoku-make (diskwalificatie) en wint de ander met ippon. Ik voel al aankomen wat er gaat gebeuren, want zij stapte daarnet een aantal keer buiten de mat, zonder terug te komen en aan te vallen. Dat levert normaliter een straf op. Maar dit keer ook? Ja! Ze krijgt een derde straf…. Ik win… Ik win?!

Maar mijn eerste reactie is dat ik baal…. Ik baal ervan deze wedstrijd niet mooi tot een einde te hebben gebracht, ik baal ervan geen punt te hebben gescoord. Bij het scoren van een punt is er ontlading, maar dat is er nu niet. Het voelt allemaal zo gewoon. Van het een op het andere moment ben ik de winnaar, heb ik het brons…. Het lijkt haast een vanzelfsprekendheid, maar dat is het totaal niet! Waarom voel ik dan geen blijdschap of enthousiasme?

op het podium (Sabine staat rechts)

Pas wanneer mijn coach me ervan overtuigd heeft dat dit ook bij judo hoort en dat het er nu gewoon op neer komt dat ik heb gewonnen – hoe maakt niet uit – , voel ik de tevredenheid opkomen. Het besef dat het me gewoon weer gelukt is op het NK voor senioren, terwijl ik nog steeds in mijn juniorentijd zit, een medaille te pakken, komt pas bij het vallen van de avond. Langzaam vult een gevoel van opluchting, tevredenheid en blijdschap mijn gemoed, terwijl mijn moeheid door al de spanning en inspanning van die dag op de achtergrond raakt. En wanneer ik `s avonds in bed lig, houdt het enthousiasme, dat me het gevoel geeft wel te kunnen juichen, mij lang uit mijn slaap, nog even niet denkend aan de dag van morgen. Op het moment dat ik eindelijk naar dromenland afreis, hoop ik stilletjes dat ik de volgende morgen, wanneer de wekker weer om 5.45 uur gaat en ik weer in de bus en trein zit naar waar dan ook, me in de collegezaal of op de mat bevind, ik ten minste nog een sprankje van dat bijzondere gevoel van enthousiasme én vertrouwen vast kan houden.

 

Hierbij wil ik graag de Afdeling Nederlandse taal & cultuur bedanken voor het bloemetje en de felicitatie die ik deze week ontvangen heb!