Lotte Jensen spreekt op Artikel 1-lezing 2018

Op vrijdag 23 maart 2018 vindt in Utrecht de Artikel 1-lezing 2018 plaats, georganiseerd door de Afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie en het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten van de Universiteit Utrecht. Lotte Jensen is een van de vier sprekers. Hieronder volgt de officiële aankondiging.

“Lotte Jensen spreekt op Artikel 1-lezing 2018” verder lezen

Themamiddag ‘Lang leve de vaderlandse taal en cultuur!?’

Op vrijdag 20 april 2018 organiseert de Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde een themamiddag in de Universiteitsbibliotheek Leiden (Vossiuszaal). De titel luidt: Lang leve de vaderlandse taal en cultuur!?

Welke rol hebben de geesteswetenschappen in de samenleving? De studie van de ‘moedertaal’, de ‘vaderlandse’ literatuur en de ‘nationale’ geschiedenis kreeg gestalte rond 1800. De neerlandistiek en de vaderlandse geschiedenis werd een prominente rol toebedacht in de natievorming. De geesteswetenschappen dienden zo eerst en vooral een groot maatschappelijk belang.

Welke belangen dienen de geesteswetenschappen vandaag de dag? Is er nog een brede maatschappelijke functie? Of is er vooral een academisch belang? Moet dat academisch belang “gevaloriseerd” worden en zo ja, hoe dan? Waartoe zijn de neerlandistiek en de vaderlandse geschiedenis (nog) op aard?

Onder leiding van dagvoorzitter Peter Altena zullen prominente geesteswetenschappers spreken en debatteren over dit thema: Gert-Jan Johannes, Odile Heynders, Roland de Bonth, Henk te Velde en Lotte Jensen.

De Commissie voor Taal- en Letterkunde nodigt iedereen van harte uit voor deze themamiddag.

Aansluitend wordt het eerste exemplaar van de bundel Language, Literature and the Construction of a Dutch National Identity (1780-1830), die bij AUP verschijnt, aangeboden aan Joep Leerssen.

Programma

13.30 Opening
15.00 Koffie/thee
16.30 Boekpresentatie
Aansluitend borrel

Opgeven

A.u.b. voor 10 april 2018 bij Gijsbert Rutten (g.j.rutten@hum.leidenuniv.nl)

Maak kennis met… Hanneke van Asperen

‘Kunsthistoricus word je niet om er geld mee te verdienen’, zoiets zei docent Kunstgeschiedenis Harry Tummers tegen me toen ik voor de eerste keer kwam kijken in Nijmegen op een voorlichtingsdag van de Radboud Universiteit. Een docent op de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg had me enthousiast gemaakt voor het vak dat voorheen niet eens op mijn radar stond. Ondanks de nog een aantal keer herhaalde waarschuwing ben ik Kunstgeschiedenis gaan studeren en heb daar nooit een seconde spijt van gehad.

Sommige van mijn nieuwe collega’s bij Nederlands zullen mijn gezicht misschien herkennen. Voordat ik bij Nederlands begon, zat ik op de afdeling Kunstgeschiedenis enkele verdiepingen hoger. Behalve naar de mogelijkheid om eens onderdeel uit te maken van een andere afdeling, kijk ik uit naar de deelname aan een grotere onderzoeksgroep. Binnen het project van Lotte Jensen, Dealing with Disasters – ja, ook ik – zal ik mij als kunsthistoricus gaan bezighouden met de visuele verbeelding van (natuur)rampen vanaf de late Middeleeuwen. Wat wordt afgebeeld, en vooral hoe en in welke context(en)? En wat zegt dit over de omgang met en de reacties op rampen?

Na mijn studie Kunstgeschiedenis heb ik me gespecialiseerd in de periode rond 1500. Tijdens mijn promotie-onderzoek heb ik gekeken naar bedevaartssouvenirs en religieuze handschriften. Deze kleine, goedkope voorwerpen, en vooral de sporen ervan in de boeken die leken gebruikten bij hun gebeden, waren het uitgangspunt voor een studie naar toepassing van souvenirs na afloop van de bedevaart. De gebruikssporen waren bovendien een interessante invalshoek om te kijken naar het gebruik van religieuze boeken door leken. De verdediging is inmiddels bijna tien jaar geleden, maar een onderzoek waar je je zo lang zo intensief mee hebt beziggehouden, laat je nooit helemaal los. Recent schreef ik een essay over pelgrimsinsignes in boeken voor de catalogus van Magische Miniaturen, een tentoonstelling die tot 3 juni 2018 in Museum Catharijneconvent te zien is.

Na mijn promotie was ik postdoc op de afdeling Culture Studies in Tilburg waar ik me bezighield met voorstellingen van caritas. Het postdoc-onderzoek naar liefde en liefdadigheid van de late middeleeuwen tot de negentiende eeuw gaf me de kans om weer met een brede blik naar de (kunst)geschiedenis te kijken. Dat was eerst intimiderend, maar bleek al snel bevrijdend. Mijn aanstelling binnen het project Dealing with Disasters zie ik als een prachtige mogelijkheid om mijn onderzoek naar liefde en liefdadigheid een nieuwe wending te geven; rampen en liefdadigheid zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Behalve aan onderzoek besteed ik veel tijd aan mijn kinderen, een meisje van 10 en twee jongens van 5 en 8. Weekenden en vrije middagen zijn gauw gevuld met voetbaltrainingen, zwem- en muzieklessen, met brengen en ophalen, maar ook met spelletjes en kleine gesprekken. Kinderen kunnen soms verrassend uit de hoek komen. Klassiek is de opmerking van mijn toen drie-jarige zoontje die tijdens een hagelbui opmerkte: ‘Mama, het regent hard.’ Het duurde even voordat ik doorhad dat hij gelijk had. Mijn schaarse lege uurtjes vul ik graag met sportlessen op het universitair sportcentrum. De fysieke inspanning is heerlijk als afwisseling, vooral als onderbreking wanneer ik een hele dag achter de computer zit. Mocht de deur van mijn werkkamer gesloten zijn, is er een grote kans dat ik even op de spinning-fiets zit.

Eredoctoraat voor Jeroen Brouwers

Vandaag valt op de centrale website van de RU te lezen dat aan schrijver Jeroen Brouwers een eredoctoraat toegekend zal worden door onze universiteit. Dit zal gebeuren op 18 oktober 2018, tijdens de viering van Dies Natalis van RU.

Brouwers werd voorgedragen voor dit eredoctoraat door Jos Joosten en hoogleraar Spiritualiteitsstudies Peter Nissen.

In het bericht op de RU-site legt Jos Joosten uit waarom Brouwers een eredoctoraat verdient: ‘Jeroen Brouwers is een vooraanstaand en veelgeprezen schrijver met een carrière die al meer dan een halve eeuw beslaat. Hij heeft belangrijke maatschappelijke kwesties behandeld in zijn romans, zoals de verwerking van de Tweede Wereldoorlog in Indië in Bezonken rood (1981) en het misbruik in de katholieke kerk in Het hout (2014). Maar hij is ook een groot essayist, met een werkwijze die het midden houdt tussen wetenschappelijke analyse en literaire verbeelding, en polemist. Voor veel schrijvers is hij een voorbeeld: hij leeft voor en door de literatuur. Als beschouwer schrijft hij ook veel over de Vlaamse literatuur, die ook een bijzonder aandachtspunt is van de Nijmeegse neerlandistiek. En of hij nu polemiseert of een standbeeldje opricht voor een schrijver: het is stilistisch altijd virtuoos.’

Zie het volledige nieuwsbericht hier.

Maak kennis met… Adriaan Duiveman

Mijn naam is Adriaan Duiveman en sinds 1 februari kunt u mij in één van de hoekkantoren op de zesde verdieping vinden. Samen met Marieke, Fons, Lilian en Hanneke doe ik onderzoek naar de betekenis van rampen in de vorming van lokale en nationale identiteiten binnen het Vici-project van Lotte Jensen. Mijn subproject focust zich op de achttiende eeuw. Ik zal onder andere analyseren hoe de Verlichting de interpretatie van rampen veranderde. Tevens ben ik onderdeel van de gestage kolonisatie van de Nijmeegse letterenfaculteit door Groningers.

Ik studeerde Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en Uppsala Universitet (Zweden). Na het afronden van de research master Modern History and International Relations (RUG) werkte ik als coördinator voor het Onderzoeksinstituut voor Cultuurwetenschappelijk Onderzoek Groningen (ICOG). Naast deze administratieve functie deed ik onderzoek naar vroegmoderne drinkcultuur aan de hand van drankspelletjes, drinkliederen en drinkrituelen. Zeventiende-eeuwse drankspelletjes eisten ook de nodige slachtoffers, dus in dat opzicht is de overstap van onderwerp niet zo groot.

Op dit moment woon ik nog in Groningen, maar ik wil graag op korte termijn naar Nijmegen verhuizen. Als u toevallig weet dat er een studio, klein appartement of een ruime kamer in een afstudeerhuis vrijkomt, schroom alstublieft niet om contact met mij te zoeken. De gouden tip wordt beloond met een fles La Chouffe en/of een reep Tony.

Onthulling beeld ter ere van J.J. Cremer

Vandaag staat in de Betuwe-editie van De Gelderlander een groot artikel over een beroemde negentiende-eeuwse schrijver en schilder: Jacob Jan Cremer (1827-1880).

Hij schreef allerlei novellen over het boerenleven in Gelderland, die destijds zeer populair waren. Hij was ook de auteur van Fabriekskinderen (1863), waarin hij de schrijnende omstandigheden in de fabrieken aankaartte.

Op vrijdag 13 april wordt ter ere van de schrijver in  Driel (Gelderland) een bronzen beeld onthuld. Op het beeld is Kruuzemuntje te zien, een van de personages uit het werk van Cremer.

De onthulling zal om 14.30 uur worden gedaan door Lotte Jensen, de burgemeester en de kinderburgemeester van de gemeente Overbetuwe.

‘Dealing with Disasters’ is van start

Sinds februari 2018 is de Vici-projectgroep ‘Dealing with Disasters’ van Lotte Jensen compleet.

De groep doet onderzoek naar lokale en nationale identiteitsvorming onder invloed van rampen in de periode 1421-1890 en bestaat uit 4 promovendi, een postdoc en een projectleider.

Er is nu ook een website, waarop nieuwtjes, vondsten en mededelingen worden gedaan. Neem een kijkje op http://www.dealingwithdisasters.nl.

Anja de Feijter en Jeroen Dera over Lucebert

Einde vorige week was er het nodige rumoer rondom Lucebert. Uit de nieuwe biografie van Wim Hazeu bleek dat de beroemde Vijftiger in zijn jonge jaren sympathiseerde met de nazi’s.

Voor de podcast De Dag van de NOS werd Anja de Feijter hierover donderdag geïnterviewd (vanaf minuut 13).

Een dag later verscheen Jeroen Dera’s recensie van de biografie van Hazeu in de Belgische krant De Standaard. 

De week van…Ivo Nieuwenhuis

Ivo Nieuwenhuis werkt als docent-onderzoeker aan de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur, waar hij letterkundevakken geeft. Daarnaast schrijft hij cabaretrecensies voor Theaterkrant.

Maandag 29 januari

Rond tien voor acht in de ochtend sta ik met mijn Volkskrant in de aanslag klaar om op de trein te stappen. Ik woon al sinds mijn studententijd met veel plezier in Utrecht. Helaas heb ik de afgelopen jaren niet het voorrecht gehad ook te werken in die stad. Zodoende ben ik een geroutineerde forens geworden. Tot afgelopen zomer ging de vaste dienstreis naar Groningen. Tegenwoordig is de bestemming Nijmegen. Het lezen van de krant is een dagelijks ritueel, waar de rit Utrecht-Nijmegen zich goed voor leent. Tegen de tijd dat de Waalbrug in zicht komt, ben ik meestal zo’n beetje bij de kunstpagina’s aanbeland en pik ik nog snel even mijn favoriete cartoonist Gummbah mee.

“De week van…Ivo Nieuwenhuis” verder lezen

Oproep tot het indienen van een inzending ten behoeve van de Elise Mathilde-prijs 2018

De Elise Mathilde-prijs is genoemd naar Elise Mathilde (Hilda) van Beuningen (1890-1941) die haar vermogen naliet aan de in 1935 door haar opgerichte Stichting Elise Mathilde Fonds dat algemeen sociale, culturele of ideële doelen ondersteund.

Deze prijs is per 1 januari 2018 ingesteld op initiatief van de Stichting in samenspraak met de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden en in nauwe samenwerking met het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap en het Genootschap Onze Taal. Het betreft een prijs voor een essay dat beurtelings ligt op het gebied van de Nederlandse letterkunde, taalkunde en geschiedenis.

De inzending moet passen in het overkoepelende thema ‘De eigen natie in kosmopolitisch perspectief’, of liggen in het verlengde daarvan, waarbij ieder jaar aan het overkoepelende thema  een meer specifiek geformuleerde invulling kan worden gegeven. In 2019 zal dat de Nederlandse taal en/of taalgeschiedenis zijn, in 2020 de Nederlandse geschiedenis of Nederlandse geschiedwetenschap.

De prijs zal dit jaar worden toegekend aan de meest waardig gekeurde, in Nederlands proza geschreven inzending waarin het behoud van het Nederlandse letterkundige cultuurgoed (literatuur en/of literatuurgeschiedenis) centraal staat.

De uitverkoren inzending die maximaal 2000 woorden mag bevatten, zal worden gepubliceerd in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en op de websites van de het KNHG en het Genootschap Onze Taal.

De prijs zal vergezeld gaan van een oorkonde en een geldbedrag van 10.000 euro.

Iedereen kan inzenden tot uiterlijk 1 mei 2018. Inzendingen kunnen worden gestuurd naar dr. B.P.M. Dongelmans, secretaris van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde via mnl@library.leidenuniv.nl.