Training in gespreksvoering: CARM vanuit de RU

Een jaar of 10 geleden begon Liz Stokoe (hoogleraar Sociale Interactie aan Loughborough University) met de ontwikkeling van een trainingsconcept gebaseerd op conversatieanalyse: CARM (Conversation Analytic Roleplay Method).

In januari 2017 heb ik de CARM training gevolgd bij Liz Stokoe en Rein Sikveland en inmiddels ben ik een CARM affiliate. Vorige week heb ik mijn eerste CARM-training gegeven aan de medewerkers van de afdeling publieksinformatie van het Trimbosinstituut die de infolijnen bemensen (alcoholinfolijn, drugsinfolijn, rokeninfolijn etc.). Deze medewerkers voeren dagelijks telefoongesprekken met mensen die informatie of advies willen over een verslaving. Zij proberen die gesprekken voortdurend te verbeteren, onder andere met behulp van training. In het kader van eerdere onderzoeksprojecten over chatcommunicatie had ik al workshops ontwikkeld en gegeven, maar vorige week gaf ik voor het eerst een workshop over telefoongesprekken. Een vraag waar de medewerkers zelf mee kwamen was hoe zij er beter achter kunnen komen wat de beller precies wil weten/bereiken in het gesprek.

CARM is gebaseerd op een aantal principes. Trainingen zijn “evidence-based” wat wil zeggen dat iedere training gebaseerd is op gepubliceerd, peer-reviewed onderzoek. De trainingen worden alleen verzorgd door conversatieanalytisch onderzoekers. “Training in gespreksvoering: CARM vanuit de RU” verder lezen

Open dag: 24 maart 2018

Wist je al dat de studie Nederlands enorm divers is? Een paar vragen die aan de orde kunnen komen tijdens de studie:
-Hoe verwerven kinderen taal?
-Hoe zitten middeleeuwse boeken in elkaar?
-Welke drogredenen gebruiken politici?
-Zijn concrete verklaringen van getuigen overtuigender?
-Hoe maken gespreksdeelnemers aan elkaar duidelijk of ze elkaar begrijpen?
-Welke rol speelt roman X in de maatschappelijke  discussie over Y?
-Hoe kunnen medici communiceren zodat mensen zich beter houden aan medische adviezen?
-Hoe verhoudt dit gedicht zich tot literatuur in de klassieke oudheid?
Enzovoort.

Het promotiefilmpje laat ook zien welke – misschien onverwachte – kanten de studie Nederlands heeft. Klik hier voor de korte versie (1 min en 47 sec) of hier voor de lange versie (7 min en 21 sec).

Bij de open dag op 24 maart kun je zelf rondkijken op de campus en kennismaken met docenten en studenten van de opleiding. Meer informatie over de open dag en een aanmeldformulier vind je hier.

Wil je liever een keer ervaren hoe het is om Nederlands te studeren in Nijmegen, dan kun je ook een dagje proefstuderen op 10 april. Tijdens deze dag geven docenten van letterkunde, taalkunde en taalbeheersing een proefles zodat je een beter idee krijgt van wat de studie inhoudt. Ook is er een speeddate sessie waarbij je al je vragen over de studie kunt stellen aan docenten van de opleiding.

Daarnaast kun je je ook opgeven voor een dagje meelopen. Je wordt dan  begeleid door studenten van de opleiding tijdens een gewone collegedag. In overleg wordt er dan een geschikte datum geprikt.

Tot slot zijn er de studiecheckdagen op 24 april en 12 juni. Voor meer informatie, klik hier.

Neerlandistiek in het Nieuws 25 januari

Op 25 januari organiseert de afdeling Nederlandse Taal & Cultuur de jaarlijkse dag Neerlandistiek in het Nieuws voor studenten en andere belangstellenden. Tijdens deze dag worden diverse kanten van de Neerlandistiek belicht door sprekers van binnen en buiten de RU.

Programma: “Neerlandistiek in het Nieuws 25 januari” verder lezen

Afvaardiging NTC naar VIOT congres in Groningen

Van 17 tot en met 19 januari vindt de conferentie van VIOT (Vereniging Interuniversitair Overleg Taalbeheersing) plaats in Groningen. Thema van deze conferentie is ‘Duurzame taalbeheersing’. Tijdens deze conferentie komt taalbeheersing in al haar facetten aan de orde: van methodologie tot argumentatieleer en van interactieanalyse tot begrijpelijke taal.

“Afvaardiging NTC naar VIOT congres in Groningen” verder lezen

De week van… Jules Schmeits

Jules Schmeits is tweedejaarsstudent Nederlandse Taal en Cultuur. Tussen de colleges is hij vooral bezig als penningmeester van de Studievereniging voor neerlandici (SVN).

 Maandag 11 december
Waar mijn maandag normaal volstaat met hoorcolleges van kwart voor elf tot half zes, ben ik dit keer gevraagd om samen met klasgenoot Remi mee te helpen op de proefstudeerdag van de opleiding. De dag begint om tien uur en de scholieren krijgen uit ieder vakgebied van de neerlandistiek een college en ook staan een rondleiding over de campus, een gratis lunch in de Refter en speeddaten met docenten op het programma. Helaas gooit het winterse weer roet in het eten en komen er van de zestien scholieren die zich hebben aangemeld er maar negen studenten in spe opdagen. Bovendien wordt er halverwege de dag door het KNMI code rood afgegeven waardoor de universiteit besluit om de proefstudeerdag af te breken en iedereen naar huis wordt gestuurd.

Zelf zie ik het niet zo zitten om me door de sneeuwstorm een weg naar huis te banen dus bleef ik de rest van de middag vertoeven op de bestuurskamer onder het genot van een lekker kopje warme chocomelk. Dat wil overigens niet zeggen dat er niks gedaan wordt op de twaalfde, integendeel! “De week van… Jules Schmeits” verder lezen

Valorisatiebeurs voor Guusje Jol

Afgelopen dinsdagavond werd tijdens de borrel van Promovendi Overleg Nijmegen (PON) de jaarlijkse Valorisatiebeurs van de Graduate School for the Humanities (GSH) uitgereikt. Dit keer viel het voorstel van Guusje Jol in de prijzen (zie ook: hier).

In haar promotieonderzoek naar politieverhoren met kind-getuigen vergelijkt ze de regels voor deze verhoren met de gesprekspraktijk. Ze zal de beurs komend jaar inzetten om een workshop te ontwikkelen en organiseren voor zowel de politie als beleidsmakers.

De week van… Susanne Brouwer

Susanne Brouwer is universitair docent bij de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur en geeft onder meer statistiek. Daarnaast is ze statistiek consulent voor het Humanities Lab.
 

Maandag 4 december

Het is 08.09 uur en de deuren van de trein slaan achter mij dicht. Vanuit mijn woonplaats Utrecht ben ik op weg naar de Radboud Universiteit in Nijmegen. Op mijn schoot ligt het boek Language in Mind. An Introduction to Psycholinguistics van Julie Sedivy (zie foto 1). Een pareltje! Ik blader de hoofdstukken door en lees hier en daar wat stukken tekst. De auteur lijkt de psycholinguïstische onderwerpen op een duidelijke en interactieve manier uiteen te zetten en daarnaast studenten uit te dagen. Het bevat zelfs een elegante companion website met verschillende activiteiten. Collega Stefan F. en ik denken erover om dit boek in de toekomst te gaan gebruiken voor onze gezamenlijke cursus Taal en Cognitie: Inleiding in de Psycholinguïstiek. Aan het eind van de treinreis ben ik overtuigd dat we de overstap moeten gaan maken.

“De week van… Susanne Brouwer” verder lezen

Literatuuronderwijs: van Reize door het Aapenland tot YouTube-vloggers

Aukje van Hout is docente Nederlands bij het Dominicus College in Nijmegen en promoveert via een lerarenpromotiebeurs van NWO bij de afdeling Nederlandse taal en cultuur. Ze doet onderzoek naar het realistische proza van Johan de Meester (1860-1931) en verwante schrijvers uit de periode 1890-1920.
Hieronder doet ze verslag van haar ervaringen als docent.
‘Mevrouw, kent u het liedje van Famke Louise?’ vraagt een leerling. ‘Nee’, antwoord ik, ‘ik weet niet eens wie Famke Louise is’. De klas begint te lachen. ‘Ként u haar niet?! Dat kán niet!’ roept mijn derde klas verontwaardigd. Ze staat al twee weken in de top 10, duh… In razend tempo word ik bijgepraat: ze is een ‘superbekende’ vlogster, de vriendin van vlogger Snapking (wie?) en heeft een liedje gemaakt dat ‘Op me monnie’ heet. (Ondertussen vraag ik me af wanneer het precies misging: ‘vroeger’ kreeg ik dit soort dingen toch nog mee? Ik vind het eigenlijk al heel wat dat ik weet wie Enzo Knol is…).

 

Thuis gekomen besluit ik dat liedje van Famke Louise maar eens te beluisteren op Youtube. De clip is in twee weken tijd al meer dan zes miljoen keer bekeken. Op mijn scherm steekt een jong meisje, halfnaakt maar met bontjas en gouden kettingen, haar middelvingers op naar de camera en via de autotune zingt ze: ‘Ik ben op me monnie, waar is het de way, maar m’n sannie is verraderlijk’ – ik moet nog even aan mijn leerlingen vragen wat dat precies betekent. Al surfend op Youtube kom ik tal van parodieën op het nummer tegen, zoals het meisje dat in een manege ‘Op me ponnie’ zingt. Daar moet ik toch wel om lachen. Ik begrijp opeens waarom leerlingen het altijd zo ‘druk’ hebben… De wereld van Youtube-vloggers lijkt eindeloos.

De volgende ochtend, half negen. Ik heb 32 zuur kijkende pubers voor me. Aan mij de taak om 4 havo lastig te vallen met Reize door het Aapenland (1788) van J.A. Schasz. Voor wie de betreffende tekst niet kent: een ik-figuur ontvlucht zijn land, nadat hij per ongeluk zijn vrouw, dienstmeisje, paard en hond heeft laten verdrinken. Na een flinke omzwerving belandt hij in het Aapenland, waar hij terechtkomt in een hevige politieke strijd tussen twee partijen. Die strijd betreft de beste manier om mens te worden: door je als mens te gedragen of door het uiterlijk aan te passen en de staart af te hakken. Het laatste plan krijgt de meeste stemmen. De afloop laat zich raden.

Ter voorbereiding op deze les hebben de leerlingen een fragment uit het verhaal gelezen: het einde, waarin het afhakken der staarten culmineert in een groot bloedbad en de apen op gruwelijke wijze sterven. ‘Wat een stom verhaal, mevrouw’, laat een leerling me weten, ‘waar sláát dit op?’. Ik hoop mijn klas dat uit te kunnen leggen. De details van de politieke achtergrond laten we – hoe interessant ook – in havo 4 achterwege, maar we hebben het wel over satire. ‘Weet iemand wat dat is?’ vraag ik hoopvol. De klas staart me apathisch aan – moét dit, zo vroeg op de ochtend? ‘Kijkt er iemand naar Arjen Lubach?’ probeer ik voorzichtig. Een aantal leerlingen begint driftig te knikken. Ja, dat wel, mevrouw.

Langzaam ontstaat er een gesprek waarin naar de betekenis van satire wordt gezocht. Het is ‘iets met humor’ en ‘gaat over het nieuws’, over ‘problemen’. ‘De actualiteit’, vult iemand aan. Kijk, nu komen we ergens. Ik geef de leerlingen een aantekening over satire en de middelen die daarbij kunnen worden ingezet: ironie, karikatuur, parodie… ‘Wat is dat?’ vraagt een leerling. Het blijkt dat eigenlijk niemand in de klas precies weet wat een parodie is. Ik probeer mijn uitleg te verduidelijken met een aansprekend voorbeeld, iets wat ze kennen, maar kan zo snel niets bedenken. De aandacht verslapt, er wordt uit het raam gestaard of in een schrift getekend. Maar dan schiet plotseling ‘Op me ponnie’ door mijn hoofd. Triomfantelijk zeg ik: ‘Jullie kennen dat liedje van Famke Louise toch wel?’ Direct heb ik alle aandacht terug… ‘Kent ú dat, mevrouw?!’

Aukje van Hout

Boekpresentatie ‘Belangrijk boekenbezit’

Donderdag 14 december wordt in de Universiteitsbibliotheek het boek Belangrijk boekenbezit. Een bloemlezing uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Nijmegen aangeboden. In het fraai geïllustreerde boek staan 51 boeken uit de collectie centraal.


Medewerkers, onder wie Lotte Jensen, Rob van der Schoor, Johan Oosterman en Hans Kienhorst van de afdeling Nederlands, en studenten van de Radboud Universiteit kozen ieder een speciaal werk uit de enorme collectie dat voor hun vakgebied van belang is. Met liefde voor de wetenschap en voor het papieren erfgoed stellen zij de bijzondere boeken aan de lezer voor. Onder meer een papyrusfragment uit de derde eeuw, middeleeuwse handschriften, populair drukwerk uit verschillende eeuwen, kunstzinnige uitgaven en prachtige prenten worden besproken.

De uitgave is tot stand gebracht in samenwerking met uitgeverij Matrijs en is te koop via www.matrijs.com en in de boekhandels.