Afvaardiging NTC naar VIOT congres in Groningen

Van 17 tot en met 19 januari vindt de conferentie van VIOT (Vereniging Interuniversitair Overleg Taalbeheersing) plaats in Groningen. Thema van deze conferentie is ‘Duurzame taalbeheersing’. Tijdens deze conferentie komt taalbeheersing in al haar facetten aan de orde: van methodologie tot argumentatieleer en van interactieanalyse tot begrijpelijke taal.

“Afvaardiging NTC naar VIOT congres in Groningen” verder lezen

De week van… Jules Schmeits

Jules Schmeits is tweedejaarsstudent Nederlandse Taal en Cultuur. Tussen de colleges is hij vooral bezig als penningmeester van de Studievereniging voor neerlandici (SVN).

 Maandag 11 december
Waar mijn maandag normaal volstaat met hoorcolleges van kwart voor elf tot half zes, ben ik dit keer gevraagd om samen met klasgenoot Remi mee te helpen op de proefstudeerdag van de opleiding. De dag begint om tien uur en de scholieren krijgen uit ieder vakgebied van de neerlandistiek een college en ook staan een rondleiding over de campus, een gratis lunch in de Refter en speeddaten met docenten op het programma. Helaas gooit het winterse weer roet in het eten en komen er van de zestien scholieren die zich hebben aangemeld er maar negen studenten in spe opdagen. Bovendien wordt er halverwege de dag door het KNMI code rood afgegeven waardoor de universiteit besluit om de proefstudeerdag af te breken en iedereen naar huis wordt gestuurd.

Zelf zie ik het niet zo zitten om me door de sneeuwstorm een weg naar huis te banen dus bleef ik de rest van de middag vertoeven op de bestuurskamer onder het genot van een lekker kopje warme chocomelk. Dat wil overigens niet zeggen dat er niks gedaan wordt op de twaalfde, integendeel! “De week van… Jules Schmeits” verder lezen

Valorisatiebeurs voor Guusje Jol

Afgelopen dinsdagavond werd tijdens de borrel van Promovendi Overleg Nijmegen (PON) de jaarlijkse Valorisatiebeurs van de Graduate School for the Humanities (GSH) uitgereikt. Dit keer viel het voorstel van Guusje Jol in de prijzen (zie ook: hier).

In haar promotieonderzoek naar politieverhoren met kind-getuigen vergelijkt ze de regels voor deze verhoren met de gesprekspraktijk. Ze zal de beurs komend jaar inzetten om een workshop te ontwikkelen en organiseren voor zowel de politie als beleidsmakers.

De week van… Susanne Brouwer

Susanne Brouwer is universitair docent bij de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur en geeft onder meer statistiek. Daarnaast is ze statistiek consulent voor het Humanities Lab.
 

Maandag 4 december

Het is 08.09 uur en de deuren van de trein slaan achter mij dicht. Vanuit mijn woonplaats Utrecht ben ik op weg naar de Radboud Universiteit in Nijmegen. Op mijn schoot ligt het boek Language in Mind. An Introduction to Psycholinguistics van Julie Sedivy (zie foto 1). Een pareltje! Ik blader de hoofdstukken door en lees hier en daar wat stukken tekst. De auteur lijkt de psycholinguïstische onderwerpen op een duidelijke en interactieve manier uiteen te zetten en daarnaast studenten uit te dagen. Het bevat zelfs een elegante companion website met verschillende activiteiten. Collega Stefan F. en ik denken erover om dit boek in de toekomst te gaan gebruiken voor onze gezamenlijke cursus Taal en Cognitie: Inleiding in de Psycholinguïstiek. Aan het eind van de treinreis ben ik overtuigd dat we de overstap moeten gaan maken.

“De week van… Susanne Brouwer” verder lezen

Literatuuronderwijs: van Reize door het Aapenland tot YouTube-vloggers

Aukje van Hout is docente Nederlands bij het Dominicus College in Nijmegen en promoveert via een lerarenpromotiebeurs van NWO bij de afdeling Nederlandse taal en cultuur. Ze doet onderzoek naar het realistische proza van Johan de Meester (1860-1931) en verwante schrijvers uit de periode 1890-1920.
Hieronder doet ze verslag van haar ervaringen als docent.
‘Mevrouw, kent u het liedje van Famke Louise?’ vraagt een leerling. ‘Nee’, antwoord ik, ‘ik weet niet eens wie Famke Louise is’. De klas begint te lachen. ‘Ként u haar niet?! Dat kán niet!’ roept mijn derde klas verontwaardigd. Ze staat al twee weken in de top 10, duh… In razend tempo word ik bijgepraat: ze is een ‘superbekende’ vlogster, de vriendin van vlogger Snapking (wie?) en heeft een liedje gemaakt dat ‘Op me monnie’ heet. (Ondertussen vraag ik me af wanneer het precies misging: ‘vroeger’ kreeg ik dit soort dingen toch nog mee? Ik vind het eigenlijk al heel wat dat ik weet wie Enzo Knol is…).

 

Thuis gekomen besluit ik dat liedje van Famke Louise maar eens te beluisteren op Youtube. De clip is in twee weken tijd al meer dan zes miljoen keer bekeken. Op mijn scherm steekt een jong meisje, halfnaakt maar met bontjas en gouden kettingen, haar middelvingers op naar de camera en via de autotune zingt ze: ‘Ik ben op me monnie, waar is het de way, maar m’n sannie is verraderlijk’ – ik moet nog even aan mijn leerlingen vragen wat dat precies betekent. Al surfend op Youtube kom ik tal van parodieën op het nummer tegen, zoals het meisje dat in een manege ‘Op me ponnie’ zingt. Daar moet ik toch wel om lachen. Ik begrijp opeens waarom leerlingen het altijd zo ‘druk’ hebben… De wereld van Youtube-vloggers lijkt eindeloos.

De volgende ochtend, half negen. Ik heb 32 zuur kijkende pubers voor me. Aan mij de taak om 4 havo lastig te vallen met Reize door het Aapenland (1788) van J.A. Schasz. Voor wie de betreffende tekst niet kent: een ik-figuur ontvlucht zijn land, nadat hij per ongeluk zijn vrouw, dienstmeisje, paard en hond heeft laten verdrinken. Na een flinke omzwerving belandt hij in het Aapenland, waar hij terechtkomt in een hevige politieke strijd tussen twee partijen. Die strijd betreft de beste manier om mens te worden: door je als mens te gedragen of door het uiterlijk aan te passen en de staart af te hakken. Het laatste plan krijgt de meeste stemmen. De afloop laat zich raden.

Ter voorbereiding op deze les hebben de leerlingen een fragment uit het verhaal gelezen: het einde, waarin het afhakken der staarten culmineert in een groot bloedbad en de apen op gruwelijke wijze sterven. ‘Wat een stom verhaal, mevrouw’, laat een leerling me weten, ‘waar sláát dit op?’. Ik hoop mijn klas dat uit te kunnen leggen. De details van de politieke achtergrond laten we – hoe interessant ook – in havo 4 achterwege, maar we hebben het wel over satire. ‘Weet iemand wat dat is?’ vraag ik hoopvol. De klas staart me apathisch aan – moét dit, zo vroeg op de ochtend? ‘Kijkt er iemand naar Arjen Lubach?’ probeer ik voorzichtig. Een aantal leerlingen begint driftig te knikken. Ja, dat wel, mevrouw.

Langzaam ontstaat er een gesprek waarin naar de betekenis van satire wordt gezocht. Het is ‘iets met humor’ en ‘gaat over het nieuws’, over ‘problemen’. ‘De actualiteit’, vult iemand aan. Kijk, nu komen we ergens. Ik geef de leerlingen een aantekening over satire en de middelen die daarbij kunnen worden ingezet: ironie, karikatuur, parodie… ‘Wat is dat?’ vraagt een leerling. Het blijkt dat eigenlijk niemand in de klas precies weet wat een parodie is. Ik probeer mijn uitleg te verduidelijken met een aansprekend voorbeeld, iets wat ze kennen, maar kan zo snel niets bedenken. De aandacht verslapt, er wordt uit het raam gestaard of in een schrift getekend. Maar dan schiet plotseling ‘Op me ponnie’ door mijn hoofd. Triomfantelijk zeg ik: ‘Jullie kennen dat liedje van Famke Louise toch wel?’ Direct heb ik alle aandacht terug… ‘Kent ú dat, mevrouw?!’

Aukje van Hout

Boekpresentatie ‘Belangrijk boekenbezit’

Donderdag 14 december wordt in de Universiteitsbibliotheek het boek Belangrijk boekenbezit. Een bloemlezing uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Nijmegen aangeboden. In het fraai geïllustreerde boek staan 51 boeken uit de collectie centraal.


Medewerkers, onder wie Lotte Jensen, Rob van der Schoor, Johan Oosterman en Hans Kienhorst van de afdeling Nederlands, en studenten van de Radboud Universiteit kozen ieder een speciaal werk uit de enorme collectie dat voor hun vakgebied van belang is. Met liefde voor de wetenschap en voor het papieren erfgoed stellen zij de bijzondere boeken aan de lezer voor. Onder meer een papyrusfragment uit de derde eeuw, middeleeuwse handschriften, populair drukwerk uit verschillende eeuwen, kunstzinnige uitgaven en prachtige prenten worden besproken.

De uitgave is tot stand gebracht in samenwerking met uitgeverij Matrijs en is te koop via www.matrijs.com en in de boekhandels.

Een prijs uit Warschau

Paul Hulsenboom

Dat ik regelmatig in Polen ben, zal voor menigeen geen nieuws meer zijn. Voor mijn onderzoek (en voor de lol) ben ik dit jaar al meerdere malen naar het oosten afgereisd, om in bibliotheken en archieven op zoek te gaan naar oud-Poolse en Latijnse teksten die te maken hebben met de Nederlanden (ik schreef er al eerder over). Zo ook afgelopen week, toen ik in Warschau onderzoek deed in de BUW (Biblioteka Uniwersytecka w Warszawie: de Universiteitsbibliotheek te Warschau) en de AGAD (Archiwum Główne Akt Dawnych: het Hoofdarchief van Oude Documenten), dat onder meer onderdak biedt aan de huisarchieven van meerdere adellijke geslachten, zoals de familie Zamoyski (spreek uit “Zamojskie”) en Radziwiłł (“Radzjieview”, min of meer). In de BUW werd ik blij verrast door een lang Pools gedicht uit de late 17e eeuw, waarin de Nederlanders worden geportretteerd als al te tolerante, gierige en onbetrouwbare rebellen. Vervolgens stuitte ik in de AGAD op meerdere 17e– en 18e-eeuwse Poolse brieven, verzonden vanuit de Nederlanden. Zodoende blijft mijn lijst met primair bronmateriaal gestaag groeien.

De AGAD in Warschau

Toch had mijn bezoek aan de Poolse hoofdstad dit keer in hoofdzaak een andere reden. “Een prijs uit Warschau” verder lezen

Promotie Stephanie Ramachers

Op 31 januari om 12.30 promoveert Stefanie Ramachers op haar proefschrift: Setting the Tone: Acquisition and processing of lexical tone in East-Limburgian dialects of Dutch.

Haar onderzoek is begeleid door prof. dr. J.P.M. Fikkert en prof. dr. C. Gussenhoven als promotoren en door dr. S.M. Brouwer als co-promotor.

Voor meer informatie, klik hier.

Zweedse subsidie voor onderzoek naar complexe werkwoordconstructies in het Germaans

Nicoline van der Sijs

Begin november heeft de Zweedse Vetenskapsrådet (Research Council) een subsidieaanvraag van Evie Coussé, Gerlof Bouma en Nicoline van der Sijs gehonoreerd met 6 miljoen Zweedse kronen. Met dit bedrag willen we het ontstaan van complexe werkwoordconstructies in een aantal Germaanse talen onderzoeken, met name Nederlands, Engels, Duits en Zweeds. Complexe werkwoordconstructies of lange werkwoordclusters bevatten twee of meer hulpwerkwoorden, zoals in:

Ik moet kunnen komen.
I must be able to come.
Ich muss kommen können.
Jag måste kunna komma.

of:

Ik heb/ben kunnen komen.
I have been able to come.
Ich habe kommen können.
Jag har kunnat komma/kommit.

Alle Germaanse talen kennen dergelijke complexe werkwoordconstructies, maar de periode van ontstaan en de voorwaarden verschillen per taal, waardoor er tussen de talen allerlei variatie bestaat. Het doel van het onderzoek is “Zweedse subsidie voor onderzoek naar complexe werkwoordconstructies in het Germaans” verder lezen

Maak kennis met… Jinbiao Yang

Hoi!

I’m Jinbiao Yang from China. If you get confused about its pronunciation, you can call me Ray instead. I got the PhD fellowship from the Max Planck Institute for Psycholinguistics, and began my Radboud life since September 2017.

I studied computer science and cognitive neuroscience during my bachelor programme at Anhui Agricultural University and Master programme at East China Normal University respectively, and then worked as a Research Associate at New York University Shanghai. Both my labs at ECNU and NYU Shanghai focus on psycholinguistics, and so I did a lot on linguistics too. The cross-disciplinary background has benefited my research, which is aimed at investigating how humans can understand and produce language, and translating the mechanism into a computational model.

In my PhD career, “Maak kennis met… Jinbiao Yang” verder lezen