Ellen Russe goes global: een promovendus in de VS

weblog

door Jeroen Dera

Zeg eens eerlijk: kent u Ellen Russe? Nee he? Een paar maanden geleden had ook ik nog nooit van haar gehoord, tot ik haar naam opeens zag opduiken in A.F. Mannings gedegen studie 60 jaar KRO. Uit de geschiedenis van een omroep (1985). Russe bleek regelmatig op te treden als spreker in het literaire halfuurtje van de interbellumkatholieken en dat vond ik bijzonder interessant: tot nu toe was ik in mijn promotieonderzoek, waarin ik me onder meer bezighoud met de literaire kritiek op de radio in de jaren twintig en dertig, alleen nog maar mannen tegengekomen die voor de microfoon boekbesprekingen verzorgden. Ik zette dan ook ogenblikkelijk mijn letterkundige speurneus op en ging een keur van bibliografieën en archieven te lijf, maar over Russes radioactiviteiten was nog minder te vinden dan over de schrijfster Wilma, die ik een paar weken eerder had ontdekt als baken in de mist van de vooroorlogse protestantse letterkunde.

“Ellen Russe goes global: een promovendus in de VS” verder lezen

Te verschijnen: Avenue-bijdragen van Cees Nooteboom

AfbAvenue_1965-800

Aanstaande zondag is de Nederlandse schrijver Cees Nooteboom te gast bij VPRO boeken.

Hij spreekt dan over het Nederlandse glossy-magazine Avenue, waarvan hij literairredacteur was van 1967 tot 1982. Avenue was een combinatie van kunst en lifestyle, van elegantie en grafisch experiment en was ongekend populair.

Op 16 november verschijnt bij De Bezige Bij een prachtige facsimile-uitgave met een selectie van Nootebooms poëzievertalingen en bijdragen uit het literair supplement van Avenue. Het boek is samengesteld en ingeleid door Esther op de Beek.

nooteboom-avenue-2013

Voor meer informatie over het boek, zie hier.

 

Esther Op de Beek, docent Radboud Universiteit Nijmegen, schreef eerder een interessant artikel in het ‘Tijdschrift voor tijdschriftstudies’ over het literair supplement in ‘Avenue’.

 

 

Masterstudenten Jelko Arts en Lotte Lentes over hun blog Artsenlentes.nl

foto door Paul van Dijk
foto door Paul van Dijk

Artsenlentes.nl is een blog over alles wat Jelko Arts en Lotte Lentes verrast en verbaast. Een online knipselmap over literatuur, film, theater, culturele evenementen en ook over lifestyle, als dat niet zo’n afschuwelijk woord was geweest.

  

Waarom besloten jullie zelf een blog te lanceren, wat was de aanleiding?
We zijn allebei snel enthousiast, over heel veel verschillende dingen. In plaats van dat we dat constant tegen elkaar vertellen, kunnen we dat nu delen met iedereen die dat wil lezen. En we willen experimenteren: over een jaar zijn we allebei klaar met onze Master en op deze manier houden we elkaar scherp. Met Arts en Lentes blijven we elkaar uitdagen.
Hebben jullie ook overwogen een papieren uitgave te maken of was dat niet aan de orde?
Nee, dat is nooit aan de orde geweest. Internet is een veel sneller medium,  waarmee je je stukken makkelijker kunt verspreiden. Je kunt ideeën onmiddellijk uitwerken en de interactie aangaan met je lezers. Op internet kun je bovendien alles zelf vormgeven: de opmaak en de structuur van de website houden we zelf in de hand.

Op jullie blog verschijnen zowel verhalen, observaties als recensies. Zouden jullie zeggen dat Artsenlentes het midden houdt tussen journalistiek en literatuur?
We schrijven over alles wat ons verrast en verbaast en dat kan in allerlei vormen. Het onderwerp bepaalt het perspectief: soms zakelijk, soms informeel en soms iets daartussenin. Bovendien willen we experimenteren: onze recensies zijn persoonlijker dan de recensies in een dag- of weekblad, maar we zullen wel altijd onze argumenten onderbouwen.
“Masterstudenten Jelko Arts en Lotte Lentes over hun blog Artsenlentes.nl” verder lezen

NRC-Column van Nicoline van der Sijs:

Aardbei = rood, lekker, zomer

Aardbei

‘Een taal is een regelmatige versameling van woorden’, schreef de taalkundige Adriaan Kluit omstreeks 1759. Met de vraag volgens wélke regel die woorden het best ingedeeld kunnen worden, wordt al eeuwenlang geworsteld. In de 16de eeuw, toen de eerste Nederlandse woordenboeken verschenen, koos men zowel voor een alfabetische indeling als voor een thematische. Alle namen voor ziektes, vogels of bomen werden in betekenisvelden bij elkaar gezet. De alfabetische ordening is objectief en praktisch, maar betekenisloos: ze laat niet zien hoe woorden via betekenissen aan elkaar zijn verbonden. In 1898 keerde de Nederlandse taalkundige J.W. Muller zich dan ook tegen ‘de tyrannie der volslagen onwetenschappelijke […] alphabetische volgorde’. Woorden hebben immers allerlei betekenisrelaties. Zo vallen h erfst, lente, voorjaar onder de overkoepelende benaming j a a r g e t ij d e . Lente en voorjaar zijn synoniemen, lente en h erfst zijn elkaars tegengestelden. V ader en m oeder z ij n via kind in betekenis aan elkaar gerelateerd. In navolging van filosofische en biologische classificaties probeerde men in de 19de eeuw de hele woordenschat wetenschappelijk in te delen. Het eerste woordenboek dat geheel naar begrippen was gerangschikt, was de T h esaurus of E nglish words and ph rases van P.M. Roget uit 1852. In 1876 ontwierp M. Dewey voor bibliotheken een vergelijkbaar indelingssysteem, de Dewey Decimale Classificatie. (…)
Lees hier hier de hele column van Nicoline van der Sijs in PDF-vorm.

 

Nicoline van der Sijs is hoogleraar Historische taalkunde van het Nederlands in de digitale wereld.

Deze column verscheen eerder in NRC, 17 november 2012.

Geesteswetenschappen in de Groene

ILoveHumanitiesIn de Groene Amsterdammer van deze week staan de geesteswetenschappen centraal. Wat is het nut ervan en wat zijn de meest veelbelovende ontwikkelingen van de afgelopen jaren? Op dit blog vind je de reacties van 103 wetenschappers, onder wie onze stafleden dr. Lotte Jensen en prof.dr. Nicoline van der Sijs. Ook veel andere wetenschappers van de Radboud Universiteit hebben gereageerd.

Printing and the Mind of Man (expositie)

printing and the mind of manPrinting and the Mind of Man was de titel van een grootschalige tentoonstelling in 1963. Van 16 tot 27 juli van dat jaar was in het British Museum en Earls Court in Londen een imposant overzicht te zien van de ontwikkeling van de boekdrukkunst en typografie, aan de hand van technische apparatuur, drukvoorbeelden én een groot aantal historische teksten die het beeld van Europa hadden bepaald. Een uitgebreide catalogus begeleidde het geheel.

 Na afloop van de tentoonstelling werd besloten het historische boekgedeelte van de oorspronkelijke catalogus verder uit te werken en apart uit te geven. Die uitgave verscheen in 1967 onder dezelfde titel als de tentoonstelling. Het bleek een gouden greep: sindsdien is het boek de standaardbibliografische beschrijving van ruim 400 publicaties die de Westerse wereld hebben vormgegeven: de Bijbel, Dante, Galilei, Paracelsus, Pascal, Spinoza, Fahrenheit, Rousseau, de Declaration of Independence, Wordsworth, Gauss, Pugin, Daguerre, Lorentz, Herzl, Einstein, Churchill en vele anderen passeren de revue. Alle gebieden van wetenschap, kunst en techniek zijn vertegenwoordigd. In 1983 verscheen een herziene en bijgewerkte editie van PMM, zoals het boek liefkozend werd aangeduid.
De Universiteitsbibliotheek brengt een ode aan de PMM door middel van een expositie. Het is uiteraard ondoenlijk om de PMM in zijn volledigheid te eren, vandaar dat gekozen is voor een selectie uit de periode van 1600 tot 1650. Bij de tentoongestelde werken is een korte bibliografische beschrijving en een QR-code beschikbaar. De code linkt door naar de Engelse beschrijvende tekst uit PMM van de getoonde werken.
Het voornemen is om begin 2014 hetzelfde concept op uitgebreider schaal toe te passen in een tentoonstelling in De Verdieping.

 

Stage: Van student Nederlands naar fondsenwerver bij Amnesty International

20131003_102651 (1)Door Evi Savelkouls

De vraag: ‘Vind ik wel iets?’ bleef het laatste jaar van mijn studie maar door mijn hoofd spoken. Het einde was in zicht en het idee dat ik niet meer dagenlang in de UB moest doorbrengen, beangstigde me. Want wat kwam er na mijn veilige, studerende leventje? Achteraf denk ik: ‘Waar heb ik me druk om gemaakt?!’. Na een aantal brieven en gesprekken was daar namelijk ineens die baan! Major Donor en Legaten Fondsenwerver bij Amnesty International Vlaanderen.
De studie Nederlands was begin 2007 vrij snel gekozen. Het bleek een goede basis met de mogelijkheid om in de vrije ruimte mijn eigen keuzes te maken. Deze vrije ruimte heb ik vooral gebruikt om mijn kennis te verbreden en ervaring op te doen. Tijdens mijn eerste minor Kunstbeleid en Management kwam ik voor het eerst in aanraking met fondsenwerving door een gastcollege van de directeur van het Gelders Orkest. Mijn tweede minor bestond uit een stage bij de afdeling Cultuur bij Provincie Noord-Brabant. Dat was een geweldige zet. Ik werd in het diepe gesmeten, maar heb nergens zoveel en zo snel geleerd als in die tijd. Daarna deed ik twee masters: Kunstbeleid en Mecenaat van de opleiding Algemene Cultuur Wetenschappen en de master Nederlandse Letterkunde. Ook hierbij liep ik stage, dit keer bij het Residentie Orkest in Den Haag waar ik onderzoek deed naar hun particuliere fondsenwerving.
Toen was ik ineens afgestudeerd. “Stage: Van student Nederlands naar fondsenwerver bij Amnesty International” verder lezen

Doneer je boeken!

fabriekshal_boekenbericht van de SVN

Heb jij boeken waar je heel graag vanaf wilt? Studieboeken Nederlands die je niet meer gebruikt? Romans die je al tien keer gelezen hebt en van de eerste tot de laatste pagina kunt reciteren? Wordt je boekenkast te klein en wil je ruimte maken voor nieuwe boeken?
Stuur dan snel een mail naar svn@student.ru.nl met de boeken die je kwijt wilt en wij helpen je ervan af! Je boeken zullen terug te zien zijn tijdens de jaarlijkse Boekenveiling.
De Boekenveiling wordt gehouden op dinsdag 5 november in stadscafé Tout vanaf 20.00.

 

De week van… Paula Fikkert

fikkert

Paula Fikkert is hoogleraar Eerste Taalverwerving en Fonologie en directeur van het Centre for Language Studies (CLS). Hieronder doet zij verslag van haar bezigheden in week 39 (23 t/m 29 september 2013).

Week 39 begon als een feestje: na het oprennen van de Mont Ventoux (22 kilometer uitsluitend omhoog met soms behoorlijke stijgingspercentages) voor het goede doel (ALS) op zondag, begon de maandag met uitslapen, mijn loopmaatjes uitzwaaien die per auto terugreden, en een ontbijtje in de zon, en dat wonderwel zonder enige spierpijn. Dus mocht je geïnspireerd door Wagendorps Ventoux de kale berg op willen fietsen, dan is mijn advies om de benenwagen te nemen! De fietsers hadden het een stuk zwaarder dan de lopers, was mijn indruk, vooral op het lange stuk door het bos. Na het ontbijt ben ik in mijn voor een habbekrats gehuurde Skoda via kleine weggetjes, wijngaarden en mooie vergezichten via Bedoin richting Marseille gereden, waar ik in de oude haven heb geluncht. De rest van de dag heb ik met een goed boek op het strand ergens ten oosten van Marseille doorgebracht. Het was zonnig en 28 graden. Een uitzonderlijk begin van de week.
“De week van… Paula Fikkert” verder lezen

Excursie naar The Cloud

Op 20 september maakten de studenten van de master Nieuwe Media, Taal & Communicatie een excursie naar The Cloud. Student Tony Sarkol geeft tekst en uitleg.

The Cloud. Je hebt er misschien wel eens van gehoord. Google Drive, Dropbox, SkyDrive, iCloud en misschien zelfs je RU-Webdisk: ze bevinden zich allemaal in The Cloud. Maar het idee dat tal van scripties, papers en iPhonefoto’s allemaal door de lucht zweven en ergens in een wolkje worden opgeslagen, is vrij abstract te noemen. Bijna mythisch zelfs. En dus zijn we als kersverse studenten van de master Nieuwe Media, Taal en Communicatie maar eens op zoek gegaan naar een stukje Cloud. In Amsterdam welteverstaan.

Want in Amsterdam op het Science Park bevinden zich het Netherlands eScience Center (NLeSC) en SurfSara. Dit is dé plek waar academisch Nederland zijn supercomputers heeft staan en waar een stukje van The Cloud te vinden is. Zodoende stapten we op 20 september op de trein naar Amsterdam. Onder leiding van Antal van den Bosch, en iets later vergezeld door Wilbert Spooren en Wyke Stommel, kwamen we aan bij het NLeSC. Daar werden we hartelijk welkom geheten door dr. Niels Drost, een van de engineers van het eScience center.

Na de koffie en de cakejes werden we naar een ruimte gebracht die The Collaboratorium wordt genoemd. Dit is een soort van imposante vergaderruimte waarin de meest hightech apparatuur wordt gebruikt om onder andere conference calls te houden. Een ruimte waarin zelfs Zijne Majesteit Koning Willem enkele presentaties heeft bijgewoond. Erg fancy dus. En hoewel we helaas geen 3D-projecties, conference calls of Koninklijke Hoogheden gezien hebben, was een van de meest indrukwekkende features van The Collaboratorium letterlijk niet te missen. Acht grote full HD-schermen waren bevestigd aan een van de wanden en die schermen vormen samen één groot touchscreen met daarop Windows 8. Ideaal om data op te projecteren, of om tussendoor even Angry Birds op te spelen.

ExcursieTheCloud

En aangezien dit een van de meest ideale ruimtes in Nederland is om je powerpointpresentatie te laten zien, kregen wij er meteen drie voorgeschoteld. De eerste was van Niels Drost zelf, die een voorbeeld liet zien van een watermanagementproject en de manier waarop een supercomputer hierbij kan worden ingezet. Vervolgens was het de beurt aan onze eigen Antal van den Bosch, die als onderzoeker en eScience Integrator verbonden is aan het NLeSC. Hij liet zien dat je met de supercomputer bijvoorbeeld een groot deel van de Nederlandse Tweets van een bepaalde periode kan binnenhalen, en toonde ook wat je er vervolgens voor interessante wetenschappelijke dingen mee kunt doen. Als laatste kregen we een presentatie van Walter Lioen over de geschiedenis van de supercomputer en SurfSara. Dit was de meest technische presentatie van de drie, en het was dan ook jammer dat onze specialismes zich niet in dit gebied bevinden. Termen als Pflops, nodes, warm watercooling en Infiniband racks zeggen ons namelijk niet al te veel. Maar desalniettemin wist Walter het enigszins begrijpelijk te houden door de verhoudingen goed weer te geven tussen je eigen laptopje en de Cartesius-computer die de onderzoekers daar gebruiken.

Vervolgens bracht Walter ons naar de plek waar het allemaal om te doen was. We namen een kijkje bij de supercomputer en het stukje van The Cloud. De ruimte waarin we stonden had veel weg van een soort van machinekamer. De supercomputer zelf bestond uit drie rijen (of eilanden) met enorme computertorens/kasten van ongeveer twee meter hoog. Ze maakten erg veel lawaai en gaven veel warmte af. Verder was er eigenlijk weinig aan te zien, behalve dan de grote hoeveelheid aan lampjes en de enorme kabels en buizen die de computers van elektriciteit en koelwater voorzien. Toen we eenmaal bij een andere rij kasten waren aangekomen, werd ons verteld dat we naast The Cloud stonden. Het is moeilijk om te omschrijven wat we precies zagen, maar eigenlijk is het één grote en lange opbergkast, met daarin honderden harde schijven waarop vele terabytes aan data staan. De kast was gesloten, maar we konden door een raampje nog wel een robotarm aan het werk zien die telkens een harde schijf uit de kast pakte om er vervolgens iets mee te gaan doen. De grootste les van de dag was dat The Cloud een opslagkast is met HDD’s erin. Weg was dus het idee van het wolkje in de lucht.

ExcursieTheCloud2

Ter afsluiting zijn we nog even gaan borrelen bij De Polder. Van de mythische Cloud naar een café/restaurant in de vorm van een barak. Het was een dag vol verwondering.