De studenten die onlangs de proefpersonen die toen de experimenten uitvoerden testten hadden veel succes in het minorvak

door Stefan Frank

Begrijp je de titel van dit stukje? Strikt genomen is hij grammaticaal correct, maar de dubbele inbedding maakt hem lastig te volgen. Veel mensen vinden zulke zinnen zelfs onacceptabel. Stel nu dat we de zin ongrammaticaal maken door het middelste werkwoord weg te laten:

De studenten die onlangs de proefpersonen die toen de experimenten uitvoerden hadden veel succes in het minorvak.

Klinkt het zo beter? In het Engelse worden dit soort ongrammaticale zinnen vaker als acceptabel beoordeeld dan de grammaticale versies. Dit staat bekend als een grammaticaliteitsillusie. Onlangs heeft een groep Psycholinguïsten aan de Universiteit van Potsdam aangetoond dat deze illusie ook te zien is in de snelheid waarmee wordt gelezen: Proefpersonen met Engels als moedertaal bleken langer te doen over de grammaticale dan de ongrammaticale versies van dubbel ingebedde zinnen. Wanneer echter Duitstaligen werden getest op Duitse vertalingen van de zinnen, gebeurde er iets onverwachts: De grammaticaliteitsillusie ging niet langer op. Integendeel, Duitsers lazen de grammaticale zinnen sneller dan de ongrammaticale versies. Dit zou aan de structuur van de taal kunnen liggen. Omdat in het Duits werkwoorden vaak aan het eind van een zin staan, zijn Duitstaligen (meer dan Engelstaligen) gewend te wachten op een werkwoord. Misschien dat het daardoor eerder opvalt als een werkwoord ontbreekt.

Als Duitsers zo goed zijn in ingewikkelde zinnen, dan willen wij dat natuurlijk ook. In het afgelopen semester hebben de acht studenten van het minorvak Psycholinguïstisch Onderzoek Nederlandse versies van de dubbel ingebedde zinnen gemaakt en die voorgelegd aan Nederlandstalige studenten. Het resultaat was precies zoals in het Duits: De grammaticale zinnen worden sneller gelezen dan de ongrammaticale, dus er was geen grammaticaliteitsillusie.

Net als Duitstaligen, maar in tegenstelling tot Engelstaligen, kunnen wij dus prima omgaan met laatkomende werkwoorden. Zouden we dit talent dan ook toepassen als Engels lezen? Dit hebben we onderzocht door studenten Engels (met Nederlands als moedertaal) te testen in het Engels. Het resultaat: de grammaticaliteitsillusie was terug, net als bij moedertaalsprekers van het Engels.

Intussen was gebleken dat die Psycholinguïsten uit Potsdam hetzelfde onderzoek al hadden uitgevoerd op Duitsers, met dezelfde uitkomst. Blijkbaar kunnen Nederlanders en Duitsers hun bijzondere taalvaardigheden niet gebruiken om complexe Engelse zinnen beter te begrijpen. Dat is misschien jammer voor ons, maar als ontdekking bleek het interessant genoeg om het dit jaar te mogen presenteren op de belangrijkste Europese conferentie voor Psycholinguïstiek (Architectures and Mechanisms for Language Processing) in Marseille.

De week van… Jos Joosten

Jos Joosten is hoogleraar Nederlandse Letterkunde bij de afdeling Nederlandse taal en cultuur.

jos

maandag 9 september

Na een aantal jaren voorzitterschap én deeltijd-onderzoeksverlof ga ik dit semester weer vol aan de bak in het onderwijs. Dat betekent vooral een week vol collegevoorbereidingen: PowerPoints afstoffen, teksten updaten, materiaal dat je al helemaal onder de knie hebt toch nog eens opnieuw bestuderen… Vooral dat laatste is eigenlijk merkwaardig. Ik had het er ooit met collega JO over: als iemand mij nu vraagt om ter plekke twee keer drie kwartier een hoorcollege te geven over het onderwerp van mijn proefschrift, dan doe ik dat uit mijn hoofd en waarschijnlijk helemaal nog niet slecht ook. Als iemand me vraagt om datzelfde onderwerp volgende week te behandelen in een hoorcollege, dan ga ik me toch weer uren zitten voorbereiden, dingen opzoeken, even kijken of het precies klopt wat ik zeg…
“De week van… Jos Joosten” verder lezen

Scriptie Erin Peters

Op donderdag 3 oktober ontvangt Erin Peters haar masterdiploma Letterkunde. Zij studeerde af op een scriptie over literatuurmethodes die gebruikt worden bij het schoolvak Nederlands. De begeleiding was in handen van Maaike Koffeman en Jeroen Dera. Hieronder kunt u een abstract lezen van Peters’ scriptie.

Van idee tot eindproduct
Een onderzoek naar de visie op het literatuuronderwijs die uit literatuurmethoden voor het schoolvak Nederlands spreekt 

Vondel, Bredero, Cats, Couperus, Emants, Mulisch, Hermans, Reve, Zwagerman of Wieringa? Canoniek of niet-canoniek? Welke auteurs, literaire werken en eeuwen verdienen de meeste aandacht? Wat voor soort opdrachten moeten de leerlingen uit het voortgezet onderwijs maken? Wat moeten zij kennen en kunnen? Auteurs van literatuurmethoden moeten veel keuzes maken voordat ze een lesmethode in elkaar kunnen zetten. Hun keuzes komen onder andere voort uit het soort benadering dat zij aanhangen. Kiezen zij voornamelijk voor een historische, tekstgerichte, contextgerichte of juist leerlinggerichte benadering?

In mijn masterscriptieonderzoek staat de volgende onderzoeksvraag centraal: welke visie(s) op het literatuuronderwijs spreekt (spreken) uit literatuurmethoden voor het schoolvak Nederlands? Om op deze vraag antwoord te geven heb ik drie literatuurmethoden voor het schoolvak Nederlands onderzocht, namelijk Literatuur [NU] van Noordhoff, Laagland, literatuur & lezer van ThiemeMeulenhoff en Literatuur, geschiedenis en theorie van Malmberg. Het theorieboek, en eventueel het aanwezige opdrachtenboek, heb ik integraal bestudeerd, maar de bijbehorende websites zijn buiten beschouwing gelaten. Het onderzoeksmateriaal leverde een uitgebreid corpus op, want ik heb alle auteurs en literaire werken die aan bod komen in de methode genoteerd en gecategoriseerd. Ik heb de volgende categorieën gehandhaafd: is de auteur/het werk gesignaleerd of uitgebreid besproken; in welke periode heeft de auteur gepubliceerd; is de auteur canoniek; is de auteur nog actief en levend; welke nationaliteit heeft de auteur; valt het literaire werk onder het genre poëzie, proza of toneel? Deze categorieën heb ik gebaseerd op kenmerken die Tanja Janssen (1998) aan verschillende soorten benaderingen koppelde. Daarnaast heb ik ook alle oefeningen gecategoriseerd op basis van deze kenmerken.

Uit de resultaten kwam per literatuurmethode een duidelijk profiel naar voren. Het lesboek Literatuur [NU] is opgezet vanuit een sterk leerlinggerichte benadering: er wordt veel aandacht besteed aan de mening en leeservaringen van de leerling. In een gesprek met de uitgeverij kwam dan ook naar voren dat het lesboek voornamelijk bedoeld is om de leerling te enthousiasmeren voor literatuur(geschiedenis). Achter Laagland, literatuur & lezer gaan vooral een leerling- en tekstgerichte benadering schuil. Een scala aan auteurs en literaire werken passeert de revue en de bijbehorende oefeningen zijn gericht op het doorgronden van de literaire werken, maar er is ook aandacht voor de visie van de leerling. Tot slot is gebleken dat Literatuur, geschiedenis en theorie juist vanuit een tekstgerichte benadering is opgezet: 49% van de oefeningen was aan deze benadering te koppelen. De leerlinggerichte benadering is nauwelijks tot uiting gekomen in dit lesboek. Dit sluit aan bij de visie van de auteur, Jo Dautzenberg (1944-2009), die een uitgesproken mening over het literatuuronderwijs had. Zo stelde hij in een interview met Trouw (22-11-2003): “Het laat me tamelijk koud of leerlingen gaan lezen. Ik wil ze culturele eruditie meegeven.” Deze visie is dus duidelijk terug te vinden in zijn literatuurmethode. Er is amper aandacht voor de (mening van de) leerling: slechts één van de 1099 oefeningen deed een beroep op de leeservaring van de leerling.

De literatuurmethoden verschillen dus in hun focus. Dit betekent overigens niet dat de andere benaderingen niet tot uiting komen in de methoden, integendeel. Kenmerken van alle vier de benaderingen zijn erin terug te vinden, maar de onderlinge verhoudingen verschillen aanzienlijk.

Tot nog toe is er (te) weinig onderzoek gedaan naar literatuurmethoden voor het schoolvak Nederlands. Deze lacune heb ik enigszins proberen te dichten door de visie van methodeontwikkelaars op het literatuuronderwijs bloot te leggen. Aan de hand van mijn onderzoeksresultaten zouden de secties een gefundeerde keuze kunnen maken: welke literatuurmethode past het beste bij hun eigen visie op het literatuuronderwijs? De methodeontwikkelaars moeten veel vragen beantwoorden bij het opzetten van een methode, zoals al bleek uit mijn inleiding. Hun visie op het literatuuronderwijs beïnvloedt uiteindelijk het eindproduct: welke (canonieke) auteurs en literaire werken passeren de revue en wat voor soort opdrachten bieden zij hun gebruikers (docenten en leerlingen) aan?

De week van… Laudy van den Heuvel

Laudy van den Heuvel is tweedejaars Nederlandse taal en cultuur.

laudy

Maandag 2 september 2013

8:00 uur: de wekker gaat. Na een lange vakantie die toch te kort leek, heb ik vandaag mijn eerste collegedag. Misschien had ik iets eerder naar bed moeten gaan, maar de zondagavond was veel te gezellig om abrupt af te breken zodat ik ‘op tijd’ kon gaan slapen. Ik heb nog helemaal geen zin in colleges. Alhoewel, het zijn meer al die deadlines waar ik me aan moet gaan houden. Tekstontwerp is mijn eerste en tevens mijn enige college van vandaag. Het blijkt een leuk vak. Website maken, overtuigende teksten zien te schrijven. In de middag heb ik het leven gevierd zoals een student dat hoort te vieren: met een kop koffie en bonbons in de stad bij een nieuw en fantastisch leuk koffietentje in de Van Welderenstraat. ’s Avonds mooi falafel gegeten. Ook in de stad uiteraard.

Dinsdag 3 september 2013

Dag twee. Ik heb pas college om kwart voor twee. Dus: uitslapen, uitgebreid douchen, lekker ontbijten, beetje marktplaatsen. Zo heb ik vanochtend nog een cocktailstoeltje gekocht. Zo’n designklassieker. Weliswaar in Rotterdam, maar ’t was zo’n KOOPJE! Ik hou van dat ‘Mid Century’ -spul. Om 11 uur kwam ik zo’n beetje tot de conclusie dat ik toch maar eens op gang moest komen, met als plan om de roest op mijn auto toch maar een keer in te smeren met Epoxy (antiroestmiddel). Op het moment dat ik met de terpentine in mijn hand stond om de roestplek te ontvetten, ging mijn telefoon. Ik had bij de fysio moeten zijn op dat moment. Shit. Alle zooi mee. Rennen, rennen, rennen. En binnen twee minuten stond ik voor de deur. Was de afspraak compleet vergeten! De middag was overigens gevuld met colleges. Literatuurgeschiedenis 3 en Anders Zien. YAY! Kunstgeschiedenis! Ik heb er nog aan gedacht om kunstgeschiedenis te gaan studeren, maar uiteindelijk werd het toch Nederlandse Taal en Cultuur. De avond sloot ik af met yoga. Dat moet ik vaker doen tegen het ‘stijve-hark-syndroom’.

Woensdag 4 september 2013

Vandaag: een dag ‘vrij’. Normaal gesproken heb ik wel een college, maar deze eerste week zou dit werkcollege uitvallen. Overigens begon mijn dag met een cursus Mindfulness. Een cursus van twee uur lang, waarin je je bewust wordt van je automatische piloot, om negatieve routines te kunnen doorbreken. Klinkt zweverig, maar is het absoluut niet. Ik hou helemaal niet van zweverigheden. Vervolgens heb ik lang gedaan over werkelijk álles wat ik moest doen. Boodschappen halen, een boek ophalen bij Roelants, koken, even schoonmaken en nog de nodige bladzijdes lezen voor de studie. In de avond heb ik fantastisch lekker gegeten met Milan (mijn vriend) en Sanne. Biertje erbij. Sanne had het toetje gemaakt. Brownies naar eigen recept. Verrukkuluk! De avond heb ik nog even afgesloten met een night-walk. Ik hou van de stad als het nacht is. En zwoel.

Donderdag 5 september 2013

Wederom minder colleges dan ingeroosterd. Wat is het studentenleven toch zwaar, zo’n eerste week. Ach, laat ik het zo zien: we mogen er nog even inkomen. Heb vandaag twee colleges gehad die ik allebei niet zo bijster interessant vond. Ik merk dat ik langzamerhand toch wel mijn favoriete studierichting begin te ontdekken. Ruth belde die middag nog om ‘even’ mijn bakblik op te halen dat ze wilde lenen, maar uiteindelijk hebben we nog een uur op mijn balkon zitten kletsen. Gesprekken kunnen soms inspirerend zijn. Alsof je dan ineens tot de conclusie komt wat je nodig hebt. Ik concludeerde dat ik nu écht een plant nodig had in mijn kamer. Een grote. Dus ik kocht een Areca, oftewel een kamerpalm. Een beetje meer zuurstof in mijn kamer kan geen kwaad met al die ouwe (maar mooie) meuk.

Vrijdag 6 september 2013

Jeetje. Wat gaat een collegeweek snel. Ik begon de ochtend met Nescio en zijn dichtertje. Ik geloof dat ik het boek nog eens moet lezen om het écht te begrijpen. Om kwart voor twee had ik mijn laatste college van de week. Psycholinguïstiek. Toffe man, heldere powerpoints. Dáár hou ik van. Daar kan menig docent –ik noem geen namen– nog wat van leren ;). Deze vrijdagavond was de avond waarop ik mijn hersens brak over Nescio, dichtertje, de Tachtigers en het Modernisme. Dit was verreweg de meest leerzame dag van mijn week.

Zaterdag 7 september 2013

De eerste dag van het weekend begon om 7 uur, ik werd wakker van de wekker. Oftewel: ik ben deze dag vroeger uit mijn bed gekomen dan de hele rest van de week. Waarom? Omdat ik om half elf een afspraak had om die cocktailstoel op gaan halen in Rotterdam! En ja, de auto staat niet naast het huis, of zelfs niet in de buurt van mijn huis (Nijmegen mag zijn parkeergelegenheden wel eens verbeteren in mijn wijk!), de tank was bijna leeg en ik moest nog pinnen. I needed my time. Het was een mooi stukkie met m’n Knoetje: een mistige ochtend en een aantal fantastische oldtimers op de snelweg. Overigens had die marktplaatsman een fantastisch interieur: compleet jaren ’60! Overigens begint mijn afkeer voor grote moderne steden zoals Rotterdam ook af te nemen. Ik begin de stad zelfs te waarderen! Op aanbeveling van de verkoper ben ik nog naar een tweedehands winkel gereden op een industrieterreintje in Rotterdam. De berg was die ik moest doen is niet meer waard dan één zin. Wel wil ik Ruth nog even zeggen dat haar appeltaart erg lekker was!

Zondag 8 september 2013

Oké, oké. Echt! Zondag was mijn laatste ‘vrije dag’. De rest van het jaar ga ik echt meer doen in een week! Er was namelijk een vintage markt in Nijmegen, ergens aan de Waal. Niet erg groot, wel erg gezellig. Fijn sfeertje. En omdat ze er van die prachtige carrot cakes hadden, wilde ik er ook een maken. And so I did. Duurde even, maar dan heb je ook wat. Met een stuk carrot cake en een flinke mok thee hebben Milan en ik zo’n beetje de hele avond Mad Man zitten kijken. En op tijd naar bed, dat lukte deze zondag beter dan die zondag ervoor!

Verschenen en gerecenseerd: ‘Geschiedenis onder de guillotine’

om.verheijen3d_300Deze maand verscheen bij uitgeverij Vantilt Geschiedenis onder de guillotine. Twee eeuwen geschiedschrijving van de Franse revolutie geschreven door Bart Verheijen, promovendus van het Proud to be Dutch onderzoeksproject.

In Geschiedenis onder de guillotine voert Bart Verheijen ons dwars door het Frankrijk van de negentiende en de twintigste eeuw, waarin liberalen, republikeinen, marxisten en revisionisten met elkaar streden om de erfenis van de Franse Revolutie. Hoe verhouden vrijheid, gelijkheid en broederschap zich tot de revolutionaire terreur? En in hoeverre is Frankrijk schatplichtig aan de terreur? De debatten over deze vragen tonen hoe bepalend de revolutie in de afgelopen tweehonderd jaar is geweest voor de ontwikkeling van de Franse samenleving.

Vrij Nederland-criticus Carel Peeters schreef er als eerste een recensie over. Benieuwd wat hij ervan vond? Lees de gehele recensie op de site van Vrij Nederland.
Het boek wordt op vrijdag 27 september gepresenteerd in Maison Descartes, Amsterdam.

De week van… Wilbert Spooren

Prof. dr. Wilbert Spooren is hoogleraar Taalbeheersing en afdelingsvoorzitter van de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur.

Maandag 26 augustus

De stilte voor de storm. De laatste week voor de colleges beginnen. De laatste week ook voor ik begin met het afdelingsvoorzitterschap. Mijn agenda is deze week relatief leeg. Vandaag kan ik dan ook grotendeels besteden aan collegevoorbereiding. Dat is nodig ook want op 2 september start het nieuwe masterprogramma Nieuwe Media, Taal & Communicatie, waarin ik in de eerste periode twee vakken geef.
Verder ben ik druk bezig met de voorbereidingen van mijn oratie, op 25 oktober. “De week van… Wilbert Spooren” verder lezen

Een Nijmeegse aio in Esztergom: Impressie van de IRUN Graduate Conference (28-31 Augustus 2013)

DSC_0282

door Marieke Winkler

Twaalf Radboudpromovendi uit de geesteswetenschappelijke en sociologische hoek stapten op woensdagavond 28 augustus in Boedapest op de bus naar Esztergom, een kleine plaats ongeveer 50 kilometer ten noorden van de Hongaarse hoofdstad. “Een Nijmeegse aio in Esztergom: Impressie van de IRUN Graduate Conference (28-31 Augustus 2013)” verder lezen

De week van… Janneke van Boven

Janneke van BovenJanneke van Boven is eerstejaarsstudente. Hieronder doet ze verslag van haar introductieweek.

Zondag 18 augustus
De inschrijfbalie is nog dicht als ik aankom, dus ik wacht in de zon terwijl allerlei verschillende introgangers voorbij komen. Wanneer ik even later een introductiebandje om mijn pols heb, sluit ik me aan bij de groep (toekomstige) neerlandici die snel groter en groter wordt. Op het eerste gezicht een gezellig clubje! “De week van… Janneke van Boven” verder lezen

‘De zingende Nederlanden’

lied congresHoe functioneerden liederen als emotionerende, identiteitsvormende en opiniërende media? Op zaterdag 24 augustus buigen (cultuur)historici, kunsthistorici, muziek- en theaterwetenschappers, etnologen en letterkundigen (onder wie Johan Oosterman en Sophie Reinders) zich over deze vraag tijdens het congres ‘De zingende Nederlanden‘.

De drie invalshoeken van het congres – actualiteit, identiteit en emotie – belichten ieder een ander aspect van de speciale functie van het lied in de vroegmoderne tijd. Zingen in groepsverband kan identiteiten, emoties en opinies tot uitdrukking brengen en versterken. Liederen hadden door hun multimediale karakter, door hun verwevenheid met toneel en schilderkunst en door hun bruikbaarheid in huiskamers, theaters, kroegen, kerken en op kermissen en marktpleinen ook een veel groter verspreidingspotentieel dan andere media. Hoe is de opiniërende, emotionerende en identiteitsvormende functie van het lied in de vroegmoderne Nederlanden ingezet om bevolkingsgroepen een stem te geven en te mobiliseren? Hoe kon juist het lied nieuws en opinies zo razendsnel, en zonder onderscheid naar leeftijd, gender of sociale klasse verspreiden? En hoe functioneerden  liedteksten en melodieën als bemiddelaars van opinies, emoties en identiteiten?

“‘De zingende Nederlanden’” verder lezen