Aafke, Sef en Fresku over hun passie voor taal – miniserie aflevering 2

Fresku, Sef en Aafke Romeijn delen één passie: taal. Hoe wordt onze mening – en de mening van Sef – beïnvloed door het taalgebruik van politici die ons proberen te overtuigen? Fresku kaart aan dat taal in verband staat met of hij zich Antilliaan of Nederlander voelt. Hoe heeft taal invloed op het gevoel van identiteit en het horen bij een groep? Heeft Aafke gelijk dat taalgebruik en taalverandering een afspiegeling zijn van bijvoorbeeld inburgering van immigranten en de ontwikkeling van onze samenleving? Docenten van de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit geven antwoord.

Meer weten? Kijk op de website van de opleiding Nederlands van de Radboud Universiteit Nijmegen: http://www.ru.nl/nederlands. Nog meer weten? Kom dan bij ons Nederlands studeren!

Dit filmpje is aflevering 2 in een miniserie. Aflevering 1 verscheen op 1 maart jl.

Sef, Aafke Romeijn en Fresku over taal

(Bekijk dit filmpje op YouTube.)

Fresku, Sef en Aafke Romeijn delen één passie: taal. Hoe komt het dat Fresku’s dochter een bekakte r heeft? Moet Sef nog een oud boek als De Avonden lezen? Mag Aafke op de sociale media zeggen wat ze willen? Docenten van de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit geven antwoord.

Meer weten? Kijk op de website van de opleiding Nederlands van de Radboud Universiteit Nijmegen. Nog meer weten? Kom dan bij ons Nederlands studeren!

Dit filmpje is aflevering 1 in een miniserie. Aflevering 2 verschijnt over twee weken.

De klucht van de blotevoetenbroeders

Op 4 maart gaat een bijzondere voorstelling in première: de middeleeuwse klucht De blotevoetenbroeders. Tegelijkertijd verschijnt een boekje met de oorspronkelijke tekst met een vertaling die is gemaakt door onder andere onze studenten Niels Mulder en Tamara van Seggelen. Hieronder vind je een trailer voor boekje en voorstelling:

Meer informatie vind je op de website Neerlandistiek.

Pas verschenen: Rob van de Schoor, De koekoek werd beroemd… Dichters overstemd door de Tachtigers

Rob van de Schoor, De koekoek werd beroemd… Dichters overstemd door de Tachtigers. Nijmegen 2018, ISBN 978-94-92380-97-5, 351 p.

Poëziebloemlezingen zijn zeer geschikt om dichters in een groep samen te brengen en als zodanig een plaats in de literatuurgeschiedenis te bezorgen.

In 1974 verscheen bij Bert Bakker een bundel ‘romantische en opstandige verzen’, getiteld Al bleef ik eeuwig ongelezen. Tijdgenoten der Tachtigers die Tachtig meden of bestreden. De titelpagina vermeldt Lukas Peregrijn als auteur, maar wie die bladzijde omslaat, komt al meteen te weten dat ‘de projektgroep “J.A. Alberdingk Thijm”’ zich achter dit (van Thijm geleende) pseudoniem verschuilt: een groep neerlandici, verbonden aan de (destijds) Katholieke Universiteit Nijmegen, aangevoerd door dr. Karel Reijnders.

 De dichters in deze bloemlezing, voor wie de moderne literatuurwetenschap de benaming ‘arrière-garde’ heeft bedacht, worden in dit boek als groep en als individuen bestudeerd. Aan de orde komen de volgende dichters: W.L. Penning Jr., Carel Vosmaer, Florentijn, P.A.M. Boele van Hensbroek, Louis Couperus, Fiore della Neve, J. Winkler Prins, Soera Rana, G. Waalner, C. Honigh, F.L. Hemkes en H. Cosman.

Het boek is voor 19,95 (excl. verzendkosten) te koop bij Antiquariaat Verzameld Werk in Nijmegen (e-mail verzameldwerk@telfortglasvezel.nl.

Lotte Jensen: Net zo lang puzzelen tot je begrijpt wat er staat

Waarom is iemand de wetenschap ingegaan? En waarom blijft die doorgaan in het onderzoek? De redactie van de website van de Jonge Akademie aan Lotte Jensen. Zij vertelt onder meer over haar studententijd:

Ik wist eigenlijk al na de eerste colleges bij Nederlands dat ik zelf ook wetenschapper wilde worden. Kennis opdoen, lezen en interpreteren, ik vond het allemaal geweldig. De motivatie om verder te gaan in de wetenschap wordt gevoed door goede docenten tijdens je studietijd. Ik genoot ervan om met oude teksten bezig te zijn en net zo lang te puzzelen totdat ik begreep wat er stond.

Lees verder bij de Jonge Akademie.

Discussie Engels in het hoger onderwijs

De toename van het Engelstalige onderwijs blijft de gemoederen bezig houden. Wat zijn de consequenties voor de kwaliteit van het onderwijs en de inhoud op langere termijn? Op maandag 4 december vond in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek plaats, georganiseerd door de Taalunie. Lotte Jensen was daar aanwezig namens de KNAW, die eerder dit jaar een rapport over het taalbeleid in het hoger onderwijs publiceerde. Een verslag van het gesprek is hier te lezen.

Overleden: M.C. van den Toorn (4 januari 1929 – 23 november 2017)

In zijn woonplaats Nijmegen is afgelopen donderdag de taalkundige M.C. (Maarten) van den Toorn, tot 1992 hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan onze universiteit, overleden.

Van den Toorn studeerde Nederlands in Leiden en was daarna jarenlang verbonden aan het Instituut De Vooys van de Universiteit Utrecht. In 1974 werd hij benoemd als hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij publiceerde onder andere een veel bestudeerde Nederlandse Grammatica (Prisma, 1973), een leerboek over de Nederlandse taalkunde en een studie over de taal van het nationaal-socialisme. Ook stond hij aan de basis van de Algemene Nederlandse Spraakkunst.

Van den Toorn was in sommige opzichten een neerlandicus van de oude stempel, die het vak nog in zijn geheel had kunnen overzien voor het gaandeweg specialistischer werd. Hij bleef zijn hele leven ook belangstelling houden voor de letterkunde en hij hechtte er ook aan zich helder uit te drukken. Tegelijkertijd was hij sceptisch over het bestaan van dat vak: zijn afscheidscollege was getiteld De eenheid van de neerlandistiek, en hoewel Van den Toorn betwistte dat er ooit zo’n eenheid was geweest, pleitte hij wel voor meer streven naar gezamelijkheid.

Bovenal was Van den Toorn zelf natuurlijk een taalkundige, die zijn vak goed bijhield, en die ook op de hoogte was van moderne ontwikkelingen, zoals de Chomskyaanse taalwetenschap. Bekend is zijn artikel over ‘De methode Paardekooper‘, waarin hij de bekende grammaticus respectvol bekritiseerde vanwege diens gebrek aan theoretisch kader. Tegelijkertijd was Van den Toorn in zijn eigen werk toch ook vooral een eclecticus die het moest hebben van goede inzichten, los van strakke theoretische kaders.

Bij dit alles was Van den Toorn een zeer beminnelijk mens die tot deze week geïnteresseerd bleef in het vak; ook in de jonge mensen die erin werkzaam waren.

Vijfentwintig jaar geleden schreef Van den Toorn een aardig autobiografisch essay voor Neerlandica extra muros.
Dit bericht verscheen, in iets andere vorm, ook op het weblog 
Neerlandistiek.