Discussie Engels in het hoger onderwijs

De toename van het Engelstalige onderwijs blijft de gemoederen bezig houden. Wat zijn de consequenties voor de kwaliteit van het onderwijs en de inhoud op langere termijn? Op maandag 4 december vond in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek plaats, georganiseerd door de Taalunie. Lotte Jensen was daar aanwezig namens de KNAW, die eerder dit jaar een rapport over het taalbeleid in het hoger onderwijs publiceerde. Een verslag van het gesprek is hier te lezen.

Overleden: M.C. van den Toorn (4 januari 1929 – 23 november 2017)

In zijn woonplaats Nijmegen is afgelopen donderdag de taalkundige M.C. (Maarten) van den Toorn, tot 1992 hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan onze universiteit, overleden.

Van den Toorn studeerde Nederlands in Leiden en was daarna jarenlang verbonden aan het Instituut De Vooys van de Universiteit Utrecht. In 1974 werd hij benoemd als hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij publiceerde onder andere een veel bestudeerde Nederlandse Grammatica (Prisma, 1973), een leerboek over de Nederlandse taalkunde en een studie over de taal van het nationaal-socialisme. Ook stond hij aan de basis van de Algemene Nederlandse Spraakkunst.

Van den Toorn was in sommige opzichten een neerlandicus van de oude stempel, die het vak nog in zijn geheel had kunnen overzien voor het gaandeweg specialistischer werd. Hij bleef zijn hele leven ook belangstelling houden voor de letterkunde en hij hechtte er ook aan zich helder uit te drukken. Tegelijkertijd was hij sceptisch over het bestaan van dat vak: zijn afscheidscollege was getiteld De eenheid van de neerlandistiek, en hoewel Van den Toorn betwistte dat er ooit zo’n eenheid was geweest, pleitte hij wel voor meer streven naar gezamelijkheid.

Bovenal was Van den Toorn zelf natuurlijk een taalkundige, die zijn vak goed bijhield, en die ook op de hoogte was van moderne ontwikkelingen, zoals de Chomskyaanse taalwetenschap. Bekend is zijn artikel over ‘De methode Paardekooper‘, waarin hij de bekende grammaticus respectvol bekritiseerde vanwege diens gebrek aan theoretisch kader. Tegelijkertijd was Van den Toorn in zijn eigen werk toch ook vooral een eclecticus die het moest hebben van goede inzichten, los van strakke theoretische kaders.

Bij dit alles was Van den Toorn een zeer beminnelijk mens die tot deze week geïnteresseerd bleef in het vak; ook in de jonge mensen die erin werkzaam waren.

Vijfentwintig jaar geleden schreef Van den Toorn een aardig autobiografisch essay voor Neerlandica extra muros.
Dit bericht verscheen, in iets andere vorm, ook op het weblog 
Neerlandistiek.

Stageplaats op het Meertens Instituut

Op het Meertens Instituut wordt een interessante stageplaats aangeboden voor studenten die geïnteresseerd zijn in (Limburgse) dialecten, in spelling, en in de spelling van Limburgse dialecten.

Het Meertens Instituut is een bekend onderzoeksinstituut voor Nederlandse taal en cultuur, gevestigd in Amsterdam, en biedt een werkplek, begeleiding en een onkostenvergoeding (een stagevergoeding van 200 euro per maand – inclusief onkosten – bij een volledige stage). De begeleiding is in handen van prof. dr. Leonie Cornips van dat instituut (en van de Universiteit van Maastricht).

Hier vind je meer informatie.

Lotte Jensen: bezoek aan Boedapest

Door Lotte Jensen

Afgelopen week was ik te gast bij de vakgroep neerlandistiek aan de Eötvös Loránd Universiteit (ELTE) in Boedapest. Deze vakgroep verzorgt hoofd- en bijvakonderwijs in de neerlandistiek op bachelorniveau en een master waarbinnen je je kunt specialiseren op het gebied van de cultuur-, taal- en letterkunde. Het is een bruisende afdeling met acht medewerkers, die geleid wordt door Judit Gera en Orsolya Réthelyi. Judit Gera is bekend vanwege haar vele vertalingen van Nederlandse boeken in het Hongaars en publiceerde recent Structures of Subjugation in Dutch Literature. Orsolya is specialist in de Middelnederlandse literatuur en Nederlands-Hongaarse betrekkingen in het algemeen.

Judit Gera sprak onlangs haar zorgen uit over het veranderende politieke klimaat in Hongarije, dat jonge generaties naar het buitenland drijft. Tegelijkertijd biedt de internationalisering van de neerlandistiek nieuwe kansen op uitwisseling tussen studenten en medewerkers. Ook vanuit het Nederlandse perspectief wordt het steeds belangrijker om de banden met de vakgroepen elders in de wereld aan te halen en te koesteren. Ik was daarom extra blij met de uitnodiging van Orsolya om een week naar Budapest te komen.

Tijdens mijn bezoek heb ik een lezing over de Nederlandse identiteit in historisch perspectief gegeven en een gastcollege over de verwerking van het vaderlandse verleden in 19e-eeuwse kinderboeken. De lezing vond plaats in de lezingencyclus ‘Elck sijn waerom’ waarin neerlandici over hun onderzoek vertellen. Wat mij trof was de grote liefde van de studenten en medewerkers voor de Nederlandse literatuur en cultuur en de grote gastvrijheid waarmee ik ontvangen werd. Het kan niet genoeg benadrukt worden hoe belangrijk het is dat de Taalunie blijft investeren in de wereldwijde beoefening van de neerlandistiek.

Pieter Duisenberg overtuigd door Johan Oosterman

Leuk nieuws vanochtend in de krant. Pieter Duisenberg, de nieuwe voorzitter van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten VSNU baarde in zijn vorig leven als Kamerlid voor de VVD nogal eens opzien met zijn negatieve uitspraken over de Geesteswetenschappen. Blijkens een interview in Trouw heeft hij zich door onze eigen Johan Oosterman inmiddels laten overtuigen van het tegendeel.

15 oktober: Spaanse Brabander

Op zondagmiddag 15 oktober organiseert theatergroep De Kale een leesvoorstelling van Bredero’s Spaanse Brabander, een evergreen uit de Gouden Eeuw. Dit jaar is het vierhonderd jaar gelegen dat het toneelstuk voor de eerste keer op de planken werd gebracht. De voorstelling wordt omlijst met een inleiding van Alan Moss, promovendus Oudere Letterkunde aan onze afdeling. Het nagesprek wordt verzorgd door René van Stipriaan. Voor meer informatie en voor kaartjes, zie de website van De Kale.

Ook 2018 zal in het teken staan van de Amsterdamse toneelschrijver. Tijdens het Brederojaar, het vierhonderdste sterfjaar van de auteur, worden verschillende toneelstukken opgevoerd.Voor meer informatie zie: de website van de organisatie van het Brederojaar.

Lotte Jensen benoemd tot hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis

Lotte Jensen is met ingang van 1 oktober 2017 benoemd tot hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit. Jensen doet onderzoek naar nationale identiteitsvorming en nationalisme in Nederland vanuit een cultuurhistorisch perspectief.

Lotte Jensen (1972, Hillerød, Denemarken) studeerde Nederlands en Wijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht, waar ze in 1996 cum laude haar doctoraaldiploma Nederlandse historische letterkunde haalde en in 1997 haar doctoraaldiploma Geschiedenis van de Wijsbegeerte. In 2001 promoveerde ze aan de Universiteit van Amsterdam op onderzoek naar vrouwentijdschriften en journalistes in de achttiende en negentiende eeuw in Nederland.

Hierna werkte Jensen als docent en beleidsmedewerker aan de Universiteit Utrecht (Wijsbegeerte, Taal- en cultuurstudies en Liberal Arts and Sciences); als postdoc aan de Universiteit van Amsterdam en als gasthoogleraar aan de Universiteit Gent (België).

Vidi-Vici

Sinds 2007 is Lotte Jensen als onderzoeker verbonden aan de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit. In 2010 kreeg ze een NWO-Vidi-subsidie voor onderzoek naar de rol van oorlog en vrede in de vorming van een vroegmoderne Nederlandse identiteit. Hierover publiceerde ze de boeken: Verzet tegen Napoleon (2013) en Vieren van vrede. Het ontstaan van de Nederlandse identiteit, 1648-1815 (2016), vertaald in het Engels als Celebrating Peace. The Emergence of Dutch Identity, 1648-1815).

Ze werkt nu met een NWO-Vici-subsidie aan onderzoek naar de rol van rampen bij lokale en nationale identiteitsvorming in Nederland tussen 1421-1890.

De Jonge Akademie

Lotte Jensen is vice-voorzitter van De Jonge Akademie (KNAW) en bestuurslid van de werkgroep De Moderne Tijd. Ook heeft ze zitting in de jury van de Libris literatuurprijs voor 2017.