Dag van de Leraar: onderwijshelden

Vandaag werden zes collega’s aangemerkt als “onderwijsheld”, in het kader van de Dag van de Leraar 2017. Studenten konden via de campagne “Helden gezocht” een docent voordragen die hen uitzonderlijk geïnspireerd had en daarbij een persoonlijke boodschap achterlaten. Van onze afdeling werden Susanne Brouwer, Jeroen Dera, Lettica Hustinx, Hans Kienhorst (niet op de foto), Jos Muijres en Rob van de Schoor (niet op de foto) onderscheiden.

v.l.n.r. Susanne Brouwer, Jos Muijres, Lettica Hustinx & Jeroen Dera

Kletskoppen Kindertaalfestival

Kletskoppen Kindertaalfestival is een wetenschapsdag voor de hele familie en vindt 28 oktober plaats in Bibliotheek De Mariënburg en Arthouse LUX. Toegang is gratis!

Tijdens dit festival kunnen kinderen van 0 tot 12 jaar en hun (groot)ouders spelenderwijs ontdekken hoe mensen van jongs af aan leren communiceren door middel van taal. Zowel voor kinderen als volwassenen is er van alles te doen. Kindertaalonderzoekers van de Radboud Universiteit en het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek staan voor jullie klaar met leuke activiteiten, interactieve demonstraties en informatieve praatjes over hoe kinderen leren praten. Ook komt (kinderboeken)schrijver Jaap Robben naar het festival om voor te lezen uit zijn werk. Kijk in het programma wat er op het festival te doen is.

Van onze afdeling zal Paula Fikkert een lezing geven getiteld Taallerende baby’s. Zij zal vertellen over de geniale leermachines die baby’s zijn. Ze pikken allerlei eigenschappen van hun moedertaal al op voor ze geboren worden. En na de geboorte gaat dat leren in een rap tempo verder en leren ze de klanken, woorden en zinnen van hun moedertaal te begrijpen, voor ze zelf ook nog maar een woord hebben gezegd.

Verder zullen van de Radboud Unversiteit de onderzoekers Stefanie Ramachers en Sharon Unsworth ook lezingen verzorgen. Stefanie Ramachers geeft een lezing getiteld Taalonderzoek met baby’s en peuters: Zó doe je dat. Sharon Unsworth geeft de lezing Mythes en feiten over meertalig opvoeden. 

Meer weten? Klik dan hier!

Wat een leven, zo’n introductie…

Een paar weken geleden vond de introductie van onze nieuwe eerstejaars studenten plaats. Een van onze introgangers vertelt:

Op zondagmiddag 20 augustus meldden de introgangers zich bij het oranje kraampje van Nederlands. Sommigen waren stipt op tijd en anderen kwamen op de valreep nog binnen. Van verlegen stilzwijgen was absoluut geen sprake. Vanaf het eerste moment moesten we allitererende bijnamen verzinnen voor onszelf, persoonlijke feitjes op WC-papier schrijven en bij elkaar op schoot gaan zitten. Dat laatste leverde nogal wat hilartiteit op. Misschien herinneren sommigen zich nog Bezige Bas op de schoot van Naïeve Naomi…

Vanaf het eerste moment stonden onze lieve intro-ouders voor ons klaar om te kletsen, te feesten en spelletjes te spelen en soms ook om heel hard met en om ons(?) te lachen. De een was nét iets te fanatiek met balspelen, de ander met tequila drinken(?). Ach, ieder zo zijn ding. Ook de introkindjes hebben bijzondere kanten van zichzelf laten zien. Zoals stroopwafeletende recordbrekende Anke of de altijd bellende Bas, Fien die maar pannenkoeken bleef eten of Sofie die de hele avond, nacht en ochtend doorging met feesten en Big Macs uitdelen (oké, dat laatste is eigenlijk maar één keer gebeurd)..

Tot slot nog een paar absolute hoogtepunten die het vermelden meer dan waard zijn. Het originele Ik hou van Holland-spel, toen iedereen nog vol fanatisme en goede moed wilde winnen. De griezelige spooktocht (met speciale credits voor de doodenge Thérèse), die op het ene groepje net wat meer indruk achterliet dan op het andere… En natuurlijk PC Onthooft, waarbij Reinaert de Vos uiteindelijk werd ontmaskerd als de moordenaar van PC Hooft. Zijn motief was het herwinnen van het hart van Mariken van Nimwegen.

Al met al was het één dolle bedoening waar iedereen van genoten heeft. Samen kletsend, feestend en opdrachten vervullend de dagen volmaken: het is een leven op zich, zo’n intro.

Door: een introganger

Maak kennis met… Marc van Oostendorp

Ik kan bewijzen dat de Radboud Universiteit allang mijn favoriet was. In 2015 – er was echt helemaal geen sprake van dat ik hier zou komen werken – zat ik in de trein omdat ik hier een praatje zou komen geven, en ik twitterde dat ik op weg was naar ‘de taalkundehoofdstad van Nederland’. Een spontane liefdesverklaring aan de plaats waar ik dan nu eindelijk ben aangekomen – de universiteit met niet alleen de beste en de meeste taalkundigen, maar ook met de mooiste afdeling Nederlands.

Ik werk trouwens niet alleen hier – voorlopig op dinsdag en woensdag – maar de andere dagen van de week ook in Amsterdam, aan het Meertens Instituut van de KNAW. Ik deel die dubbelaanstelling natuurlijk met een van mijn collega’s die ik het meest bewonder – Nicoline van der Sijs.

Aan het Meertens Instituut werk ik al lang. Ik kreeg er mijn eerste vaste baan, in 1999. Het is misschien wel de ideale plaats voor een onderzoeker op het gebied van de Nederlandse taal en cultuur – een instituut waar enkele van de beste én aardigste onderzoekers werken. Het is ook een prachtig instituut, dat sinds een jaar teruggekeerd is in het centrum van Amsterdam (sinds 1998 zat het op een industrieterrein). Maar ik houd erg van onderwijs, en hoewel mensen die op universiteiten werken soms jaloers zijn op pure onderzoeksbanen is het volgens mij – zeker op lange termijn – een heel belangrijke en heel gezonde taak voor iedere onderzoeker om af en toe ook aan jonge slimme mensen uit te leggen wat er aan de hand is en waar het allemaal voor dient.

Een van de dingen die ik fijn vind aan mijn baan in Nijmegen is dat hij breed gedefinieerd is, en ‘de neerlandistiek in alle facetten’ beslaat. Ik heb een heel precies specialisme – fonologie, de studie van de klanken van taal –, maar ik vind een van de fijne dingen van de neerlandistiek precies dat ze zoveel facetten heeft, dat je de wereld op zoveel manieren kunt benaderen: de puur geesteswetenschappelijke weg van de letterkunde, de vaak nogal sociaalwetenschappelijke weg van de taalbeheersing, de soms een beetje natuurwetenschappelijke weg van de taalwetenschap. Samen bieden ze voor studenten niet alleen een unieke mogelijkheid om zich breed te ontwikkelen in een programma dat tóch samenhang vertoont, maar ze zijn ook in de rest van je leven een speeltuin van zeer uiteenlopende interessante zaken.

Ik wil dat ook graag uitdragen: Nederlands studeren in Nijmegen is het beste wat je met je leven kunt doen. Het feit dat de opleiding nu zo klein is, is voor studenten natuurlijk juist een enorm voordeel. Je krijgt enorm veel aandacht van sommige van de beste én leukste én interessantste onderzoekers van ons land; bovendien is (voor als je in taalkunde geïnteresseerd bent) ook het Max Planck Instituut nog om de hoek. Je leert dingen die je geest verruimen en je krijgt gegarandeerd ook nog een baan.

Mijn aanstelling bij Nederlands is één dag in de week, maar de komende jaren wordt deze uitgebreid met in ieder geval nóg een dag, waarin ik voor In’to Languages, het talencentrum van de Radboud Universiteit onderzoek mag doen en onderwijs mag geven over academische communicatie. Vooral wetenschapscommunicatie vind ik heel interessant; ik heb er vooral praktisch veel aan gedaan inde afgelopen jaren, maar ik vind het interessant om te proberen daar ook wat verdieping aan te geven.

Wat ik nog niet zo goed zag toen ik dat tweette over die taalkundehoofdstad heb ik in het afgelopen jaar geleerd, toen we bezig waren om deze constructie te bedenken: hoe ontzettend aardig iedereen in Nijmegen is. Er zullen hier vast ook wel mispunten rondlopen, maar ik heb ze nog niet gezien.

Door: Marc van Oostendorp

Maak kennis met… Ivo Nieuwenhuis

Ik ben Ivo, 32 jaar. De komende vijf jaar zal ik aan de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit verbonden zijn als docent-onderzoeker vroegmoderne letterkunde. Ik vervang Lotte Jensen, die vanwege haar Vici-beurs de komende jaren van een deel van haar onderwijstaken is vrijgesteld.

Ivo Nieuwenhuis

Ik heb zelf Nederlands gestudeerd in Utrecht, tussen 2003 en 2008. Daarna werd ik docent daar. In 2009 begon ik met mijn promotieonderzoek naar Nederlandse satire uit de achttiende eeuw. Dat deed ik aan de Universiteit van Amsterdam. In januari 2014 verdedigde ik mijn proefschrift. Inmiddels werkte ik ook als docent aan de UvA en, sinds november 2013, eveneens aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De laatste jaren was de Groningse universiteit mijn academische thuisbasis. Ik doceerde daar historische letterkunde en gaf ook vakken die meer direct gerelateerd waren aan mijn eigen onderzoek, specifiek een cursus over ironie.

Humor, satire en aanverwante zaken zijn in de loop der jaren steeds meer mijn specialisme geworden. Ik heb hier in de afgelopen jaren diverse artikelen over geschreven, meest recentelijk voor het internationale tijdschrift HUMOR (ja, dat bestaat echt!). “Maak kennis met… Ivo Nieuwenhuis” verder lezen

Studiereis 2017: Edinburgh

Onze collega’s Alan Moss, Paul Hulsenboom en Lieke Verheijen vergezelden onze studenten afgelopen studiereis naar Edinburgh.

v.l.n.r. Alan Moss, Lieke Verheijen en Paul Hulsenboom op Greyfriars Kirkyard

 Alan Moss

De cirkel is rond. In 2009 ging ik als eerstejaars Nederlands op studiereis naar Schotland, dit jaar mocht ik mee als begeleider. ‘Begeleiding’ was overigens bar weinig nodig. Dankzij de goede zorgen en organisatie van de SVN liep de reis naar Schotland op rolletjes. Edinburgh klinkt voor het thuisfront misschien als een vreemde reisbestemming voor een studiereis van de afdeling Nederlandse taal en cultuur, maar wie die stad kent, weet dat je op iedere straathoek wel een monument, geboortehuis of favoriete pub van een beroemde Schotse schrijver aantreft. UNESCO gaf het niet voor niets de eretitel City of Literature. Hoewel ik de literaire speurtocht en de verschillende museabezoekjes erg interessant vond, was het als begeleider misschien wel het leukste om de studenten in een losse, informele sfeer te leren kennen. De kroegentocht was daar absoluut de beste gelegenheid voor. Ook dat hoort immers bij Edinburghs cultuur: whisky is niet voor niets het beroemdste en populairste Schotse exportproduct. Om de avond maar keurig even samen te vatten: het was erg gezellig. Het was alleen niet erg handig om de ochtend na die zware kroegentocht een bezoek aan de camera obscura en het museum van optische illusies in te plannen. Toch nog een puntje van kritiek.

Paul Hulsenboom

Edinburgh: stad van zandsteen, van literatuur, van geesten en verhalen! Stad ook van doedelzakken, van tweed en whisky en, voor de SVN, van felle concurrentie. Ter lering en vermaak had de reiscommissie tot tweemaal toe een competitie voorbereid, waarbij de intellectuele en creatieve vermogens van zowel studenten als begeleiders tot het uiterste op de proef werden gesteld. De eerste dag begon meteen met een uitdagende speurtocht, d.w.z. een wandeltocht-met-vragen-en-opdrachten door de stad, die de commissie op prijzenswaardige wijze in elkaar had gedraaid. En dus beantwoordden de groepjes studenten (met her en der een begeleider) allerhande vragen over monumenten, standbeelden en wat dies meer zij en maakten ze de gekste foto’s, terwijl ze zowat de hele oude stad doorkruisten. Over met je neus in de boter die leerzame lol heet vallen gesproken. Minder leerzaam, maar des te lolliger, was de zogenaamde Crazy 88, waarbij tijdens de kroegentocht onder meer polonaises moesten worden gelopen, vreemdelingen moesten worden gekust en op de bar moest worden gedanst. Alle lof ook hier voor de organisatie, maar tevens voor de studenten, die er ondanks alle gekkigheid voor zorgden dat de kroeg in kwestie bijzonder blij was met onze aanwezigheid – temeer daar de meesten van ons later op de avond weer terugkwamen voor nog meer lol.

Lieke Verheijen

Sinds de aankondiging van de Brexit stond Edinburgh prominent op mijn stedentripverlanglijstje. Associaties die ik met Schotland had vóór de studiereis: haggis, whisky en doedelzakken. Edinburgh stelde op deze drie punten niet teleur: we werden geconfronteerd met haggisburgers en dito pizza, een uitgebreide whiskyproeverij en een straatartiest wiens traditionele blaasmuziek niet te ontwijken was in de historische stad. Maar naast deze clichés bezorgde Edinburgh ook verrassingen. Qua eten genoot ik van heerlijke hamburgers (zonder ingewanden), culinaire doch zeer betaalbare hoogstandjes bij Jamies' Italian (jazeker, van de bekende Britse tv-chef) en verrukkelijk gebak bij The Elephant House (waar mevrouw Rowling haar eerste bestseller schreef). Qua drank bleken de Schotten tevens meer variatie te bieden, getuige de cocktails, biertjes en shotjes die mijn reisgenoten ’s avonds nuttigden. En qua muzikale omlijsting zal de Braziliaanse bar met Spaanstalige muziek me positief bijblijven. Edinburgh was genieten geblazen, zowel cultureel als wat betreft natuur, met talloze topmusea en twee heuvels die een prachtig uitzicht over de stad boden. Natuurlijk mocht bij een studiereis het educatieve element niet ontbreken: het gastcollege op Edinburgh University was gelukkig geen saai ‘moetje’, maar een interessant verhaal over de Schotse taal. Wat ik heb overgehouden aan de studiereis: veel souvenirtjes (o.a. Scotland the Text: You Can Take My Phone, But You'll Never Take My Freedom! – a Hilarious History Book), veel vakantiekiekjes (waaronder de nodige selfies), veel fijne herinneringen (met gezellige jongelui die ik nog niet/nauwelijks kende)... en weer een land onthuld op m’n Europese kraskaart.
groepsfoto studenten en medewerkers studiereis 2017 in Edinburgh

 

Spoken Word verdiepingsdebat

Jeroen Dera

Aanstaande zondag (4 juni) zal Jeroen Dera als panellid optreden tijdens het Spoken Word Verdiepingsdebat, waarbij gesproken wordt over Spoken Word in het literaire veld.

Het literaire veld, de geschiedenis van spoken word, literaire hiërarchieën en de vraag of er uitsluitingsmechanismen zijn binnen de literatuur zijn onderwerpen die besproken zullen worden in een panelgesprek met:

  • Babs Franklin Gons (pionier binnen de spoken word scène in Nederland, medeoprichtster van Poetry Circle Nowhere en spoken word artiest)
  • Bas Kwakman (schrijver en directeur van Poetry International)
  • Kila van der Starre (literatuurwetenschapper, poëziecriticus en dichter)
  • Dean Bowen (dichter en performer, redacteur bij Perdu)
  • Juliet Gagnon (schrijver en founder van Stichting Watershed)
  • Elten Kiene (founder van Woorden Worden Zinnen en spoken word artiest).
  • Jeroen Dera (literatuurwetenschapper aan de Universiteit Utrecht en Radboud Universiteit).
  • Karlijn Leenders (senior projectmedewerker Write Now! en Geen Daden Maar Woorden Festival bij Passionate Bulkboek)

    Moderator: Nicole Terborg (journalist en presentator bij o.a. Nooit Meer Slapen).

    Waar: De Doelen Rotterdam
    Wanneer: 14:30 – 16:00, 4 juni 2017

Meer informatie is o.a. te vinden via Poetry Circle of klik hier.

Dit programma is onderdeel van 010 SAYS IT ALL, het fringe festival van Poetry International Rotterdam.

 

Fenne in Sheffield: cultuursnuiven, studeren en Nederlandse les geven

Drie maanden geleden stapte ik op het vliegtuig naar Manchester, om daar de trein naar Sheffield te nemen en aan dit buitenlandavontuur te beginnen. Het is heel raar hoe de tijd hier verstrijkt: aan de ene kant voelt het alsof dat moment al een jaar geleden is, door alle toffe dingen die ik hier al heb gedaan, maar aan de andere kant herinner ik me de zenuwen nog alsof het gisteren was.

 

New College in Oxford

Ik geef toe dat ik best een anglofiel ben, dus de keuze om naar Engeland te gaan was dan ook snel gemaakt. Ik wilde heel graag ervaren hoe het is om hier langere tijd te zijn en om dit land, dat zo’n rijke cultuur kent, beter te leren kennen. En dat ben ik zeker aan het doen! Sinds ik hier ben is er nog maar één weekend geweest waarin ik niet weg ben geweest. Er worden hier vanuit de universiteit veel dagtrips naar allerlei steden georganiseerd en als internationals maken mijn vrienden en ik daar graag gebruik van. Zo ben ik naar Oxford en Cambridge geweest en heb ik geproefd hoe het is om daar te studeren, heb ik Stonehenge gezien, naar Beatles impersonators geluisterd in Liverpool, kastelen en bergen bezocht in Wales en een ondergrondse spooktocht gedaan in Edinburgh.

Naast al dat cultuursnuiven “Fenne in Sheffield: cultuursnuiven, studeren en Nederlandse les geven” verder lezen

Zomers studeren in het zuiden – Lauren in Murcia

Spanje, het land van de sangria, de castagnetten, de zon, de zee, het stierenvechten, de tapas, de flamenco-dans, en ach, wat niet allemaal nog meer… Maar voor mij is Spanje net ietsje meer dan dat geworden in de afgelopen drie maanden. Spanje is namelijk ook het land om te studeren, het land van chagrijnig kijkende, maar uiterst vriendelijke en behulpzame mensen, het land waar werkelijk ieder feestje gevierd wordt, het land van vreemde werktijden. Het is een land op slechts tweeduizend kilometer van Nederland, maar ver buiten je comfort zone.

Fiestas de Primavera – fontein

Hoewel Spanje gewoon in Europa ligt, het binnen de Europese Unie zit, het door slechts twee landen wordt gescheiden van Nederland en het absoluut geen onderontwikkeld land is, verschilt het toch aanzienlijk van Nederland – het koude kikkerlandje dat ik al mijn hele leven gewend ben.

Als Nederlander ben je snel geneigd om aan te nemen dat Engels dé wereldtaal van het moment is endat – zeker in Europa – men de basis van het Engels wel beheerst om rond te komen in onze globaliserende samenleving. Niet dus. Hier in Spanje spreekt bijna niemand Engels. Ik woon in een appartementencomplex op de campus, grotendeels gevuld door internationale studenten die een tijdelijke woning nodig hebben. Ik werd geïnstrueerd om op mijn eerste dag bij aankomst de opziener te bellen, die mij mijn sleutel zou komen brengen. Helaas verstond de beste man geen woord van mijn verhaal. Zelfs een simpele ‘Hello, I would like to have my key’ had net zo goed Chinees kunnen zijn voor hem. Ook na een rondvraag bleek dat geen van de mensen in mijn omgeving het Engels goed genoeg beheerste om te begrijpen dat ik wat hulp nodig had. Afijn, uiteindelijk is het allemaal goed afgelopen, maar dit voorval is geen uitzondering op de regel. In winkels, bij de dokter, op het terras, ik kom weinig mensen tegen die met mij een zinnig gesprek kunnen voeren in het Engels. Maar goed, eigenlijk mag ik niet klagen. Ik ben hier immers naartoe gekomen om Spaans te leren spreken en op deze manier word ik er wel toe gedwongen te oefenen.

Lauren bij de universiteit  UCAM (Universidad Católica San Antonio de Murcia)

Om mij te kunnen focussen op mijn Spaanse lessen, heb ik besloten het mezelf makkelijk te maken op de universiteit door Engelstalige vakken te nemen bij de studie Lenguas Modernas (Moderne Talen). Ik heb twee eerstejaarsvakken, één tweedejaars- en één derdejaarsvak, die voornamelijk gaan over internationale en interculturele communicatie. Twee vakken zijn toegespitst op de Engelse cultuur. Het vreemde is voor mij dat – vooral bij de eerstejaarsvakken – nog veel aandacht wordt besteed aan het leren van het Engels. “Zomers studeren in het zuiden – Lauren in Murcia” verder lezen

Paula Fikkert geeft twee lezingen in Sydney

Komende week is Paula Fikkert te gast bij zowel de Western Sydney University als de Macquarie University in Sydney (Australië).

Aanstaande maandag 24 april geeft Paula een lezing getiteld ‘First Language Acquisition. What’s production got to do with it?‘ tijdens een SLAM meeting op The MARCS Institute for Brain, Behaviour and Development aan de Western Sydney University. Lees de abstract van deze lezing hier.

Op donderdag 27 april geeft Paula bovendien een keynote lezing getiteld ‘Developing word representations in the lexicon: evidence from perception and production‘ op de conferentie  The Developing Lexicon: Representations and Processing aan de Macquarie University. Lees een samenvatting van haar lezing hier: Fikkert-Macquarie 27 april.

Paula Fikkert is Principal Investigator van de onderzoeksgroep First Language Acquisition.